Triomferen is triomf vieren

Zwarte Dodge RAM 1500

Eigenlijk zou ik mijn tas alvast moeten pakken om naar sport te gaan. Normaal zou ik nu een hapje eten, een trainingslegging aantrekken en dan het huis verlaten. Maar alles verloopt ineens anders vandaag. Dit is volkomen onverwacht de dag geworden waar ik maanden op heb gewacht.

Die dag waar ik zo veel moeite voor heb gedaan. Waarvoor ik heb moeten strijden en met de stelligste vasthoudendheid heb moeten doorbijten. Laat dit een lesje zijn voor eigenzinnige en autoritaire heren: never underestimate a pitbull in dameskleren. Want vandaag behaal ik eindelijk mijn grootste triomf in tijden.

Van deze triomf laat ik geen seconde onopgemerkt voorbij gaan. Elk moment wil ik uitgebreid vieren.

Oh, wat klinkt dat toch heerlijk; het geluid van die ronkende graafmachine. Zucht, wat kan ik intens genieten wanneer twee mannen voor mij aan het werk gaan. En ze mogen er wezen ook. Die twee in het zwart geklede stoere kerels. En het is warm vandaag, dus wordt de kleding almaar schaarser.

Ach, het genoegen dat het mij doet, om ze met elkaar te horen praten. Over hoe diep die put ligt. En over hoe ver ze voor de nieuwe buis moeten graven. Zelfs de diesellucht komt mij tegemoet als ware het een vleugje van het zoetste parfum. Geen seconde hiervan wil ik missen.

Hmmm. 😉

Volgers weren van je blog

Beginnende bloggers hopen vaak op veel volgers. Zodra het aantal ergens op lijkt, zie je de teller trots prijken op hun site. Ook geven (succesvolle?) bloggers tips over hoe je zo veel mogelijk volgers krijgt. Want veel = succes, blijkbaar. Vandaag ga ik tegen deze gangbare stroom in. Want hoe leuk is het eigenlijk om veel volgers te hebben? En is reacties ontvangen altijd wel zo fijn?

Sinds de lancering van Raam Open komen er regelmatig nieuwe volgers bij. Na twee weken schreef ik in Jubileum van mijn weblog over mijn eerste ervaringen daarmee. Een half jaar later volgde Diepgang op een blog, onder meer over hoe onvoorspelbaar volgers kunnen zijn. En in Wanhopig op zoek naar aandacht? klinkt het eerste geluid over de keerzijde van ‘populair’ zijn. Want door sommige mensen wil je niet worden gevonden.

Het kan erger dan een volger krijgen die zich mooier voordoet dan hij is. Enkele bloggers hebben last van spammers, zo weet ik. Dat zijn mensen die doorlopend reageren en hen achtervolgen op ieder forum. Anderen krijgen een lading bagger over zich heen, omdat hun mening afwijkt van ‘de norm’.

Zelf heb ik een paar volgers gehad met tamelijk extreme opvattingen. Ik wilde niet met hen worden geassocieerd en daarvoor heeft WordPress een oplossing. Achter elke naam op de volgerslijst staat een rode knop met ‘verwijderen’. Dat die knop bestaat, zegt al genoeg.

Volgers hebben hun eigen motieven om je blog te lezen en daar op te reageren. Sommigen gedragen zich als een vriendin of deskundige, terwijl ze jou niet kennen. Dat kan flink gaan schuren. Zie Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen. Ook in Bloggen over gevoelige onderwerpen benoem ik minder leuke kanten, zoals agressieve reacties ontvangen. Gelukkig komen die zelden voor.

Volgers kunnen zich echter onbedoeld hinderlijk gedragen en juist daar worstel ik mee. Ik schrijf onder meer over persoonlijke zaken. Het is dan tamelijk storend wanneer iemand zomaar wat roept dat er niet toe doet. Of erger: als iemand steevast met zijn eigen verhaal reageert en verder mijn bestaan negeert. Ik wil mij als blogger prettig voelen bij mensen die meelezen.

Overigens besef ik dat zulke reacties kunnen voortkomen uit eenzaamheid. Uit sociale onhandigheid, autisme, of gewoon onbewust gedrag. Maar als dezelfde volger herhaaldelijk zo reageert, krijg ik daar onherroepelijk moeite mee. En dan verlies ik de lust om nog langer te bloggen.

Als blogger moet je soms keuzes maken. Zie je lijdzaam toe hoe een volger het reactieveld van jouw blog steeds gebruikt op een manier die jou stoort? Of grijp je in?

Applaus voor militairen

Defile bevrijdingsdag 2019 Wageningen 09

Voor het eerst ga ik op Bevrijdingsdag naar Wageningen toe. Ik sta langs de route van het defilé; Hotel De Wereld is vlakbij. Zodra de eerste militairen naderen, begint het publiek te applaudisseren. Van de weeromstuit klap ik mee. Terwijl het toch niet mijn gewoonte is om te klappen wanneer ik militairen zie.

Militairen in het straatbeeld ken ik alleen van mijn verblijf in post-conflictgebieden. Van die oorden in het Midden-Oosten, waar ze met machtsvertoon over de gewapende vrede heersen. En in Afrikaanse landen, waar je militairen liever omzeilt. Want je weet nooit.

Ik weet hoe echte explosies klinken, in de verte. En ik weet dat je binnen moet blijven als de bevolking of de ambassade dat zegt. Verder reikt mijn ervaring niet met levensbedreigende conflicten. Ik was geen lid van de belangrijkste risicogroep. Of ik hoorde bij de ‘goeden’. Maar je weet het nooit, in dat soort oorden. De situatie kan zomaar veranderen. En misschien hebben ze geld nodig.

Je weet evenmin wat ze hebben meegemaakt en wat ze hebben gedaan. De mensen in het defilé zijn de ‘goeden’. Terwijl op bordjes namen staan van landen die vragen bij mij oproepen. Nu, met de huidige kennis van onze koloniale geschiedenis. In hun tijd werd daar anders tegenaan gekeken. Zij deden hun plicht en wat goed was.

Het moet wat met je doen, als je een wapen in handen hebt. Militairen hebben hun eigen codes en hun trots. Ik zou voorlopig niet zonder militairen willen.

Militairen hebben hun trauma’s. Ze zijn zelf pionnen op een schaakbord. Ze doen het vuile werk voor ons. Hoe lang nog?

Rijtjeshuizen verschillen in WOZ-waarde

Met de WOZ-waarde van mijn huis heb ik een wat schizofrene relatie. Aan de ene kant wil ik dat de waarde hoog wordt ingeschat. Dat geeft een rijk gevoel en het is gunstig bij een toekomstige verkoop. Aan de andere kant wil ik een passend bedrag aan belasting betalen, gebaseerd op een reële waarde. Maar hoe wordt die waarde bepaald? Dat maakt de overheid redelijk inzichtelijk. Voor mij heeft die transparantie een extra voordeel.

Neem nu de website WOZ Waardeloket. Daar kan je je adres intypen (of dat van je buren, als je nieuwsgierig bent). Vervolgens zie je de WOZ-waarde. Weet wel waar je aan begint. Soms zijn de bedragen jaloersmakend. En je verwacht dat huizen van dezelfde soort en afmetingen ongeveer evenveel waard zijn. Toch zie je aanzienlijke verschillen.

De gemeente kijkt voor de waardebepaling naar verkoopprijzen in het Kadaster en verzamelt vraagprijzen van woningen die te koop staan. Veel informatie komt van internet. Daarnaast kan de gemeente zelf taxaties uitvoeren en informatie opvragen over de omstandigheden rond de verkoop. Verliep die bijvoorbeeld onderhands of openbaar? De gemeente checkt of de nieuwe eigenaar de woning verbouwt of opknapt. (Al vraag ik mij wel af hoe, als dat voornamelijk binnenshuis gebeurt.)

Verder kijkt de gemeente naar specifieke kenmerken. Zoals: het woningtype, de grootte van de woning, de grondoppervlakte, het bouwjaar en de ligging. In de huidige woningmarkt wegen kwaliteit en de onderhoudstoestand zwaar. Nieuwe eigenaren willen er zo in kunnen. Ze lenen voor de koopsom al maximaal.

Kenmerken als goede isolatie, energiezuinige verwarming en een nieuwe badkamer beïnvloeden de verkoopbaarheid. En daarmee de markt- en WOZ-waarde. Aan woningverbetering kleeft dus een wrang aspect. Maak je iets moois van een ‘opknappand’, dan betaal je gelijk meer belasting.

Bij ons rijtje huizen zie je grote verschillen. Voor een deel is dit verklaarbaar. Een aantal panden is in de loop der tijd flink vergroot en opgeknapt. In enkele gevallen werd de WOZ-waarde door goede verkoopprijzen opgekrikt. Een pand was kennelijk te hoog ingeschat en werd € 35.000 minder waard. Daar zijn de nieuwe eigenaren al maanden bezig om de boel leefbaar te maken.

De grootste verrassing zit echter in de absurd lage WOZ-waarde van mijn buurmans’ pand. Die ene van de rioolperikelen. Had de gemeente daar eerder naar gekeken, dan was meteen duidelijk geworden wat er bij hem speelt. De omgevingsdienst heeft nu stappen gezet, maar er wacht nog een dossier. In verband daarmee werkt die WOZ-waarde mooi in mijn voordeel.

De pijn van het niet worden gezien

Op een zonovergoten zaterdag wandel ik met een vriendin op de Veluwe. We kennen elkaar goed, maar minder lang dan de vriendin die ze onlangs aan een ziekte verloor. Het verdriet van de laatste maand, het afscheid en de emoties hebben er ingehakt. Ook hebben gesprekken met de naaste familie en vrienden het nodige losgemaakt. Tijdens een uitvaart staan we vaak stil bij wat er vroeger is gezegd of voorgevallen.

Opeens, onderweg langs een bosrand, komt het er uit. De ontboezeming die alles verklaart. Alles waar ik al jaren vragen over heb. Situaties uit verhalen en opmerkingen waarvan ik denk: ‘Waarom reageer je zo? Waar komt dit vandaan? Er moet iets zijn gebeurd. Lang geleden of in kleine voorvallen tijdens de loop van je leven.’

Verbaasd dat de herinnering nu zo plotseling opdoemt, overdenkt ze haar houding naar haar jongere zusje toe, vroeger, en wat daarachter schuilging. Ik wacht af of het kwartje valt, want dit is nogal een kwestie. In zo’n situatie komt het volledige besef pas als je kan bedenken welke impact je eigen gedrag op de ander heeft gehad. En als je daarna onder ogen komt wat daarvan de gevolgen zijn voor beide partijen.

We blijken iets te delen. We kennen allebei de pijn van het niet worden gezien. Bij haar begon dat met haar zusje, dat een niet verlegen lachebekje was. Bij mij begon het op een onbekend moment. Maar ik weet hoe het voelt als er steeds iemand anders geliefder is dan jij. (Ongeacht of dit werkelijk zo is of niet.) Denk aan het mooiste meisje van de klas. Zo iemand die als een magneet alle aandacht naar zich toetrekt en de beste kansen krijgt.

Er is ook een verschil. Ik ben vast weleens jaloers geweest, maar ik herinner mij vooral gelatenheid en pijn. En ik herinner mij nog iets. Namelijk dat het leven van het mooiste meisje van de klas evengoed strontvervelend kan zijn.

Mijn schoolvriendinnetje op de kleuterschool had blonde krullen en guitige kuiltjes in haar wangen. Zij kwam uit een groot gezin met veel broers die haar op handen droegen. Op de lagere school blonk datzelfde vriendinnetje uit in sport. Ik kon haar onmogelijk bijbenen. Bij andere schoolvriendinnen waren de verschillen kleiner.

Toen de pubertijd begon, veranderde alles. Te beginnen met een grote school waar ik mij verloren voelde tussen de veel gehaaidere stadskinderen. En ineens werden jongens belangrijk, dus ook mijn uiterlijk. Het is niet zo dat ik onopgemerkt bleef. Andere meisjes waren wel extraverter of sociaal vaardiger. En een aantal van hen zag er al vroeg vrouwelijker uit. Daarnaast kregen zij meer nieuwe kleding en accessoires van hun ouders dan ik. Maar bovenal wist ik mezelf geen houding te geven en leefde ik in een fantasiewereld.

Nog altijd kan ik die periode moeilijk doorgronden. Maar toen is het fundament gelegd voor een overtuiging waar ik lang in heb geloofd. Namelijk dat het niet uitmaakte wat ik deed, omdat er toch altijd iemand anders leuker, intelligenter of aantrekkelijker was dan ik. En het is in werkelijkheid vaak genoeg gebeurd. Dat ik net in gesprek was met een leuke man en dat er dan weer zo’n vrouw tussenbeide kwam. Bepaalde vrouwen gaan over lijken om hun zin te krijgen. En sommige mannen zijn zo godsgruwelijk simpel als ze worden geconfronteerd met vrouwelijke schoon.

Dat werd mij pas goed duidelijk toen ik zelf de school- en uitgaansvriendin werd van het mooiste meisje van de klas. Misschien ben ik daar de ideale persoon voor. Want zo’n meisje heeft weinig echte vriendinnen. Veel jongens zijn verliefd op haar. Maar hoe leuk zijn die jongens als je ze beter leert kennen? En wie kijkt voorbij haar uiterlijk en ziet haar als persoon?

In die periode was ik herhaaldelijk blij dat ik minder aantrekkingskracht had dan zij. Mannen kunnen irritant opdringerig worden en zich bij afwijzing obsessief gedragen. (Feitje: mannen die op vrouwen met grote borsten vallen, zijn relatief vaker seksistisch en agressief naar vrouwen toe.) Daarnaast hoef ik niet in het middelpunt van alle belangstelling te staan. Later was het in het buitenland soms een groot voordeel dat ik minder snel opval. Mijn donkere haar en gewonere uiterlijk hebben diverse onveilige situaties voorkomen.

Toch wil iedereen graag worden gezien en gehoord. ‘Kreeg ik maar eens de kans om uitgebreid met een man kennis te maken zonder dat er andere vrouwen bij zijn’, dacht ik op een gegeven moment. Toen die kans zich eindelijk voordeed, was het gelijk raak ook. We zaten urenlang vastgegespt naast elkaar in het vliegtuig van Athene naar Singapore en konden geen kant uit. 😉

Evengoed krijg ik soms een hele dwarse oprisping. Met name bij succesvolle mannen. Van die goed verzorgde types die al vroeg een imponerende functie krijgen, en dus geld, en het vanzelfsprekend vinden dat hen een mooie vrouw toekomt. Ik was niet in beeld toen ik jonger was. Inmiddels zijn zowel de kinderen als vrouw nummer één de deur uit. Vrouw nummer twee ook.

Nu ben ik degene die nog steeds haar meisjesachtige zandloperfiguur heeft en haar natuurlijke haarkleur. Dus denken ze weleens …

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Verder kijken dan het eigen ik

The problem with closed minded people, is that their mouth is always open.’ Anonymus.

Vorige week hadden we een gevalletje eenrichtingsverkeer in de wandelgroep. Zo noem ik iemand die helemaal vol in van zichzelf. Ik heb helaas geleerd dat je zulke mensen beter niet kan aankijken, hoe hard ze ook proberen om aandacht te krijgen. Om het even van wie. Dus toen we voor de lunch bij de herberg aankwamen, hadden zij en ik nog nauwelijks een woord gewisseld.

Binnen trek ik met veel moeite mijn natte regenbroek over mijn stroeve schoenen uit. Het is een gedoe en ik krijg het er warm van. Mevrouw heeft daar echter geen oog voor. Ze komt vlak voor me staan met haar smartphone en toont een foto. ‘Kijk eens wat een mooi pakje mijn dochter voor mijn kleinzoon heeft gemaakt!’ Ik ken deze vrouw dus amper. En zij kent mij al helemaal niet. Voor haar ben ik slechts een praatpaal.

Gelukkig is er deze keer een psychiatrisch verpleegkundige bij. ‘Ze kan niet verder kijken dan haar eigen ik.’, zegt zij even later tegen mij.

Autisme of een andere psychische aandoening in de persoonlijkheidssfeer ligt misschien voor de hand. Maar ik zoek al jaren naar alternatieve verklaringen voor dergelijk gedrag. Is het eenzaamheid, behoefte aan erkenning, leegte, stuurloosheid, onzekerheid, angst om zichzelf onder ogen te komen, PTSS, …? Wellicht spelen deze factoren mee in de volgende situaties:

 

Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen

‘Een goede reden om iemand te onderbreken is wanneer die de vraag niet beantwoordt. Dat komt geregeld voor: mensen zijn uitgenodigd, ze gaan er eens lekker voor zitten, en draaien hun eigen verhaal af, want dat is ze verteld door communicatiespecialisten: ‘blijf bij je boodschap’. Daar heb ik weinig geduld meer mee, … Dat mag ook best hoorbaar zijn op de zender.’ NPO Radio 1 presentator Lara Rense vertelt in Sir Edmund van 19 januari 2019 over het perfecte onderbreken. Ze somt haar tactieken op, variërend van charmant hinten tot keihard ingrijpen. Over dat laatste: ‘Je kunt dat prima doen, vooral omdat de luisteraars het ook horen. Luisteraars vertellen geregeld dat ze in de auto tegen de radio zitten te schreeuwen: Hij geeft geen antwoord! Afkappen!’

Een van mijn doelen met Raam Open is lezers aanzetten tot nadenken met mijn ideeën en waargebeurde anekdotes. Ik zie dat inderdaad weleens gebeuren. Of ze mijn opvattingen delen, is niet het belangrijkste. Ik wens vooral dat lezers mentaal in beweging komen. Vaak gaat het om iets wat ze tot dan toe vanzelfsprekend vonden. Een onderwerp of handelswijze waar ze nooit bewust bij stilstonden. Als ze dan een keer van focus veranderen, gaat er een Raam Open. In praktijk komt dit soms neer op iemand een spiegel voorhouden. Dat kan leuk en verrassend uitpakken, maar ook confronterend werken.

Misschien wil ik toch enige invloed hebben. Niet per sé op bepaalde mensen, maar meer op het grotere geheel. Ik kan het als realistische wereldverbeteraar niet laten om het te proberen. In het klein, want het moet wel haalbaar blijven. Een enkel steentje in de rivier kan al genoeg zijn.

Wel vraag ik mij af of sociale media daarvoor het goede instrumentarium zijn. Want we kennen elkaar niet of nauwelijks. En er bestaan al zo veel onuitgesproken verwachtingen. Die hebben we allemaal en dat zijn de echte killers in communicatie. Wat je vindt mag je houden, schreef Jan van Koert. Hij heeft daarmee een punt, vind ik. 😉

Bovendien: welke pet hebben we als blogger op achter de laptop? Die van een journalist? Die van een vriendin? Die van een deskundige/adviseur? Of die van iemand die oefent met een communicatiestijl? Wanneer ik blog, heb ik afwisselend één van deze petten op. En soms alle vier tegelijk.

Kijk je naar het soort reacties dat bloggers ontvangen, dan zie je grote verschillen. Een van mijn favorieten in dat opzicht is het blog Mainzer Beobachter van oudheidkundige Jona Lendering. Dan heb ik het over een wetenschappelijk blog van een man die oneindig veel kennis heeft en die soms ook nog iets persoonlijks schrijft. Over zijn belevenissen met het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Hij ontvangt hoofdzakelijk reacties die echt ter zake doen, waarschijnlijk vooral van vakbroeders en andere kenners. Ofwel: van lezers die de pet van deskundige op hebben.

Bij anderen zie je vooral de petten van maten of vriendinnen onder elkaar. Bij dergelijke blogs is het wel een vraag wie nu echt een goede vriend of vriendin is. Volgens mij bestaat een vriendschappelijke relatie altijd uit min of meer gelijkwaardig tweerichtingsverkeer. Dat betekent dat de een zich inleeft in de ander en de ander in de een. Dit is dus zo’n onuitgesproken verwachting waarbij het zomaar mis kan gaan.

Helaas zie ik vaak dit: ‘Oh meid, dat heb ik ook allemaal moeten doorstaan. Want toen ik …’ Die reactie vind ik uitermate tricky. Want voordat je het weet, wals je met je eigen verhaal over dat van de ander heen. Met reden luidt een oude etiquetteregel dat je de eerste zin van een brief never nooit begint met ‘ik’. Zelfs geen eerste zin in een brief aan een vriendin. Wordt deze regel tegenwoordig eigenlijk nog onderwezen? Of hebben docenten dat vanwege de invloed van sociale media maar opgegeven?

Wat je vooral ziet, is dat vriendinnen herkenning zoeken bij elkaar. Hier doe ik zelf ook aan mee. Het is een vorm van binding en dit kan je beschouwen als een verkapte behoefte aan bevestiging. Vooral bij mensen die iets naars doormaken (ziekte, ontslag, et cetera) lees je in de reacties veel medeleven.

Daarnaast zie ik dat in vriendschappelijke reacties op blogs dingen worden verzwegen. (Hier is mijn pet van de journalist/onderzoeker/medewerker communicatie weer.) Dat zijn soms dingen die ik wel uit zou willen schreeuwen. Omdat het zo zichtbaar is wat er werkelijk speelt, terwijl niemand de vinger op de zere plek durft te leggen. Uit angst de ander te kwetsen. Of omdat de ander advies als een klap in het gezicht kan ervaren. Met de mantel der liefde wordt veel toegedekt. Terwijl ik mij serieus afvraag of je iemand daar echt mee helpt.

Welke pet draag jij wanneer je logjes leest van mij?