Zelf zorgen voor koelte in huis en tuin

Verkoeling Libanese methode: dikke gordijnen buiten voor het balkon.

Komend weekend wordt het weer warm. Dan is een beetje koelte en schaduw in huis en tuin wel zo prettig. Na het eerdere gepruts met doeken, stokken, knijpers en touwtjes, kreeg ik vanmorgen een paar ingevingen. Van een lange doek en een oud gordijn heb ik twee perfect passende schaduwdoeken gemaakt. Dat is heel eenvoudig.

(Voor geïnteresseerden hier een korte werkbeschrijving. Meet goed uit hoe lang de doek moet zijn. Check waar de haakjes, lusjes of oogjes ter bevestiging moeten komen. Bijvoorbeeld alleen op de hoeken, of op specifieke onderlinge afstanden. Knip (voor lusjes) twee veters door midden. Vouw (voor hoekbevestiging) een klein stukje van elke hoek van een doek of gordijn dubbel. Naai de vier veterkoordjes als een lus op de omgevouwen hoeken vast. Steek voor extra versterking een grote veiligheidsspeld door het doek en de vastgenaaide veters heen. En klaar is je schaduwdoek.)

Zo heb ik een lang schaduwdoek gemaakt voor de hortensia’s en een luifel voor aan de schuur. Nu nog twee extra palen in de achtertuin. Dan kan ik voor de schuur heerlijk in de schaduw zitten. Een strategisch geplante boom zou trouwens nog beter werken, maar mijn papaja is nog in de groei.

Voor het woonkamerraam ga ik een buitengordijn maken. Het meest effectief is namelijk om warmte van buitenaf te weren. (Witte muren, luiken voor de ramen, sedum op het dak, bomen rondom het huis.) Bij tropische temperaturen scheelt dat veel.

Tijdens de extreme hitte was het hier 39 graden in de schaduw. Toen heb ik een witte flanellen hoeslaken aan de buitenkant om mijn dakraam gespannen, evenals katoenen doeken buiten voor de slaapkamer- en woonkamerramen gehangen. Verder heb ik ’s morgens al vroeg het hele huis gelucht en de boel vanaf 08.00 uur potdicht gehouden. Dat leverde een verschil op van 14,5 graden tussen de binnen- en buitentemperatuur! Op de begane grond, weliswaar. Op zolder werd het warmer.

Van oorsprong had mijn 109-jaar oude huis houten luiken voor de ramen. In het kader van energiebesparing zouden die wederom handig zijn. Ze houden het huis ’s zomers lekker koel en tijdens winteravonden extra warm.

Bij elkaar kosten een schaduwdoek, een luifel en een buitengordijn mij niets. De oude doeken/gordijnen en schoenveters had ik nog liggen. Dergelijke artikelen komen altijd een keer van pas. Naaigaren en veiligheidsspelden ook. Mijn probleem is opgelost en de bewaarde spullen krijgen een tweede leven. Dat stemt tevreden.

Meer energie dankzij vetverbranding

Wanneer je energieniveau hapert, beperkt dat je mogelijkheden. Sinds ik een aangepast dieet volg, val ik echter van de ene verbazing in de andere. Niet alleen zijn de aanvallen van hypoglykemie bijna verdwenen (na veertig jaar!) Nu mijn lichaam vet verbrandt, komt ook mijn normale energieniveau terug. En daarmee mijn bewegingsvrijheid.

In 2003 deed ik nog mee aan de Heuvelland vierdaagse. Dat betekent vier dagen achtereen 28 kilometer wandelen door het glooiende Limburg. Maar mijn stofwisseling werd de afgelopen jaren steeds minder efficiënt. Ik moest alsmaar meer eten om genoeg energie te krijgen. In 2016 werd een tocht van 21 kilometer mijn Waterloo. Het gebeurde in de Achterhoek; de grens was bereikt. Vanaf toen werd 18 kilometer mijn maximum.

Je gaat dan van alles verzinnen. Het zal de leeftijd zijn, of de overgang. Of je beweegt te weinig. Iemand zei dat ik wat aan mijn conditie moest doen. Dat ik al jaren voornamelijk op suikerverbranding leefde in plaats van op vetverbranding, had ik nooit kunnen bedenken. Nou ja, er kwamen wel wat kilootjes bij. Dat werd trouwens ook meteen een reden waarom ik niet meer zulke lange wandeltochten kon maken. Want die extra kilo’s sleep je mee.

Gelukkig is er nu een keerpunt bereikt. Dat was al te merken bij twee wandelingen vorige week. Eindelijk voel ik me weer energieker, en dat urenlang. Zoiets geeft zelfvertrouwen. Ja, dit biedt zelfs perspectief voor de toekomst. Als deze ontwikkeling doorzet, kan ik namelijk werk aannemen dat veel beweging vereist. Want ook dat behoorde al heel lang niet meer tot de mogelijkheden.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat drie huisartsen jarenlang van mijn stofwisselings- en energieproblemen hebben afgeweten, maar nooit adequaat hebben ingegrepen.

Oh ja, er is inmiddels vier kilo af. Wel is het morgen 3 oktober, dus dan komt er tijdelijk weer een pondje bij.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 4 Woede

Van alle hoofdzonden ken ik Ira (woede) het best. Woede, toorn en wraakzucht pakken doorgaans destructief uit. Zowel voor degene waarop de woede is gericht, als voor de woedende persoon zelf. Logisch dat woede bij de zeven hoofdzonden hoort. Maar het geeft ook een enorme kracht die constructief kan werken. Wat je hiervoor moet doen, is woede kanaliseren.

De oorzaken voor woede zijn legio. Gepasseerd of genegeerd worden. Respectloos worden behandeld. Bestolen of bedrogen worden. Minder krijgen dan je rechtmatig toekomt. Verliezen. In gevaar worden gebracht door andermans rijstijl. Enzovoort. Zit je slecht in je vel, dan drijft een haperende printer je al tot razernij. Mij tenminste wel. Want je eigen gemoedstoestand heeft invloed op de mate waarin je kwaad wordt.

Sociale intelligentie, normen en waarden bepalen vervolgens hoe je met woede omgaat. De een is assertief opgevoed en kan altijd ad-rem reageren. De ander weet slechts zijn vuisten te gebruiken en ramt erop los uit machteloze frustratie. Bij bepaalde mensen lijkt het wel alsof ze leven op woede. Ook zijn er de binnenvetters en de vertwijfelden. Vaak leer je pas na veel vallen en opstaan hoe je woede goed en effectief kan aanwenden.

In Amerikaanse gevechtsfilms wordt woede verheerlijkt. De verongelukte held neemt het dan in zijn eentje op tegen de rest. Maar in het gewone leven kunnen anderen woede meestal niet waarderen. Dit maakt het extra frustrerend. Want ben je eens ontzettend kwaad, dan moet je je emoties verbergen. Omdat uiting van woede een zwaktebod zou zijn. Daar geloof ik niet in.
De emotie mag worden gezien; die is er omdat je je bedreigd voelt. Ik schaam mij niet voor woede. Wel wil ik bij een confrontatie uitspraken vermijden waar ik later spijt van krijg. De ander in zijn waarde laten terwijl je zelf kwaad bent, vergt al genoeg zelfbeheersing.

Gevoelens van onmacht zorgen voor venijn en agressie. Maar laat je bij woede niet meesleuren door irreële en negatieve gedachten. Focus op de feiten. Bij woede komt adrenaline vrij. Die energie kan je gebruiken om scherp en creatief te denken. Zodat je gericht vervolgstappen kan zetten. Dankzij woede bereik je soms meer dan normaal. Dus zelfs deze hoofdzonde heeft een voordeel.

Hoe ga jij met woede om?

Wisselend energieniveau

Sterke en gezonde mensen staan zelden stil bij het voordeel dat ze van hun conditie hebben. Meestal nemen ze voor lief dat ze geen pijn voelen en altijd energiek zijn. Mijn ervaring is dat zij zich soms moeilijk kunnen voorstellen hoe het voor anderen is die minder fit en krachtig zijn. Zeker wanneer er aan de buitenkant niets te zien valt.

Ik ben gezond en (waarschijnlijk) vooral mentaal redelijk sterk. Maar ik heb wel te maken met een wispelturig energieniveau. Afgezien van voldoende slaap, spelen enkele andere zaken een rol. De belangrijkste is dat ik op tijd moet eten. Daar kan ik niet omheen.

Als ik op vakantie ga, heb ik voor minstens een week aan noodrantsoenen bij me. Die bestaan uit broodjes voor de eerste dag, fruit, pakken mueslikoeken, nootjes, en dergelijke. Ik moet opletten met suiker en maaltijden goed plannen. Anders word ik slap en duizelig en breekt het klamme zweet mij uit. Daar hoef je echt geen diabetespatiënt voor te zijn. Volgens de huisarts is alles in orde.

Toch kan ik zo vreselijk moe worden van mensen die meer energie hebben dan ik. Mensen die meer praten, beweeglijker zijn en meer uithoudingsvermogen hebben. Mensen die korter pauzeren, sneller lopen en harder tegen een heuveltje op fietsen dan ik. Dat is bijna iedereen dus. Ik word continu overtroffen door mensen die vijftien jaar ouder zijn dan ik. Vreemd genoeg zijn ze meestal niet jonger, overigens.

Kom ik na een zware wandeltocht thuis, dan mailt een oudere vriendin: ‘Had je nog last van spierpijn?’ ‘Nou,’ schrijf ik terug ‘ik was wel behoorlijk stijf, hoor.’ Schrijft zij: ‘Eerlijk gezegd had ik nergens last van. ‘s Avonds moest ik nog lang in de keuken staan om eten voor bezoekers te bereiden.’ Echt, het mag dan een vriendin zijn, maar soms kan ik zulke mensen niet uitstaan. Nooit hebben ze ergens last van. Het gaat altijd goed. Bah.

Is generatie Y een eliteclub?

In de Volkskrant van 29 april staat een interessant betoog over de drijfveren en zoektocht van generatie Y. Rianne Phillipsen, geboren in 1991 en masterstudente filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, is daar lid van. Zij stelt dat haar generatiegenoten zijn opgevoed met het besef dat zij dankzij hun ouders alle kansen krijgen en daarom moeten excelleren. Dat maakt hen niet besluiteloos of ongemotiveerd. Deze generatie heeft wel moeite om aan alle ingeprente verwachtingen te voldoen. En voelt zich moe en eenzaam.

Generatie Y is tussen 1982 en 2001 geboren. Het is riskant om hier kenmerken aan te verbinden. Zo ervaart generatie Y stress bij de gedachte lang bij hetzelfde bedrijf te moeten werken. Begin jaren tachtig gingen veel jonge werknemers hier juist wel van uit. Toch betwijfel ik of dat toen de wens van twintigers was. Volgens mij is het logisch dat starters verschillende bedrijven of sectoren willen verkennen, en zich verder ontplooien.

In Amerika wordt sinds de jaren zestig onderzocht hoe jongeren daar in het leven staan. Op Wikipedia staat een samenvatting van dit onderzoek. In vergelijking met babyboomers (1945-1960) en generatie X (1961-1981) hecht generatie Y meer aan geld, is minder geïnteresseerd in politiek en het ontwikkelen van een levensfilosofie, en wil weinig doen voor maatschappij en milieu.

Rianne Phillipsen komt deels met een tegengesteld geluid: We zien een generatie [babyboomers en generatie X] die een uitputtingsslag heeft gevochten voor onhaalbare idealen. Idealen die niet per se de onze zijn. Dus zijn wij op zoek naar nieuwe rol- modellen, nieuwe inspiratiebronnen. We zijn op zoek naar een manier van leven die ons gelukkig maakt, zonder onszelf, onze bronnen of de wereld om ons heen uit te putten. Duurzaamheid is voor ons niet alleen belangrijk wanneer het gaat om energie en kleding, maar we hechten bovenal belang aan ons eigen lichaam en geest: we willen onszelf niet kapot maken met een druk tot presteren […] We kiezen een studie die we leuk vinden, laten een slopende baan met de belofte op een hoog salaris schieten of zoeken een manier om geld te verdienen zonder de bevestiging van een diploma.

Er is een duidelijk verschil tussen jonge mensen uit opkomende landen en de VS/Europa. Wikipedia: Bij generatie Y in de BRIC-landen staat geld verdienen met stip op de eerste plaats. Bij generatie Y in Europa en de VS moet het werk uitdagend en belangrijk zijn en het salaris marktconform.

Hoe zit het nu precies? Ik denk dat kenmerken per generatie voor een groot deel afhangen van het eigen welvaartsniveau. Als je de huur niet kan betalen, heb je wat anders aan je hoofd dan inspiratie in je werk zoeken en wachten op de ideale baan. Socio-economische omstandigheden en afkomst spelen een rol. Zelfs binnen een land. In de VS is er verschil tussen blanke Amerikanen en jongeren van Afrikaanse of Latijns-Amerikaanse afkomst. Iets vergelijkbaars zie je bij ons. Daarnaast scheelt het of je uit progressieve of behoudende kringen komt. Wat Rianne beschrijft, is wat ik al 35 jaar wil. Het is ook wat hippies voor mijn tijd al zochten. Dat is niet typerend voor haar generatie.

Waarin haar generatie vermoedelijk anders is, is dat zij sneller een eigen bedrijf start. Dat gaat qua regels nu makkelijker dan 35 jaar geleden. Ook vanwege de toegang tot kennis en netwerken via internet. Haar generatie is als kind veel meer geprezen, gestimuleerd en serieus genomen dan generatie X en de babyboomers. Hierdoor staan zij steviger in het leven dan kinderen die bescheidenheid werd aangeleerd.

Toch, dat haar generatie zich moe en eenzaam voelt en te hoge verwachtingen vreest, begrijp ik wel. Zij leeft in een competitiever land dan Nederland 35 jaar geleden was. Toen was een deel van de banen nog redelijk zeker. In diverse sectoren kwam er nog weinig concurrentie vanuit het buitenland. Efficiëntie was door reorganisatie op reorganisatie nog niet tot het uiterste opgevoerd. Of door bemoeizucht van managers gesloopt. Leuke banen in de creatieve en non-profit sectoren waren nog niet wegbezuinigd. Plus: er werden minder waanzinnige eisen aan sollicitanten gesteld. Nu moet je zo ongeveer een alles kunnende tv-ster zijn.

Is het voor een deel gewoon angst om het veilige nest te verlaten en op eigen benen te staan? Algemeen gesteld is deze generatie meer gepamperd dan hun voorgangers, maar de maatschappij is wel harder geworden. Haar toekomst is net zo onzeker als die voor de twee voorgaande generaties was. Sinds 1945 is er vrijwel geen jaar geweest zonder dreiging uit het oosten en/of milieudoemscenario’s. Alles verandert voortdurend en keert met een golfbeweging terug. Ook de groeiende vermogenskloof. Ik vestig mijn hoop deels op de innovatiekracht en opvattingen van jongeren. Er lijkt al wat op gang te komen.