Rijtjeshuizen verschillen in WOZ-waarde

Met de WOZ-waarde van mijn huis heb ik een wat schizofrene relatie. Aan de ene kant wil ik dat de waarde hoog wordt ingeschat. Dat geeft een rijk gevoel en het is gunstig bij een toekomstige verkoop. Aan de andere kant wil ik een passend bedrag aan belasting betalen, gebaseerd op een reële waarde. Maar hoe wordt die waarde bepaald? Dat maakt de overheid redelijk inzichtelijk. Voor mij heeft die transparantie een extra voordeel.

Neem nu de website WOZ Waardeloket. Daar kan je je adres intypen (of dat van je buren, als je nieuwsgierig bent). Vervolgens zie je de WOZ-waarde. Weet wel waar je aan begint. Soms zijn de bedragen jaloersmakend. En je verwacht dat huizen van dezelfde soort en afmetingen ongeveer evenveel waard zijn. Toch zie je aanzienlijke verschillen.

De gemeente kijkt voor de waardebepaling naar verkoopprijzen in het Kadaster en verzamelt vraagprijzen van woningen die te koop staan. Veel informatie komt van internet. Daarnaast kan de gemeente zelf taxaties uitvoeren en informatie opvragen over de omstandigheden rond de verkoop. Verliep die bijvoorbeeld onderhands of openbaar? De gemeente checkt of de nieuwe eigenaar de woning verbouwt of opknapt. (Al vraag ik mij wel af hoe, als dat voornamelijk binnenshuis gebeurt.)

Verder kijkt de gemeente naar specifieke kenmerken. Zoals: het woningtype, de grootte van de woning, de grondoppervlakte, het bouwjaar en de ligging. In de huidige woningmarkt wegen kwaliteit en de onderhoudstoestand zwaar. Nieuwe eigenaren willen er zo in kunnen. Ze lenen voor de koopsom al maximaal.

Kenmerken als goede isolatie, energiezuinige verwarming en een nieuwe badkamer beïnvloeden de verkoopbaarheid. En daarmee de markt- en WOZ-waarde. Aan woningverbetering kleeft dus een wrang aspect. Maak je iets moois van een ‘opknappand’, dan betaal je gelijk meer belasting.

Bij ons rijtje huizen zie je grote verschillen. Voor een deel is dit verklaarbaar. Een aantal panden is in de loop der tijd flink vergroot en opgeknapt. In enkele gevallen werd de WOZ-waarde door goede verkoopprijzen opgekrikt. Een pand was kennelijk te hoog ingeschat en werd € 35.000 minder waard. Daar zijn de nieuwe eigenaren al maanden bezig om de boel leefbaar te maken.

De grootste verrassing zit echter in de absurd lage WOZ-waarde van mijn buurmans’ pand. Die ene van de rioolperikelen. Had de gemeente daar eerder naar gekeken, dan was meteen duidelijk geworden wat er bij hem speelt. De omgevingsdienst heeft nu stappen gezet, maar er wacht nog een dossier. In verband daarmee werkt die WOZ-waarde mooi in mijn voordeel.

Je eigen vrijheid eindigt waar …

‘Waar bemoei jij je mee, iedereen mag met z’n huis doen wat ie wil. Zelfs verwaarlozen. Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’ Deze reactie komt binnen op mijn log over geldzorgen bij oudere huiseigenaren. Voor alle duidelijkheid: dat log betreft de buurman die medewerking weigert aan de vervanging van ons kapotte riool. Dit onder meer vanwege geld. Ik wil de schrijfster van genoemde reactie hartelijk danken. Volgens de film Life Of Pi doe je er namelijk goed aan om ogenschijnlijke tegenstanders te omarmen.

‘Je eigen vrijheid eindigt waar die van een ander begint.’ Ik weet niet van wie deze uitspraak komt, maar dit is zo ongeveer mijn levensmotto. Dus is het bij bovengenoemde reactie makkelijk terugkaatsen. Zo van: ‘En waar denk jíj je dan wel mee te bemoeien?’ Maar laten we liever eerst even kijken naar waar het hier om gaat.

Mevrouw meent dat iedereen met zijn huis mag doen wat hij wil. Zelfs verwaarlozen. Daar ben ik het vrijwel volledig mee eens. Zolang het een vrijstaande woning betreft, tenminste. Als de zijmuur dan instort, heeft de buurvrouw er toch geen last van. Hoewel? Hopelijk vallen de bakstenen de goede kant op en komt het dak niet in haar tuin terecht. Anders moet zij de rommel weer opruimen. De buurman doet dat namelijk niet zelf.

In ons dorp staan een paar verwaarloosde vrijstaande huizen. De tuin eromheen is een wildernis. Bij één van die panden moet je van de stoep af, omdat de boomtakken ver naar voren uitsteken. Dat is wel een beetje hinderlijk, vind ik. Hoogbejaarde mensen, zoals mijn buurman bijvoorbeeld, kunnen er onmogelijk langs met hun rollator. En jonge ouders met een kinderwagen evenmin. Een ander verkrottend pand staat al ruim een jaar leeg. Iemand vertelde dat er in dergelijke gevallen vrijwel altijd ruzie is tussen de kinderen, over de verdeling of de waardebepaling van de erfenis. Gezellig.

In feite hou ik juist erg van dit soort verwaarloosde huizen en tuinen. Hoe kan het ook anders? Als kind genoot ik al met volle teugen van de avonturen van Pippi Langkous. En bij haar thuis was het ook een bende van jewelste. Gaaf! Lekker keten!! Alhoewel. De buren vonden het wat minder, geloof ik nu, bij nader inzien.

Eigenlijk zou ik die serie eens terug moeten kijken, maar vermoedelijk waren die buren gewoon brave lieden. Doorsnee burgers, die hard voor hun huis hadden gewerkt en de boel netjes wilden houden. Zodat het er voor iedereen aangenaam toeven bleef en hun onroerend goed zijn waarde zou behouden. Dat vond de anarchistische Pipi natuurlijk verrekte saai. Maar die wens was toch ook logisch, vanuit de buren bezien?

Pipi was de uitzondering. Persoonlijk vind ik dat je uitzonderingen moet koesteren. Uitzonderingen bevestigen de regel. Uitzonderingen kunnen de boel echter ook loswrikken, mocht dat nodig zijn. Nu wordt de vraag of dat nodig wàs, in dat buurtje van Pipi Langkous. Misschien was zij wel de enige die overal problemen mee had, verscholen onder al dat gelach.

Je hebt gewoon domme pech dat je naast hem woont.’, schrijft de reageerster. Is dat zo? Of heeft de buurman gewoon domme pech dat ik naast hem ben komen wonen? Misschien is de buurman wel zo iemand die nooit in een rijtjeshuis had moeten gaan wonen. Misschien heeft hij daarom al ruim dertig jaar bonje met al zijn buren. Misschien zou de buurman van begin af aan veel gelukkiger zijn geweest in een afgelegen staande woning. Zonder al te veel mensen om hem heen.

Als dat het geval is, kan ik hem begrijpen. Ik zou dat namelijk ook wel willen. Het lijkt mij heerlijk: dat stacaravannetje bovenaan de helling, met dat uitzicht over de weides en het bos in de rug. Op mijn eigen riante lap grond. Dat zou het summum zijn. Maar bouwgrond is onbetaalbaar in dit land vol mensen en regels. Net zoals de buurman heb ik daar het geld niet voor en dus moeten we het met elkaar rooien. Of hij nu wil of niet.

Het enige wat ik voor hem kan doen, is nadenken over zaken waar hij kennelijk geen raad mee weet. Ter voorbereiding. Puur en alleen voor het geval dat hij daarvoor open mocht blijken te staan. En anders niet. Ik wil hem geen enkele financiële regeling door de strot duwen, zoals de reageerster lijkt te denken. Ik wil hem enkel bij een vrij uitzichtloze situatie helpen.

Maar goed, ik ben gewend aan de kortzichtigheid van sommige mensen. Dit kan er ook nog wel bij. En Life Of Pi indachtig, helpt de schrijfster van bovengenoemde reactie mij. Want een vergelijkbare reactie kan ik gegarandeerd van de buurman verwachten. Dus ben ik nu voorbereid.

Geldzorgen bij oudere huiseigenaren

Naast mij woont een hoogbejaarde man in een langzaam verkrottend pand. Begin vorig jaar overleed zijn zieke vrouw en nu is buurman alleen. Tweemaal per week komt de hulp van de thuiszorg; hijzelf is slecht ter been. Zonder aanvullend pensioen hij heeft weinig geld. Daarom ziet hij op tegen het noodzakelijke woningonderhoud. De boeidelen van de uitbouw zijn verrot en zijn overkapping is ingezakt. Het riool lekt en de verf op zijn kozijnen hangt er in vellen bij. Maar hij is wel verantwoordelijk als huiseigenaar en zijn pand grenst aan dat van mij.

Mijn buurman is er één van velen. Het wordt onderhand een landelijk probleem. De huidige tachtigers wonen vaak al decennia in het huis waarin ze hun kinderen zagen opgroeien. Het is er vertrouwd en het zit vol herinneringen. Kort na pensionering knapten ze de boel voor het laatst goed op. Dan konden ze nog lang blijven en oud worden in dat huis.

Maar twintig jaar later zijn ze ver in de tachtig en mankeren ze van alles. Daarom kunnen ze weinig meer zelf aan onderhoud doen. Ouderen zonder pensioen missen financiële reserves voor het inhuren van vaklieden. Dus betalen ze ook nog een torenhoge energierekening. Want ze hebben geen dubbelglas en hun pand is slecht geïsoleerd.

Voor gemeenten én voor hun naaste buren in rijtjeshuizen is het een groeiend probleem. Want met de kwaliteit daalt ook de waarde van het onroerend goed en het aanzien van de buurt. Mijn buurman beseft dat vast. Alleen sluit hij er zijn ogen voor. Het zal zijn tijd wel duren en zijn kinderen moeten het maar oplossen. Althans, dat denkt hij misschien.

Persoonlijk zou ik het nooit zover willen laten komen. Er bestaan tenslotte alternatieven. Hij en zijn vrouw konden tien jaar geleden al naar een appartement of seniorenbungalow verhuizen. Die kosten aanzienlijk minder dan onze woningen. Van de overwaarde hadden ze dan een buffer kunnen aanleggen voor toekomstig onderhoud. Plus een buitenlands reisje tussendoor. Dat is precies wat mijn andere buren na hun pensionering hebben gedaan. Daarnaast is de overstap naar huren een optie.

Nu verkeert de buurman in een intrieste situatie, omdat het zo niet langer kan. Twee buren worden direct benadeeld door het achterstallige onderhoud aan en onder zijn pand. Want daar ligt ons kapotte en verzakte riool. De eenvoudigste oplossing gaat hem al minimaal € 4.000 kosten. Terwijl hij onlangs nog beweerde dat hij geen geld had voor een insecten verdelgend middel ad € 40.

Welke opties heb je, wanneer je als hoogbejaarde toch in je vertrouwde huis wil blijven? Geld lenen van de kinderen, als zij dat hebben en kunnen missen. Je laatste spaargeld opmaken en een nieuwe tv vergeten. Je auto verpatsen en in een rolstoel verder rijden. Spullen verkopen, zoals duur gereedschap dat niet meer wordt gebruikt. Een kamer verhuren, deels te betalen met gezelligheid. (Lijkt mij in zijn geval heel handig tegen de eenzaamheid. Er zijn al bejaardenhuizen waarin ouderen met studenten een galerij delen.) Of je huis opeten met een opeethypotheek.

Zijn er alternatieven? Ik lees het graag. Want ondanks al zijn nukken en streken wil ik de buurman nog niet kwijt.

Alles sal reg kom

‘Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.’ Verder gaat mijn Afrikaans niet, maar deze uitspraak is toepasselijk. Het leven lacht snelle denkers toe. En zijn ze sociaal vaardig, dan hebben ze altijd een voorsprong. Ze kunnen mensen goed inschatten en emoties doorzien. Zo laveren ze vlot om valkuilen heen in overlegsituaties met onvoorspelbare gesprekspartners en uiteenlopende belangen. Want zij weten waar ze naartoe willen en hebben hun woordje klaar.

Ik kan goed observeren en signalen oppikken die anderen missen. Alleen verloopt de informatieverwerking bij mij wat trager, omdat er meer tegelijkertijd binnen komt. Ik ontrafel elk stukje informatie en volg het terug naar waar het vandaan komt. Ook plak ik labeltjes en wil ik kunnen zeggen: ‘Kijk: dit betekenen al die afzonderlijke deeltjes en zo staan ze met elkaar in verbinding.’ Ik heb geleerd hiermee om te gaan. Want er komt een keuzemoment en strategie is alles.

Problemen ontstaan wanneer je elkaar niet verstaat. Wanneer je geen gebruiksaanwijzing van de ander hebt. Wanneer je zijn of haar emoties nog niet kan interpreteren, omdat je nog met informatieverwerking bezig bent.

Van alles wat we wilden zeggen, hebben we geen woord uitgesproken. En van alle emoties die we wilden tonen, hebben we er niet één laten zien. Daarom sal alles reg kom.

Witte muizen in het riool

Het rioolverhaal gaat nog een lang staartje krijgen. Dat zit zo. Ik deel een rioleringssysteem met de buurvrouw links en de bejaarde buurman rechts. Kort na mijn verhuizing ging ik langs bij de buren om kennis te maken. Ze nodigden mij uit voor koffie en daarbij kwamen de verhalen. Verhalen over ons straatje vroeger en over de vorige eigenaren van mijn pand. Buurman had het niet zo op mijn voorgangster.

Tijdens dat eerste bezoek vertelde hij meteen hoe het zat met de riolering. Want er was jaren geleden een verstopping geweest. Daarom hadden ze toen de put onder zijn uitbouw moeten open maken. Wat dáár uit tevoorschijn kwam? Allemaal witte muizen! Hij liet een welbewuste stilte vallen en wachtte mijn reactie af. Ik snapte er niets van. Scharrelen er behalve ratten ook muizen in een riool? Zoiets had ik nog nooit gehoord.

Buurman vond zichzelf enorm gevat. Want wat was de clou? Die witte muizen, dat waren de tampons van mijn voorgangster. Nou, nou. Uiteraard heb ik dit verhaal bij latere bezoeken nog minimaal drie keer aangehoord. Ik durf al nauwelijks op de wc te poepen. (Maar ja, waar moet ik het anders doen?) Ik hoop maar dat mijn hoopjes volledig desintegreren voordat ze zijn put bereiken. Anders moet de boel onder zijn keuken weer open.

Nu is dat laatste waarschijnlijk toch nodig. Vandaag hebben de buurvrouw en ik overleg gepleegd. Voor het geval er straks een strategie vereist is om zijn medewerking te krijgen. Gelukkig heeft de rioolmeneer ook al zijn speciale diensten aangeboden. Hij maakt deel uit van onze samenzwering. En hij is een man. Daarom heb ik er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen.

Toch vraag ik me een ding af. Buurman is bijna 85 en mankeert van alles. Elke dag kan zijn laatste zijn. En dan? Hoe moeten wij ons hem dan herinneren? Als de man die telkens weer over zijn witte muizen begon?

Heren, vertel eens, hoe zouden jullie als man zijnde willen worden herinnerd?

Ducttape voor alles

Voor de overburen is het vast een komisch tafereel. Terwijl de rioolmeneer een camera-inspectie uitvoert, lopen we in optocht heen en weer. Hij, de buurvrouw en ik. De ene voordeur uit, de andere voordeur in. Via het huis en het plaatsje naar de achtertuin. En daarna omgekeerd weer. Want onder mijn tuin komen de rioolbuizen samen. En vlak achter de tussenmuur zit bij haar een gedeelde hemelwaterafvoer. Alle drie volgen we op het schermpje de loop van de riolering.

De afvoer is provisorisch vastgezet met ducttape. Wanneer de rioolmeneer dat spul los pulkt, kijken buurvrouw en ik elkaar verkneukelend aan. Want laag na laag komen nu verschillende soorten tape tevoorschijn. De vorige buurman loste namelijk elk probleem op met lapwerk. Oude stukken hout, een laatste meter tape, een restpartij tegels of een bodempje cement. Hij kwam overal aan. En ducttape was zijn signatuur qua bevestigingsmateriaal.

Als de rioolmeneer is vertrokken en de buurvrouw naar haar werk is gegaan, kan ik eindelijk rustig koffie drinken. Terwijl ik zit en naar buiten kijk, zie ik mijn vuilnisbakken op het plaatsje staan. Dat allegaartje, in twee kleuren en drie maten. Bij één bak is de schuifklep in de bolle deksel kapot gegaan. Maanden geleden kocht ik mooi en stevig plakfolie ter reparatie. Met folie op elke bak zou ik gelijk eenheid creëren. Maar de rol ligt nog ongebruikt op tafel.

Over het gat in de deksel hangt al ruim een jaar een afgeknipt stuk plastic van een Douglas parfumerie tasje. Ik heb het provisorisch bevestigd met tape. Oude stukken inmiddels losgeraakte tape. Waar over de rafels heen nieuwe stukken tape zijn geplakt.

De man van de rioolservice

Het is natuurlijk riskant, zo’n vroege afspraak op de maandagochtend. Ik heb huisarrest en wacht tot de man van de rioolservice komt. Hij is de derde binnen een jaar. De eerste twee bezoeken leidden tot niets, al mocht ik wel betalen. Nu wil ik eindelijk weten hoe het zit met de riolering hier. Er zitten wat vochtplekken bij muren, dus laat ik een camera-inspectie uitvoeren.

Meneer nummer een was mij aanbevolen door een vriendin van een vriendin. Die nooit meer. Meneer nummer twee scoorde hoog in Google-regionen. Dat bleek evenmin een aanbeveling. Tussendoor kwam er bij de buurvrouw ook een rioolmeneer. Ook die nooit weer. Even moest ik moed verzamelen. Daarna plukte ik een familiebedrijf van internet. Zou dat meer geluk brengen?

Vorige week maandag belde ik. Een mevrouw nam op. (De zus van, de moeder, tante, echtgenote of een vriendin?) Ze maakte een aantekening en zou mijn verzoek om informatie doorgeven. Want de heren zaten net in vergadering. Na afloop zou ik gelijk worden teruggebeld. Blijkbaar was het een overleg dat dag en nacht doorging. Kan natuurlijk, in familiekringen. Wanneer ik dagen later opnieuw bel, krijg ik gelijk een afspraak voor een bezoek ingepland, zonder informatie. Ach, doe ook maar.

Op de afgesproken tijd komt er geen bezoek, maar een telefoontje. Ik had toch om informatie gevraagd? Dat staat op de bon voor deze meneer. Gevalletje langs elkaar heen lopende communicatielijnen en kruislings passerende verwachtingen. Maakt niet uit. Kort daarna staat ‘ie in hoogsteigen persoon voor mijn deur. De rioolmeneer.

Ik moet zeggen, zo’n ruige heb ik nog niet eerder over de vloer gehad. Echt hardcore. En ik was toch aardig wat gewend met al die klussers. Eén blik op zijn toegetakelde uiterlijk en ik zou op straat met een grote boog om hem heen zijn gelopen. Maar hij verstaat zijn vak en is bovendien sociaal vaardig. Wat wens je nog meer?

De beelden van het ondergrondse interieur waren fascinerend. Nu nog een afspraak zien te regelen voor een kleine renovatie en een reinigingsbeurt. Want daarvoor moet ik bij zijn zus zijn. Of zijn moeder, tante, echtgenote of vriendin.