Ineens zie je het

Vriendin F en ik volgen het Marskramerpad over de Veluwe. ‘De natuur is zo mooi dit jaar.’, merkt zij op. Meestal ontgaat haar zoiets. Enkele jaren geleden ging ze vervroegd met pensioen. Nu ontstaat er langzaamaan meer ruimte in haar blikveld. ‘Vanmorgen viel mij ineens op dat ik de grote kerk kan zien vanaf de Singel bij mij om de hoek.’ Ze woont daar veertig jaar. Maar wie ben ik om hier wat van te zeggen?

Onlangs zat ik in de trein van Arnhem naar Zutphen. Het was zo’n coupé als waarin ik tien jaar lang heb geforensd tussen Leiden en Den Haag. In het spitsuur. Standaard zat de coupé bomvol. Maar ik weet nog dat die specifieke treinstellen voor het eerst werden ingezet, een jaar of vijftien geleden. De zittingen en rugleuningen bevielen mij wel.

In die trein van Arnhem naar Zutphen was het rustig. En ineens zag ik het. Dat gezichtje op de zijkant van de armleuning. Het lijkt wel zo’n hoofd als van de beelden op Paaseiland.

Paaseiland gezicht in de trein

Woeste landjes

In Nederland hebben woeste landjes aantrekkingskracht. Woeste landjes zijn stukken grond waar niemand naar omkijkt. Verlaten en overwoekerde bedrijfsterreinen, bijvoorbeeld. Met een bordje ‘Verboden toegang’. Geen bewakingscamera die erop let. Half ingestorte panden, wachtend op toekomstplannen. De ruiten zijn ingegooid en het onkruid tiert welig door. Terreinen vol stilstand. Ontwikkelaars en gemeenteraden praten jarenlang.
Nu wordt alles anders. Jammer.

Verderop een weitje voor een dromedaris. Uit het circus ontsnapt? Een klein woonwagenkamp, een soort van autohandel en een sloperij. Niemands landjes. Iemand heeft zijn paarden in de uiterwaard gestald. Je vindt het allemaal langs de Nederrijn bij Arnhem. Ik hou er wel van.

paarden in uiterwaard Nederrijn

Tweeluik zicht op de kunstroute (3)

Dubbelzicht kunstroutes Enghuizen 4

In het drieluik dubbelzicht/driedubbel zicht op de kunstroute tot besluit een tweeluik. Links een transparant glaspaneel op landgoed Enghuizen met werk van voorgaande kunstroutes. Rechts het omliggende land, met een boerderij op de achtergrond. Deze twee foto’s in dit log zijn vrijwel identiek, maar genomen vanaf verschillende hoogtes.

Dubbelzicht kunstroutes Enghuizen 6

Welke het beste is gelukt en waarom, mag je zelf beoordelen.

Dubbelzicht op de kunstroute (1)

Varens voor vijver

Komt het door die woorden over de weerspiegeling in het water? Of begint het met de dubbelzijdige glasobjecten van Marijke Schellekens, waarin twee beelden door elkaar heen zichtbaar zijn?

Glaskunst Marijke Schellekens 1

Ineens zie ik eenzelfde effect overal om mij heen. Terwijl de groep stilstaat bij elk kunstvoorwerp en opgaat in gebabbel over vormen en betekenissen, ben ik zoet met dubbele taferelen. Zo gaan foto’s op in glasobjecten en worden glasobjecten met foto’s weer een met de natuur.

Glaskunst Marijke Schellekens 2

Afijn, kijk zelf maar. De varens groeien aan de oever van een vijver nabij het kasteel in Laag Keppel. En de getoonde glaskunst is van Marijke Schellekens. Haar werk is te zien tijdens de Kunstroute 2019 op landgoed Enghuizen in Hummelo.

Het begint nog wel zo klein

Met verbeteringen in huis moet je oppassen. Ik tenminste wel. Want het kan gebeuren dat je iets ziet waarvan je denkt: ‘Mwah, dat heeft zijn beste tijd gehad.’ En dat je het dan gaat vervangen. Maar als je het ene vervangt, dan zou het mooi zijn als je ook dat andere meteen opknapt. En als je dát gaat opknappen, nou, dan kan je net zo goed gelijk de hele kamer aanpakken. (Valt nog mee, als het beperkt blijft tot slechts één kamer.)

Deze week begon het met mijn doucheputje. Dat doucheputje is een onding. Zo’n soort Italiaans designerding dat er elegant uitziet, maar waar wel alle troep doorheen schiet. Het ontbeert namelijk een deugdelijk roostertje. Sterker, er past geen enkel rooster op. Daarom moet ik om de haverklap alle gore troep er uit vissen, met de hand. (Bah.) In mijn vorige huis hoefde dat hooguit eens in de vijftien jaar; hier elke anderhalve maand.

Je kan jaren voortmodderen, maar vroeg of laat komt dan er een kritiek moment. Dat begint met een ontbrekend roostertje voor een doucheputje. Daarna bekijk je de hele douchecabine. ‘Die kitranden en dat voegwerk hebben hun beste tijd gehad.’, denk je. Je zou ook andere glasdeuren willen hebben. ‘Trouwens, de doucheruimte is eigenlijk een beetje krap.’, vervolg je. Maar ja, het ernaast staande bad neemt al veel ruimte in beslag. Dat gebruik je zelden. ‘Dus als je nu eens dat bad eruit zou halen.  En misschien ook maar gelijk het toilet zou vervangen, dan …’

De mooiste tranen van de boom (1)

‘Bekijk eens de spiegelingen in de plassen, met of zonder windvlaag’, schreef Luuk45. Zijn woorden schieten mij weer te binnen wanneer ik de tranen op een stapel boomstammen fotografeer. Schitterend zilver, melkachtig wit, azuurblauw, bloedrood en warm amber. Dat zijn de kleuren van de mooiste druppels.

Ik zie hierin een mist weerspiegeld die eindelijk begint op te trekken. Tranen als voorspellers, zoals de glazen bol van een helderziende? Wie weet wat bomen allemaal kunnen vertellen. Het gaat de goede kant op.

Training geduld in limbo

Bestaan er mensen die graag in limbo verkeren? In limbo, dat is zoiets als in de wachtkamer zitten zonder dat je weet of aan de beurt komt. Ooit. Het is belangrijk, maar je hebt zelf geen invloed. Je bent van anderen afhankelijk en kan slechts hopen dat het goed afloopt. De meesten van ons zitten liever zelf achter het stuur en dóen iets. Maakt niet uit wat, als er maar vooruitgang is. Geduld is een aangeleerde eigenschap. Weinig maakt ons zo ongedurig, of bezorgt ons zo’n machteloos gevoel, als langdurig in limbo verkeren.

Zit je lang in de wachtkamer, dan wisselen geduld en ongedurigheid elkaar af. Geduld bestaat uit je verstand gebruiken en je hoofd koel houden. Rationeel zijn. Ongedurigheid ontstaat wanneer je je laat meeslepen en frustratie de overhand krijgt. Meestal ben je dan niet meer rationeel. Op zo’n moment kunnen je gedachten flink met je aan de haal gaan. Voordat je het weet, beeld je je zaken in die er niet zijn. In zo’n fase verkeert je geduld zelf ook in limbo.

Ik ken mezelf. Ik weet heel goed wanneer ik vooral niet moet bellen om te vragen hoe het ermee staat. Of er al voortgang is. (‘Al’? Hoezo: ‘al’? Moeten ze nu nog overleggen? Het besluit had toch allang gevallen moeten zijn?!!)

Rustig nou. Komt goed.