Braai

Het begint nog wel zo knus en aandoenlijk. Op een zonnige zaterdag staan er twee markten op het programma. Met de bus kom ik in een dorp aan bij de eerste. Dit is een liefdadigheids-gebeuren, compleet met thuis gebakken cake en loterij. Na een half uur zit ik weer bij de bushalte. Er rijdt een auto langs met een sticker van de Zuid-Afrikaanse vlag. Ik raak mild geïnteresseerd. Heeft de bestuurder daar vakantie gevierd? Of komt hij er zelf vandaan?

De auto wordt vlakbij geparkeerd en ik volg wie er uitstapt. De bestuurder is een blanke man. Hij draagt een overhemd met kaki jachtvest en een broek in dito stijl. Hm, warm. Aan de passagierskant verschijnt een blanke vrouw met zwart haar. Zij heeft een keurig rood jasje aan. Kan, kan. Engelse voorouders of Hugenoten misschien. Ze komen vast voor de rommelmarkt. Maar voordat zij op pad gaan, komt mijn bus er aan.

De tweede markt is verderop in een stad en eveneens ideëel van opzet. Er staan mensen met zelfgemaakte producten en ecologische waren. Ook is er is een zithoek van strobalen en schapenvachten rond een kampvuur. Boven de vlammen hangt een grote ketel aan een driepoot. Een paar zestigers kookt op hun gemak soep. Leuk. Nieuwsgierig spreek ik hen aan. Het blijkt om een groep natuurliefhebbers te gaan.

Prompt duikt die ene man in kaki outfit ook op bij het houtvuur! Hij past perfect in het geheel. Braai, dat is mijn eerste associatie. Hij komt vast zelf uit Zuid-Afrika. ‘Was u toevallig net op die andere markt?, vraag ik. En ik vermeld dat zijn autosticker mij opviel. Gelijk roept hij zijn vrouw.

Twee blanken uit Zuid-Afrika, in gesprek met een voormalige expat in Kenia. Heus, het begint aangenaam. Maar elk onderwerp buigen ze direct om naar wanbeleid en geweld, inclusief gruwelijke details. Er is geen ontkomen aan. ‘Jullie weten hier niet wat daar gebeurt’, zegt de man.

En ik denk: ‘Ja.’ Want ons halve journaal gaat over twee Armeense kinderen. Oké, in augustus kwam de NOS met een bericht uit Zuid-Afrika over 47 plaasmoorden. Wat op 19.000 moorden per jaar ‘slechts’ 0.3% is van het totaal, in een land met 56 miljoen inwoners. Dat was zo’n beetje al het nieuws over Afrika, een heel continent.

‘En ja’, denk ik vanwege een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Afrika tien jaar geleden. Wat weet je nu echt als je er nooit bent geweest? Oh, ik ken hun angsten. Ze hebben de tralies thuis gelaten, maar ze zitten met hun gedachten overal gevangen. Iemand zei over hun land: ‘It’s a human hell in a natural paradise.’

Bij ons afscheid geven we elkaar een hand. De zon schijnt. Op de markt eten kinderen ijsjes. Trots verkoopt een nieuwe statushouder zijn zelfgemaakte lekkernijen. Hij is weer iemand. Het is een heerlijke nazomerdag.

Uren later ruikt mijn haar nog steeds naar de rook van het vuur.

Ervaringen met taxi’s en hun chauffeurs – deel 3

Als autoloze persoon heb ik aardig wat ervaring met taxi’s. Soms waag je daarin je leven. Vaker krijg je te horen wat er zoal speelt in de maatschappij. Steevast leidt zo’n taxirit tot een ontmoeting, die best aangenaam kan zijn. In dit laatste deel van het drieluik vertel ik over comfort en pleziertochtjes.

Handig hoor, zo’n taxi

Tot op de dag van vandaag bestaan er winkels zonder bezorgdienst. Dan kan je familie of vrienden vragen voor vervoer van zware artikelen. Maar soms is dat niet handig. In mijn rijke jaren heb ik daarom weleens gewinkeld met de taxi. Dan liet ik mij thuis ophalen en voor de deur van de zaak afleveren. Terwijl de taxi wachtte, kocht ik het gewenste artikel, dat men vervolgens naar de taxi droeg. Daarna liet ik me met artikel en al thuisbrengen. Het is een rol die mij zeer wel past. Jammer dat ik dit niet elke week kan doen. In Nederland althans.

In Kenia moest dat wel. Daar was ik voor bijna alles aangewezen op taxi’s. Zoals bezoek aan afgelegen shopping malls, zakelijke afspraken, of een weekendje buiten de stad. Bij chauffeurs waren die weekenduitstapjes favoriet. Bijvoorbeeld een rit van de hoofdstad Nairobi naar Lake Naivasha met overnachting. Dat is een afstand van circa negentig kilometer. Ik sprak dan de heen- en terugreis af met de taxicentrale.

Chauffeurs beschouwden dit als een welkom uitje. Even weg van alle beslommeringen en de hectische stad. Kenianen komen bovendien zelden buiten hun eigen regio. Meestal bleef de chauffeur dan in de buurt rondhangen en dook hij voor de terugrit weer op. Kennelijk verdiende hij met een ritje heen en weer genoeg voor het hele weekend.

Dat is in Nederland omgekeerd vergelijkbaar. Begin dit jaar maakte ik een nachtelijk ritje van Arnhem naar Utrecht. De enkele reis kostte evenveel als een heel weekend weg.

Op vakantie met de taxi

Een stap verder is het inhuren van een taxi voor een complete vakantie. Dat is een prima optie als je met vrienden reist en kosten deelt. Bijvoorbeeld in de Verenigde Arabische Emiraten of Oman. Daar hebben ze comfortabele auto’s en zijn ze dol op onderhandelen. Maak er een spel van en je krijgt allemaal een betaalbare vakantie. Want de chauffeur geniet mee.

Die vindt het vaak leuk om je bij bezienswaardigheden rond te leiden. Of om zelf eens de toerist uit te hangen op onbekend terrein. Bijkomend voordeel: je hebt er gelijk een gids of vertaler bij. Gegarandeerd weet hij traditionele restaurants te vinden. Zoals een restaurant met algemeen deel voor de mannen, plus een rij afgeschermde, knus ingerichte familiekamertjes. Of een uber kitsch gelegenheid voor huwelijksfeesten en grote familiediners. Authentieker krijg je ze daar niet.

Ervaringen met taxi’s en hun chauffeurs – deel 2

In het vorige logje deelde ik een paar verhaaltjes over mijn ervaringen met taxi’s in diverse landen. Nu volgen enkele afwegingen en veiligheidszaken.

Voorin of achterin 1

Wellicht denk je: ‘laat ik voorin gaan zitten, daar heb ik goed uitzicht’. Weet dan dat dit wordt uitgelegd als: ‘meneer/mevrouw wil graag een babbeltje maken. Dus steken chauffeurs van wal. Dat kan een boeiend gesprek opleveren. Maar eenmaal onderweg kan je moeilijk voortijdig uitstappen. Je moet luisteren naar al wat hen bezighoudt. Zoals het mismanagement van het plaatselijke wegennet. (Waardoor ze natuurlijk even moeten omrijden).

Voorin of achterin 2

In sommige landen neem ik voor de zekerheid plaats op de achterbank. Anders ben je als alleen reizende vrouw binnen handbereik. Letterlijk. Achterin trouwens ook. Maar daar gezeten wek je sneller de indruk van fatsoenlijkheid. Tegelijk naar achteren graaien en vooruit rijden is bovendien lastig voor de bestuurder. In Turkse bussen geeft men vrouwen wel graag een plek direct achter de chauffeur. Ik vat dit op als hoffelijkheid.

Alles kan op de snelweg

Zodra je in een taxi stapt, leg je je leven in andermans handen. En in het buitenland gelden andere gewoonten. Keihard tegen de stroom in achteruit rijden, bijvoorbeeld, omdat de chauffeur een afslag heeft gemist. Afwisselend links en rechts inhalen kan ook. Net als midden op de snelweg stoppen, als de chauffeur daar behoefte aan heeft. En dan de staat van het voertuig zelf. Ik nam eens een taxi waarin je via gaten het asfalt onder de vloer door zag glijden.

Bepaalde landen stellen snelheidsbegrenzers verplicht. Maar die gaan steeds irritant piepen als de chauffeur een beetje gas geeft. Ze zijn opvallend vaak kapot in taxi’s. Daar weet je zelden hoe hard je rijdt.

Chauffeur met 24-uurs diensten

Vermoeidheid en alcohol bij de chauffeur vormen een risico. Evenals ouderdom en lichaamsgebreken. Bij voorkeur kan hij goed bij de rem en het stuur, en draagt hij een bril op sterkte. Vrachtwagenchauffeurs rijden in Australië op speed soms 24 uur aan een stuk door. Dat mag niet en zulke medeweggebruikers wil je liever mijden.

Evenals taxibedrijven die van hun werknemers 24-uurs diensten eisen. Wat in Kenia gebruikelijk is. Het moet gezegd: tref je zo iemand tegen het eind van zijn lange dienst, dan krijg je eindelijk de kans om zelf het woord te nemen. Zo’n chauffeur is echt blij als je continu tegen hem praat en af en toe iets vraagt. Voor je eigen veiligheid is dat ook zeker aan te raden.

Kennis uit literair werk

We wandelen op de Veluwe en kennen elkaar al ruim tien jaar. Zij is een pas gepensioneerde senior beleidsmedewerkster in het sociale domein. Type brede interesse, bereisd, belezen, moderne kunst, klassieke muziek, bewust gezond, maatschappelijk vrijwilligerswerk en doorgaans verkerend in elitair gezelschap. We praten over de toestand in de wereld, voor ons een vast onderwerp, wanneer ze mij ineens vraagt: ‘Lees je eigenlijk wel boeken?’

Vreemd. Want ze kent mijn vakinhoudelijke en persoonlijke ontwikkelings-geschiedenis. Bovendien weet ze dat ik tegenwoordig nog zelden literatuur lees. Literatuur en kwaliteitskranten zijn de enige publicaties die zij een blik waardig acht. Wat ik eigenlijk nogal beperkend vind. Als je bijvoorbeeld nooit een boekje uit de Bouquet reeks leest, mis je toch inzicht in de voorkeur en verlangens van een deel van de Nederlandse medemens.

Ik voel me plotseling geframed. Onheus weggezet als iemand die ik niet ben.

We vormen ons continu een beeld van de ander, uit overlevingsdrang. Want we moeten bij een eerste ontmoeting direct inschatten: goed of kwaad volk. Is er geen gevaar, dan kunnen we nader kennismaken. Hoe langer we met iemand omgaan en hoe vaker we samen uiteenlopende situaties meemaken, hoe meer aspecten we van iemands persoonlijkheid zien. Een eerste oordeel vellen kan geen kwaad. Als we maar beseffen dat het onvolledig is en het steeds bijstellen. Trouwens, wanneer kennen we iemand nu echt?

Iets vergelijkbaars speelt bij het vergaren van kennis. Wanneer weet je werkelijk alles en begrijp je het geleerde nog ook? Moet je vooral zelf iets ervaren, of is erover lezen genoeg? Moet je ervaring altijd met literatuur onderbouwen, om het waardevol te maken? Moet er altijd wetenschappelijk onderzoek plaatsvinden? Of bereik je linksom of rechtsom op een bepaald moment zelf voldoende wijsheid om de juiste conclusie te trekken? Voor zolang als die van toepassing is.

Maar wat is dan ‘stoer’? (2)

Het blijft maar in mijn hoofd rondzingen, dus is het nog niet klaar. Die definitie van ‘stoer’ in mijn oude Dikke Van Dale is deels achterhaald. Stoerheid kan zitten in uitstraling, karakter en daden. Bij zowel mannen als vrouwen. Hoe meer kenmerken iemand vertoont, hoe stoerder hij is. Uiterlijke verschijnselen alleen, daar prik je zo doorheen. Als ik een top-5 maak van wat ik bijzonder stoer vind, wordt snel duidelijk hoe het zit. Daar gaan we.

  1. Kinderen baren en ze vervolgens twintig jaar lang een goede start in hun leven geven.
  2. Een onderneming beginnen met minimaal tien man personeel. En die langdurig rendabel maken, zelfs als de economie tegenzit.
  3. Je eigen pad kiezen en volgen, wat er ook gebeurt. Niet zeuren, zelf doen. Maar als je iets echt niet zelf kan, een ander gewoon om hulp vragen.
  4. Fouten onder ogen komen en erkennen ten overstaan van degene die er last van heeft. Het weer goedmaken, voor zover dat kan.
  5. Ook iemand waar je de pest aan hebt als volwaardig mens blijven zien en benaderen.

Tja, daar sta je dan met je leren jasje en je stoere laarzen. Al kunnen ware stoerheid en uiterlijkheden best samengaan. Denk maar aan Mad Max, zoals hij werd vertolkt door Mel Gibson in The Road Warrior. Stoerder dan zo kom je ze zelden tegen, zelfs in Australië. Waarom anders denk je dat ik vijf keer naar dat land toe ben gegaan?

En nog is het laatste woord niet gezegd over stoerheid.

Ontwikkelingssamenwerking 2017

Er zit mij al de hele week iets vreselijk dwars. Het begon met een column van econome Heleen Mees. Zij schrijft dat de migratiestroom uit Afrika ‘vooral wordt veroorzaakt door klimaatverandering’. Vervolgens lees ik over iemand die zich niets aantrekt van hongerende Afrikanen. Ze hebben daar toch genoeg vruchtbare grond? Het is weer zover. Giro 555 van de samenwerkende hulporganisaties staat open. En de discussie over ontwikkelingssamenwerking gaat weer alle kanten op. Behalve de goede.

Eigenlijk is het zo eenvoudig. Men neme een land en men neme een bevolking. Je bouwt er gewoon wat wegen, bruggen, havens, steden, fabrieken, boerderijen, scholen en ziekenhuizen. En klaar ben je. Toch?

Het ergste is dat ik zelf bijna moeite moet doen om te bedenken hoe het ook alweer zat. Ik ben er intussen al acht jaar uit. Negen jaar geleden stond ik voor het laatst op Afrikaanse grond. Weet ik wel hoe het er nu aan toe gaat? Van pure armoe google ik zelfs op ‘ontwikkelingssamenwerking’. En zo beland ik op het blog van Mart Hovens. Tjonge, wat is dát herkenbaar. En wat heb ik een respect voor zo’n man.

Hij zit in Congo. Daarbij vergeleken zijn Kenia, Oeganda en Ethiopië echt Africa light-versies. Makkies, eitjes. Congo is schathemeltje rijk aan alle denkbare grondstoffen en dus is de bevolking straatarm. Dat is een wetmatigheid. Je ziet het pas als je voorbij het cliché van ‘effe een paar bruggen, wegen en fabrieken bouwen plus wat noodhulp geven’ kijkt.

O ja, heb je last van buikvet? Probeer dan eens het middel rechts in het plaatje. Die ene advertentie onder de oproep met Gironummer 555.

(Foto website One World.nl.)

In de woestijn, Libië, 29 december 2005

auto in woestijnOm verder te kunnen rijden, vervolgen we de reis in four wheel drives. De bestuurders daarvan zijn vertrouwd met de woestijn. Samen met enkele groepsleden stap ik op goed geluk bij één van hen in. Wat zijn auto betreft, is dat misschien geen beste keus. Het raam naast mij is half geblindeerd met ondoorzichtig zwart plastic. Maar in andere opzichten ben ik heel tevreden. Hamza is duidelijk een slimme, ervaren chauffeur met flair. Over zijn lange broek draagt hij een zwarte wollen djellaba. Het vriest hier ’s nachts flink.

Uit de speakers klinkt erg goede Arabische muziek. Hamza houdt zichtbaar van stevig doorrijden in dit gebied. Wat ik prachtig vind, is dat zijn auto behoorlijk afgeragd is. De voorruit is gebroken. Alles zit los en is versleten. In plaats van glas, is de achterruit een hardboard plaat. En, geheel zoals het hoort, ligt er een bontje op het dashboard. Kortom, die auto is hier helemaal thuis.

(Na zes dagen in de woestijn vertelde degene die meestal naast hem zat, dat de rem al die tijd kapot was. Afremmen deed Hamza op zijn koppeling en met de handrem. Ach, er was toch vaak geen weg en verkeer zagen we amper.)

De hele dag zijn we onderweg naar Ghat. De woestijn is hier vrij eentonig. Slechts af en toe zien we een groene wadi. Eenmaal aangekomen, zetten we eerst onze tenten op. Het blijkt dat we met onze neus in de boter zijn gevallen. Want er is juist nu een groot Toeareg festival in de stad. Toearegs uit alle windstreken en van over de grens komen daarop af. Hele groepen hebben dagenlang op kamelen gereisd. We gaan er ’s avonds heen en deze keer zit ik naast de chauffeur. Die zet gelijk zijn meest smachtende habibi-cassettebandje op. Ha, ha. Ik ben zeker twintig jaar ouder dan hij.

Toeareg hoofddoekIk heb al veel islamitische en Arabische landen bezocht, maar in Ghat kijk ik echt nog mijn ogen uit. Overal lopen mannen in lange gewaden met hoofddoeken. Daarvan hebben ze een deel voor hun gezicht omgeslagen. Hun kamelen hebben prachtig bewerkte leren zadels. Ook tassen, zweepjes en zwaarden zijn bijzonder fraai versierd. Veel Toeareg zijn zwart, maar hebben wel scherpere trekken dan sub-Sahara Afrikanen. Vrouwen zijn grotendeels afwezig, behalve op het festivalterrein. Daar dragen ze de felgekleurde glitterjurken die van Iran tot in Marokko geliefd zijn. Sommigen zien er Arabisch uit en hebben een heel lichte huid.

Toeareg vrouwenBuiten staat een podium aan de voet van de rots met het kasteel. Onze lokale gids uit Tripoli loopt weer eens gewichtig te doen in zijn beste berberkostuum. Hij weet wel mooi van alles te regelen. Zoals een interview voor de Libische tv met onze Nederlandse gids. Ook krijgen wij plaatsen op de eerste gewone rij toegewezen. Direct achter de leren fauteuils voor de hoogwaardigheidsbekleders. We nemen plaats onder luid protest van een groep Belgen die daardoor hun geprivilegieerde positie verliezen. Na (zoals gewoonlijk) erg lang wachten, arriveren de belangrijkste gasten. Wanneer die eindelijk op hun leren stoelen gaan zitten, barst het festival echt los. De ene na de andere zingende en dansende groep treedt op. Allemaal strikt gescheiden naar geslacht en schitterend uitgedost. Het gaat de hele nacht door.