Goed alleen kunnen zijn

Onderweg naar kerst-met-familie was het gisteren rustig in de coupé. Hier en daar zaten wat mensen samen of alleen. Maar de meeste tweezitsbankjes in de trein waren leeg. Daarom viel het direct op, toen een man ging zitten bij een jong paar. Ineens werd het krap. Het stelletje hield op met praten toen hij neerplofte. Ze zaten verder gedrieën zwijgend tegenover elkaar.

Zou hij zich generen voor het feit dat hij op Eerste Kerstdag alleen was? Had hij zo’n behoefte aan de nabijheid van mensen, dat hij bij dat stelletje plaatsnam? Want elders was toch plek zat. Het paartje bleef zwijgen en wisselde ook geen woord met hem. Daar zaten ze dan. Soms is gezelschap pijnlijker dan alleen zijn.

Persoonlijk kan ik heel goed alleen zijn. Zo goed zelfs, dat ik mezelf soms de deur uit schop om mensen te ontmoeten. Vooral zonder werk is het makkelijk om in je eigen kringetje te blijven. Is er ook geen huisgenoot, dan moet je voor menselijk contact meestal naar buiten. Het gebeurt regelmatig dat ik een uitstapje plan en toch liever thuis blijf. Want daar heb ik het namelijk prima naar mijn zin.

Sommige mensen vliegen al tegen de muren op als ze één dag per week niemand zien. Bij mij is het andersom. Na een hele dag vol gesprekken en gezelschap heb ik het gehad. Dan wil ik alleen zijn. Mijn hoofd leegmaken. De vele indrukken verwerken en het gewoel laten wegzakken.

Ik vraag me weleens af of het beter is om meer mensen te leren kennen. Want met elke levensfase en verandering van interesses komen er nieuwe contacten bij, maar vallen er geleidelijk ook wat af. Dat is een natuurlijk proces. Hoeveel mensen heb je minimaal nodig om een zinvol leven te leiden? Of gaat het toch vooral om de kwaliteit van de relaties zelf?

Moeten we ons in dit sociale-mediatijdperk schamen wanneer we het goed redden met relatief weinig mensen om ons heen?

De visverkoopster op de markt

Bij de luxe marktwagen van de visverkopers is het druk. Ze verkopen verse en gebakken vis, plus kant en klare gerechten. De mannen staan bij de frituur of de werkbank waar ze hun handelswaar schoonmaken en fileren. De vrouwen staan op de voorgrond. Ze babbelen veel met klanten en onderling met elkaar. Allemaal van het type blond met blauwe ogen, afkomstig uit een streng gereformeerd dorp aan het IJsselmeer. Zoals de meeste visverkopers hier. Een van die vrouwen is de populairste. Ze weten het allemaal.

Terwijl ik op mijn bestelling wacht, komt er verderop een man bij de vitrine. Die ene vrouw heeft hem direct in de gaten. Ze loopt naar hem toe en leunt ver voorover. En ze spreekt hem aan op een professioneel-verleidelijke manier. Alsof ze elkaar goed kennen. Voelt hij mijn ogen op zich gericht? Hij toont in elk geval geen enkele emotie. Ik kan aan zijn uiterlijk niets aantrekkelijks ontdekken, maar hij staat met zijn zware lijf wel precies bij de duurste delicatessen. Daar bestelt hij wat van.

‘s Avonds zie ik een vroegere collega in een programma over ambassadeurs in den vreemde. We spraken elkaar zo’n 15 jaar geleden voor het laatst. Zij is geen haar veranderd. Nog altijd even vriendelijk, koket en charmant. In haar strakke jurkje zal ze er voor mannen uitzien als om op te vreten. Daarna volgt de documentaire Hallo, met Kyoko, over een vrouw die telefoonseks verkoopt.

Ik vraag me af wat de verschillen zijn met ons eigen gedrag, en wat de overeenkomsten. Gewoon in het dagelijkse leven. Om geld te verdienen of te besparen. En om dingen gedaan te krijgen.

Wandelen in een groep

Al vijftien jaar wandel ik met groepen mee. Eerst tijdens vakanties, nu vaak op dagtochten in Nederland. Is het een uitstapje met vrienden, dan weet ik globaal hoe zo’n dag zal verlopen. Maar in een groep met een onbekende gids sta ik nog weleens voor verrassingen. Verschillende factoren kunnen een wandeling veraangenamen of vermoeiend maken. Dat bleek gisteren weer.

Bereikbaarheid, tempo en wandelafstand zijn belangrijk. Ik wandel veel in Gelderland, Utrecht en Overijssel en kies routes van twaalf tot achttien kilometer. Langer kan, als ik mijn eigen tempo mag aanhouden en genoeg pauzes krijg. Dat luistert nauw. Het weer en het gezelschap zijn uiteraard ook van invloed. Net als de route zelf. En ik stop graag bij goede horeca.

In een groep moet je rekening houden met elkaar. Daarom hoop ik altijd maar dat de anderen vergelijkbare wensen hebben. Soms is dat niet het geval. Dan willen ze bijvoorbeeld sneller wandelen, of langzamer, of om de haverklap stilstaan, of continu doorlopen, of al vertrekken wanneer ik mijn koffie nog niet op heb. Je kan ook gidsen treffen die geen smaak hebben. Die blijven te lang bij een snelweg lopen of lunchen in een armoedig café.

Gisteren maakte ik iets nieuws mee. De gids had een mooie route uitgestippeld door een gebied waarin hij was opgegroeid. Het ligt er vol lusthoven en warandes. Dat klonk best goed. Maar al kort na de start hield meneer halt zodat hij zijn verhaal kon doen. Daarna vertrokken we weer en even later stonden we wéér stil. Dat gebeurde een keer of tien achter elkaar. Ik werd hondsmoe en was na twee kilometer al heel erg aan koffie toe.

Het scheelt in zo’n situatie als de gids iets bijzonders te melden heeft. Maar deze man deed niks anders dan over zichzelf vertellen. Dáár, in dat huis had zijn tante gewoond. En daar had hij met een vriendje gespeeld. Oh, en hier had hij, toen hij nog op de lagere school zat (belangrijk detail), gezwommen. Et cetera. De anderen bleven keurig naar hem luisteren. Zij vonden zijn verhaal kennelijk interessant. Ik dacht nog: ‘Is die man beroemd of zo?’ Want ik ben wel vaker slecht op de hoogte van zulke feiten.

Het zal aan mij liggen, maar eigenlijk kon de omgeving mij meer bekoren.
En volgens Google is hij geen beroemdheid.

Riskeer en word weerbaar

Onlangs sprak ik iemand die het liefste samen met anderen uitstapjes maakt. Zich aansluiten bij een groep is echter niet genoeg. Er moet een vertrouwde naaste mee, anders voelt die persoon zich toch kwetsbaar en alleen. Leeftijd maakt weinig uit; dit is altijd zo geweest.

Het staat haaks op hoe ik zelf in het leven sta. Veel mooie ervaringen heb ik meegemaakt juist omdat ik alleen was. En wat ik heb bereikt, heb ik ook zelfstandig gedaan. Natuurlijk kan je wat hulp of geluk gebruiken. Maar in je eentje uitdagingen aangaan hoort bij volwassen worden. Hoe kan je anders op eigen benen staan?

Uitdagingen krijgen we allemaal. Examen doen, verhuizen en naar een andere school gaan, nieuwe vriendschappen sluiten en presentaties geven. In dergelijke situaties moet je het helemaal zelf doen. (Al gaan sommige ouders met hun kind mee naar een sollicitatiegesprek.)

Ouders kunnen veel doen om hun kind een stevige basis en zelfvertrouwen te geven. Gebeurt dat niet, dan heeft zo’n kind een veel langere weg te gaan. Maar eenieder die de wijde wereld in trekt, krijgt kansen om bij te leren. Daarvoor moet je wel uit je schulp kruipen en het op zijn minst probéren.

Dan nog zal het zelden van een leien dakje gaan. Voor onzekere of sociaal onhandige mensen is de wereld behoorlijk intimiderend. Misschien roep je een negatieve reactie op door je eigen gedrag. Ook kan er een aanleiding zijn van buitenaf. Gewoon, omdat de ander zijn dag niet heeft of omdat hij een aso is. Onderscheid is belangrijk. In alle gevallen kan je van aanvaringen leren. Desnoods met hulp van een coach die helder maakt wat er speelt en handvatten geeft.

Ik heb het meeste geleerd van mensen die buiten mijn vertrouwde kringetje staan. Dat was soms zeer confronterend. Het ging – en zal altijd blijven gaan – met vallen en opstaan.

Geef aandacht en word gelukkig

Denk je dat je gelukkiger wordt in een andere baan of met een slanker postuur? Vergeet het maar. Je streeft naar de verkeerde doelen. Volgens onderzoek helpt het als je een beetje minder zelfzuchtig wordt. Meer tijd doorbrengen met vrienden of op bezoek gaan bij je oude buurvrouw. Dat werkt beter. Volgens de Duitse psycholoog Julia Rohrer is contact met anderen een belangrijke voorspeller voor geluk.

Omgekeerd smelten zelfs de nukkigste mensen als ze oprechte aandacht krijgen. Specialist ouderengeneeskunde Wilco Achterberg zegt het heel treffend. ‘Als iemand jou speciaal maakt, blijft het leven de moeite waard.’ (Die ene patiënt, Sir Edmund, 2 juni 2018.)

Zijn woorden doen mij denken aan een advies dat ik kreeg van iemand die eveneens in de ouderenzorg werkte. Tijdens een wandeling vertelde ik over mijn toenmalige werkgever, een jonge man. Hij had duidelijk narcistische trekken en was zeer moeilijk in de omgang. Ook bij collega’s riep hij veel weerstand op. Vanwege zijn machtspositie leek het soms of we met een potentiële psychopaat te maken hadden. Ze raadde me aan om extra aandachtig naar hem te luisteren. Als je een van de weinigen bent die zo iemand serieus neemt, kan dat de werkrelatie aanzienlijk verbeteren.

Op een bankje in de bus praat een vrouw met een man over ouderen. Hij merkt op dat er hier zoveel eenzame bejaarden zijn. ‘Maar’, zegt zij ‘ze blijven allemaal in hun eigen huisje zitten. Je moet ze echt over de drempel trekken om ze met elkaar in contact te brengen. Ze zijn alleen, maar zoeken geen anderen op die vlak naast hen wonen en ook eenzaam zijn.’ Sommigen behulpzame mensen spelen daar trouwens heel sluw op in.

In het Volkskrant Magazine stond onlangs een artikel over Viktor en Rolf, de ontwerpers. Ze vormen het ideale duo. Ze zijn vrienden, zitten op dezelfde lijn en vullen elkaar aan. Het is samen zijn te midden van de gekte waarin ze werken. Bovendien voelen ze elkaar perfect aan. ‘Viktor: ‘Vicky [een Jack Russell terriër] was een geschenk van Rolf. Ik schrok me dood. Ik woonde toen nog op een kamer, ik deelde een huis met een vriendin en opeens kregen we een hond. Maar ik was er stapelgek op. Die hond ging altijd mee.’’

Behulpzaamheid kan je het beste gepast doceren. Dat is prettig voor zowel de hulpgever als de hulpontvanger. Kinderen krijgen complimentjes als ze helpen. Zo leren ze sociaal wenselijk gedrag aan. Ik vind wel dat kinderen er ook mogen zijn op de momenten dat ze niet helpen en gewoon zichzelf zijn.

Donderdag. Ik wandel met een groepje naar kasteel Doorwerth. Er is een nieuwe man bij die blijkbaar als doel heeft om mij speciale aandacht te geven. Of is hij eenkennig en klampt hij zich vast aan de eerste die hij spreekt? Hij is psycholoog. Ik vraag me af of hij beseft dat hij vandaag een vrije dag heeft.

Als ik zo rond mijn zeventigste geen partner heb, neem ik een hond. Gezien onze levensverwachtingen worden we dan samen tegelijk gelukkig oud.

In psychische nood

Zeven jaar geleden ontmoette ik een leeftijdgenoot tijdens een korte vakantie. Na een toevallig weerzien hebben we nu voor het eerst een wandelafspraak. De zon schijnt en ik verheug me erop. We gaan gezellig een middagje bijkletsen. Althans, dat is mijn verwachting. Maar vrijwel direct komt het hoge woord er uit. Ze heeft twee maanden geleden haar relatie verbroken. In feite is ze minder van slag door liefdesverdriet dan door de existentiële pijn van het plotseling weer alleen zijn.

Het zit zeer dicht onder het oppervlak. Ze vertelt over haar angst- en paniekaanvallen. Die zijn in alle hevigheid teruggekeerd. Want daar had ze ook al last van voor die relatie, begrijp ik nu. En ze vertelt over haar bezoek aan de huisarts, over medicijnen en over psychotherapie. Ze heeft een ruim netwerk van vrienden en familie. Dat kan kennelijk toch onvoldoende in haar behoeften voorzien. Intussen zijn haar gedachten elders. De zonovergoten omgeving ontgaat haar volledig.

Ging dit maar over liefdesverdriet. Dat is voor velen bekend terrein. Maar iemand die het leven zelf niet alleen aankan, da’s een ander verhaal. Zo iemand laat je achter met een machteloos gevoel.