De Einzelgänger

Voor het eerst in 2,5 jaar tijd zijn we als groep weer bijeen. Eén van ons is sinds de vorige bijeenkomst weggevallen. De op-één-na-oudste. De oudste ging haar al voor. We zijn allemaal nauwelijks veranderd. Maar van één weten we allemaal dat dit weleens de laatste keer kan zijn.

De avond ervoor bedacht ik dat ik het nu moest vragen, als ik het nog weten wou. Want hij is een enigma. Al zestien jaar lang. Altijd heel rustig, altijd heel stil. Soms ineens een grapje makend, evenals prachtige fotografie. Aardige vent, leuke vent ook. Maar ik ken hem niet.

Dus vroeg ik het, toen er een pauze in de gesprekken rondom de tafel viel. ‘Jullie zullen het wel een rare vraag vinden, maar ik wil hem toch stellen.’ Ik keek hem aan, hem alleen, en vroeg: ‘Wie is T. nou?’

Zijn vrouw zat naast hem en draaide zich een kwartslag naar hem toe. Rustig achteroverleunend en wachtend op wat volgen zou. De rest van de groep keek al even nieuwsgierig toe.

Nadat hij de tijd had genomen om zijn woorden goed te ordenen, kwamen ze er één voor één uit. Alle kenmerken die inderdaad zo kenmerkend voor hem zijn. Vooral nu hij het zelf zei.

Ik vond het eerste kenmerk dat hij noemde het mooist. Gewoon, omdat hij het over zichzelf durfde te zeggen, zonder dat er een negatieve connotatie bij kwam. ‘Einzelgänger.’

Zou ik dat voortaan ook over mijzelf mogen zeggen, of is dit nog altijd sociaal-maatschappelijk onacceptabel voor een vrouw?

Er is iets aan het veranderen

Er was een aanloopje voor nodig, maar het lijkt erop dat ik een goed schrijfritme te pakken heb gekregen. Niet hier, maar op mijn andere website. Als je een massa informatie hebt verzameld, en vervolgens voor een andere wijze van presenteren kiest, dan vergt dat in praktische zin nogal een omschakeling. Het belangrijkste is wel om steeds te bedenken hoe ik het verhaal wil vertellen. Ja, chronologisch. Dat is makkelijk. Maar met welke insteek? En met welke zin begin je?

Een van de grootste hindernissen heb ik nu achter de rug. Dat was één van de hoofdonderwerpen in het verhaal waarop ik vorig jaar bijna vastliep. Het was te omvangrijk en er is al 3.200 keer door anderen in boekvorm over gepubliceerd. Vanzelfsprekend ging ik dat heel anders doen. Maar hoe? Uiteindelijk vond ik de juiste vorm. Namelijk: door exact te benoemen wat het probleem was (de onoverzichtelijkheid van de situatie). En door er letterlijk met een wijde boog omheen te gaan (qua perspectief).

Inmiddels heb ik een line-up gemaakt van onderwerpen voor de eerstvolgende twintig logjes. Die line-up is flexibel. De line-up is gebaseerd op een overkoepelend verhaal, met een tijdlijn, een logische opbouw, een aantal micro-onderwerpen die in een soort kader-logjes op een gepast moment ingevoegd worden, en een aantal kleinere verhaallijnen van personen en sub-onderwerpen die regelmatig op verschillende locaties terug zullen komen. Daarin verweven komen tussendoor ook periodieke overzichtjes. Bovendien verbind ik alles met verwijzingen naar relevante pagina’s en logberichten. De verhaallijnen heb ik in mijn hoofd.

Mijn nieuwe schrijfritme werkt als volgt. Eerst kijk ik naar het volgende onderwerp in de line-up. Dan sprokkel ik alle relevante stukjes uit mijn ‘verzameld bronmateriaal’-document bij elkaar. Die plak ik in mijn ‘website logjes’-document. Dan lees ik alle stukjes nog eens door. Daarna ga ik er een nachtje over slapen. Meestal heb ik de volgende ochtend wel globaal een idee van wat ik wil vertellen. En dan schrijf ik beetje bij beetje alle snippers informatie aan elkaar. Althans, dat is de bedoeling.

Het schrijfproces laat zich niet forceren. Ik moet in een soort ontspannen-constructieve-positieve-creatieve gemoedstoestand verkeren. Dat werkt het beste. Zo niet, dan wordt het een eindeloos gepruts met woordjes heen en weer schuiven en veel blindstaren. Maar het allerbelangrijkste is het inspiratiemoment. Het moment waarop ik een ingeving krijg voor de juiste insteek of voor de eerste zin.

Wat trouwens meehelpt, is dat anderen mijn onderzoek serieus nemen. Daardoor gaat het schrijven met de dag beter.

Even doorbijten en dan verdergaan

Vandaag heb ik een klus geklaard, waarvan ik vond dat ik die moest doen. Vooraf had ik al een vermoeden van wat mij te wachten zou staan. Namelijk iets vernemen wat ook bij sollicitaties gangbaar is. Dus 101 varianten op ‘U past niet in het profiel.’ Daarom moest ik mij mentaal wel even voorbereiden. Dat ging goed. Uiteindelijk werden het een paar varianten minder. Nu kan ik met mijn leven verdergaan.

Grappig trouwens, dat een van de organisaties streeft naar een wereld waarin iedereen meedoet.

Winterkunst – Airbrush staarten op mijn raam

Vorige week plaatste ik hier al een staaltje winterkunst van ijs op mijn raam. Dat was nog maar een klein deel van wat er op het zolderraam was te zien. Hierboven staat een ander deel. Deze enigszins bevreemdende foto toont de staarten van ringstaartmaki’s. Ik heb ze in Madagaskar in het wild gezien.

Deze ijsstaarten zijn getekend door de wind. Ofwel: met een natuurlijke airbrush pen. Volgens Wikipedia is de airbrush verfspuit uitgevonden in 1879. Volgens mij is die airbrush-pagina geschreven door een blanke meneer. Alsof de Australische Aboriginals deze techniek niet al 35.000 jaar langer hebben gehanteerd.

De cadeautjes van het voorgaande jaar

Gevoelig als ik ben voor jaarwisselingen en voor goede afrondingen, wil ik elk nieuw jaar beginnen met een schone lei. Dat is onbegonnen werk. Toch blijf ik het proberen, want ik geloof oprecht dat dit belangrijk is. Onopgeloste problemen zijn cadeautjes voor het nieuwe jaar, meent een andere blogster. Zij is nogal van de mindfulness.

Op weg naar 2021 kon ik bitter weinig waardering opbrengen voor haar ‘wijsheid’. Naast het gedoe van enkele al langer lopende kwesties, was in december ook een serieus oogprobleem begonnen. Op de eerste gewone werkdag in januari moest ik meteen naar de oogarts toe. Zelden ben ik zo beroerd en ongerust een nieuw jaar ingegaan als 2021. 2021, dat zou wat gaan worden. En jawel: op mijn intuïtie kan ik blindvaren.

Dus ben ik afgelopen december weer keihard bezig geweest met opruimen. Met afhandelen. Met in gang zetten. Met keuzes maken, onverbiddelijk als het moest. Met afronden, en deze keer goed. Zonder enige scrupules en rücksichtslos, als de situatie daarom vroeg. Alles, maar dan ook alles om geen herhaling van 2021 te krijgen. En dat is gelukt. Ik kan het nu al voelen. Never underestimate datgene wat je gevoel zegt dat je doen moet.

Na de recente opschoonacties keer ik terug naar de basis. Voor 2022 wens ik de hele wereld de wijsheid toe van Max Ehrmann. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Update van een luie blogster

Het heeft wel wat, hoor, zo’n blogopruiming. Je komt nog eens wat tegen waarvan je denkt: Goh, dat is handig. Die tekst kan ik mooi aanvullen en dan op mijn andere website plaatsen. En wanneer je voor een nieuw logje een passende foto zoekt, duik je gewoon in het archief met gewiste foto’s. (Deze tip is minder raadzaam voor wie veel langdurige volgers heeft.) Maar bovenal geldt: less is more! Vooral wat kwaliteit betreft, want alleen de betere logjes en foto’s blijven. Dat maakt ze gelijk sneller vindbaar.

Nu de halve inhoud van Raam Open is verdwenen, heb ik de Pronkkamer opnieuw ingericht. Wellicht wil je daar eens een kijkje nemen?

Verder heb ik Over mij een update gegeven, al is de aanvulling bescheiden.

Tot besluit nog dit. Een tijd lang heeft een vroegere volgster overvloedig op vrijwel ieder bericht gereageerd. Zo vaak, dat het leek alsof mijn blog compleet werd overgenomen. Afgaande op haar blog, heeft zij inmiddels meer innerlijke rust gevonden. Ik heb haar schrijfsels gewist, want Raam Open is mijn speeltuin. De Reactieregels zijn onveranderd en zullen in de komende jaren ook zo blijven. 😉

Een vorm van vrouwenhaat

Qua kennis en kunde worden vrouwen standaard lager ingeschat dan mannen; zowel door mannen als door vrouwen. Een gevolg hiervan is dat vrouwen zich veel nadrukkelijker moeten bewijzen om serieus genomen te worden. Dat blijkt uit een onderzoek waarnaar eind vorig jaar werd verwezen in een krantenartikel over de positie van Nederlandse vrouwen. Het artikel heb ik niet bewaard. Wel herinner ik mij, dat er elders in die tekst het woord ‘vrouwenhaat’ staat.

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is bij mij het kwartje gevallen. Dat artikel werd een openbaring en het werd een verlate gewaarwording. Want sinds dat artikel besef ik pas, dat het stelselmatig minder serieus nemen van vrouwen feitelijk één van de subtielere gedaanten vormt van vrouwenhaat. Daar moest ik dan bijna 58 jaar oud voor worden.

Vrouwenhaat heb ik altijd geassocieerd met de extremere uitwassen, zoals ik die voornamelijk ‘ken’ uit een aantal ontwikkelingslanden. Het woord riep bij mij ook beelden op van zwaar gefrustreerde blanke Amerikaanse mannen. Bepaalde ultra-conservatieve Trump-stemmers, bijvoorbeeld. Maar vrouwenhaat als fenomeen in Nederland? Daar had ik zelf geen ervaring mee, dus daar kon ik mij minder makkelijk iets bij voorstellen.

Tot dat artikel. Ineens vielen diverse raadselachtige puzzelstukjes op hun plek. En ineens verscheen daar die rode draad tussen de losse voorvallen.