Als de zoon van de buurman

Hoe zou het zijn, als je kind bent van ouders die zich niet geliefd maken bij de buren? Je moeder is inmiddels overleden. Zij stond bekend als een moeilijke vrouw. Dat was ze al voordat ze steeds meer ging mankeren. En je vader is nu hoog bejaard. Hij kan botte uitspraken doen en star reageren. Dat zeg je zelf.

Hoe zou het zijn, als zoon van ouders die met jou en je zussen nauwelijks contact onderhouden? Je vader belt enkel wanneer hij je nodig heeft. Je spreekt hem verder alleen indien je hem zelf belt. Nooit zal hij uit zichzelf vragen hoe het met je gaat. Het lijkt hem niet te interesseren. Een van je zussen ziet hij nooit. Wel kwam je jongste zus enige tijd wat vaker bij hem logeren. Maar dat was omdat zij hier tijdelijk studeerde.

Je bent een man van begin vijftig. Samen met je zoon werk je in je vaders’ tuin wanneer de buurvrouw naar je toe komt. Je kent haar niet en ze vraagt of je familie bent van haar buurman. Want in de vijf jaar dat zij hier woont, heeft zij jullie hier nog nooit gezien. Je bevestigt de onderlinge verwantschap.

Waarna de buurvrouw vraagt of je vader over haar verteld heeft. Je hebt inderdaad iets vernomen over problemen met de riolering. Je ziet hoe gespannen zij is, maar ook dat ze met je wil praten. Ze begint over de erfgrens en over wat er volgens haar mis is.

Zou je zo vaker worden benaderd, als je ouders het bij anderen verpest hebben? Zouden sommigen je er persoonlijk op aankijken? Zou je je er opgelaten door voelen, in het bijzijn van je zoon? Zou je koel blijven? Zou je tegen opmerkingen ingaan? Of zou je ze bevestigen, mits zaken kloppen en er rustig over wordt gesproken?

Zou je je voor je ouders schamen? [‘Is mijn vader lastig?’, vroeg hij later aan mij, toen de spanning eenmaal was verdwenen.]

Of ervaar je opluchting, als je eindelijk met de buurvrouw over de situatie kan praten? Omdat je als enige van de kinderen verantwoordelijkheid voelt voor je vader. En omdat er direct herkenning ontstaat, wanneer je open en eerlijk bent.

Jij en je zussen hadden gehoopt dat vader zich als weduwnaar vrijer zou gedragen. Want de laatste jaren van haar leven moest hij vooral voor moeder zorgen. Maar hij onderneemt niets. De wil is er niet meer.

[‘Het zal waarschijnlijk niet lang meer duren.’, zegt de zoon zachtjes, zodat de vader het binnen niet kan horen.]

Als in een Amerikaans shopping center

Ze zitten aan de overkant van het gangpad, in de bus vanaf station Westervoort. Zij is een donkere vrouw met Mickey Mouse knotjes in haar haar en hij is een jonge man. De vorm van zijn blanke gezicht verraadt sporen van vermenging, maar ik kan hem niet direct thuisbrengen. Ze spreken Engels met elkaar. Zijn Engels klinkt Amerikaans. De bus rijdt naar Duiven Centerpoort Noord; zo’n bedrijventerrein annex meubelboulevard.

Ze zijn op weg naar IKEA en ik moet er uit bij dezelfde bushalte. Dit is een handig bedrijventerrein. Mijn keuken en diverse woonaccessoires komen hier vandaan. Vandaag ga ik naar een beddenzaak toe. Vermoedelijk verdwijnt het laatste aardappelveld tussen Westervoort en Centerpoort Noord spoedig onder een nieuw gebouw.

Eigenlijk is de route saai. Maar dan draait de bus naast Intersport het terrein op. Daar waar de Gouden Bogen van McDonalds overal bovenuit torenen en de grote bedrijfsgebouwen vol in zicht komen. De jonge man raakt helemaal opgewonden. ‘This place looks like an American shopping center!’, exclameert hij verrukt. Hij begint nog net niet te stuiteren wanneer IKEA recht voor ons opdoemt.

Ach, hoe aandoenlijk. Zou hij veel heimwee hebben? Want laten we wel wezen. Deze bedrijfspanden en parkeerterreinen zijn toch miniversies van wat je aantreft in Amerika. Geluk schuilt in kleine dingen, ook al gaat het om megavestigingen op een bedrijventerrein.

Iedereen vindt hier wat herkenbaars. Ondanks heimwee kan je je prima thuis voelen in dit kikkerland. Al is het maar voor even. Ook ik haal reisherinneringen op in shopping malls bij Starbucks en McDonalds.

Over man/vrouw-prestaties gesproken

Geef drie voorbeelden van iets wat niet is gelukt in je leven. Dat vroeg Elizabeth Day aan succesvolle mensen. Zij is auteur van het boek Durf te falen. Volgens haar kijken mannen wezenlijk anders naar het concept ‘falen’ dan vrouwen.

Vrijwel alle vrouwen ‘zeiden ze dat ze zo veel mislukkingen hadden gekend dat ze geen idee hadden hoe ze die tot de vereiste drie moesten terugbrengen.’ De meeste (maar zeker niet alle) mannen daarentegen ‘antwoordden dat ze zich afvroegen of ze wel echt ergens in mislukt waren en dat ze wellicht niet helemaal de juiste gast voor haar podcast waren.’ (Artikel Succes met falen, VPRO-gids # 4.)

Vrouwen wijten mislukkingen vaak aan zichzelf, terwijl mannen sneller wijzen naar anderen of omstandigheden. Ook kunnen vrouwen falen doordat zij zich onvoldoende profileren. Vroeger was bescheidenheid een vrouwelijke deugd; nu is dat een probleem. Je moet zichtbaar maken wat je presteert, anders worden je daden over het hoofd gezien.

Sommige mannen gaan nog een stap verder. Die beweren al dat ze wat presteren voordat ze ook maar iets hebben gedaan.

Levenslessen: (4) Met kennis sta je sterk

De vierde les in mijn persoonlijke serie belangrijke levenslessen begint met een definitie. Want wat maakt een les eigenlijk tot levensles? Veel algemeen bekende levenslessen zijn gevat in oude spreekwoorden. Zoals: ‘kennis is macht’. Blijkbaar hebben die zichzelf bewezen. Daarbij gaat een levensles dieper dan iets wat je toevallig door ervaring hebt geleerd.

Volgens mij is de definitie van een levensles: een geïnternaliseerde wetenschap die tot overtuiging is getransformeerd. Zo. En een overtuiging vergeet je niet. Daar lééf je naar. Afijn, hier komt de volgende:

Levensles 4. Met kennis sta je sterk

Kennis is ook macht, natuurlijk. Maar dat spreekwoord associeer ik met de uitoefening van macht. Dit terwijl voor mij de nadruk ligt bij persoonlijke sterkte en kracht. Je staat sterk wanneer je ergens veel van af weet. Dankzij kennis kan je de wereld om je heen doorgronden en begrijpen. Hierdoor kan je met zelfvertrouwen (een mentale vorm van kracht) een degelijk onderbouwd verhaal vertellen.

Met de juiste kennis kan je eveneens een aantrekkelijke baan verwerven. Daarnaast zullen anderen jou moeilijk onzin kunnen verkopen, want jij kent de feiten. Feiten die je van alle kanten hebt onderzocht en bewezen. Daardoor sta je met kennis sterk. Bijvoorbeeld in een rechtszaak.

Niet dat je daarmee automatisch gelijk krijgt. Dat is weer een ander verhaal. Of eigenlijk: een volgende levensles. Er bestaat evengoed verschil tussen kennis en wijsheid. Bij wijsheid gaat het vooral om wat je doet met de opgedane kennis.

Dus: kennis is handig ter verdediging of bescherming. Kennis kan je ver brengen. En sowieso is kennis vergaren leuk.

Levenslessen: (2) Blijf jezelf trouw

‘Wat is de belangrijkste les in jouw leven?’ Deze vraag uit een kaartspel stimuleert mij om een aantal fundamentele lessen uit persoonlijke ervaringen samen te brengen. De afgelopen zes jaar benoemde ik al diverse levenslessen op Raam Open. Ze staan echter verspreid en ze zijn vaak slechts terloops vermeld. Vandaar deze serie over mijn belangrijkste levenslessen tot nu toe. Gisteren verscheen de eerste.

Levensles 2. Blijf jezelf trouw

Ach, wat frappant nu toch. Zoekend naar de juiste beginwoorden spiek ik bij de Top 5 redenen voor spijt. En jawel hoor, daar staat hij pontificaal op nummer 1: ‘Ik wou dat ik de moed had gehad om trouw aan mezelf te leven; dus niet het leven had geleid dat anderen van mij verwachtten.’

Vooral die verwachtingen van anderen veroorzaken een eeuwige worsteling. Want we zijn sociale wezens. We willen aardig gevonden worden. We willen er bij horen. Et cetera. Bovendien hebben we niet alles voor het zeggen. In bepaalde situaties moeten we ons wel aanpassen. Gewoon, om ons kostje te verdienen of zelfs om te overleven. Dus schuiven we onze normen en waarden opzij. Tijdelijk, uiteraard. En daarom negeren we – voor zolang als dat nodig is – we wie we ten diepste zijn. Heel legitiem allemaal. Maar jezelf verloochenen wreekt zich altijd.

Blijf jezelf trouw. Daarin hebben de meesten van ons een lange weg te gaan. Om te beginnen: weten we eigenlijk wel wie we zijn? Ik schreef meermaals over jezelf kennen en jezelf trouw zijn. Een mooi log is Spiritualiteit – Vargtimmen. En deze gaat over ontwikkeling: Verlegen door het leven gaan.

Verder zijn relevant: Ben je wie je wil zijn?, Behoefte aan erkenning en waardering en Veranderende spiegeling van ons zelf. Humoristisch is dit log over een acteur die heerlijk de draak steekt met zichzelf: Rambo is toch een rolmodel voor mij. Als laatste ter inspiratie een dude die werkelijk trouw is aan zichzelf: De schilder.

Jezelf trouw blijven. Dat klinkt alsof je jezelf ten koste van de ander voorop stelt. Toch denk ik dat de ander uiteindelijk gebaat is bij de ‘ware’ versie van onszelf. Als je jezelf voor de gek houdt, of een rol speelt, dan ben je evenmin eerlijk tegen de ander. Die krijgt zo geen kans om jou echt te leren kennen. En om trouw te zijn aan de persoon die je wezenlijk bent.

Blijf in denken en doen dicht bij jezelf. Dat vergroot je kans op ontplooiing en op ontmoetingen met de juiste mensen. Hoe beter je tot je recht komt, hoe meer gemoedsrust en tevredenheid dat oplevert.

Een telefoontje maakt het verschil

Is het echt zo’n groot probleem? In het ergste geval ben ik duizend euro kwijt en wordt dit een heel gedoe. Op een mooie decemberdag bestel ik bij Expert een nieuwe wasmachine. Via de website van deze witgoedketen plan ik gelijk de levering en plaatsing. Kort daarna belt de winkelier. Of het twee dagen later mag. Dat mag. Meneer benadrukt dat ik langer garantie krijg, als ik de machine bij de producent registreer.

Deze wasmachine is bij uitstek geschikt voor op een houten vloer. Daar heb ik dit merk speciaal voor uitgezocht. In de week voor kerst zal het apparaat worden gebracht en een timmerman maakt dan een klus af. Bij elkaar stemt dit tevreden.

Op woensdagochtend komen de bezorgers. Oude machine naar beneden; nieuwe machine naar zolder. Ik loop gelijk met hen mee naar boven, om te volgen wat ze doen. Mijn splinternieuwe wasmachine komt op een houten vloer te staan, met daaroverheen harde, vaste vloerbedekking.

Wat opvalt, is dat de monteur geen waterpas gebruikt en niets met de pootjes doet. Dus vraag ik of de wasmachine zo stabiel staat. Hij pakt hem aan de bovenkant beet, maakt een schuddende beweging zonder dat het apparaat zich verroert, en zegt dat hij vast staat. Oké. De monteur start een reinigingsprogramma en vertrekt met zijn maat.

Zodra ze weg zijn, leg ik een knikker op het apparaat. De knikker blijft rustig liggen. Ook neem ik de gebruikshandleiding door. Ergens staat iets over pootjes instellen en dan een schroef tegen de onderkant van de machine vastdraaien. Dit ter voorkoming van trillingen. Maar terwijl de machine zijn programma afdraait, is het aangenaam stil. Hij werkt en ik vul op de website het registratieformulier in.

Bij de eerste wasbeurt gaat alles goed, tot hij begint te centrifugeren. Dan maakt hij kabaal en schudt flink heen en weer. Het schudden is aanzienlijk erger dan bij mijn oude wasmachine. Niet normaal meer. Gelukkig staat het apparaat op stroeve vloerbedekking en verschuift hij niet. Maar alles trilt. Ik kan zelfs voelen hoe de plafondplaten van de ondergelegen badkamer vibreren. Het is tamelijk beangstigend.

En het benauwt mij steeds meer. Niet alleen vanwege de vloer, maar ook vanwege potentieel gedoe met de fabrikant en de winkelier. Zij gaan vast naar elkaar wijzen, of zeggen dat het wel aan mijn vloer zal liggen.

Wie moet ik trouwens bellen? De e-mail komt uit ’s-Heerenberg. Op de meegestuurde factuur staat Rheden als filiaal, waar ik de machine ook besteld. De man die mij belde, deed dat vanuit Doetinchem. En de monteur komt van de winkel in Dieren. Of moet ik contact opnemen met het hoofdkantoor van de importeur?

Op vrijdagochtend bel ik het nummer in Doetinchem. Het is op dat moment topdrukte in de winkel. Ik vertel over mijn bevindingen en vraag wat daaraan gaat worden gedaan. De medewerker luistert met een half oor.

En jawel: ‘Als u stoeptegels onder de machine legt, vermindert dat de trilling.’ Plus, nadat ik vertel dat ik vrees voor schade aan mijn vloer: ‘U kunt de machine intussen best gebruiken; een beetje trilling is normaal.’ Extra complicerend is dat ik nergens anders in huis een wasmachine kwijt kan. Hij moet dus wel op die houten vloer staan.

Maar meneer zal overleg plegen en mij spoedig terugbellen, wat hij inderdaad doet. Hij meldt dat hij een mailtje naar de importeur heeft gestuurd. (Dus nu is het gepingpong begonnen. Want het is toch de monteur van de winkelier die de wasmachine heeft geïnstalleerd?) ‘Het komt goed’, zegt hij.

Voor de zekerheid bel ik een kwartier later of hij een cc-tje kan sturen. Helaas, het betrof het webformulier van de importeur. ‘Dat komt wel goed.’ Zou het? Ik ben alles behalve gerust dat mijn klacht correct is verwoord, en vul ook zelf dat formulier in. Intussen is de importeur die vrijdagmiddag telefonisch onbereikbaar. Zo ga ik gespannen het weekend in.

De onrust verergert helemaal, als blijkt dat ruilen of retourneren bij de winkelier niet langer mogelijk is. Want, instinker: zodra je een apparaat voor garantie bij de producent hebt geregistreerd, neemt de winkelier hem niet meer terug. Is dat gangbaar? Dit had ik totaal niet verwacht.

Afijn, vandaag sprak ik eindelijk een medewerkster van de importeur. Echt, wat kan één zo’n gesprek een verschil maken. Deze medewerkster toonde begrip en luisterde beter naar mijn verhaal. Ze bevestigde meteen dat de pootjes van een nieuwe wasmachine moeten worden afgesteld. En zij snapte hoe vervelend het is als je van de één naar de ander wordt gestuurd. Over een week komt de monteur. Als de machine inderdaad onzorgvuldig is geplaatst, stuurt de importeur de rekening naar de winkelier.

Nu maar hopen dat het goedkomt.