Geef aandacht en word gelukkig

Denk je dat je gelukkiger wordt in een andere baan of met een slanker postuur? Vergeet het maar. Je streeft naar de verkeerde doelen. Volgens onderzoek helpt het als je een beetje minder zelfzuchtig wordt. Meer tijd doorbrengen met vrienden of op bezoek gaan bij je oude buurvrouw. Dat werkt beter. Volgens de Duitse psycholoog Julia Rohrer is contact met anderen een belangrijke voorspeller voor geluk.

Omgekeerd smelten zelfs de nukkigste mensen als ze oprechte aandacht krijgen. Specialist ouderengeneeskunde Wilco Achterberg zegt het heel treffend. ‘Als iemand jou speciaal maakt, blijft het leven de moeite waard.’ (Die ene patiënt, Sir Edmund, 2 juni 2018.)

Zijn woorden doen mij denken aan een advies dat ik kreeg van iemand die eveneens in de ouderenzorg werkte. Tijdens een wandeling vertelde ik over mijn toenmalige werkgever, een jonge man. Hij had duidelijk narcistische trekken en was zeer moeilijk in de omgang. Ook bij collega’s riep hij veel weerstand op. Vanwege zijn machtspositie leek het soms of we met een potentiële psychopaat te maken hadden. Ze raadde me aan om extra aandachtig naar hem te luisteren. Als je een van de weinigen bent die zo iemand serieus neemt, kan dat de werkrelatie aanzienlijk verbeteren.

Op een bankje in de bus praat een vrouw met een man over ouderen. Hij merkt op dat er hier zoveel eenzame bejaarden zijn. ‘Maar’, zegt zij ‘ze blijven allemaal in hun eigen huisje zitten. Je moet ze echt over de drempel trekken om ze met elkaar in contact te brengen. Ze zijn alleen, maar zoeken geen anderen op die vlak naast hen wonen en ook eenzaam zijn.’ Sommigen behulpzame mensen spelen daar trouwens heel sluw op in.

In het Volkskrant Magazine stond onlangs een artikel over Viktor en Rolf, de ontwerpers. Ze vormen het ideale duo. Ze zijn vrienden, zitten op dezelfde lijn en vullen elkaar aan. Het is samen zijn te midden van de gekte waarin ze werken. Bovendien voelen ze elkaar perfect aan. ‘Viktor: ‘Vicky [een Jack Russell terriër] was een geschenk van Rolf. Ik schrok me dood. Ik woonde toen nog op een kamer, ik deelde een huis met een vriendin en opeens kregen we een hond. Maar ik was er stapelgek op. Die hond ging altijd mee.’’

Behulpzaamheid kan je het beste gepast doceren. Dat is prettig voor zowel de hulpgever als de hulpontvanger. Kinderen krijgen complimentjes als ze helpen. Zo leren ze sociaal wenselijk gedrag aan. Ik vind wel dat kinderen er ook mogen zijn op de momenten dat ze niet helpen en gewoon zichzelf zijn.

Donderdag. Ik wandel met een groepje naar kasteel Doorwerth. Er is een nieuwe man bij die blijkbaar als doel heeft om mij speciale aandacht te geven. Of is hij eenkennig en klampt hij zich vast aan de eerste die hij spreekt? Hij is psycholoog. Ik vraag me af of hij beseft dat hij vandaag een vrije dag heeft.

Als ik zo rond mijn zeventigste geen partner heb, neem ik een hond. Gezien onze levensverwachtingen worden we dan samen tegelijk gelukkig oud.

In psychische nood

Zeven jaar geleden ontmoette ik een leeftijdgenoot tijdens een korte vakantie. Na een toevallig weerzien hebben we nu voor het eerst een wandelafspraak. De zon schijnt en ik verheug me erop. We gaan gezellig een middagje bijkletsen. Althans, dat is mijn verwachting. Maar vrijwel direct komt het hoge woord er uit. Ze heeft twee maanden geleden haar relatie verbroken. In feite is ze minder van slag door liefdesverdriet dan door de existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.

Het zit zeer dicht onder het oppervlak. Ze vertelt over haar angst- en paniekaanvallen. Die zijn in alle hevigheid teruggekeerd. Want daar had ze ook al last van voor die relatie, begrijp ik nu. En ze vertelt over haar bezoek aan de huisarts, over medicijnen en over psychotherapie. Ze heeft een ruim netwerk van vrienden en familie. Dat kan kennelijk toch onvoldoende in haar behoeften voorzien. Intussen zijn haar gedachten elders. De zonovergoten omgeving ontgaat haar volledig.

Ging dit maar over liefdesverdriet. Dat is voor velen bekend terrein. Maar iemand die het leven zelf niet alleen aankan, da’s een ander verhaal. Zo iemand laat je achter met een machteloos gevoel.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 2 Hebzucht

Gisteren dacht ik nog: ‘Zou je dat wel doen, een positieve wending geven aan die zeven hoofdzonden?’ Want luiheid is eenvoudig, maar dan de rest. De volgende hoofdzonde Avaritia (hebzucht) is bepaald een taaie. ‘Greed … is good’, zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in de film Wall Street (1987). Je zou denken dat daar juist alle ellende mee begon. Dus valt er ook iets aardigs te ontdekken aan hebzucht?

Jawel hoor. Musea wereldwijd zijn maar wat blij met de hebzucht van rijke mensen. Want menige vermogende kunstverzamelaar wil uiteindelijk naam maken, imponeren en voor eeuwig iets tastbaars achterlaten. Zijn volledige kunstcollectie, bijvoorbeeld, met schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Als zijn naam maar op het bordje naast het kunstwerk prijkt. Zo delen rijken hun kunstwerken publiekelijk met iedereen. Meestal zijn dat voorwerpen die voorheen eeuwenlang slechts in privékring waren te zien.

Geld is macht. Alleen moet je die macht wel uitoefenen. Bijvoorbeeld door stimulering of beïnvloeding van specifieke ontwikkelingen. Dus hebben de rijken zo hun particuliere projecten. Met hun kennis, contacten en vermogen kunnen ze problemen aanpakken die anderen laten liggen. Ik zie nog weinig in de plannen van Elon Musk. Maar Bill en Melinda Gates hebben met hun stichting nobeler doelstellingen. Waaronder een cruciale: vrije keuze voor geboortebeperking.

Naast geld en bezit omvat hebzucht een onstilbare honger naar aanzien, liefde, geluk en wijsheid. Materiële hebzucht komt naar mijn idee voort uit geestelijke armoede. Hoe rijk iemand ook wordt, geld en bezittingen zullen die leegte nooit vullen. Ze kunnen hooguit het leven veraangenamen. En je bent verblind als je denkt dat je met geld liefde of geluk kan kopen. Sommigen moeten eerst veel bezit vergaren om daar achter te komen.

Kijk je naar wijsheid, dan is hebzucht een goede zaak. Het is toch mooi als je een leven lang blijft leren en je mentaal blijft ontwikkelen. Evenals bij de hoofdzonde luiheid, wordt honger naar wijsheid pas een probleem als anderen daar onder lijden. Maar vaker lijden mensen onder het gebrek aan wijsheid bij de ander.

Hoe je minder eenzaam wordt

Eenzaamheid is een taboe, zeker in tijden van Facebook en Instagram. Bij ouderen kunnen we het ons wel voorstellen. Zij hebben vaak al een partner en enkele vrienden of naaste familieleden verloren. Ze zijn chronisch ziek, of hebben weinig te besteden. Dan ga je er minder snel op uit. Eenzaamheid kan vooral opspelen wanneer er veel verandert in je leven. Als je jonger bent, besef je nog niet dat gevoelens van eenzaamheid meestal tijdelijk zijn. Dit beschrijft Margreet Vermeulen in haar lezenswaardige beschouwing in Sir Edmund van 2 september 2017.

Ze noemt ook een oplossing. Volgens onderzoek van Movisie werkt ‘sociale steun minder goed, dan programma’s waarbij eenzame mensen geholpen worden hun negatieve gedachten te doorbreken. Wie eenzaam is, moet vooral zelf aan de slag door bewust te investeren in relaties die er al zijn met familie of kennissen. Ook activiteiten die het gevoel van eigenwaarde opkrikken zijn relatief succesvol.’

Af en toe heb ik ook wel eenzaamheid ervaren. Niet omdat ik alleen leef; dat maakt amper iets uit. Mijn eenzaamste periode was nadat een voormalige schoolvriendin en ik qua persoonlijke ontwikkeling en interesses flink uit elkaar waren gegroeid. We waren jarenlang met elkaar opgetrokken, zagen elkaar meerdere malen per week, gingen in de weekenden samen uit en hadden net onze derde strandvakantie naar Italië geboekt. Ik was 19 jaar toen de breuk kwam, nota bene van mijn kant. Het was nogal een confronterende stap. Voor haar, maar zeker ook voor mezelf. Want mijn vriendenkring was vooral haar vriendenkring. In een klap viel bijna mijn hele sociale leven weg.

Dat is vreemd op die leeftijd. Terwijl ‘alle anderen’ dan uitgaan, zat ik op zaterdagavond thuis. Het gemis van het uitgaansleven was enorm, maar ik kreeg mezelf met geen paard over de drempel om dan maar alleen uit te gaan. Terwijl naar buiten treden en op mensen afstappen wel de oplossing is, dat besefte ik toen al. Over eigenwaarde opkrikken gesproken: voor mij vormden reislust en interesse in de wereld het wondermiddel. Daarna is het best goed gekomen.

Zoals hier vaker beschreven, kom ik nogal eens mensen tegen die uitsluitend over zichzelf praten. Sterker, deze week trof ik er nog een die beweerde ‘dat andere mensen het steeds maar over zichzelf hebben.’ Terwijl ik er werkelijk geen woord tussen kreeg. Vermoedelijk zijn zulke mensen erg eenzaam. Ze beseffen maar niet dat ze zelf hun grootste sta-in-de-weg zijn. Soms zeg ik het letterlijk tegen hen: ‘Toon eerst eens een beetje oprechte interesse in de ander, dan komt hun interesse in jou wel vanzelf.’ Tenzij je een lomperik, egoïst of iemand met een stoornis tegenover je hebt, natuurlijk.

Van oude mensen en vergankelijke zaken

Vorige maand overleed mijn hoogbejaarde buurvrouw. Ze was gehandicapt en zat in een rolstoel. Gisteren bezocht ik haar man, die nog erg in de rouw is. We zaten in hun woonkamer vol relikwieën uit hun vroegere leven. Ze hielden van vakanties in de natuur. Buurvrouw las boeken, verzamelde, fotografeerde en deed handwerk. Buurman was meer een technische knutselaar. Tot de gebreken kwamen, waarna hun wereld steeds kleiner werd. Letterlijk en figuurlijk. Inmiddels kan je de gevolgen daarvan aan de buitenkant van hun woning zien. Lees verder “Van oude mensen en vergankelijke zaken”

Wanhopig op zoek naar aandacht?

Vannacht komt How to lose friends & alienate people op tv. Deze film gaat over een jonge schrijver die principieel voor eerlijkheid en no-nonsense gedrag is. Hiermee werkt hij zich flink in de nesten. Misschien zou ik beter eerst naar die film kunnen kijken. Want ook ik heb een aversie tegen mensen die zich mooier voordoen dan ze zijn. En ik hou niet van overdreven aandachttrekkerij. Daar ga ik nu wel over schrijven. Wil je dit liever overslaan? Lees dan alleen nog de aanbeveling voor een mooie foto-expositie van Jeroen Swolfs onderaan.

Even ter inleiding. Via WordPress ontvang ik per e-mail elke nieuwe post van een tiental blogs. Verder lees ik dagelijks op Ximaar’s Blogspot boeiende berichten van andere bloggers. Soms bezoek ik ook de Onafhankelijke Bloggers Associatie. Ik lees dus regelmatig blogs en op een gegeven moment viel mij daarbij iets op. Of liever: iemand viel mij op. Een man die op talloze blogs te zien is als volger, als liker of als reageerder.

Het kan natuurlijk zijn dat hij gewoon erg enthousiast is, anderen wil aanmoedigen en het heerlijk vindt om te reageren. Mogelijk heeft hij er geen enkele bijbedoeling mee. Hij is altijd vriendelijk, dus daar ligt het evenmin aan. Maar. Als ik een pootafdruk onder vrijwel elk bericht zie staan, dan ga ik toch achter mijn oren krabbelen. En als iemand continu reacties achterlaat die inhoudelijk nauwelijks iets toevoegen, dan ga ik nadenken.

Lange tijd ontsprong mijn eigen blog de dans. Maar op een gegeven moment is hij er toch op beland. Dus daar kwamen ze: de pootafdrukjes, de korte reacties, en, als ik daarop reageerde, de razendsnelle nieuwe reacties. Altijd ondertekend op een karakteristieke manier. Goh, dacht ik, heeft die man eigenlijk wel een leven buiten al dat geblog en gevolg? Dus nam ik maar eens een kijkje op zijn site. Nou, hij schrijft echt overal over. Tjonge, dacht ik, dat jij van zo veel verschillende dingen kennelijk zo veel af weet. Want dat was toch mijn indruk.

Om een stortvloed aan berichten in mijn mailbox te voorkomen, besloot ik hem maar niet te volgen. Bovendien, daarvoor moet ik iemands werk wel heel boeiend vinden. Sommige onderwerpen spreken mij gewoon minder aan en ik ben niet van de liflafberichtjes plus dito reacties. Dat geeft niets. Een ander zal ze vast wel waarderen en op ieder potje past een dekseltje, etc.

Op een gegeven moment schreef ik over een onderwerp dat gevoelig ligt. Hij reageerde op een manier die voor langdurig werkzoekenden duidt op totaal onbegrip. Ik probeerde hem nog tot een ander perspectief te bewegen. Maar meneer bleef in twee daaropvolgende reacties uitsluitend over zichzelf schrijven. Toen kwam er een woord in mij op: narcist. Ik heb die reacties kort daarna van mijn blog gewist.

Bij een nieuw log van mij kwam hij weer als eerste met een reactie. Hij verwees daarin met een link naar zijn eigen blog. En alweer zonder echt op mijn tekst in te gaan. Met name dat laatste deed mij afvragen waarom. Bovendien bestaat er zoiets als etiquette voor bloggers. Van mij mag iemand best een keer naar zijn eigen blog verwijzen als dat relevant is. Maar in dit geval kon ik het slechts beschouwen als de zoveelste poging om bezoekers naar zijn eigen blog te leiden. Daarom wees ik hem op De wondere wereld van blog etiquette. Hij reageerde zo ongeveer binnen een minuut; vriendelijk en instemmend als altijd. Toen ik wat later naar de site statistieken keek, bleek dat hij niet eens op die link had geklikt. Ook die correspondentie heb ik van mijn blog gewist.

Deze week zag ik een nieuwsgierig makende titel van zijn laatste log via Ximaar’s Blogspot. Hij had net twee uur eerder over een expositie geschreven. Terecht, want die lijkt mij zeer de moeite waard en dan is het leuk als iemand je erop attendeert. Maar iets aan zijn tekst deed mij twijfelen. Was het omdat ik jarenlang syllabi heb gemaakt van teksten die door verschillende auteurs waren geschreven? Ik kopieerde een zinsnede en plakte die in het zoekveld van Google. En jawel, daar dook vrijwel de integrale tekst op. Op een website vol aankondigingen van foto-exposities, waarnaar hij niet verwees. Ik schreef vervolgens een reactie met verwijzing, die hij als de onschuld zelve van zich af liet glijden. Hm, wie is dan de echte auteur?

Onderzoekend als ik ben, kon ik het natuurlijk weer niet laten om navraag te doen. De redacteur van die website heeft mij vanmorgen gelijk terug geschreven. Volgens hem komt de tekst uit een persbericht dat hoogstwaarschijnlijk van de fotograaf zelf afkomstig is. Oké …

Moraal van het verhaal: wees eerlijk, doe niet wanhopig en maak liever mooie foto’s. O ja, en breng een bezoek aan die expositie van Jeroen Swolfs. Het ziet er veelbelovend uit!

Naschrift 5 november 2016.
De blogger in kwestie heeft indirect bij twee andere logjes op Raam Open gereageerd.
Over het auteurschap schrijft hij dit: ‘De tekst van de folder neem ik dan in overleg letterlijk over. Zoals ik ook met een verwijzing naar een website aangeef dat ik niet mijn tekst gebruik maar een geleende tekst doorgeef.’
Daarop is mijn antwoord: ‘Waar ik ook zoek op de website waar jij naar verwijst (streetsoftheworld.com), de tekst die jij op je blog hebt gezet komt daar niet mee overeen. En dus zal iedereen denken dat je de tekst op jouw blog zelf hebt geschreven. (…) Je had op zijn minst de tekst tussen aanhalingstekens kunnen zetten en naar die folder als bron kunnen verwijzen.’