Zet gewoon die geldpers aan

Zo, nou, ik ben er uit hoor. Het is mij duidelijk hoe we de economische gevolgen van de coronacrisis gaan betalen. Al mijn financiële onzekerheden zijn gelijk verdwenen. Afgelopen zaterdag kocht ik de Volkskrant met de bijlage ‘Wie gaat dat betalen?’ Nou, het wordt business as usual. Gelukkig maar, want we willen graag weten waar we aan toe zijn.

Het zit zo. In Amerika staat de geldkraan weer maximaal open. Daar profiteren wat arme inwoners van. Als het hen tenminste lukt om een werkloosheidsuitkering aan te vragen. De systemen zijn namelijk niet op de toeloop voorbereid. Dat is een staaltje welbewust ontmoedigingsbeleid. Het midden- en kleinbedrijf mag op vergelijkbare wijze een poging wagen.

Maar de echte grote jongens, de zogenaamde onmisbaren, die krijgen de grootste kluif uit de steunmaatregelen. Wel 500 miljard dollar. Uiteraard heeft de president net de enige betrouwbare toezichthouders de laan uit gestuurd. En voor wat hoort wat, dat spreekt vanzelf.

Die zogenaamd onmisbare bedrijven worden hier in Europa eveneens met staatssteun overeind gehouden. Toevallig zijn dat doorgaans ook bedrijven die hun winsten goed weten door te sluizen. Dus betalen ze geen belasting.

Over doorsluizen gesproken. De kledingindustrie raakt haar waren niet kwijt. Dus wat doet ze? Lopende contracten openbreken en verzendklaar staande opdrachten intrekken. Sorry, jongens, daar in Bangladesh en India. Het geld is op. Fluit er maar naar. Het mag nu duidelijk zijn: ben je hier of daar een kleine krabbelaar, dan mag jij de rekening betalen.

Over rekenen gesproken. Dat kunnen ze als de beste bij de grote farmaceuten. En zij behoren tot de onmisbaren. Dus krijgen ze nu bakken overheidsgeld om vaccins te ontwikkelen, die ze straks voor een exorbitante prijs op de markt mogen brengen.

Wie wilde er ook alweer marktwerking in essentiële sectoren? Ik niet, hoor. Ik ben sowieso tegen privatisering van gezondheidszorg, onderwijs, veiligheidsdiensten, infrastructuur, communicatiekanalen en energieleveranciers.

Maar dan nu onze euro. Over de Italiaanse politiek zwijg ik, want die is op wereldniveau toch onbelangrijk. Dat weten ze in Italië. Daarom richt dat land zich tot Duitsland als het om financiële steun gaat. En Duitsland weet dat het sterk moet staan tegenover de VS en China. Vooral als het gaat om de positie van de eigen industrie.

Dus wat doet Duitsland, net als Frankrijk en Italië? Voor gigantische bedragen uitstel van belastingbetaling verlenen aan ondernemers. Wat vermoedelijk op afstel van betaling gaat uitdraaien. Verkapte staatssteun dus. Maar wel om geopolitiek tegenwicht te bieden aan China en de Verenigde Staten. Nederland doet dat niet en ik begin mij af te vragen of dit slim is. Waarschijnlijk zijn we eerder penny wise pound foolish.

Kortom, misschien moet ook de Europese Unie de geldkraan wagenwijd open zetten. Als tegenwicht voor de Amerikanen. (En China.) En nee, gebruik het geld niet exclusief voor verhoging van de staatsschuld. Verdeel het geld over de eigen bevolking als onvoorwaardelijk basisinkomen. Daarmee stimuleren we gelijk de economie.

Verduurzaam gelijk ook het belastingstelsel en de economie over de hele linie. People, planet, profit, je weet wel. Draai de privatisering terug bij alles wat van strategisch belang is. Hef extra belasting op de hoogste vermogens. (Boven een half miljoen euro, of zo, maar spreek dat wel ff wereldwijd af.) En zorg dat verkopende partijen in arme landen krijgen wat hen werkelijk toekomt.

Dit pakket aan maatregelen lijkt mij een aardig begin om uit de crisis te komen. Volgens mij behoudt de euro dan ook zijn betrouwbare waarde, vooral ten opzichte van die drijfzanddollar van de Amerikanen. (En van die Chinese munt weet je toch nooit wat hij echt waard is.)

Alibaba en de Chinezen

Het moet in 2003 zijn geweest, op dienstreis in Oeganda, nu vijftien jaar geleden. Toen ik voor het eerst hoorde over investeringen door China in Afrikaanse landen. Mooie snelwegen werden aangelegd en havens uitgegraven. Die wegen waren een hele verbetering voor de plaatselijke bevolking. (Althans, de wegen die het Afrikaanse vrachtverkeer langdurig konden dragen.) En handig om alle denkbare grondstoffen vlot naar Chinese fabrieken af te voeren.

In die tijd las ik ook over Oost-Afrikaanse marktkoopvrouwen. Big mama’s die hun mannetje staan. Ze importeren zelf rechtstreeks hun koopwaar, zonder tussenhandelaar in Afrika. Ieder kwartaal vliegen ze naar Dubai of Shanghai om flink in te slaan. Zou je niet verwachten, van zo’n op het oog eenvoudige marktkoopvrouw.

In 2006, dichter bij huis in Europa, was ik op vakantie op Kreta. We kwamen door een prachtige, weidse vallei aan de rand van de zee. Een onderontwikkeld landschap en daarom extra mooi en pittoresk. ‘Als de plannen doorgaan, zal dit allemaal verdwijnen.’, vertelde de gids. ‘Want China ziet in deze locatie een ideale plek voor een haven als tussenstation. Voor distributie naar de rest van Europa en Noord-Afrika.’ Inmiddels is Piraeus, die andere, veel oudere Atheense haven, in handen van de Chinezen. Wel zo makkelijk, hoeven ze op Kreta niets meer te bouwen. Piraeus wordt hun grootste containerhaven in de Middellandse Zee.

Nog een jaar later, op een mega-grote handelsbeurs in Frankfurt, stond een stand van het Chinese Alibaba. Ik heb er nog pennen van liggen. Want Alibaba was gul met uitdelen en nieuwe zakenvrienden maken. Alibaba is de digitale schakel die de tussenhandel in de hele wereld kan wegvagen. Toen kon ik er weinig mee. Het productaanbod van de Chinese producenten was op hun interne markt afgestemd. Ik zag te zoete kleurtjes, afwijkende maten en niet het gewenste materiaal. En er zat geen enkele producent tussen die zelfs maar in de buurt van fairtrade kwam.

Maar Alibaba heeft niet stilgestaan. Deze week zocht ik op internet naar plantenrekken, tuinstoelen en gegalvaniseerde vuilnisbakken. Het is overal Alibaba wat de klok slaat. Er staan zeker aantrekkelijke artikelen tussen. Weet alleen wel dat je bij een bestelling voorgoed je privacy kwijt bent.

In Weert staan zestig winkels leeg. Maar deze gemeente huisvest eveneens gigantische distributiecentra. Goederen komen van de Rotterdamse containerhaven naar het Limburgse Weert, die uiteindelijk als pakketjes bij huishoudens in Europa worden uitgeserveerd. Het is hier net Kreta.

Programmamaker Ronald Duong in de VPRO Gids: ‘In 2015 deelde Ma [de oprichter en eigenaar van Alibaba], alweer in Davos, [op een bijeenkomst met regeringsleiders] zijn jongste inzicht. Wat hij eerst in China deed  wil hij nu mondiaal gaan doen: kleine ondernemingen wereldwijd in contact brengen met klanten wereldwijd.’ Dit levert mooie kansen op, maar ook risico’s. Ondernemer Marc van der Chijs: ‘Buiten China is men toch redelijk naïef, vind ik nu. De ambities zijn bij Chinezen veel groter dan elders. (…) Er zullen twee grote spelers overblijven, Amazon en Alibaba.’ 

Dat wil ik best aannemen. In elk land waar ik ze heb gezien, zijn Chinezen zakelijk vrijwel altijd succesvol. En je kan van de Chinese overheid veel zeggen, maar er zijn zaken die ik beslist waardeer. Ze heeft een lange-termijnvisie, ze ziet het grotere verband en ze denkt voorbij de eigen grens. Dat mag Europa van mij ook wat explicieter doen, zolang ze de win-winprincipes van people, planet, profit daarin meeneemt.

Vanavond komt vanaf 21.05 uur VPRO Tegenlicht: Shoppen volgens China op NPO2.

Verbinding voor de toekomst

Soms blijven opmerkelijke beelden en gedachten uit gesprekken en documentaires hangen. Nu dwarrelen er meerdere door mijn hoofd. Ogenschijnlijk is er nog weinig samenhang, maar er schuilt een boodschap in. Ik zag 2Doc: De man die de wereld wilde veranderen. Dat gaat over kunstenaar Peter Westerveld. Hij wilde met geulen de wereld groener, koeler en klimaatbestendig maken. Daarna verscheen Geert Mak in College Tour en toen Floortje gaat terug naar Syrië, deel 2. Ook was ik proefpersoon voor een coach in opleiding. Onderwerp van gesprek: Hoe breng ik het toekomstperspectief terug in mijn carrière? En er was een uitzonderlijk mooie aflevering van Exitus in Abchazië. Tot besluit las ik een artikel over de cello als bindmiddel. Nou, zoek maar eens naar een aanwijzing.

Eerst het idee van Peter Westerveld. Hij is de visionair achter Justdiggit. (Ik verwijs al jaren in de rechterkolom van Raam Open naar deze organisatie.) Hij was zeer bezorgd over de toenemende droogte in grote delen van de wereld. Niet alleen om ecologische redenen. Het veroorzaakt op het platteland armoede en sociale ontwrichting, met de voorspelde vluchtelingenstromen uit Afrika en Syrië als gevolg.

In 2005 verbleef ik een weekend in Serena, Amboseli, Kenia, waar de droogte al zichtbaar was. De plaatselijke herders hadden hun geitjes een soort broekje omgebonden. Dit om te voorkomen dat ze zwanger zouden worden, want er was steeds vaker te weinig voedsel. Kuddes olifanten verwoestten bomen, omdat het gras nauwelijks doorgroeide. En de ijskap van de nabijgelegen Kilimanjaro was dat jaar weer gekrompen. Ontwikkelingswerkers en lokale bewoners merken al vroeg wat er gaande is. Hun inzichten kunnen een voorspellende waarde hebben.

Terug naar Justdiggit. Om droog en geërodeerd land weer begroeid te krijgen, kan je op grote schaal strategisch geplaatste geulen graven. Die vangen het water van sporadische stortbuien op en leiden het naar bassins. Dankzij slim gebruik van windrichting en watercirculatie in de lucht, blijft een groot grondgebied langer nat. De documentaire toont hoe een proef van Westerveld’s plan in Amboseli effectief uitpakt. En je ziet de worsteling om op grote schaal steun en financiering voor zijn plan te krijgen.

Een fragment springt er voor mij uit. Westerveld en zijn team mogen een presentatie geven voor een groep wetenschappers aan de Wageningen Universiteit. Het verloopt nogal knullig, dat moet gezegd. Maar kenmerkend is wat een medewerker over de negatieve houding van de geleerden opmerkt. Want Westerveld heeft geen universitaire opleiding. Hij heeft wel 35 jaar in Afrika gewoond en een briljant idee. Gelukkig komt de samen- werking later alsnog op gang.

Exitus dan. Deze keer trekken de twee jonge beeldkunstenaars naar Abchazië. Ze worden daar achterdochtig benaderd door een Russisch sprekende man. Maar Bel’giya is goed. Hij loopt even weg en komt terug met een kan. Na snel vijf glazen wijn beleefd achterover slaan, kunnen ze weer gaan. Dan volgen rauwe beelden van een half verlaten gehucht, omringd door groene bergen in mistflarden. Dorpsmeisjes in felgekleurde jasjes komen naar die twee vreemde snuiters kijken. Ze vertellen dat ze het liefste naar school toe gaan.

Daarna krijgt Geert Mak het woord in College Tour. Ook hier vallen enkele fragmenten op. Een student vraagt hem naar de voorspellende waarde van geschiedenis voor de nabije toekomst. Mak merkt op dat je periodes in het verleden niet zomaar met nu kan vergelijken. De toekomst blijft onzeker en elke situatie is net weer even anders. Zorgelijk vindt hij de behoefte van mensen aan sterke leiders als Poetin en Erdogan. (‘Er is een roep om zekerheid.’) En zorgelijk is het groeiende populisme in Europa en Amerika. (Populisme is ‘een ventiel van ongenoegen en angst.’)

De komende ontwikkelingen zullen toch afwijken van die in de jaren dertig. Want de huidige samenleving en mogelijkheden zijn gewijzigd. Wel vindt Mak de situatie in Europa gevaarlijk. De aanwezige (hoogopgeleide) jongeren denken overigens positief over de Europese Unie. Zij beseffen dat je niet terug kan keren naar de natiestaat uit de negen- tiende eeuw.

Mak zegt ook: Er komen steeds meer immigranten, die bepalen de stad. Je houdt altijd fricties tussen immigranten en autochtonen, en dat moet je eerst uitzweten. Hij vertelt over zijn ontmoetingen bij de brug in Istanbul. De mensen daar praten op exact dezelfde manier over nieuwkomers uit het verre ‘achterlijke’ Anatolië als autochtone Nederlanders over de mensen in Amsterdam-West.

Zijn advies tot besluit: ‘Ga gewoon zoveel op reis als je nu nog kunt, leer talen, blijf nieuwsgierig, durf te twijfelen en laat je niets wijsmaken.

En dan de documentaire van Floortje in Syrië. Zij brengt het advies van Geert Mak in praktijk. Opmerkelijk genoeg gaat het leven in delen van steden en het land normaal zijn gang. Dit terwijl er een stadswijk verderop nog gevechten gaande zijn. Bizar, maar feitelijk net zo bevreemdend als de tegenstelling tussen extreem arm en rijk. Wat mij choqueert, zijn de kooien op straat waarin IS vrouwen als slaven te koop aanbood. En weer is er een andere kant. Zoals de man die zijn kapotgeschoten huis herstelt en de liefde van inwoners voor de vermoorde pater Frans. Ze hopen allemaal op een nieuwe kans.

Verder was er die sessie als proefpersoon voor een coach. Want ik merk (alweer) dat ik in mijn zoektocht naar werk vastloop. Hoe nu verder? Vandaar mijn behoefte aan praktisch advies. Alleen geeft een goede coach dat niet. Je moet er toch zelf achter komen. Wat dan helpt, is een combinatie van inlevingsvermogen en de juiste vragen. Weer terug naar de kern, naar mijn intrinsieke waarden en naar wat mij werkelijk motiveert. Ik draai al jaren rond in cirkels, want een sterke drijfveer verloochent zich niet.

Maar ja, die beren op de weg. Opleiding en zo. Afwijzingen, waarvan ik er al honderden heb ontvangen. En opmerkingen, die je soms doen wankelen. Blijf maar eens ‘in je kracht staan’ na een opeenhoping van mindere ervaringen.

We kwamen op mijn behoefte aan overzicht. Dat gaat ver terug, namelijk helemaal tot mijn pubertijd. Een periode waarin ik dingen vaak niet goed kon plaatsen en onvoldoende begreep. Het zorgde voor twijfel en onrust. Nieuwsgierigheid zit in je of niet. Ik ben leergierig en wil vaak precies weten hoe het zit. Vandaar dat ik informatie verzamel en zorg voor overzicht, zowel privé als in mijn werk. Dankzij overzicht, of een vogelperspectief, ontstaan inzicht en begrip. Daarmee kan je overal boven staan en dat geeft helderheid en rust.

We belanden nu eindelijk bij die cello’s als verbindende factor. Er staan twee artikelen in VPRO Gids #42 over de Cello Biënnale. Ik haal er wat citaten uit.

Cellist Jean-Guihen Queyras: ‘In de compositie Nomaden van Joël Bons vloeien allerlei wereldse muziekstromen samen. Van de Indiase sarangispeler Dhruba Ghosh tot de Chinese shengmeester Wu Wei. Queyras trekt als een soort troubadour door de zaal. ‘Als cellist beweeg ik van de ene wereld naar de andere, en treed ik met alle musici in dialoog. Ik zal in verschillende modi moeten improviseren. Samenwerken met deze geweldige musici uit alle windstreken wordt het spannendste festivalmoment voor mij.’’

Uit een ander artikel: Celliste Dagmar Slagmolen onderstreept het blijvende belang van Michail Boelgakov. ‘Ik denk dat er momenteel weer naarstig behoefte aan is duidelijkheid. De valkuil hierbij is dat mensen zich vaak vastklampen aan diegene de het hardst schreeuwt. We willen niet in een dictatuur leven, maar het verlangen naar helderheid is blijkbaar diepgeworteld. Dat de willekeur van een tiran het leven juist angstiger kan maken, is iets wat velen pas ondervinden als het te laat is. Bovendien kun je niet, zoals in het Westen te vaak is gedacht, dictaturen zomaar vervangen door democratie.’

En: ‘Wie werkelijk vrij wil zijn, zal zich niet geborgen voelen en wie zich geborgen wil voelen, zal nooit echt vrij kunnen zijn. Die dualiteit is de kracht van de kunstenaar. Verbinding zoeken en toch voldoende afstand bewaren. Kunstenaars laten zien dat de werkelijkheid vele gezichten kent en soms niet eens onder woorden gebracht kan worden. … Het trainen van die flexibiliteit, om de realiteit soms even vanuit een ander perspectief te kunnen bekijken, dat is precies wat kunst onontbeerlijk maakt voor een gezonde maatschappij.’

Ik ga een ultieme poging doen om beroepsmatig terug te keren naar de kern. Laat mij een verbindingskunstenaar worden.

Ik wijs alvast op de komende uitzending van VPRO Tegenlicht (NPO, 16 oktober). Die gaat over Silicon Savannah en de ontwikkelaars van apps in Nairobi. De indruk bestaat dat er geen nieuwe ideeën uit Afrika komen. Wat een cliché. Tien jaar geleden introduceerden voorlopers al het innovatieve M-Pesa. Ik geloof dat de huidige jonge generatie ons nog versteld zal doen staan.

Na Nice het kaf van het koren scheiden

‘Dit is een aanslag op het zoete leven’, is de kop boven een uitstekend artikel van Pieter Giesen in de Volkskrant. Het is de dag na het drama met de vrachtwagen in Nice. Hij laat antiekhandelaar Alain Boutahra (42) aan het woord. Alain’s vader was een tolerante Algerijn die met een katholieke Franse vrouw trouwde. ‘Maar sinds enkele decennia komen er steeds meer immigranten die zich niet willen aanpassen, zeg hij.’

Diezelfde avond kijk ik naar het NOS journaal. Van 20.00 uur tot 20.20 uur gaat het over de verijdelde militaire staatsgreep in Turkije. Terwijl er tanks dreigend op straat rijden, roept de president zijn volk op om naar buiten te gaan. Vreemd. Turkse Nederlanders betuigen hem op de Erasmusbrug steun met veel vlagvertoon. Nog vreemder. Want ik betwijfel of Erdogan anno 2016 de publicatie van De lof der zotheid in zijn land zou tolereren.

Wat te doen, na Nice en al die vlaggen? Uitbreiding van inlichtingendiensten, wegversperringen bij evenementen, Israëlische veiligheidsadviseurs inhuren en militaire elitetroepen inzetten? Dat wordt misschien de Franse aanpak; die houden wel van ‘ferme’ daden en machtsvertoon. Maar hoe harder je je opstelt, hoe groter de kans dat nog meer gefrustreerde lieden radicaliseren.

Van mij mag Nederland/Europa wel nadrukkelijker solidariteit en onderschrijving van fundamentele westerse waarden verlangen. Want waarom zouden we individuen van elders accepteren die in beginsel al spugen op christelijke en humanistische grondslagen? Een eenvoudige solidariteitstest kan veel verhelderen. Denk maar aan de volgende vragen:

  1. Is het normaal om joden te verachten?
  2. Zijn zwarten minderwaardig?
  3. Moeten homo’s en lesbo’s van hun ‘ziekte’ worden afgeholpen?
  4. Is belasting betalen slechts bedoeld voor blanke losers?
  5. Mag een staatshoofd van buiten de EU over Europese grenzen heen regeren?

Tenslotte zijn er van ons eigen volk al genoeg lieden asociaal en onverdraagzaam.

De EU, de vluchteling en de 80 miljard

Echt, ik geniet van het mooie weer dit weekend. Gisteren heerlijk gewandeld en vandaag was het aangenaam toeven in de zon. Daar niet van. Bovendien is er een klus in huis geklaard. Dat geeft een voldaan gevoel. Alleen baal ik een beetje van de EU.

Turkije en de vluchtelingenstroom
Wij zijn afhankelijk van Turkije om de toestroom van vluchtelingen te stoppen, zeggen politici en EU-kopstukken. Ik beschouw dat als onzin. Vermoedelijk kan Europa beter alsnog hotspots bij de vluchtelingenkampen in Jordanië en Libanon opzetten. En dáár zes miljard euro in steken. Of meer als dat nodig is voor een menswaardige opvang. Scheidt daar de echte asielzoekers van de economische vluchtelingen. En doe wat ik bijna 2 ½ jaar geleden suggereerde in Gelukzoekers in een meritocratie.

Voor een tegengeluid is deze tekst op welingelichtekringen ook interessant. Al jaren is er een communicatieprobleem. De EU had in een vroeg stadium de valse verhalen van mensensmokkelaars kunnen ontkrachten. Gewoon via sociale media, tv-spotjes en radioberichten in de landen van herkomst. Verder hoor ik veel te weinig over vluchtelingen die kansen zien in Amerika, Azië, Afrika en het Midden-Oosten.

De ECB en de € 80.000.000.000 per maand
Straks pompt Draghi maandelijks tachtig miljard euro in de banken. Er zijn nu al onvoldoende veilige partijen om dat geld aan uit te lenen. Dus worden risico’s en zeepbellen vergroot. Wat Draghi toont, is een groot gebrek aan creativiteit om de economie op stoom te krijgen. Even een paar cijfers. Er waren eind 2015 508 miljoen EU-burgers. Die 80 miljard is per maand per inwoner een bedrag € 157.080.315. Ruim honderdzevenenvijftig miljoen euro. Dat is totale waanzin.

Volgens de media raakt de beslissing van Draghi ons leven direct via ons pensioen en spaargeld. Maar juist landen met grote staatsschulden profiteren. Dat zijn toevallig Duitsland, Italië, Frankrijk, Spanje, Nederland en België. Draghi zou zijn eigen land voortrekken. Echter, wij staan er ook tussen. Hoe zit het nu? Schrappen ze straks de vorderingen van de ECB tegen de schulden van de landen weg? Gewoon op papier, omdat het slechts Monopoly-geld is?

Beetje boos
Intussen staat daar een ECB-president die ik niet heb gekozen en hem zal het een zorg zijn hoe het mij als Nederlandse vergaat. In de krant las ik een paar maal dat iedereen zo boos is tegenwoordig. Kennelijk mag je niet boos zijn, want het klonk negatief. Alsof je dan een tekortkominkje qua emotionele intelligentie hebt, of sociaal onaangepast bent. Ik durf bijna niet te zeggen dat ik een beetje boos ben, anders word ik als Tokkie weggezet. Maar met de EU heb ik het nu toch behoorlijk gehad.

Laat het maar uiteenspatten
Wat mij betreft mag de hele EU uit elkaar spatten. Ik ben klaar met de euro. Ik zie economische groei niet als heilig doel. Ik ben klaar met politici die het nergens over eens kunnen worden. Ik ben klaar met landen die ik er toch al niet bij wilde hebben (maar wie vroeg mij wat) en die nu constant dwarsliggen. Ik ben klaar met dat krampachtige samenwerken met de hele groep. Alsof ik mij verbonden voel met een Roemeen. Schei toch uit. We delen niet eens elkaars geschiedenis. Laat staan dat ik over Turkije wil nadenken. Met chanterende, nationalistische potentaten doe ik geen zaken. Ik ben er gewoon helemaal klaar mee.

Alternatieven
Volgens mij (en anderen) kunnen we beter werken vanuit gemeenschappelijke doelen in per doel van samenstelling wisselende groepen. Zoals de Noord-Europese landen met een vergelijke monetaire cultuur bij elkaar passen. Of bijvoorbeeld alle Rijn-landen of alle Donau-landen, die watermanagement bundelen. De landen aan de Middellandse Zee mogen hun visquota daar onderling uitvechten. Voor verdediging en beveiliging wil pan-Europa vast wel samenwerken. Dat doel gaat ons allemaal aan. (Maar dan wel met daadwerkelijke controle en verantwoording van hoe het geld wordt besteed.) De mogelijkheden zijn oneindig. Zolang je een groepssamenstelling hebt waarbij de leden de meerwaarde van elkaars deelname zien.

Bovendien zijn er heel andere allianties mogelijk. Holland werd welvarend en al vroeg redelijk democratisch dankzij de macht van de steden. De Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber publiceerde in 2013 zijn boek If Mayors Ruled the World. Burgemeesters staan veel dichter bij de inwoners en worden het meest direct met vraagstukken geconfronteerd. Zij kunnen hun krachten bundelen en kennis uitwisselen. Grote maat- schappelijke organisaties doen dat internationaal ook. En ik betaal liever gemeente- belasting dan dat mijn geld verdwijnt in een nationale bodemloze put. (Waar ik, wederom, nauwelijks zeggenschap over heb.)

Mij lijkt onderhand alles beter dan de comateuze staat van de huidige EU-politiek. Ik voel mij absoluut niet vertegenwoordigd door EU-instellingen en heb geen enkele directe inspraak. Naar mijn idee moeten over grote zaken Europese volksreferenda worden gehouden. Of liever, volksreferenda per hierboven voorgesteld samenwerkingsverband. Want die EU heeft zijn langste tijd gehad.

Opvang in de regio: welke regio?

Het lijkt wel alsof Europese politici allemaal in een ander stadium van rouw verkeren. Ontkenning, woede, depressie, berusting. De een blijft steken bij ontkenning, de ander zinkt weg in apathie en een derde accepteert het. Steeds grotere aantallen asielzoekers blijven komen, we kunnen er niet meer omheen. De publieke opinie, gevoed door de media, stevent af op een kentering. Het gaat om mensen, we kunnen ze niet aan hun lot overlaten, het is een gedeeld probleem.

Stel nu dat het niet loopt zoals een deel van de Europese bevolking vreest. Dat niet, zoals bij Somaliërs, 85% in de bijstand verdwijnt. Dat er geen nieuw ‘Marokkanen-probleem’ ontstaat. Ik zou het wel wensen: een regenboognatie volgens het gedachtegoed van Mandela. Maar tot nu toe zijn kinderboeken de enige plekken waarin dat bestaat. Als mens zou ik alle echte vluchtelingen uit Syrië welkom willen heten. Maar als realist zie ik een onbeheersbare toestroom uit allerlei landen op termijn als een serieus probleem.

Stel nu dat technocratische oplossingen ergens goed voor zijn. Dan zou je aan het volgende kunnen denken. We kijken binnen Europa naar de landen die een brain-boost uit Syrië kunnen gebruiken. En sturen elke Syriër met ondernemingszin en talent daarheen. We openen een Europees ontwikkelingsfonds voor kansrijke plannen van huidige en nieuwe inwoners. Een fonds waarop we alle waardevolle lessen toepassen die we ooit hebben geleerd.

Dat kan leiden tot nieuwe energie en ontwikkeling van stilgevallen Oost-Europese industriesteden, bijvoorbeeld. Het kan werken als lokale mensen en nieuwkomers de handen ineenslaan. Dit blijkt wel uit de recente herrijzenis van steden als Manchester en Liverpool. Ja, ik denk aan planmatige toewijzing naar bepaalde regio’s. Want hoe verdrietig de situatie van Syrische vluchtelingen ook is, het is naïef en onredelijk van hen om te eisen dat Duitsland wel even in al hun behoeften voorziet.

En het is waar: hier spreekt het not-in-my-backyard syndroom. Met de foto van dat kleine jongetje op ons aller netvlies, mag ik niet zeggen wat ik al dertig jaar vol overtuiging meen. Dat Nederland al zo vol is. Dat er hier zo weinig natuur is terwijl het zo’n gekrioel is. Het benauwt mij echt. Al die vliegtuigen, die vrachtauto’s, die megavarkensstallen, die uitpuilende vuilnisbakken vol snelle-consumptie plastic en die wanstaltige meubel- boulevards. En economen die maar blíjven roepen dat we nog meer moeten groeien.

We kunnen ons continent uiteindelijk verkwanselen door verkeerd beleid. Er zijn genoeg mensen die nu om het hardst roepen dat we iedereen moeten helpen. Ik vraag mij af of zij ooit een voet op Libanese grond hebben gezet. We kunnen nu nog nadenken over een beleid dat én humaan én verstandig is op de lange termijn. Als we daar binnen Europa tenminste toe in staat zijn.

Verantwoording van subsidies

In de Volkskrant van 26 juni staat een interview met Eddy van Hijum (CDA) over onze financiële bijdrage aan de EU. Hij vindt dat het maar even afgelopen moet zijn met betalen. Want 25 van de 28 EU-lidstaten maken op geen enkele manier duidelijk hoe zij toegekende EU-fondsen besteden. Het gaat om 130 miljard euro per jaar. Uit steekproeven blijkt dat met zo’n 5% van de uitgaven iets mis is. Nederland is toch zeker Gekke Henkie niet?

Vraagtekens
Dat verantwoording van dit soort enorme kapitalen een lachertje is, is al jaren bekend. Ik zag een documentaire over Griekenland die rond het begin van de crisis werd gemaakt. Daar staan grote borden langs de weg bij projecten die met EU-geld zijn gefinancierd. Er was in de wijde omtrek geen tastbaar resultaat te bekennen. Lokale bewoners wisten wel hoe het zat. In Brussel zijn ze op de hoogte van fraude en wantoestanden. Maar wie wil bijten in zijn eigen staart?

Democratie versus netwerken
Alleen de Noord-Europese landen Nederland, Zweden en Denemarken leggen openlijk verantwoording af over ontvangen EU-gelden. Deze landen hechten sterk aan democratie. In landen waar familiebanden en netwerken een grotere rol spelen, komen objectiviteit en rationaliteit in het gedrang. Dit speelt wereldwijd bijna overal buiten Noord-Europa. Ben je lid van een invloedrijk netwerk, dan zit je daar goed. Maar de mensen die buiten de boot vallen, verlangen naar meer zeggenschap. Volgens Van Hijum willen ook EU-parlementariërs uit Griekenland, Hongarije en Engeland dat landen verantwoording afleggen.

Ontwikkelingshulp
Lang was binnen de ontwikkelingssector het resultaat van gesubsidieerde programma’s even onduidelijk. Laat staan het effect op langere termijn. Ik denk dat dit de afgelopen twintig jaar behoorlijk is verbeterd en nu zelfs doorschiet. Goedwillende organisaties in armere landen worden soms horendol van de hoeveelheid data die zij voor verantwoording moeten verzamelen. Daar zijn ze blij als geldverstrekkers hun vragen tot de kern beperken. Dat scheelt aan beide zijden bureaucratie en zinloos geturf.

Zuid-Soedan
‘Half miljard aan ontwikkelingsgeld verspild in Zuid-Sudan’ schreeuwt Nu.nl. Het gaat om 50 miljoen euro per jaar. We praten over een nieuw land waar decennialang oorlog is ge- weest. Eeuwenlang werden de sterkste mensen ontvoerd door Arabieren om ze als slaven te verkopen. In recente tijd werd het land door Noord-Soedan beroofd van waardevolle grondstoffen. Tijdens het regenseizoen raakt jaarlijks de infrastructuur beschadigd en worden grote gebieden onbegaanbaar. De oude machthebbers zijn, net zoals een aantal Europese landen, alleen bereid te hervormen als ze er zelf aan verdienen. Werkelijk alles moet daar van de grond af worden opgebouwd. De bevolking voelt zich nog zo onveilig dat patiënten in het ziekenhuis met een wapen in bed liggen. Moeten we die mensen aan hun lot overlaten? Er is voor zo’n land geen blauwdruk om te zorgen dat alles gelijk goed gaat.

Logica
Ik ben benieuwd of degenen die moord en brand schreeuwen over ontwikkelingsgeld voor Zuid-Soedan, zich ook roeren over bestedingen binnen Europa. Stel dat jaarlijks 5% van 130 miljard euro inderdaad in de zakken van dubieuze lieden verdwijnt. Dan kunnen we die 6,5 miljard per jaar heel wat effectiever besteden in landen met enorme vluchtelingenkampen. Uitzichtloosheid en werkloosheid onder jongeren vormen een belangrijke voedingsbodem voor ISIS. Mits welbesteed, is ontwikkelingshulp een van de weinige positieve middelen om gewone mensen een toekomst te bieden.