Ben moe

(Nog vier dagen tot de opening.)

‘Lieve God,’ schreef ik eerder deze week in mijn schrift vol dingen die ik nog moet, ‘geef mij alstublieft sneller werkende hersenen, zodat ik mijn werk als waakhond efficiënter kan doen. U weet dat ik bezig ben met die foto-expositie. Nou, wat mij nu toch weer is overkomen …’ Hier bleef het bij, omdat ik te moe was om verder te schrijven en dan worden mijn hersenen sloom.

In mijn hoofd tolde van alles rond en dat kost veel energie. Dat heb ik altijd wanneer iemand onzalige ideeën door wil drijven en zonder overleg zijn of haar eigengereide ding gaat doen. Uiteindelijk heb ik alles af kunnen wenden en daarom gaat het nu goed.

‘Niemand luistert’, zegt zij

We wandelen in de Millingerwaard en zij is wat jonger dan de rest. Aanvankelijk loopt ze op met andere mensen in de groep. Vervolgens blijft ze als een zwaan-kleef-aan bij mij. Ze houdt halt terwijl ik een aantal foto’s maak. En ze wacht als ik een stukje achterop raak. Overal waar we tijdens de pauzes stoppen, duikt zij aan dezelfde tafel op. Oh, ze is best vriendelijk, maar wel graag aan het woord. Wanneer ik zelf ergens over begin, praat zij al gauw door mij heen.

Zou het liggen aan mijn zachte stem? Sommige mensen horen nu eenmaal slecht. Dat kan komen door het vele rumoer waaraan stadsbewoners worden blootgesteld.

‘Veel mensen in deze groep luisteren niet.’, zegt ze op een gegeven moment. Opmerkelijk, maar terecht.

Wat hier gebeurt, is inderdaad extreem. Deze keer heeft zeker de helft van de wandelaars een ‘gehoorprobleem’. Alsof niemand de ander nog hoort, waardoor iedereen in het luchtledige praat. In het buitenland ervaar ik dit zelden zo, hoe rumoerig het daar ook kan zijn.

Hallo hallo …

Sta je samen sterker?

De afgelopen week raakte ik een beetje uit balans. Het had te maken met langs elkaar heen praten. Met weinig inlevingsvermogen; vermoedelijk door desinteresse voor de persoon zelf. Zoiets schuurt. Het betrof mensen met wie ik een goede verstandhouding wil hebben, hoewel ze geen grote rol in mijn leven spelen. Er stond wel iets positiefs tegenover, maar het negatieve gaf de doorslag.

In de documentaire Zweden doen het anders zag ik dat Zweden gereserveerder zijn dan wij. Daar is weinig voor nodig, want Nederlanders gedragen zich tamelijk vrij. Ik begreep dat Zweden zich al jong onafhankelijk opstellen. Ze doppen hun eigen boontjes en kunnen zich kennelijk zonder anderen goed redden. In hun eentje ingesneeuwd in een afgelegen blokhut vermaken ze zich wel. Dat werk. Misschien hebben ze daar minder ‘huidhonger’ (het nieuwe modewoord). Dan is de mate daarvan deels aangeleerd en cultureel bepaald.

Met zijn tweeën sta je steviger dan alleen, dat is bij ons het idee. Leef je samen met een zielsverwant, dan is je basis zo stabiel, dat vrijwel niets of niemand je nog uit balans brengt. (Behalve natuurlijk die zielsverwant zelf.) In goed gezelschap verwerk je tegenslagen sneller. Ik ben benieuwd hoe zielsverwantschap past binnen het Zweedse model.

Persoonlijk ben ik selectief gereserveerd. Soms denk ik: ‘Ik kan er wel over praten, maar uiteindelijk moet ik het toch zelf oplossen.’ Bij de meeste mensen, echter, komt het hier op neer: ‘Ik kan er wel met jou over praten, maar het enige wat jij gaat doen, is mijn probleem gebruiken als kapstok voor je eigen verhaal. Dus laat dan maar.’

Waarschijnlijk kan ik het heel goed uithouden in Zweden.

Wees informatief, interessant en amusant

Voor thuiszittende bloggers in coronatijd is boeiend blijven bloggen best een uitdaging. Je wereld wordt kleiner en alle inspiratie moet uit jezelf komen. Oké, je kan je eigen ditjes en datjes delen in blogvorm. We lezen daarin graag iets herkenbaars. Of we zoeken een inkijkje in een leven dat juist verrassend anders is dan het onze. In elk geval moeten onze logjes informatief zijn, interessant en/of amusant. Althans, willen ze op de lange duur de moeite waard blijven voor anderen.

Hierover schrijft Tim Urban op Wait But Why. Eerlijk gezegd is zijn post 7 Ways to Be Insufferable on Facebook nogal confronterend. Voor mij dan. Na 6 ½ jaar vind ik logjes schrijven nog steeds zo leuk, dat ik elke dag wel iets wil publiceren. Alleen mis ik soms een goed onderwerp. Of ik heb wel een idee, maar kan er geen pakkend verhaal van maken. Blijkbaar ben ik zo verslaafd, dat ik dan toch zo’n krakkemikkig stuk plaats. Desnoods publiceer ik een wauwel verhaaltje over mezelf. (Je moet wat, nietwaar?)

Nou, daar rekent Tim Urban genadeloos mee af. Want, schrijft hij: ‘A Facebook status is annoying if it primarily serves the author and does nothing positive for anyone reading it.’ Ja, Tim, dat weet ik ook wel, maar ik … Nee, nu ff geen smoesjes.

Er is geen ontkomen aan. Irritante berichten op Facebook (of in mijn geval op dit blog) rieken volgens Tim naar een of meer van deze vijf achter-liggende drijfveren: eigen imago opbouwen, narcisme, behoefte aan aandacht, bij anderen jaloezie willen opwekken, of eenzaamheid. Nu kan je denken dat je je hieraan niet schuldig maakt. Totdat je de voorbeelden herkent die hij geeft van het bijbehorende gedrag.

Nou, lekker dan. Hier kunnen we het mee doen. Ik schrijf niks meer vandaag.

Een kalmerend boswandelingetje

Na een oprisping van frustratie over financiële zaken gaat het weer een beetje. Gelukkig mag ik dit bospad tot mijn spreekwoordelijke achtertuin rekenen. Een wandeling in de buitenlucht heeft meestal wel een kalmerend effect. Veel mensen zoeken momenteel de natuur op en ook mij doet een groene omgeving goed.

Anderen moeten nu hun woede of energie kwijt op een bokszak. Een van mijn buurmannen heeft de kinderschommel in zijn tuin vervangen door zo’n langwerpig geval. Vermoedelijk is deze tijd voor hem spannend.

Een keertje apart afspreken

Binnen de vrijwilligersgroep voor werkzoekenden drop ik dat ik mij soms verveel. Een van de aanwezigen vat dit op als een teken van eenzaamheid. ‘We kunnen wel een keer samen afspreken.’, oppert zij meteen. De rest schakelt alweer over op een ander onderwerp, waardoor ik niet gelijk reageer. Onze groep heeft altijd gespreksstof in overvloed. Naderhand stelt ze het nogmaals voor. ‘Dan kunnen we ook eens wat dieper over dingen doorpraten.’ Ze wil wel bij mij thuis langskomen.

Na de vorige vergadering had ik zelf ook al aan afspreken gedacht. Zij is een slimme, vriendelijke vrouw en beiden zijn we werkloos. Eind vorig jaar gingen zij en haar vriend uit elkaar. Haar huis heeft ze verkocht. Nu woont ze voorlopig bij haar moeder in, in het ouderlijke huis. Moeder is bejaard en gaat mentaal achteruit. Daarom lijkt dit misschien een mooie oplossing, maar ideaal is hun situatie niet.

Ik wil dus best samen afspreken; en toch is er ineens een lichte twijfel. Waarom toch? Komt het door slechte ervaringen in vergelijkbare situaties? De laatste jaren heb ik vaker met mensen apart afgesproken die ik tot dan toe alleen binnen een groep had meegemaakt. En steeds bleek achteraf dat er wat aan de hand was.

Valt een afspraak tegen, dan is dat meestal geen ramp. In zo’n geval heb je het geprobeerd en kan je zonder veel gedoe afscheid nemen van elkaar. Maar met deze vrouw blijft het contact via de vrijwilligersgroep in stand.

Vooral dat ‘dieper over dingen doorpraten’ zou een omineus signaal kunnen zijn. Het kan namelijk positief of negatief uitpakken. Als je duidelijke raakvlakken en gedeelde interesses hebt, is dit prima. Maar ik heb nog niet ontdekt of wij die hebben.

In vergelijkbare situaties met andere mensen kreeg ik te maken serieuze dilemma’s. Zoals: ernstige psychische problemen, een uiterst pijnlijk gebrek aan zelfvertrouwen, spraakwatervallen, en types die mij als coach of therapeut beschouwen. Terwijl ik psychiater noch coach noch praatpaal ben. En dan was er nog een griezel die tijdens een boswandeling eindeloos over spiritualiteit doorging. Brrr.

Wellicht is het enige probleem dat deze vrouw in staccato tempo denkt en praat. Daarvan raak ik fysiek en mentaal snel buiten adem. Nou ja, we zullen zien. Met mensen omgaan blijft een uitdaging, maar alleen vermaak ik mij ook prima. Meestal dan toch.

Fysiek onderuit door een bloedneus

Rond 4:30 uur word ik wakker van vocht dat mijn keel in loopt. Dit voelt bekend aan. Snel sta ik op en loop naar de badkamer. Het is weer zover: bloedneus. Een flinke bloeding deze keer. Vorig jaar had ik daar in de winter geregeld last van. Zelfs onder de douche. Toen speelde de linkerkant op. Nu zit het rechts, voor de tweede maal binnen een week.

De klodderige details zal ik jullie besparen. Een enkel bloedbad op Raam Open is wel genoeg. Maar het bloeden valt ook nu moeilijk te stelpen. Daar sta je dan voor de spiegel in de badkamer, terwijl bijna heel Nederland nog lekker op één oor ligt. Steeds harder bibberend in je pyjamaatje. Zodra de druk op mijn neusvleugel vermindert, begint meteen het bloeden weer.

Probeer maar eens zonder bloedspatten wat warmers aan te trekken, terwijl je met een wattenschijf voortdurend tegen je neus aan moet drukken. Een dikke trui of een bh met haakjessluiting, bijvoorbeeld. Met één hand een strakke spijkerbroek dichtknopen lukt evenmin. (Hé, dat roept herinneringen op.) Er moeten nog ergens tampons rondslingeren, waarmee ik het bloeden kort zou kunnen stelpen. Maar wáár?  Nogmaals, ik zal jullie de details besparen. De badkamer is inmiddels weer helemaal schoon.

Wat ik wil zeggen, is dit. Wat kan je lichamelijk toch uit je doen raken door een simpele bloedneus. Vooral als je tot 08:00 uur wacht met de huisarts bellen, omdat de praktijk dan open gaat. En de assistente aan de telefoon zegt dat je gewoon je neusgat moet dichtduwen. Hoewel je uitsluitend wil horen dat je DIRECT mag komen. Dat mocht, na mijn reactie. Gelukkig woon ik op zeven minuten lopen afstand.

Ik heb er een uur in een behandelkamer gezeten. Oh, het bloeden hield daar natuurlijk binnen vijf minuten op. Zal je altijd zien. Maar tegen die tijd zat ik nogal te hyperventileren. Door de inspanning van de wandeling. Doordat ik voor mezelf op moest komen. En doordat ik al uren niet geweldig adem kon halen. Daarom zag ik sterretjes en werd ik er duizelig van. Trouwens, bloed in je maag heeft ook geen beste uitwerking.

Kortom: ik voelde mij zo slap als een vaatdoek. Dat schijnt normaal te zijn. Alleen komt de acceptatie van zo’n feit wat trager bij mij. Want ik had voor vandaag een wandelafspraak. En ik hield die behandelkamer in beslag, vond ik. En dat allemaal voor een bloedneus. Belachelijk. Ik wilde wel opstaan, maar ja. Je wordt vanzelf teruggefloten door je lichaam. Vandaar dat ik de rest van de dag kalm aan heb gedaan.