Doet AH aan profiling?

Bij de zelfscankassa van Albert Heijn is het voor de vijfde keer raak sinds corona uitbrak. Op het display verschijnt een melding dat ik moet wachten op een medewerker. Kort daarna staat er iemand naast mij: tassencontrole. Er is niets aan de hand, maar ik voel mij ongemakkelijk. Want hoe komt het dat ik er zo vaak wordt uitgepikt?

‘Ik’ is hier misschien te persoonlijk opgevat. Het is logisch dat er af en toe controles zijn. Waarschijnlijk verschijnen die meldingen willekeurig om de zoveel klanten en dan is deze frequentie gewoon toeval. Alleen … is dat wel zo?

Bij de tweede keer vertel ik de medewerkster dat het opmerkelijk wordt. Het is een vaste medewerkster, afkomstig uit Oost-Europa. Volgens haar ligt het ‘aan het systeem’. Oei. Zo’n standaardreden, uit de mond van iemand uit een voormalige communistische regio. Daar krijg ik acuut onaangename associaties bij.

Bovendien bestaat er niet zoiets als een neutraal systeem. Achter elk systeem gaan algoritmes schuil die door mensen van vlees en bloed ontwikkeld zijn. Dus welke criteria zijn er van hogerhand ingevoerd? Zij wijst op het toeval van een selectie ‘at random’.

Bij de derde keer vertelt een andere medewerkster dat het kan liggen aan mijn bonuskaart. Heb ik daar iets aan gekoppeld? Jawel, een Air Miles kaart. Zij raadt aan om een nieuwe bonuskaart te gebruiken, omdat er soms problemen zijn wanneer er airmiles gekoppeld zijn. Hier wacht ik nog even mee. Thuis check ik eerst wat Albert Heijn weet over mij. Voornaam, e-mailadres en woonadres. Dat is alles wat mijn klant‘profiel’ op internet laat zien.

Bij de vierde keer ben ik het zat en doe ik mijn beklag bij de servicebalie. Een medewerkster geeft mij het telefoonnummer van de filiaalmanager. Wanneer ik hem bel, weet hij niet hoe snel hij mij moet doorverbinden met een kassamedewerker. Deze medewerker vertelt na enig aandringen dat iemand vaker kan worden geselecteerd in geval van een eerdere ‘foutieve controle’. Hm, nu wordt het interessant. Ik heb nooit een ‘foutieve controle’ gehad. Bij mijn weten, althans.

Volgens diverse winkelmedewerkers kunnen zij niets doen om het probleem te verhelpen. Daarvoor moet ik contact opnemen met de klantenservice van Albert Heijn. Ik vraag aan enkele kennissen of zij regelmatig controle krijgen. Dat blijkt niet het geval. Enkele dagen verstrijken en prompt krijg ik bij het eerstvolgende winkelbezoek wéér controle!

Na die vijfde keer bel ik alsnog met de klantenservice van Albert Heijn. De medewerkster hoort mij aan en wijst eveneens op de willekeur van het systeem. Volgens haar kan niemand in de winkel via mijn bonuskaart mijn gegevens zien. En de zelfscankassa kan dat evenmin.

Nu is er één probleem: dit geloof ik niet meer. Ik denk dat Albert Heijn aan ‘profiling’ doet en mijn straat te min vindt. Zo ver is het nu dus al gekomen.

Of zou het toch aan die gekoppelde Air Miles kaart liggen? (Maar als dat een algemeen bekend probleem is, waarom lossen ze het dan niet op? En waarom krijg ik regelmatig de standaardvraag of ik airmiles wil verzilveren, waarna ik op ‘Ja’ klik en dan lees dat er onvoldoende saldo is? Volgens de kassamedewerker is dat ‘normaal’ in het systeem. Hier kunnen de winkelmedewerkers ook niets aan veranderen.)

Of zou ik te veel ‘ongebruikelijke’ bewegingen maken bij de zelfscankassa? Zoals: een lege tas uit een lege tas halen. Of: de bonuskaart uit mijn portemonnee vissen en daarna diezelfde portemonnee in mijn jaszak stoppen. Of, nog gekker: met een struikje broccoli naar de weegschaal lopen voor een prijskaartje met een streepjescode. Camera’s registreren tenslotte alles. Hoeveel ‘unauthorised movements’ zou je mogen maken bij de zelfscankassa voordat je als ‘suspect object’ wordt aangemerkt?

Echt, na vijf meldingen ga je de raarste dingen verzinnen. Maar ik heb inmiddels wel van de klantenservice begrepen dat de winkelmanager de ‘strengheid’ van het controlesysteem zelf kan instellen.

De drie akkers: rood – wit – blauw

Op een landgoed hier in de buurt is het elk jaar een verrassing wat er op de akkers zal groeien. Ondanks de recente droogte, is het graan nu rijp en bloeien de planten. Ik nam er foto’s van en ontdekte thuis een onderling verband. Rood – wit – blauw. Maar dat niet alleen.

Het rood is van de bloeiende rozen op een militaire ‘dodenakker’. Dat is de christelijke benaming voor een begraafplaats. Hier rust een dode ‘als een graankorrel in de aarde’ om op de dag des oordeels op te staan voor het eeuwig leven.

Zo komen we uit bij dit blonde koren. Een voedingstof waar de mensheid al eeuwen op leeft. Dit graan groeit als een dichte vacht op het veld, en is inmiddels onder het mes verdwenen.

Blauw, ten slotte, kleurt deze akker met phacelia, een bloeiende groenbemester. Eerst mogen de bijen ervan smullen. Daarna wordt de plant met bloem en al ondergeploegd om als voedingstof voor het volgende gewas te dienen. Graan misschien, wie zal het zeggen?

Het bewijs zit in de complottheorie

Wat irritant zeg. Het bewijs ligt voor het grijpen en toch zie ik het niet. Want wie heeft hier nu het meeste baat bij? Wie gaat hier bij winnen? Kijken we naar de usual suspects, dan komen we direct uit bij de Chinezen, de Russen, de Amerikanen, en Iran misschien. Je zou zeggen dat de Chinezen zijn begonnen, maar dat geloof ik niet. Nee, ik denk eerder aan Rusland. Daar zijn ze al jaren bezig om de boel te destabiliseren. En ze kunnen heel geraffineerd te werk gaan, als ze dat willen.

Toch zou het wel degelijk China zelf kunnen zijn. Ik bedoel, met zo’n enorme bevolking kijken ze niet op duizend man meer of minder. Die paar doden zijn gewoon collateral damage. Het landsbelang gaat voor alles. Toch? Maar wat is hier dan precies het belang van dat land? Hun eigen economie is flink ontregeld. Belangrijker: ik zie geen concrete lange-termijnwinst. Oké, ze mogen nu voor de hele wereld gezichtsmaskertjes fabriceren. Maar partijpolitiek gezien is dat futiel.

Amerika dan? Zou dat land in China hebben zitten stoken? Ik bedoel: chemische oorlogsvoering bestaat al eeuwen. Doen die Amerikanen het niet met hun crystal meth, dan doen ze het wel met andere middelen. De bron van dat virus is nog altijd niet vastgesteld, of wel soms? Dus je weet maar nooit. Hoewel, Trump is best gevoelig voor zijn eigen belang. Er komen nu vast minder bezoekers in dat Mar-a-Lago van hem. Daarom is hij natuurlijk zo pissig op ons Europa. Ja, met de vinger wijzen kan ‘ie wel.

Nee, dan die Russen. Echt: hou die lui in de gaten. Ik blijf er bij. Hun schurkenstaat wil ons onderuit halen. En gluiperig als ze zijn, doen ze net alsof zij het niet zijn. De huichelaars. Dus hebben zij zeker dat virus in China losgelaten? Ik zie ze daar wel voor aan, hoor. Kijk maar naar Italië. Dat was toch al een economisch wrak. Koud kunstje om zo’n land nog verder aan het wankelen te brengen. Je pakt gewoon de enige functionerende regio aan en huppatee, daar gaan ze. Dit is typisch de Russische aanpak.

Maar dan nog. Zo’n nieuw virus is en blijft onvoorspelbaar. Voor hetzelfde geld komt het als een boemerang terug naar je eigen land. Daarom denk ik toch dat we het in een andere hoek moeten zoeken. Want als er ergens geld mee valt te verdienen, dan is dat wel met gezondheidszorg. En zeg je gezondheid, dan zeg je medicijnen.

Oh ja, ik heb ze heus wel door, hoor, die smiechten. En maar doen alsof ze zo gemutlich zijn. Ja ja. Maar ondertussen. Tenslotte is dat ook het land van de sjoemelsoftware. Ja echt, ik voel het aan alles. Nu ben ik op de goede weg. Wat een rotstreek om die arme Italianen zo zwaar te treffen. Kunnen ze wel, hè. Precies het land waar de allermooiste auto’s vandaan komen. Ferrari’s en Maserati’s en Lamborghini’s. Concurrenten dus. Wat smerig zeg.

Maar hoe zit het nu met die gezondheidszorg? Even denken. Medicijnen …

Ach so, naturlich, das stimmt genau! Bayer. Had dat bedrijf niet onlangs Monsanto ingelijfd? Aha, aha. Hm. Hmmm. Het is toch zo dat slangengif gebruikt kan worden als antidotum? Check. En het is toch zo dat Monsanto die fabrikant is van Roundup, met glysofaat of zo? Dat spul waar al die rechtszaken over worden gevoerd, omdat je daar zo ziek van wordt. Het leek mij nogal een miskoop van Bayer. Maar is dit wel zo?

Hm. Bayer en Monsanto.

Monsanto en Bayer. Hm.

Oh, en Trump heeft ook Duits bloed.

Hè gatsie, dit gaat mijn pet te boven. Hoe zit het nou?

Feiten over nomadische veeteelt versus beeldvorming

Mijn log van gisteren bevat een sterk voorbeeld van de valkuilen bij beeldvorming op basis van herinnering. Ik schreef over veehouders die in Sub-Sahara Afrika met hun dieren onbegrensd naar voedsel en water moeten kunnen trekken. Daar heb ik bepaalde bedenkingen bij. Alleen, hoe zat het ook alweer precies?

Het venijn schuilt in de alinea waarin ik oorspronkelijk uitging van the tragedy of the commons. Ofwel: het idee dat als iedereen onbeperkt een gemeenschappelijke bron mag gebruiken, niemand zich daarvoor verantwoordelijk voelt. Denk aan weidegrond, rivieren, lucht en oceanen. Zonder regels wordt de oceaan leeggevist, de weide overbegraasd en raakt de rivier vervuilt. In Azië, Afrika en het Midden-Oosten heb ik daarvan voorbeelden gezien.

Nu de beeldvorming. Ik herinner mij kaal gegeten semi-woestijngebieden, waar te veel veehoeders met hun kuddes kwamen. En ik herinner mij recente berichtjes over loslopende wilde geiten op Curaçao. Die vreten alles op het eiland kaal. Maar de lokale bevolking kookt graag stoofpotjes van dat goedkope geitenvlees. Dus vindt iedereen het wel best zo. Vervolgens combineer ik de tragedy of the commons met de Curaçaoenaren en de rondtrekkende veehouders in Afrika. Alleen blijft er iets knagen. Want: is dit wel het juiste verhaal?

Nee dus. Daarom ben ik gisteren heerlijk zoet geweest met een mini-onderzoek naar de tradities van rondtrekkende veehouders. Zo las ik hoe veehouders in semi-droge gebieden bijdragen aan natuurbehoud. En ik ontdekte welke complexe afspraken zij van oudsher onderling maken. De gedachte achter de tragedy of the commons zelf is een valkuil, waar al menige bestuurder en wetenschapper in is getrapt.

Dit maakte direct herinneringen los aan mijn ervaringen binnen de ontwikkelingssector. Want natuurlijk passen Afrikaanse herdersvolken zich al eeuwen aan hun grillige leefomstandigheden aan. En natuurlijk hebben ze een fijnmazig stelsel van omgangsvormen en regels. Anders zouden ze daar moeilijk kunnen overleven. Sterker: ik heb in een Keniaans wildpark zelf geitenbokken met schortjes gezien, voor geboortebeperking en tegen overbegrazing. Daarover waren met de herders afspraken gemaakt.

Evengoed slaat Mattea Weihe de plank mis met haar opvattingen en grenzen. Ze gaat voorbij aan sommige omstandigheden die sinds de pre-koloniale tijd drastisch zijn gewijzigd. Die zijn onomkeerbaar. En ze gaat voorbij aan het eeuwenoude aanpassingsvermogen van nomadische veeboeren. Idealiter krijgen deze mensen dankzij nieuwe afspraken met huidige belanghebbenden nog voldoende ruimte voor hun vee. Ook in Nederland zitten de laatste traditioneel werkende schaapsherders in de knel.

De vraag is echter vooral waar en welke vorm van veeteelt houdbaar zal blijken. Intensief, extensief, of een tussenvorm. In de nabije toekomst wordt iedereen gedwongen tot aanpassing. Met de toenemende verwoestijning ontstaan er wellicht elders nieuwe kansen voor veehouders die al aan droogteperiodes gewend zijn. Daar kunnen de nomaden in Sub-Sahara Afrika zich alvast op bezinnen.

De hoeveelheid vruchtbare grond voor gewassen en veeteelt neemt wereldwijd af door bebouwing, vervuiling en erosie. En nog niet alles kan uit kassen komen. Daarom is meer bebouwing voor bedrijven en nieuwkomers op Nederlandse vruchtbare grond voorlopig wel het stomste wat we nu kunnen doen.

Een plek waar je het vee kan laten eten

‘Vindt u dat landen open grenzen zouden moeten hebben?’, vraagt Colin van Heezik in VPRO Gids nummer 7, 2020, aan intercultureel mediator Mattea Weihe, die vluchtelingen op de Middellandse Zee helpt. ‘Ja. Grenzen zijn een raar concept. De grenzen in bijvoorbeeld Sub-Sahara Afrika zijn door de koloniserende landen gemaakt: rechte lijnen, totaal arbitrair. Mobiliteit heeft niks te maken met grenzen: als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten. En grenzen leiden vaak tot etnische conflicten.’ Mattea is 28 jaar oud.

Ik blijf een beetje hangen bij die plek waar veeboeren hun dieren kunnen laten eten. En ik moet denken aan die loslopende geiten op Curaçao, die daar alles kaal vreten. Alles, inclusief de oorspronkelijke flora, met als neveneffect verlies van de oorspronkelijke fauna. Blijkbaar voelt niemand zich verantwoordelijk voor het publieke terrein daar.

Vervolgens denk ik aan het communal land in Afrikaanse landen, waar (herders)volken van oudsher gebruik van maken. Dat wil zeggen: op basis van ongeschreven afspraken (o.a. Kenia); of op basis van woongebied en etniciteit (o.a. Tanzania). De precaire balans wordt door overbegrazing makkelijk verstoord. Met schaarste en etnische conflicten tot gevolg. Ja, ook zonder die landsgrenzen.

De kaarsrechte grenzen, waarop Mattea doelt, zijn inderdaad door de vroegere kolonisators getekend. Maar in de meeste gevallen kregen Afrikaanse bestuurders daar al meer dan vijftig jaar geleden volledige zeggenschap over. Jonge Afrikanen beseffen inmiddels dat hun regeringsleiders ook een hand in eigen boezem mogen steken.

De Afrikaanse geschiedenis, die van voor de Europeanen kwamen, wordt gekenmerkt door migratiestromen van diverse volken. De ene keer verliep het contact met de al aanwezige bevolking vredelievend. De andere keer sloegen ze elkaar de hersens in en maakten de winnaars de verliezende partij ondergeschikt of tot slaaf. Het schijnt bij de menselijke aard te horen. Dit komt in de hele geschiedenis en overal ter wereld voor.

Wat ook al eeuwen bestaat, zijn de wisselingen der seizoenen. Wij kennen de lente, zomer, herfst en winter. Andere werelddelen kennen het natte en het droge seizoen. Is er een uitzonderlijk goed jaar, dan worden de kuddes van veehouders groter. En passant draagt het vee van rondtrekkende herders bij aan diversiteit van de begroeiing. Volgt er een extra lange droogteperiode, dan sterft er bovengemiddeld veel vee. Of de veehouders moeten met verlies een deel van hun kuddes verkopen.

Vooral herdersvolken spreiden daarom hun risico’s. Ze houden bijvoorbeeld verschillende diersoorten. Ook maken ze onderling complexe afspraken over toegang tot waterbronnen en weidegronden. Dit betekent wel dat ze nieuwkomers kunnen uitsluiten. Vluchtelingentransport is voor nomaden in de Sahara trouwens momenteel een lucratieve bron van (neven)inkomsten.

Bij schaarste ontstaan er makkelijk conflicten tussen gevestigde en rondtrekkende veehouders. Naar verwachting zal dit vaker gaan voorkomen, onder meer door bevolkingstoename, klimaatverandering en land grabbing.

Mijn vroegere werkgever financierde al twintig jaar geleden drought cycle management programma’s. Die zijn bedoeld om traditionele veehouders en nomaden weerbaarder te maken, en om hen alternatieven te bieden. Ook bestaan er handleidingen voor goed bestuur over gemeenschappelijke gronden, mede gebaseerd op de kennis van herdersvolken.

Verandering in denken komt langzaam. En het zal helemaal lang duren als mensen van 28 jaar oud steeds weer ingesleten opvattingen herhalen en niet verder kijken dan naar wat er precies in hun straatje past.

Vluchtelingen zijn voor iemand als Mattea een verdienmodel en academisch promotiemateriaal. Dat zie ik nu. Maar ik ben dan ook twee keer zo oud. Op haar leeftijd had ik mij uit bevlogenheid en idealisme misschien eveneens blind gestaard op die oude clichés.

Overigens zou ik al die Nederlandse koeien, varkens, kippen en geiten weleens op de boot willen zien, wanneer alle veehouders tegelijk gaan rondvaren naar de landen waar het veevoer vandaan komt. Want: ‘als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten.’

Als in een Amerikaans shopping center

Ze zitten aan de overkant van het gangpad, in de bus vanaf station Westervoort. Zij is een donkere vrouw met Mickey Mouse knotjes in haar haar en hij is een jonge man. De vorm van zijn blanke gezicht verraadt sporen van vermenging, maar ik kan hem niet direct thuisbrengen. Ze spreken Engels met elkaar. Zijn Engels klinkt Amerikaans. De bus rijdt naar Duiven Centerpoort Noord; zo’n bedrijventerrein annex meubelboulevard.

Ze zijn op weg naar IKEA en ik moet er uit bij dezelfde bushalte. Dit is een handig bedrijventerrein. Mijn keuken en diverse woonaccessoires komen hier vandaan. Vandaag ga ik naar een beddenzaak toe. Vermoedelijk verdwijnt het laatste aardappelveld tussen Westervoort en Centerpoort Noord spoedig onder een nieuw gebouw.

Eigenlijk is de route saai. Maar dan draait de bus naast Intersport het terrein op. Daar waar de Gouden Bogen van McDonalds overal bovenuit torenen en de grote bedrijfsgebouwen vol in zicht komen. De jonge man raakt helemaal opgewonden. ‘This place looks like an American shopping center!’, exclameert hij verrukt. Hij begint nog net niet te stuiteren wanneer IKEA recht voor ons opdoemt.

Ach, hoe aandoenlijk. Zou hij veel heimwee hebben? Want laten we wel wezen. Deze bedrijfspanden en parkeerterreinen zijn toch miniversies van wat je aantreft in Amerika. Geluk schuilt in kleine dingen, ook al gaat het om megavestigingen op een bedrijventerrein.

Iedereen vindt hier wat herkenbaars. Ondanks heimwee kan je je prima thuis voelen in dit kikkerland. Al is het maar voor even. Ook ik haal reisherinneringen op in shopping malls bij Starbucks en McDonalds.

Smakelijk eten uit lang vervlogen tijden

Anno nu ligt het voedsel uit de hele wereld voor het grijpen in de supermarkt. Vruchten uit Azië, groenten uit Latijns Amerika en knollen uit Afrika. Je moet bijna zoeken naar wat er van oorsprong in de Hollandse pot zat. Fushion-gerechten vieren hoogtij. Maar is dit fenomeen wel zo nieuw? Gisteren bezocht ik een boeiende lezing door culinair historica Christianne Muusers in Museum het Leids Wevershuis. Zij vertelde dat men in de middeleeuwen al een grote variëteit aan ingrediënten kon kopen.

Ons idee is dat er vroeger weinig variatie was. Dat klopt slechts ten dele. Arme mensen aten vooral wat lokaal werd geproduceerd. Zij konden weinig exotische ingrediënten betalen. Maar de rijken hadden al vroeg een ruime keuze. Tal van ingrediënten raakten echter in onbruik na de middeleeuwen. Denk aan de zogenaamde ‘vergeten groenten’. Ook het huidige aanbod op de afdeling vleeswaren is in die zin een teken van verschraling. Waar zijn de zwaan en de varkenspootjes gebleven?

Exotische kruiden en specerijen waren van oudsher zeer duur. Tot de glorietijd van de VOC moest elk onsje over land worden vervoerd via de zijderoute. Daarna bracht de VOC onder meer kaneel en kruidnagel in grotere hoeveelheden op de markt voor een kleiner prijsje. Mede hierdoor verdrongen dergelijke specerijen de oorspronkelijke en vergelijkbare ingrediënten. Exotisch pittig (peper) verving inheems pittig (mosterd). Toch waren ook de oudst bekende smaakmakers vaak al eerder van elders ingevoerd.

Smakelijke verhalen en eeuwenoude recepten staan op Christianne’s website Coquinaria. Na de lezing was er een kleine proeverij van vlees-met-vis pasteitjes, hutspot zoals die in 1574 waarschijnlijk werd samengesteld (Leidens Ontzet!), marsepeinen egeltjes en hypocras (‘godendrank’ ofwel gekruide wijn). Die wijn smaakt zowel lekker als naar medicijn. Dat laatste is niet vreemd, wanneer je bedenkt dat er medicinale krachten aan kruiden werden ontleend.

Zoek je inspiratie voor een origineel kerstdiner, dan kan je op haar website je hart ophalen. Begin vroeg met de voorbereiding, want het kost tijd om de minder bekende ingrediënten bijeen te brengen.