Plog – Een reus, een biefstuk en een porseleinzwam

Soms vraag je je af hoe bepaalde organismen aan hun namen komen. Neem nu de volgende drie zwammen. Ik zag ze tijdens de vorige boswandeling.

Deze schoonheid wordt een reuzenzwam genoemd. Nu vraag ik je: daar rechts, dat is toch precies een elfje? Een engel kan ook. Nee? Oké. Laten we er dan een landschap van maken. Dat donkere op de achtergrond is een begroeide bergwand. En dat vreemde bouwwerk vooraan is een futuristische ruimtevaartstad.

Dit vlezige exemplaar noemen ze een biefstukzwam. Goed, dat begint er meer op te lijken. Of zie jij hier iets anders in?

Tot besluit de zogenoemde porseleinzwam. Inderdaad glanzen deze witte bolletjes en ze zijn enigszins transparant. Zo te zien zijn ze echter ook slijmerig. Reken maar dat kinderen hier een andere naam voor zouden verzinnen.

(Klink desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Plog – Kunstige vormen in het bos

Onze bossen bieden genoeg diversiteit. Dat zie je goed wanneer je naar de details kijkt. Zoals de vorm van een blad of de structuur van een bast. Daarnaast zijn er paddenstoelen en zwammen in allerlei verschijningen. Elke boom heeft zijn eigen groeiwijze en strategie voor verspreiding. Nu ik vaker in bossen wandel, vallen hun kenmerken mij steeds meer op.

Vorige week liep ik op de beboste Hemelse Berg. Daar ligt bovenstaande gevelde eik. Zijn wortelgestel vormt een natuurlijk kunstwerk.

Vlakbij ligt park Hartenstein, waar enkele sequoia’s groeien. Je weet wel, die Amerikaanse reuzenbomen. Hun bast vertoont dit stromenpatroon.

 

En deze uitstulping? Hm, die roze kleur alleen al. Ik vind het maar een twijfelachtig geval.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)

Het bijzondere van een fotoblog

Het lijkt zo gewoon. Je pakt je smartphone en loopt ermee naar de tuin. Je maakt een paar foto’s van mooie blaadjes en zet die op je blog. Even wat woorden toevoegen en hup, publiceren maar. Vergeleken hiermee is een blad volschrijven met een weldoordachte tekst soms een heel gezwoeg.

Zowel in woord als beeld proberen we iets vast te leggen wat vluchtig is. Een zeldzame vogel, een moment in tijd, een ervaring, een dierbare zoals hij of zij nu is. We willen het vangen, vasthouden en meedragen of veilig bewaren. We willen het bezitten.

Een lens legt soms taferelen vast die er  ogenschijnlijk niet zijn. Zoals de speling van het licht, wat een menselijk oog slechts beperkt ziet. Ook het niet tastbare verandert door fotografie in een bestaande entiteit, digitaal of op papier. Waarna het ‘is’.

Plog – Masai Mara op de Veluwe

Bij die wandeling onlangs op het Rozendaalse Veld, waande ik me even terug in Masai Mara. Die hoge graspollen links; wat bewoog daar? Misschien wel een slang. En die donkere bomen verderop … zie ik dat goed? Bungelt daar een staart van een luipaard onderuit? Kortgeleden liepen er nog beesten over de weg. Kijk maar naar de verse sporen. De zebra’s en de gnoes kunnen nu elk moment tevoorschijn komen. Dan zijn de leeuwen nooit ver weg. Oeh, spannend!

Nou ja, dit is dus de Veluwe, waar je slechts voor teken hoeft te vrezen. Wandelen in Nederland heeft zijn voordelen.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Plog – Een griezelig maïsveld

Manshoge maïsvelden vind ik een beetje eng. Dat ligt niet aan mijn fantasie. Dit komt door Hollywood. In films gaat er vaak een grote dreiging uit van een onzichtbaar, malicieus wezen dat in een maïsveld verstopt zit en – hier zwelt het sinistere griezeldeuntje omineus aan – dat langzaam maar zeker naderbij komt. Ik ben zonder maïsvelden in de buurt opgegroeid. Dus ik weet niet beter. Horror films uit Hollywood hebben mijn kijk op maïsvelden voorgoed beïnvloed.

Rond mijn huidige dorp liggen van die enge maïsvelden. Gisteren kwam ik er langs. Stel dat ik nu een meisje van acht zou zijn. Hoe ver zou het gewas dan boven mij uit torenen? Vanaf die hoogte kan je er onmogelijk overheen kijken. Zou er iets dreigen, dan zou ik mij hebben verborgen. Achter een struik, in een geul plat op de grond, of achter een hekje. Zo zou het zicht op dat maïsveld er dan uit hebben gezien.

Creepy.

Gelukkig ben ik nu groot en is dit een normaal maïsveld. In werkelijkheid komt het hek tot mijn middel, is de begroeiing dun en kijk je zo over het gewas heen.

Kijken naar een Nederlandse film

Met Nederlandse films heb ik moeite. Films moeten mij namelijk naar een andere wereld voeren en iets magisch uitstralen. In praktijk beland je dan al gauw over de grens. Speelt het verhaal zich af in een ver oord, dan kan je mij om de tuin leiden. Maar Nederlandse films toets ik te makkelijk aan de realiteit.

Nederlandse films hebben meestal iets weg van een bonte verkleedpartij. Vooral voor komische films rukken ze graag een anachronistische garderobe uit de kast. Vaak zie je de oranje/bruine seventies terug, in combinatie met gebruik van mobiele telefoons.

En dan de locaties. Is het verhaal gesitueerd in Amsterdam, dan zit er een meisje in de klas dat op een boerderij woont. Tuurlijk. Even komt een wagen van de hoofdstedelijke gemeentereiniging in beeld. Ja hoor, echt Amsterdam. Waarna je rokende schoorstenen ziet, die alleen zo in IJmuiden staan. Populair zijn ook shots van het geijkte verlaten industrieterrein. Hier proef ik een vlaag van rauwe nostalgie en een heimelijke hunkering naar verrommeling. Voor dergelijke beelden moet je in Oost-Europa zijn.

Verder vormen dialogen een groot afbreukrisico. De uitspraak alleen al. In films zeggen ze vaak dingen die ik nou nooit zou zeggen. Al kan dat aan mij liggen. En ze kijken er ook anders bij. Sterker, ze bewegen zelfs anders dan de meesten van ons doen.

Kortom, Nederlandse films weten mij zelden in vervoering te brengen. Gewoon omdat ik er te veel of te weinig in herken. Maar vanmiddag was De sterkste man van Nederland op tv; een jeugdfilm uit 2011, die ik ondanks weeffoutjes toch erg leuk vond.

Paarse grondlaag Utrechtse Heuvelrug

Zaterdag 5 mei 2018. Met vrienden van de Kreta-groep wandelen we op de Utrechtse Heuvelrug. De route gaat van De Generaal in Baarn langs paleis Soestdijk en Lage Vuursche naar Hollandsche Rading. Mooi bosrijk gebied en de zon schijnt, maar wat een drukte. Half Nederland loopt hier te recreëren.

We komen langs Charolais koeien die met hun hoeven in verkoelende plassen staan. Alsof ze voor een schilderij poseren.

Verder passeren we een afgekalfde zandlaag. Er zit ijzer in de grond, vertelt iemand. Dat geloof ik niet, want ijzerhoudende grond kleurt oranje. Heb jij weleens een paarse ijzerlaag gezien? Ik niet hoor. En zo ziet het er toch echt uit op de foto.