Corona. Het bewijs zit in de complottheorie

Wat irritant zeg. Het bewijs ligt voor het grijpen en toch zie ik het niet. Want wie heeft hier nu het meeste baat bij? Wie gaat hier bij winnen? Kijken we naar de usual suspects, dan komen we direct uit bij de Chinezen, de Russen, de Amerikanen, en Iran misschien. Je zou zeggen dat de Chinezen zijn begonnen, maar dat geloof ik niet. Nee, ik denk eerder aan Rusland. Daar zijn ze al jaren bezig om de boel te destabiliseren. En ze kunnen heel geraffineerd te werk gaan, als ze dat willen.

Toch zou het wel degelijk China zelf kunnen zijn. Ik bedoel, met zo’n enorme bevolking kijken ze niet op duizend man meer of minder. Die paar doden zijn gewoon collateral damage. Het landsbelang gaat voor alles. Toch? Maar wat is hier dan precies het belang van dat land? Hun eigen economie is flink ontregeld. Belangrijker: ik zie geen concrete lange-termijnwinst. Oké, ze mogen nu voor de hele wereld gezichtsmaskertjes fabriceren. Maar partijpolitiek gezien is dat futiel.

Amerika dan? Zou dat land in China hebben zitten stoken? Ik bedoel: chemische oorlogsvoering bestaat al eeuwen. Doen die Amerikanen het niet met hun crystal meth, dan doen ze het wel met andere middelen. De bron van dat virus is nog altijd niet vastgesteld, of wel soms? Dus je weet maar nooit. Hoewel, Trump is best gevoelig voor zijn eigen belang. Er komen nu vast minder bezoekers in dat Mar-a-Lago van hem. Daarom is hij natuurlijk zo pissig op ons Europa. Ja, met de vinger wijzen kan ‘ie wel.

Nee, dan die Russen. Echt: hou die lui in de gaten. Ik blijf er bij. Hun schurkenstaat wil ons onderuit halen. En gluiperig als ze zijn, doen ze net alsof zij het niet zijn. De huichelaars. Dus hebben zij zeker dat virus in China losgelaten? Ik zie ze daar wel voor aan, hoor. Kijk maar naar Italië. Dat was toch al een economisch wrak. Koud kunstje om zo’n land nog verder aan het wankelen te brengen. Je pakt gewoon de enige functionerende regio aan en huppatee, daar gaan ze. Dit is typisch de Russische aanpak.

Maar dan nog. Zo’n nieuw virus is en blijft onvoorspelbaar. Voor hetzelfde geld komt het als een boemerang terug naar je eigen land. Daarom denk ik toch dat we het in een andere hoek moeten zoeken. Want als er ergens geld mee valt te verdienen, dan is dat wel met gezondheidszorg. En zeg je gezondheid, dan zeg je medicijnen.

Oh ja, ik heb ze heus wel door, hoor, die smiechten. En maar doen alsof ze zo gemutlich zijn. Ja ja. Maar ondertussen. Tenslotte is dat ook het land van de sjoemelsoftware. Ja echt, ik voel het aan alles. Nu ben ik op de goede weg. Wat een rotstreek om die arme Italianen zo zwaar te treffen. Kunnen ze wel, hè. Precies het land waar de allermooiste auto’s vandaan komen. Ferrari’s en Maserati’s en Lamborghini’s. Concurrenten dus. Wat smerig zeg.

Maar hoe zit het nu met die gezondheidszorg? Even denken. Medicijnen …

Ach so, naturlich, das stimmt genau! Bayer. Had dat bedrijf niet onlangs Monsanto ingelijfd? Aha, aha. Hm. Hmmm. Het is toch zo dat slangengif gebruikt kan worden als antidotum? Check. En het is toch zo dat Monsanto die fabrikant is van Roundup, met glysofaat of zo? Dat spul waar al die rechtszaken over worden gevoerd, omdat je daar zo ziek van wordt. Het leek mij nogal een miskoop van Bayer. Maar is dit wel zo?

Hm. Bayer en Monsanto.

Monsanto en Bayer. Hm.

Oh, en Trump heeft ook Duits bloed.

Hè gatsie, dit gaat mijn pet te boven. Hoe zit het nou?

Feiten over nomadische veeteelt versus beeldvorming

Mijn log van gisteren bevat een sterk voorbeeld van de valkuilen bij beeldvorming op basis van herinnering. Ik schreef over veehouders die in Sub-Sahara Afrika met hun dieren onbegrensd naar voedsel en water moeten kunnen trekken. Daar heb ik bepaalde bedenkingen bij. Alleen, hoe zat het ook alweer precies?

Het venijn schuilt in de alinea waarin ik oorspronkelijk uitging van the tragedy of the commons. Ofwel: het idee dat als iedereen onbeperkt een gemeenschappelijke bron mag gebruiken, niemand zich daarvoor verantwoordelijk voelt. Denk aan weidegrond, rivieren, lucht en oceanen. Zonder regels wordt de oceaan leeggevist, de weide overbegraasd en raakt de rivier vervuilt. In Azië, Afrika en het Midden-Oosten heb ik daarvan voorbeelden gezien.

Nu de beeldvorming. Ik herinner mij kaal gegeten semi-woestijngebieden, waar te veel veehoeders met hun kuddes kwamen. En ik herinner mij recente berichtjes over loslopende wilde geiten op Curaçao. Die vreten alles op het eiland kaal. Maar de lokale bevolking kookt graag stoofpotjes van dat goedkope geitenvlees. Dus vindt iedereen het wel best zo. Vervolgens combineer ik de tragedy of the commons met de Curaçaoenaren en de rondtrekkende veehouders in Afrika. Alleen blijft er iets knagen. Want: is dit wel het juiste verhaal?

Nee dus. Daarom ben ik gisteren heerlijk zoet geweest met een mini-onderzoek naar de tradities van rondtrekkende veehouders. Zo las ik hoe veehouders in semi-droge gebieden bijdragen aan natuurbehoud. En ik ontdekte welke complexe afspraken zij van oudsher onderling maken. De gedachte achter de tragedy of the commons zelf is een valkuil, waar al menige bestuurder en wetenschapper in is getrapt.

Dit maakte direct herinneringen los aan mijn ervaringen binnen de ontwikkelingssector. Want natuurlijk passen Afrikaanse herdersvolken zich al eeuwen aan hun grillige leefomstandigheden aan. En natuurlijk hebben ze een fijnmazig stelsel van omgangsvormen en regels. Anders zouden ze daar moeilijk kunnen overleven. Sterker: ik heb in een Keniaans wildpark zelf geitenbokken met schortjes gezien, voor geboortebeperking en tegen overbegrazing. Daarover waren met de herders afspraken gemaakt.

Evengoed slaat Mattea Weihe de plank mis met haar opvattingen en grenzen. Ze gaat voorbij aan sommige omstandigheden die sinds de pre-koloniale tijd drastisch zijn gewijzigd. Die zijn onomkeerbaar. En ze gaat voorbij aan het eeuwenoude aanpassingsvermogen van nomadische veeboeren. Idealiter krijgen deze mensen dankzij nieuwe afspraken met huidige belanghebbenden nog voldoende ruimte voor hun vee. Ook in Nederland zitten de laatste traditioneel werkende schaapsherders in de knel.

De vraag is echter vooral waar en welke vorm van veeteelt houdbaar zal blijken. Intensief, extensief, of een tussenvorm. In de nabije toekomst wordt iedereen gedwongen tot aanpassing. Met de toenemende verwoestijning ontstaan er wellicht elders nieuwe kansen voor veehouders die al aan droogteperiodes gewend zijn. Daar kunnen de nomaden in Sub-Sahara Afrika zich alvast op bezinnen.

De hoeveelheid vruchtbare grond voor gewassen en veeteelt neemt wereldwijd af door bebouwing, vervuiling en erosie. En nog niet alles kan uit kassen komen. Daarom is meer bebouwing voor bedrijven en nieuwkomers op Nederlandse vruchtbare grond voorlopig wel het stomste wat we nu kunnen doen.

Een plek waar je het vee kan laten eten

‘Vindt u dat landen open grenzen zouden moeten hebben?’, vraagt Colin van Heezik in VPRO Gids nummer 7, 2020, aan intercultureel mediator Mattea Weihe, die vluchtelingen op de Middellandse Zee helpt. ‘Ja. Grenzen zijn een raar concept. De grenzen in bijvoorbeeld Sub-Sahara Afrika zijn door de koloniserende landen gemaakt: rechte lijnen, totaal arbitrair. Mobiliteit heeft niks te maken met grenzen: als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten. En grenzen leiden vaak tot etnische conflicten.’ Mattea is 28 jaar oud.

Ik blijf een beetje hangen bij die plek waar veeboeren hun dieren kunnen laten eten. En ik moet denken aan die loslopende geiten op Curaçao, die daar alles kaal vreten. Alles, inclusief de oorspronkelijke flora, met als neveneffect verlies van de oorspronkelijke fauna. Blijkbaar voelt niemand zich verantwoordelijk voor het publieke terrein daar.

Vervolgens denk ik aan het communal land in Afrikaanse landen, waar (herders)volken van oudsher gebruik van maken. Dat wil zeggen: op basis van ongeschreven afspraken (o.a. Kenia); of op basis van woongebied en etniciteit (o.a. Tanzania). De precaire balans wordt door overbegrazing makkelijk verstoord. Met schaarste en etnische conflicten tot gevolg. Ja, ook zonder die landsgrenzen.

De kaarsrechte grenzen, waarop Mattea doelt, zijn inderdaad door de vroegere kolonisators getekend. Maar in de meeste gevallen kregen Afrikaanse bestuurders daar al meer dan vijftig jaar geleden volledige zeggenschap over. Jonge Afrikanen beseffen inmiddels dat hun regeringsleiders ook een hand in eigen boezem mogen steken.

De Afrikaanse geschiedenis, die van voor de Europeanen kwamen, wordt gekenmerkt door migratiestromen van diverse volken. De ene keer verliep het contact met de al aanwezige bevolking vredelievend. De andere keer sloegen ze elkaar de hersens in en maakten de winnaars de verliezende partij ondergeschikt of tot slaaf. Het schijnt bij de menselijke aard te horen. Dit komt in de hele geschiedenis en overal ter wereld voor.

Wat ook al eeuwen bestaat, zijn de wisselingen der seizoenen. Wij kennen de lente, zomer, herfst en winter. Andere werelddelen kennen het natte en het droge seizoen. Is er een uitzonderlijk goed jaar, dan worden de kuddes van veehouders groter. En passant draagt het vee van rondtrekkende herders bij aan diversiteit van de begroeiing. Volgt er een extra lange droogteperiode, dan sterft er bovengemiddeld veel vee. Of de veehouders moeten met verlies een deel van hun kuddes verkopen.

Vooral herdersvolken spreiden daarom hun risico’s. Ze houden bijvoorbeeld verschillende diersoorten. Ook maken ze onderling complexe afspraken over toegang tot waterbronnen en weidegronden. Dit betekent wel dat ze nieuwkomers kunnen uitsluiten. Vluchtelingentransport is voor nomaden in de Sahara trouwens momenteel een lucratieve bron van (neven)inkomsten.

Bij schaarste ontstaan er makkelijk conflicten tussen gevestigde en rondtrekkende veehouders. Naar verwachting zal dit vaker gaan voorkomen, onder meer door bevolkingstoename, klimaatverandering en land grabbing.

Mijn vroegere werkgever financierde al twintig jaar geleden drought cycle management programma’s. Die zijn bedoeld om traditionele veehouders en nomaden weerbaarder te maken, en om hen alternatieven te bieden. Ook bestaan er FAO-handleidingen voor goed bestuur over gemeenschappelijke gronden, mede gebaseerd op de kennis van herdersvolken.

Verandering in denken komt langzaam. En het zal helemaal lang duren als mensen van 28 jaar oud steeds weer ingesleten opvattingen herhalen en niet verder kijken dan naar wat er precies in hun straatje past.

Vluchtelingen zijn voor iemand als Mattea een verdienmodel en academisch promotiemateriaal. Dat zie ik nu. Maar ik ben dan ook twee keer zo oud. Op haar leeftijd had ik mij uit bevlogenheid en idealisme misschien eveneens blind gestaard op die oude clichés.

Overigens zou ik al die Nederlandse koeien, varkens, kippen en geiten weleens op de boot willen zien, wanneer alle veehouders tegelijk gaan rondvaren naar de landen waar het veevoer vandaan komt. Want: ‘als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten.’

Een heel weekend lang kiespijn

Heb je Tom Hanks in de film Cast Away bezig gezien met zijn rotte kies? Dan weet je dat je niet moet doorlopen met kiespijn. Maar net zoals hij, geef ik daar geen prioriteit aan wanneer ik een zeurende pijn voel. De pijn verdwijnt af en toe weer, dus misschien valt het mee. Tot donderdagavond lukt het om mezelf dit wijs te maken. Dan bijt ik in een stuk chocola. Een scherpe pijnscheut trekt – letterlijk – door het merg en been van een kies en mijn kaak heen. Na flink spoelen gaat het een beetje beter.

Ik wil geen kiespijn. Het komt nu niet goed uit. De klusser is net weer begonnen en ik wil dat hij door kan gaan. Daarom geef ik er geen prioriteit aan, hoewel het weekend voor de deur staat. Maar als het misgaat, verrek ik straks het hele weekend lang van de pijn. Toch laat ik het er bij. Even voor alle duidelijkheid: ik ben niet de enige die zulke stomme beslissingen neemt. Tom Hanks deed dat ook.

Het betreft de achterste kies linksonder. Daarop zit een kroon. Vier maanden geleden werd de verstandskies ernaast getrokken. Dat was nogal een drama, dus alle mogelijke oorzaken spoken door mijn hoofd: kaakontsteking, wortelinfectie, rotte kies, zenuwpijn, beschadigd tandvlees, een breuk, etc.

In het weekend slik ik meer pijnstillers dan ooit. Vooral ’s nachts. Ik val al moeilijk in slaap en word steeds wakker van de pijn. De paracetamol in mijn toiletkastje smaakt naar vergif. Daarvan verliep de uiterste houdbaarheids-datum in mei 2016. Een doosje ibuprofen is wel tot september 2020 bruikbaar, maar dat ligt er onaangetast bij. Bang als ik ben voor de waslijst aan ernstige bijwerkingen. Toch moet ik eraan geloven.

Op zaterdag vertelt een wandelgenootje dat je van ibuprofen maagkanker kan krijgen. Zij heeft net zo’n vermogen aan tandartsrekeningen uitgegeven als ik. ‘Ik heb een hele auto in mijn mond’, is hoe zij het verwoordt. Daar krijg ik een wat vreemde gedachte bij. Zelf meet ik dit soort dingen af aan prijzen voor reisbestemmingen. Zes weken Australië, bijvoorbeeld. Of: genoeg om een half jaar van te leven. Dat komt aardig in de buurt van mijn realiteit.

Op zondag spreek ik de buurvrouw over de herdenking van Operatie Market Garden, die op een steenworp afstand plaatsvindt. Thuis kunnen we de muziek horen. We praten over de mannen, vaak jongens nog, die hun leven hebben gegeven voor onze vrijheid. En we beseffen hoe goed we het hier nu hebben; dat we onszelf gelukkig mogen prijzen. Dus: ‘Dank u, God, voor deze kiespijn, want daardoor voel ik dat ik tenminste leef.’

Op maandag bel ik om 08:01 uur de tandarts. Tegen die tijd straalt de pijn uit van halverwege mijn onderkaak naar mijn oor tot bij mijn oog. Waarschijnlijk ben ik de eerste klant aan de lijn. De assistente hoort mij aan, voert overleg en spreekt dan de verlossende formule uit. Om 11:15 uur mag ik komen.

Bij de tandarts. Ze kijkt eens goed naar mijn beet, voelt het scharnieren van mijn kaak, en trekt dan haar conclusie: een overbelaste kies. Wie verzint er nou zoiets?

Oh yes! Een foodhall aan de Rijnkade in Arnhem

Naar bepaalde zaken in het buitenland kan ik gruwelijk heimwee krijgen. Voorzieningen die je daar wel hebt, maar hier niet. Gratis schone toiletten bijvoorbeeld, zoals je in Australië overal aantreft. En overdekte food courts met keukens uit alle windstreken. Da’s ook zoiets. Maar nu heb ik er vlakbij één ontdekt. Sinds maart dit jaar heeft Arnhem een heuse foodhall. Niet zo’n slap aftreksel met filialen van Burger King en Multivlaai. Nee, een echte.

Het is de ondernemers gelukt: deze hal roept onmiddellijk reisherinne-ringen bij mij op. Arabisch, Chinees, Vietnamees, roti, grill of vegan, Thais, Mexicaans, Italiaans. Ze zitten met een bar en een bakker onder één dak bij elkaar. De hal is zo ingericht dat je je soms waant op een exotische avondmarkt. Verder zijn er sfeervolle loungehoekjes met zicht op het terras aan de boulevard. Althans, zo noem ik dit deel van de Rijnkade. Het is een van mijn favoriete plekjes. Met een paar stappen wandel je hier naar Rose’s Beach: het stadsstrand beneden bij het water.

Het gebied rondom de foodhall is volop in ontwikkeling. Een deel is al opgeknapt, maar veel panden staan momenteel leeg. Die worden van binnenuit gerenoveerd en opnieuw ingedeeld. Daardoor heeft dit stadsdeel rauwe randjes. Naar mijn idee past dat helemaal, want in Azië, Afrika en het Midden-Oosten zie je vaak hetzelfde. Op het oog is daar een snelle modernisering gaande, compleet met de komst van hippe restaurants. Maar als je beter kijkt, ontdek je overal losse kabels en ruwe betonplaten, die nog moeten worden weggewerkt. Voor de authentieke beleving vind ik het best als deze hal nog even work in progress blijft.

Echt rode klaver

Rode klaver bij een akker

We worden geboren met een sterk overlevingsinstinct. Alleen zijn we van de meest basale overlevingstechnieken vervreemd geraakt. Neem nu onze kennis van in het wild groeiende eetbare planten. Het is al mooi wanneer we er drie kunnen benoemen. Ik weet bijvoorbeeld dat je brandnetels en het loof van paardenbloemen kan eten. Verder kan je gerust de roze bloemblaadjes van klaver in je mond stoppen. Ze smaken lichtzoet.

Toch is het oppassen geblazen, want soms lijken giftige en eetbare planten op elkaar. En klaver met roze bloemetjes wordt rode klaver genoemd. Dus hoe zit het dan met deze echt rode variant?

(Het is maar weer goed dat de supermarkt morgen open gaat …)

Meer energie dankzij vetverbranding

Wanneer je energieniveau hapert, beperkt dat je mogelijkheden. Sinds ik een aangepast dieet volg, val ik echter van de ene verbazing in de andere. Niet alleen zijn de aanvallen van hypoglykemie bijna verdwenen (na veertig jaar!) Nu mijn lichaam vet verbrandt, komt ook mijn normale energieniveau terug. En daarmee mijn bewegingsvrijheid.

In 2003 deed ik nog mee aan de Heuvelland vierdaagse. Dat betekent vier dagen achtereen 28 kilometer wandelen door het glooiende Limburg. Maar mijn stofwisseling werd de afgelopen jaren steeds minder efficiënt. Ik moest alsmaar meer eten om genoeg energie te krijgen. In 2016 werd een tocht van 21 kilometer mijn Waterloo. Het gebeurde in de Achterhoek; de grens was bereikt. Vanaf toen werd 18 kilometer mijn maximum.

Je gaat dan van alles verzinnen. Het zal de leeftijd zijn, of de overgang. Of je beweegt te weinig. Iemand zei dat ik wat aan mijn conditie moest doen. Dat ik al jaren voornamelijk op suikerverbranding leefde in plaats van op vetverbranding, had ik nooit kunnen bedenken. Nou ja, er kwamen wel wat kilootjes bij. Dat werd trouwens ook meteen een reden waarom ik niet meer zulke lange wandeltochten kon maken. Want die extra kilo’s sleep je mee.

Gelukkig is er nu een keerpunt bereikt. Dat was al te merken bij twee wandelingen vorige week. Eindelijk voel ik me weer energieker, en dat urenlang. Zoiets geeft zelfvertrouwen. Ja, dit biedt zelfs perspectief voor de toekomst. Als deze ontwikkeling doorzet, kan ik namelijk werk aannemen dat veel beweging vereist. Want ook dat behoorde al heel lang niet meer tot de mogelijkheden.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat drie huisartsen jarenlang van mijn stofwisselings- en energieproblemen hebben afgeweten, maar nooit adequaat hebben ingegrepen.

Oh ja, er is inmiddels vier kilo af. Wel is het morgen 3 oktober, dus dan komt er tijdelijk weer een pondje bij.