Een uitvaart via livestream

Scene 1. De ceremonie moet nog beginnen. De camera draait al, maar er is nog geen geluid. Het beeld wordt gevuld door een sobere ruimte met pastelkleurige stoelen op een stenen vloer. De hele achterwand is voorzien van glas. Voor de open tuindeuren ligt de overledene in het midden op een baar. Bloemen omringen haar. Buiten zie ik de zonovergoten akker van een natuurbegraafplaats. Af en toe passeren er wandelaars.

Geen van de aanwezigen beseft dat hun bewegingen worden gadegeslagen door ogen die zij zelf niet zien. Wat er in de volgende scenes gebeurt, is tegelijk gewoon en uiterst intiem.

De ruimte met de overledene, alleen.
De ruimte met de overledene en de uitvaartleidster wachtend in een hoek. Jasje over stoel.
De ruimte met de overledene en een dochter die slenterend met iemand belt.
De ruimte met de overledene en dezelfde dochter, die nu een familielid omhelst.
De ruimte met de overledene, alleen.

De ruimte met de overledene en een man die door de tuindeuren naar binnen stapt.
De ruimte met de overledene, verder niemand in beeld.
De ruimte met de overledene, haar kleinkinderen ravotten op de achtergrond.
De ruimte met de overledene, de andere dochter en de uitvaartleidster, ieder apart.
De ruimte met de overledene, weer even alleen.

De ruimte met de overledene. Een man loopt naar binnen, zakt op zijn knieën en voeten bij haar hoofd neer en blijft in stilte verzonken zitten. Een tweede man verschijnt ten tonele. Hij loopt naar haar andere zijde en blijft ook in gedachten staan bij de overledene.

Dan is het moment voorbij. Meer mensen druppelen binnen. De uitvaartceremonie zal zo zoetjesaan wel beginnen.

Een beetje positiviteit graag

Soms heb ik het helemaal gehad met al die tv-journaals en kranten. Ze brengen vooral ellende, want positief nieuws verkoopt nu eenmaal minder goed. Of neem al die misdaadfilms en sombere documentaires. Daar word je toch ook niet vrolijk van. Sociale media bieden evenmin verlichting, als je ziet hoe sommige mensen met elkaar omgaan.

Er is meer positiviteit en humor nodig, bedacht ik gisteren, toen de film ‘Singing in the rain’ op tv kwam.

Vandaag verscheen er een regenboog. Nou ja, het is een begin.

Die heerlijke donkere dagen

Dit vind ik de heerlijkste tijd van het jaar om thuis te zijn. Het kan mij niet vroeg genoeg donker worden en het is prima als het overdag schemerig blijft. Dan laat ik de kerstboomlichtjes branden en zit ik ‘s middags al voor de tv. Rond de kerst verlang ik vooral naar nostalgie en jeugdfilms horen daar bij. Vanmiddag zag ik Spookuil, een jeugdfilm uit Estland, compleet met bosdieren, houtvuur in een blokhut en verse sneeuw. Die was dus helemaal prima voor mij.

In werkelijkheid maken we hier zelden met kerstmis sneeuwval mee. Misschien verhuis ik daarom ooit nog eens naar Scandinavië en dan koop ik gelijk zo’n houten huis met veranda. Het huisje op de foto mag er ook best zijn. Naast de heg ligt al een stapel brandhout klaar en boven de ingang van de schuur hangt een hertengewei.

Herfst: sprookjesstrooisel in de natuur

Na de persconferentie van vandaag zou je bijna vergeten dat er ook schoonheid in druppels kan zitten. Ga de natuur in. Het mag nog steeds. Je zal er sprookjesachtige taferelen aantreffen. Kijk maar eens naar Disneyfilms, dan herken je deze glinstering meteen. In de herfst zie je soms het sterrenstof dat een tovenares met een zwaai van haar stokje heeft achtergelaten. Of zouden die bruine slierten de linten van haar jurk zijn?

Depeche Mode, waardering na 40 jaar

Onlangs zag ik Depeche Mode: SPiRiTS In The Forest, een concertfilm van Anton Corbijn. Eigenlijk had ik weinig op met die band en hun elektropop. Neem het nummer ‘Just can’t get enough’. Da’s typisch zo’n gangmaker voor feesten en partijen. Het vrolijke deuntje ligt makkelijk in het gehoor en is mij te gelikt. Maar Anton Corbijn staat garant voor kwaliteit. En als hij een film aan een band wijdt, dan moet die groep wel speciaal zijn. Dus nieuwsgierig geworden keek ik toch. Het werd een openbaring.

Depeche Mode bestaat al veertig jaar en krijgt nog altijd hele stadions vol. De film toont tegelijk een portret van enkele fans die desnoods de halve wereld over reizen om hun idolen te zien. De songteksten hebben een diepere, bijna spirituele betekenis voor hen. Het weerzien, de sfeer, de muziek en veertig jaar levenservaring: dit alles maakt elk concert intens.

Live speelt Depeche Mode rauwer en anders dan ik van hun hits gewend ben. Dit is één van die bands die er altijd al waren, maar die ik onvoldoende heb opgemerkt. Gewoon, omdat ik volledig in de ban was van U2. In werkelijkheid is Depeche Mode beter dan ik al die jaren heb gedacht.

Frappant genoeg valt in diverse nummers een uitwisseling van invloeden te bespeuren. Bij I feel you van het album Songs of Faith and Devotion uit 1993 hoor ik zang van Oasis en kort gitaarspel van The Edge. Barrel of a gun van het album Ultra uit 1997 roept bij aanvang associaties op met Miami van U2. Dat nummer stamt eveneens uit 1997. En mijn favoriet, Never Let Me Down Again, herinnert vagelijk aan een concert van Siouxsie and the Banshees.

Dit is best logisch, want Siouxsie and the Banshees heeft Depeche Mode beïnvloed. Sterker, Siouxsie had daarvoor al Joy Division beïnvloed. En Joy Division kennen ze allemaal. Van die groep loopt er een regelrechte lijn naar U2, Depeche Mode, Oasis én Anton Corbijn.

Zwarte schimmeldraden op gothic boom

Vandaag stuitte ik op zwarte slierten onder de schors van een gevelde boom.

Hij ligt naast een kerkhof en lijkt afkomstig uit een griezelfilm. De duistere, dradige materie oogt morbide en vormt een soort vlies.

Zien we op deze foto’s wellicht dood cambium? Of is dit een gothic boom? Wie het weet, mag het zeggen.

PS: Het antwoord is binnen: deze draden zijn zwarte schimmels waaraan de boom waarschijnlijk overleden is.

Hoe zou het nu gaan met Gary?

Via Xiwel’s Bijzondere Bloglijst beland ik per toeval bij Suskeblogt en daarna bij Are Friends Electric? van Tubeway Army. Dit nummer staat voor eeuwig op de muziektijdlijn van mijn geheugen gegrift. Are Friends Electric? zong Gary Numan in 1979, ik was toen 16. Maar in mijn herinnering is het 1984. In dat jaar reisde ik voor het eerst alleen naar de Verenigde Staten. Het was nacht bij aankomst in Los Angeles. Nog verdwaasd van de lange vlucht zette ik de tv aan in mijn hotelkamer. En daar [even schakelen] was Cars van Gary Numan.

Here in my car
I feel safest of all
I can lock all my doors
It’s the only way to live
In cars

1984, Los Angeles. Overal out there waren gang wars aan de gang. In die grote, gevaarlijke miljoenenstad moest ik één dag zien te overleven. Daarna kon ik veilig voor een groepsreis in een tourbus stappen en wegrijden.

Het grootste deel van die eerste dag heb ik op mijn hotelkamer doorgebracht. Slechts even ben ik naar buiten gegaan voor een wandeling naar het Chinese Theatre. Maar niemand liep daar buiten op de stoep. Iedereen zat in auto’s. Ik werd al binnen vijf minuten door een louche man aangesproken en maakte dat ik weg kwam.

Die dag ben ik niet eens naar het restaurant van het hotel gegaan. Dus daar zat ik, alleen op mijn kamer, in een land waar werkelijk alles draait om geld, met roomservice en met Gary Numan. Are Friends Electric? Dat vraag je je misschien wel af.

Het is zo lang geleden en dan nu dit weerzien in een oude videoclip van Tubeway Army. Als tiener ben je onder de indruk van artiesten. Niet dat ik speciaal veel had met Gary Numan of met elektronische muziek. Maar toch. Artiesten waren iemand. Zij hadden het gemaakt. Zij stonden op dat podium. En onbewust denk je dan dat zij wijzer zijn dan jij. Dat ze weten wat er speelt in de wereld en dat ze het allemaal al hebben gezien. Misschien is dat wel onderdeel van fan zijn. De idolatrie van een projectie van de verbeelding.

Nu zie ik weer die oude kledingstijl, die kapsels en die houdinkjes. Eigenlijk is Gary Numan best verlegen. Are Friends Electric? Dat zal hij ook weleens hebben gedacht, zittend in zijn eentje op een hotelkamer in een grote en bevreemdende stad. Na het zoveelste interview waarin de stompzinnigste vragen aan hem als beroemdheid werden gesteld.

Hoe zou het nu met hem gaan?, vraag ik mij ineens af. Fast forward naar 2020 met dank aan Google zie ik hem weer staan. Hij heeft een draak en een kasteel waarin hij woont met zijn vrouw en drie dochters. In Los Angeles, of all places. En het gaat prima. Gary Numan is inmiddels begin zestig en hij maakt nog altijd nieuwe muziek.

Weer terug bij Are Friends Electric? stuit ik op een veel recentere videoclip. En hé, wat klinkt dit nummer nu ineens … uhm … ja … hip! Swingend bijna. Er zit een soort Afrikaans ritme in. Dat tktktktktk-geluid. Leuk. Dat voegt iets vrolijks toe. Onderkoeld weliswaar. Het blijft tenslotte een Engelsman.

De bandleden doen denken aan de hippies die je ’s winters ziet op Tenerife, bij Cabo de Gata en in Montpellier. Ik ontwaar zelfs een zweem van the Road Warrior, Mad Max deel 2. Dat zit ’m in de haardracht, de lappen stof en in de tuniek van Gary. Toch weer die filosofie achter Cars?

Afijn, hier is de alternatieve live versie van Are ‘Friends’ Electric?
(Sorry Gary, ondanks al je andere werk plaats ik toch dit bekende lied.)