Weet wat je eet. Rundvlees 98%

Zeulend met drie tassen vol levensmiddelen verzucht ik wat een gedoe het toch is: boodschappen halen. Waarop direct het weerwoord volgt: ‘Maar stel je eens voor hoeveel werk het zou zijn als je de teelt, de productie, de verpakking en het transport tot aan de winkel van alle producten zelf zou moeten doen. Trouwens, gezeul met levensmiddelen is nogal een luxeprobleem.’

Eenmaal thuis ontstaat een nieuw idee. Want al die kant-en-klare levensmiddelen, zoals koekjes, magnetronmaaltijden en slagroomvla, wat zit daar eigenlijk allemaal in? En al die ogenschijnlijk ‘pure’ producten, zoals rundvlees, melk en trostomaten, wat is daar nog echt onbewerkt aan? Bovendien: waar ter wereld komen alle verschillende ingrediënten van de levensmiddelen in mijn drie boodschappentassen vandaan?

Weet wat je eet. Je hoort wel dat sommige stadskinderen niet beseffen dat melk uit koeien komt. Tijdens wandelingen op het platteland heb ik gemerkt dat ook niet iedere volwassene weet hoe spruitjes groeien. Van welke gewassen en voedingsmiddelen kennen we nog het groeiproces? Wie herkent alle gewassen op een akker of de fruitsoorten aan het uiterlijk van een boom? Voor mij lijkt dit een gelopen race. Als kind kwam ik regelmatig over de vloer bij boeren. Mijn vader had een groentetuin en in het buitenland heb ik veel plantages gezien. Toch stuitte ik dit jaar op een veld met lichtgroene sprietjes dat mij op het eerste gezicht onbekend voorkwam. Het bleek bij navraag het loof te zijn van teeluitjes. Kleine uitjes om grote uien mee te telen, bestemd voor akkerbouwers.

Terug naar de drie tassen. Van het eerste product dat ik bekijk, vermeldt de verpakking gelijk al meerdere onbekende ingrediënten. ‘Rundvlees 98%, natuurlijk aroma, antioxidanten. E301, E331.’ Die toevoegingen vormen samen dus de overige 2%. E331 is een zuurteregelaar. En E301? Volgens Wikipedia is dat natriumascorbaat, ofwel ‘het natriumzout van ascorbinezuur met als brutoformule C6H7O6Na.’ Juist ja.
Over welk soort rund hebben we het trouwens? Een melkkoe (van hoe oud?), een vaars, een pink, een kalf, een stier, een os, een Heckrund, zwarte Taurus, een blonde Aquitaine, een Holstein Friesian, of een ander ras? Ze vertellen ons ook niks, die vleesproducenten.

Dus wat heb ik nu allemaal in huis gehaald? Het ziet er uit als vlees, melk, vla, koek, in chocolade gedoopte kruidnootjes en speculaaskoek (Sinterklaas is in het land), brood, chips, zoutjes, zoetjes, aardappelen, groenten, appels, spekreepjes, vloeibare boter, margarine, kaas, paté, koffie, thee, port en mueslikoek. Het is te veel om apart te ontleden, maar een paar producten zal ik nauwkeuriger beschrijven.

Dierlijke producten. Rundvlees, zie boven.

De spekreepjes zijn interessant. Die bevatten, naast 95% varkensvlees en de gebruikelijke toevoegingen, ook … beukenhoutrook! Goh, wat ze er al niet in kunnen stoppen.

De weidemelk bevat evenzeer een bijzondere vermelding. Want, ik citeer AH: ‘Onze melkveehouders gebruiken uitsluitend groene stroom en zorgen goed voor hun dieren.’ Ik mag hopen dat die groene stroom voor de stallen is bedoeld en niet voor de koeien. In elk geval ontstaat er een kruidenrijk grasland en daar drinken we deze melk voor. De stroom is bij de melkproductie een dingetje tegenwoordig. (Ik heb daar andere associaties bij uit de tijd dat ik zelf koeien molk.) De slagroomvla, namelijk, wordt óók al gemaakt met gebruik van groene stroom van onze eigen Nederlandse boeren. Onze boeren kunnen alles zelf. Maar wat de wortelkleurstof caroteen doet in mijn gatenkaas (jong belegen 45+), daar heb ik werkelijk geen idee van.

Dan enkele plantaardige producten.

Royal gala, Tenroy klasse 2, NL-BIO-01. Ofwel: appels. Oorsprong teler [vermoedelijk ook oorsprong van de appels]: Italië, Santer, C-46. ‘Royal gala is een sappige handappel en heeft een toegankelijke zoete smaak met tonen van nectarine. Hierdoor is het een echte allemansvriend.’ [Citaat AH.] Geen idee wie of wat Santer is. Santer Romantic Hotel. Santer Davide boerderijvakantie. Of: Santer Hedi in South Tirol? Ik hou het op de boerderijvakantie. Ze zullen daar wel een appelboomgaard hebben. Verder geen toevoegingen, dus een puur en biologisch product.

Vastkokend, 3 kg. Het zou mijn niet verbazen als sommige jongeren geloven dat de enige twee verkrijgbare aardappelrassen ‘vastkokend’ en ‘licht kruimig’ heten. Ook ik let zelden op rassen. In dit geval bieden de kleine lettertjes op de verpakking uitkomst. Ras en land van oorsprong: Musica. Geteeld door Mts. Stegeman-Priem uit Biddinghuizen (NL).
Bij Meijer Potato lees ik dat dit ras van ‘tafelaardappels’ geliefd is bij aardappeleters. Musica is ook multi purpose en inzetbaar in de koelversindustrie. Dat laatste, daar herken ik mezelf niet helemaal in, maar deze patatten zijn goed eetbaar. Ze zijn wel een beetje fors voor een eenpersoonsdiner. Ik moet per maaltijd een stukje van elke pieper afsnijden, want één enkele aardappel minus een stukje is genoeg. Anders zit ik al gauw een kwart kilo aardappel per maaltijd weg te werken, terwijl ik er graag groente en vlees bij voeg. Van Mts. Stegeman-Priem staan foto’s op internet. Kijk, dat vind ik nou sympathiek. Je ziet waar de aardappels groeien en wie er voor zorgt.

Dan de koffie. Mijn bakkie pleur heet ‘Aroma rood, grove maling’ en verder rept de verpakking met geen woord over herkomst of ingrediënten. (Is vast foute boel.)

De thee is weer een ander verhaal. Het betreft ‘Morocco mint & spices’, ‘Perfect for a fresh bright moment after mealtime.’ Dit verzin ik niet, dat doet de fabrikant. Ingrediënten: kaneel (27%), cichoreiwortel, rozenbottel, zoethout (18%), sinaasappelschilletjes, aroma, munt (2,4%). Hoe dit tot 100% optelt, mag je zelf bedenken tijdens het brighte moment. De combinatie is redelijk Marokkaans, alleen kan ik er geen enkel theeblaadje tussen ontdekken.

Verder heb ik staan twijfelen bij de winterpeen. De verpakking toont een afbeelding van het paard van Sinterklaas op een dak bij een schoorsteen met een grote peen in zijn mond. En het bijschrift luidt: ‘Winterpeen, voor Ozosnel, het paard van Sinterklaas.’ Daarom dacht ik even dat het diervoeding was, maar deze zak lag toch echt in de mensengroentenbak. En sinds wanneer heet het paard van Sinterklaas Ozosnel?

Tot besluit een artikel met ingrediënten van zeer uiteenlopende origine: Cravingz Christmas cocomallows. (Je kan tenslotte niet vroeg genoeg met de voorbereiding beginnen.) Deze marshmallow cakejes met kokoslaag bevatten, naast een scala aan zoetwaren en E-nummerachtige toevoegingen: tarwebloem, kokosvlokken (7%), palmolie, maïszetmeel, cacaopoeder, gelatine, zout, magere melkpoeder en weipoeder (melk). Het mag dan een allegaartje zijn; van deze voedingstoffen weet ik tenminste hoe en waar ze groeien, en hoe ze worden vergaard of gemaakt.

Het andere pad, over de rivier

Na een afspraak in het Belmonte Arboretum wil ik het centrum van Wageningen bezoeken. Maar in plaats van naar rechts te gaan, besluit ik eens een onbekend pad in te slaan. De weg leidt naar de aanlegplaats van het Lexkesveer.

Zo beland ik ineens aan de overkant. Voor mij een lange brug over een ruimte voor de rivier. Achter mij het pont, dat rechtsomkeert.

Iedereen is weg. De plek is verlaten. Even voelt het alsof ik op een vakantiebestemming ben beland, zonder precies te weten wat ik ervan kan verwachten.

In de buurt ligt Randwijk, een klein plaatsje in de Betuwe. Op de dijk wordt de nieuwe oogst aangekondigd: ‘Kersen te koop. Na 150 meter rechts.’ Je kan het niet missen. Ik neem een pondje.

Daarna volgt een wandeling over de dijk richting Heteren met een pauze bij de weg naar het Renkumse Veer. Het is goed kersen eten hier.

Snakken naar een restaurant

Je zal mij niet gauw horen mopperen over die coronamaatregelen. Ik heb mij voorgenomen om er zo min mogelijk over na te denken. Daarom laat ik alles tamelijk gelaten over mij heen komen. Ut mot maar. Zoiets. En die avondklok? Het zal wel. Ik ga toch zelden naar buiten als het koud en donker is. Bovendien zijn er wel ergere dingen in de wereld.

Trouwens, in mijn jeugd, ruim veertig jaar geleden, waren winkels en veel cafés op zondag ook gesloten. Je was al blij met een pakje sigaretten uit een gevelautomaat.  Echt, ik heb barre tijden meegemaakt. Kan je na gaan welk effect dat op de ontwikkeling van mijn hersenen heeft gehad.

Maar er is één ding waar ik nu wel zeer naar verlang, en dat is de heropening van de restaurants. Ik zou bijna zeggen: zorg dat je wat gaat mankeren, zodat je naar het ziekenhuis mag. Want ziekenhuizen hebben restaurants. Vorige maand had ik mazzel, want toen had ik afspraken in het Radboud ziekenhuis. En je raadt het al, in het hoofdgebouw … hebben ze een zelfbedieningsrestaurant! Yes! Nou, dat was genieten, hoor.

Beeld je eens in. Bij het begin van het pad langs de zelfbedieningsbalie mag je zelf een dienblaadje pakken. Daarna loop je op je gemak langs al die vitrines met lekkere hapjes en andere dingen. Uiteindelijk reken je bij de kassa af. (Ik heb er een cappuccino en een saucijzenbroodje genomen. Dat weet ik nog precies.) Vervolgens wandel je met je dienblad naar het tafeltje waarop het serviesgoed en de servetjes liggen. Hier mag je ook weer zelf een selectie uit maken.

Uiteindelijk ben ik aan een tweepersoonstafeltje neergestreken met zicht op alle mensen die daar rondliepen. Echt, het gevoel dat zo’n restaurant je dan geeft. Het besef dat jij daar zit. Het was gewoon bijzonder. Wat had ik dát gemist.

De drie vliegende karpers

Veel mensen hebben moeite met de inperking van hun bewegingsvrijheid door de nieuwe lockdown. Maar wij mogen als omnivoren ook wel even stilstaan bij wat wij dieren aandoen.

Wist je dat veel vissen hun leven lang in overvolle kweekvijvers moeten rondzwemmen? En dat zij dat ook weleens zat zijn? Soms hebben ze echt enorm behoefte aan een verzetje. Dus als ze de kans krijgen, dan gaan ze vliegen. Kijk maar eens goed. Hier zie je er drie.

Zwemherten lappen regels aan hun laars

Soms staan er nieuwsberichten in de krant die ondenkbaar zouden zijn in menig ander land. Dat komt omdat wij Nederlanders ons postzegeltje grond moeten delen met miljarden andere wezens. Vanzelfsprekend geeft dat weleens problemen. Daarom hebben wij een sterke behoefte aan regels. Vooral nu er weer van die eigenwijze zwemherten zijn in Flevoland.

‘Ze maakten gebruik van een nieuw ecoduct, trokken zich niks aan van de afspraak dat dit maar aan een paar herten was toegestaan en zwommen door het Veluwemeer naar de overkant.’, schrijft Onno Havermans in Trouw, 4 augustus 2020.

Die herten moeten echt eens leren lezen. Want, en ik citeer: ‘Onze insteek is de nulstand.’, volgens Arnold Michielsen, voorzitter van LTO Noord in Flevoland. Hij stuurde namens LTO Noord een brief naar de provincie.

De Vereniging Het Edelhert (VHE) denkt hier toch wat genuanceerder over: ‘Op termijn moet dus rekening worden gehouden dat er soms een edelhert het randmeer oversteekt. Dit vraagt om afstemming met de provincie.’ Zo valt te lezen in het jaarverslag 2019-2020.

Laten we overschakelen naar de provincie. ‘We hebben wel beleid, maar dat geldt voor de edelherten in de Oostvaardersplassen.’, erkent Yang Yang Chiu, woordvoerder van gedeputeerde Harold Hofstra.

Maar ja, die recalcitrante zwemherten raadplegen nooit een plattegrond en ze lezen geen enkel beleidsdocument.

Jan Griekspoor, faunacoördinator Gelderland en Flevoland bij Staatsbosbeheer, weet hoe dit komt. ‘Je houdt ze niet tegen, afschot maakt niet uit. Jonge dieren gaan op pad, dat is de kracht van de natuur.’

Volgens mij verdient het artikel ‘Flevoland verdeeld over zwemherten’ van Onno Havermans de hoofdprijs 2020 voor het prachtigste proza in komkommertijd.

Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

De drie akkers: rood – wit – blauw

Op een landgoed hier in de buurt is het elk jaar een verrassing wat er op de akkers zal groeien. Ondanks de recente droogte, is het graan nu rijp en bloeien de planten. Ik nam er foto’s van en ontdekte thuis een onderling verband. Rood – wit – blauw. Maar dat niet alleen.

Het rood is van de bloeiende rozen op een militaire ‘dodenakker’. Dat is de christelijke benaming voor een begraafplaats. Hier rust een dode ‘als een graankorrel in de aarde’ om op de dag des oordeels op te staan voor het eeuwig leven.

Zo komen we uit bij dit blonde koren. Een voedingstof waar de mensheid al eeuwen op leeft. Dit graan groeit als een dichte vacht op het veld, en is inmiddels onder het mes verdwenen.

Blauw, ten slotte, kleurt deze akker met phacelia, een bloeiende groenbemester. Eerst mogen de bijen ervan smullen. Daarna wordt de plant met bloem en al ondergeploegd om als voedingstof voor het volgende gewas te dienen. Graan misschien, wie zal het zeggen?