De ontwikkeling van de Achterhoek

We moeten samen met de Duitse grensregio’s Oost-Nederland ontwikkelen, onder meer door het aanleggen van meer wegen en het verplaatsen van werkgelegenheid. Dat schrijft Jan Goossensen uit Den Haag in zijn brief aan de Volkskrant van 19 oktober. Want de Randstad kampt met dichtslibbende wegen, onbetaalbare woningen en een stijgende zeespiegel. Dit terwijl het platteland in het noorden en het oosten leegloopt.

Ik begin te hyperventileren wanneer mensen uit de Randstad iets roepen over ‘regionale ontwikkeling’ van de Achterhoek. Er staat namelijk een idyllisch plaatje van die regio bij. De heer Goossensen wil dit bestemmen als Randstedelijk overloopgebied. Nu ben ik zelf zo’n ex-Randstedeling en ik heb wereldwijd al genoeg kapot-ontwikkelde gebieden gezien.

Daarom schreeuw ik, zoals de gatekeeper in een iconische scène uit Mad Max II, met schorre stem en bonkend hart: ‘Close The Gate!!!’ Waarna een aftandse, gepantserde bus voor de opening van het post-apocalyptische fort wordt gezet. Oh, had de Achterhoek maar zo’n poort en beschermende muur.

De Achterhoek moet je aan de Achterhoekers laten, vind ik. Ze kunnen daar zelf wel bedenken wat goed voor hen is. Alterra Wageningen UR schreef in 2013 al een rapport over de ruimtelijke, economische en sociale kansen van hun platteland. Daarin lees je profetische woorden, zoals ‘Het belangrijkste klimaatrisico voor de landbouw is een lange droge periode tussen maart en oktober, waardoor de grasgroei stil valt.’

Een oplossing staat even verderop: ‘Maar ook op het gebied van gewassen en productiemethoden liggen er kansen, bijvoorbeeld als het gaat om biobased economy. Zo zouden nieuwe teelten kunnen bijdragen aan biobased grondstoffen zoals afbreekbare plastics. Hier kunnen nieuwe producten en bedrijven uit ontstaan. Qua productiemethoden liggen er wellicht ook kansen met droogtetolerante gewassen die passen in het landschap.’  

Ik zou zeggen: ‘Beste boeren en bestuurders, maak eens een tripje naar Eindhoven in plaats van naar Amsterdam, en ga daar praten met die lui van Dutch Design.’ Want zij weten wel raad met nieuwe toepassingen van biologische materialen.

En als de Achterhoek meer bedrijvigheid wenst, geef dan vooral ruim baan aan mensen die vanwege een tekort aan passende werkgelegenheid eerder noodgedwongen uit die streek naar het westen zijn gegaan. Geef ook de jongeren, die het liefst in de Achterhoek willen blijven, voorrang op de sociale woningmarkt.

Tot besluit: bezint eer ge met bouwen begint. Want: ‘Recreatie en toerisme zijn qua inkomsten en werkgelegenheid van groter belang voor de Achterhoek dan de landbouw.’ Dat toerisme is vooral te danken aan de huidige recreatieve waarde van het Achterhoekse kleinschalige landschap.

PS: Stuur die Randstedelingen maar lekker door naar Duitsland. Daar is nog ruimte zat.

Werkzoekende death by algorithm

Vriendin en manager E. wil weten hoe het nu staat met werk vinden. ‘Werk’ is een onderwerp waar ik verschillend op reageer. Afhankelijk van mijn gesprekspartner en stemming is dat berustend, verbolgen, bevlogen of zwaar gefrustreerd. Ik vertel over de barrières op de arbeidsmarkt en over de mitsen en maren. Zoals dat ik niet door het systeem heen kom. ‘Wat erg toch, want je kan zo veel. Daar zal toch vraag naar zijn.’, zegt zij.

Ook E. loopt als manager tegen barrières op. Want haar werkgever (de overheid) wil het aantal fte’s beperkt houden. Dus moet zij waanzinnig dure zzp’ers inhuren en voor elke flutklus een vreselijk bureaucratische aanvraag- en goedkeuringsprocedure doorwerken. Mocht er weer een klus komen, dan zouden we allebei liever kiezen voor een tijdelijk dienstverband.

Het systeem leidt tot een enorme verspilling van kwaliteiten, zowel die van haar als van mij. Want bij haar zijn de ondersteunende medewerkers wegbezuinigd. Dus moet ze zelf formuliertjes invullen. En mijn kwaliteiten kunnen bij diverse werkgevers goed worden ingezet. Maar er ontstaat geen match, omdat ze blindvaren op algoritmes voor werving- en selectie-doeleinden. Mijn CV past niet in een digitaal hokje en ikzelf evenmin. Er bestaat zelfs een uitdrukking voor deze situatie: death by algorithm.

Gelukkig begint de krapte op de arbeidsmarkt nu zodanig te wringen dat zelfs werkgevers aan introspectie doen. Zou er dan toch iets verkeerd gaan? Misschien schrijven ze wel te veel mensen bij voorbaat af. Misschien zijn de huidige algoritmes toch te beperkt. En misschien, heel misschien, is werving en selectie ook mensenwerk.

Dat er bij werkgevers iets begint te dagen, blijkt uit ‘Onze kijk op werk is gedateerd’ op pagina 15 van hun rapport Wegwerkzaamheden. Tien ideeën voor de wereld van werk. De ideeën in het rapport zijn lezenswaardig. Al zullen sommige daarvan déjà vu gevoelens oproepen bij trouwe volgers van Raam Open.

NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Voortschrijdend inzicht

In de wetenschap is het normaal om verder te gaan waar voorgaand onderzoek ophoudt. De westerse wereld heeft in de afgelopen eeuwen enorm veel vooruitgang geboekt. Kijk maar naar mensenrechten, de positie van vrouwen (ja, echt), veiligheid, gezondheid en welvaart. Wat mij verwondert, is hoe beperkt we op kennis uit vroegere beschavingen voortbouwen. Neem nu de Chinese dynastieën, neem Perzië, 2.500 jaar geleden. Of neem de Azteken, de pré-islamitische Arabische wereld, de natuurkennis van indianen, Timboektoe, etc.

Binnen de internationale ontwikkelingssector is het gewoon dat geleerde lessen worden genoteerd en in een volgende fase worden meegenomen. Mijn vroegere werkgever zou geen strijdgroep ‘aan de goede kant’ in Syrië hebben gefinancierd. Alleen al, omdat iedereen weet dat je op afstand in een oorlogssituatie onvoldoende zicht hebt op wat daar werkelijk gebeurt. Maar anno 2018 stuurt onze overheid er doodleuk geld naartoe.

In de Volkskrant van 13 september 2018 staat een artikel over de moeizame implementatie van het klimaatakkoord. (Het ‘meestribbelende’ bedrijfsleven zit aan tafel en traineert c.q. frustreert de zaak.) Klaas van Egmond, oud-kroonlid SER, zegt terecht: ‘Je laat de kalkoen toch ook niet meebeslissen over het kerstdiner?’ Hij verwijst naar een historische les in het boek Ondergang van wetenschapper Jared Diamond:

‘Beschavingen gaan niet ten onder omdat ze het probleem niet zien aankomen, maar doordat de oudere, belanghebbende generatie de jongere ervan weerhoudt zich tijdig aan te passen.’

Daar kunnen we het mee doen. Misschien toch maar op de barricaden gaan? Al is het maar voor uitstel van de ondergang. En garde! You gotta fight for your right to party!

Zo, het is weer weekend.

Braai

Het begint nog wel zo knus en aandoenlijk. Op een zonnige zaterdag staan er twee markten op het programma. Met de bus kom ik in een dorp aan bij de eerste. Dit is een liefdadigheids-gebeuren, compleet met thuis gebakken cake en loterij. Na een half uur zit ik weer bij de bushalte. Er rijdt een auto langs met een sticker van de Zuid-Afrikaanse vlag. Ik raak mild geïnteresseerd. Heeft de bestuurder daar vakantie gevierd? Of komt hij er zelf vandaan?

De auto wordt vlakbij geparkeerd en ik volg wie er uitstapt. De bestuurder is een blanke man. Hij draagt een overhemd met kaki jachtvest en een broek in dito stijl. Hm, warm. Aan de passagierskant verschijnt een blanke vrouw met zwart haar. Zij heeft een keurig rood jasje aan. Kan, kan. Engelse voorouders of Hugenoten misschien. Ze komen vast voor de rommelmarkt. Maar voordat zij op pad gaan, komt mijn bus er aan.

De tweede markt is verderop in een stad en eveneens ideëel van opzet. Er staan mensen met zelfgemaakte producten en ecologische waren. Ook is er is een zithoek van strobalen en schapenvachten rond een kampvuur. Boven de vlammen hangt een grote ketel aan een driepoot. Een paar zestigers kookt op hun gemak soep. Leuk. Nieuwsgierig spreek ik hen aan. Het blijkt om een groep natuurliefhebbers te gaan.

Prompt duikt die ene man in kaki outfit ook op bij het houtvuur! Hij past perfect in het geheel. Braai, dat is mijn eerste associatie. Hij komt vast zelf uit Zuid-Afrika. ‘Was u toevallig net op die andere markt?, vraag ik. En ik vermeld dat zijn autosticker mij opviel. Gelijk roept hij zijn vrouw.

Twee blanken uit Zuid-Afrika, in gesprek met een voormalige expat in Kenia. Heus, het begint aangenaam. Maar elk onderwerp buigen ze direct om naar wanbeleid en geweld, inclusief gruwelijke details. Er is geen ontkomen aan. ‘Jullie weten hier niet wat daar gebeurt’, zegt de man.

En ik denk: ‘Ja.’ Want ons halve journaal gaat over twee Armeense kinderen. Oké, in augustus kwam de NOS met een bericht uit Zuid-Afrika over 47 plaasmoorden. Wat op 19.000 moorden per jaar ‘slechts’ 0.3% is van het totaal, in een land met 56 miljoen inwoners. Dat was zo’n beetje al het nieuws over Afrika, een heel continent.

‘En ja’, denk ik vanwege een niet doorgegane dienstreis naar Zuid-Afrika tien jaar geleden. Wat weet je nu echt als je er nooit bent geweest? Oh, ik ken hun angsten. Ze hebben de tralies thuis gelaten, maar ze zitten met hun gedachten overal gevangen. Iemand zei over hun land: ‘It’s a human hell in a natural paradise.’

Bij ons afscheid geven we elkaar een hand. De zon schijnt. Op de markt eten kinderen ijsjes. Trots verkoopt een nieuwe statushouder zijn zelfgemaakte lekkernijen. Hij is weer iemand. Het is een heerlijke nazomerdag.

Uren later ruikt mijn haar nog steeds naar de rook van het vuur.

Boze Witte Vrouw

22 augustus 2018

Geachte heer Kalshoven,

Aangezien ik mij weer zeer boos heb gemaakt over een van uw suggesties in uw column #Hoedan (2) onlangs in de Volkskrant, wil ik u wijzen op een paar omissies in uw denkwijze. Het gaat mij als nugger zonder werk of inkomen om maatregel 7: ‘Stuur volwassenen zonder werk en zonder uitkering jaarlijks een pro-formabelastingaanslag. Waarom: ook deze mensen hebben profijt van publieke goederen in Nederland, zoals wegen, de politie, de dijken en defensie. Maar ze leggen de rekening nu bij anderen. Het minste wat we kunnen doen, is dit onder hun aandacht brengen.’

Ik vind dit echt godgeklaagd. U doet mij geen enkel recht door mij als een parasiet weg te zetten. Ik ben een nugger die al 35 jaar heeft gewerkt (begonnen op mijn 17de, toen u wellicht nog een luizenleventje had als student) en in dit land belasting heeft betaald, maar nu toevallig de pech heeft om tussen alle regeltjes in te vallen. Bovendien leef ik van eigen middelen en woon ik in een afbetaald huis van normale proporties, dat ik door werken, ja u leest het goed: door werken en verstandig geldbeheer nu hypotheekvrij heb.

Wijs liever de maatschappij op werkgevers die roepen dat er geen personeel te krijgen is, terwijl ze nauwelijks bereid zijn om aan behoeften van oudere werknemers te voldoen. (Ik hou geen fulltime werkweek of avonddiensten vol.)

Wijs liever de overheid er op, dat zij bij opleidingsmogelijkheden even hard aan leeftijdsdiscriminatie doet. En dat vooral waar het nuggers betreft. Zie deze link naar de website van de Rijksoverheid over de financierings-regeling voor levenlangleren, die, u raadt het nu vast al, mij als 55-jarige vanzelfsprekend aan de neus voorbij gaat.

Tot slot wil ik u wijzen op een groeiende groep nieuwe inwoners die in dit land nog geen dag heeft gewerkt of belasting heeft betaald, maar vreemd genoeg wel overal voor in aanmerking komt. En nee, ik stem niet op de PVV. Dit laatste schrijf ik er maar even bij voor het geval dat ik, naast parasiet, ook nog als racist wordt weggezet.

Het wordt tijd dat u (en de overheid) nuggers als realisten gaat zien. 55-Plussers worden namelijk nog altijd massaal afgeschreven.

Jammer dat onze regering het te druk heeft met voordeeltjes voor multinationals en het binnenhalen van nog meer jonge buitenlandse werknemers in een land waar bijna geen auto of trein meer bij past, om dat te zien.

Met vriendelijke groet,

Karin

(Dit begon met het idee om de termen ‘informatiebeheer’ en ‘functioneel informatiebeheer’ op mijn LinkedIn-pagina te zetten. Daarna dacht ik: ‘zijn dat wel de juiste termen, wat houdt dit werk precies in?’ Vervolgens las ik op de website van een headhunter in die branche welke vereisten er bij vacatures zijn. Daarna ging ik eens kijken naar opleidingen en toen kwam ik op die webpagina van de Rijksoverheid. De column van Frank had ik al eerder uitgeknipt en een paar dagen later boos weggegooid. Zojuist heb ik hem weer tussen de beschimmelde bramensap en vieze zakdoekjes uit de vuilnisbak gevist. En nu heb ik dus gereageerd.)

De ziekmakende maatschappij

Is het overdreven gesteld dat half Nederland aan de kalmerende en/of verdovende middelen is? Ik heb een rekensommetje gemaakt en kom uit op deze ruwe schatting. Voor een deel is de verklaring logisch: mensen met pijn en stoornissen hebben baat bij deze middelen. Maar voor een ander deel lijkt de oorzaak te liggen in onze maatschappij. Alles en iedereen moet aan normen voldoen, in het plaatje passen, continu presteren, niet afwijken. Oh, en geld opleveren. En dat in een omgeving die ons steeds verder afbrengt van een natuurlijke leefwijze. Terwijl we toch gewoon kwetsbare mensen zijn.

In Nederland gebruiken jaarlijks 1,3 miljoen mensen opioïden. Deze stoffen werken op het centrale zenuwstelsel, blokkeren pijnsignalen en geven een euforisch gevoel. ‘De klassieke, calvinistische houding om het nog even aan te kijken met de pijn, verdwijnt.’, zegt Ruud Coolen van Brakel van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. Daar komt bij dat ziekenhuizen patiënten tegenwoordig sneller naar huis sturen om kosten te besparen. Om te voorkomen dat patiënten daarna meteen weer bij de huisarts zitten, geven ze sterke pijnstillers mee. Ook voor huisartsen is het een makkelijke uitweg.

De dokter als dealer
Het bovenstaande citaat staat in ‘De dokter als dealer’, een artikel van Maud Effting en Anneke Stoffelen in de Volkskrant van 21 juli 2018. Daarin vertelt huisarts Jos van Bemmel hoe hij zich bewust wordt van de hoeveelheid zware en mogelijk verslavende pijnstillers die hij voorschrijft. Bij het tekenen van de tientallen herhaalrecepten per dag was hij tot dan toe vooral gespitst op kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Niet op pijnstillers.

Dat maakt nieuwsgierig. Want hoe veel mensen gebruiken al deze middelen dan? Een vluchtig zoekresultaat levert deze getallen op: ‘In Nederland zijn er naar schatting 1,2 miljoen gebruikers en 700.000 verslaafden aan benzodiazepinen: slaap- en kalmeringsmiddelen als valium en diazepam. Ze leven in een vlakke wereld zonder echte vreugde of echt verdriet.’ Dit valt te lezen op de website nemokennislink. En ruim een miljoen mensen gebruikt een antidepressivum. ‘De meesten amitriptyline, dat de stemming verbetert, angsten onderdrukt en tegen pijnklachten werkt.’ Zie de factcheck van een Volkskrant-artikel door het NRC.

Zo kom je op ruwweg 3,5 miljoen geregistreerde gebruikers van pijnstillers, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Dit aantal is nog exclusief mensen die geen medicijnen slikken, maar alcohol, energizers en/of (soft)drugs gebruiken voor vergelijkbare doeleinden. Ook homeopathische middelen en tabletjes uit de supermarkt zijn niet meegeteld. Daarom schat ik dat half Nederland aan de kalmerende dan wel verdovende middelen is. Of juist pepmiddelen gebruikt om naar wens te functioneren.

Pijnstillers
Zoals gezegd: het is logisch dat mensen met ernstige of chronische pijn middelen gebruiken. Die zijn tenslotte beschikbaar en hiermee kan je de kwaliteit van het leven verbeteren. Maar volgens het artikel ‘De dokter als dealer’ worden illegaal verkregen medicinaal bedoelde middelen evengoed recreatief gebruikt. Welke ‘pijn’ moet er dan worden gestild?

Kalmerings- en slaapmiddelen
En vanwaar al die kalmeringsmiddelen en slaapmiddelen? De oorzaak van klachten kan fysiek of psychisch zijn, maar ook een onnatuurlijke leefstijl. Want als je tien minuten naar hardcore techno luistert, raak je opgefokt. Van te veel suiker ga je stuiteren; dus van energiedrankjes helemaal. En dag en nacht in het licht van een beeldscherm zitten, bevordert de slaap evenmin. In die gevallen is een pilletje slechts een lapmiddel.

Antidepressiva  
Dan al die antidepressiva. Er zijn weinig landen waar mensen zo vrij leven als in Nederland. We scoren torenhoog in de wereldwijde gelukstatistieken. Niemand hoeft om financiële of sociale redenen in een knellend huwelijk te blijven. En kijk eens naar alle voorzieningen. Toch slikt een miljoen Nederlanders antidepressiva. Ook hier spelen verschillende oorzaken een rol: zoals fysieke en mentale stoornissen, aanleg en persoonlijke ervaringen.

Vooral bij de cognitieve oorzaak van depressie is de maatschappij en directe omgeving een factor. Stel dat je je waardeloos voelt. Dan draait het vaak om verwachtingen die je van jezelf hebt, gekoppeld aan verwachtingen die anderen van je hebben. Reëel of niet. Nergens zie je dit zo duidelijk als in de schijnwereld van Facebook en Instagram. Het continu moeten scoren met mooie foto’s en succesverhalen verergert gevoelens van eenzaamheid.

Maatschappelijke keuzes
Misschien zitten we mede door Facebook en Instagram zo massaal aan de pijnstillers, kalmeringsmiddelen, slaapmiddelen en antidepressiva. Want de sociale media zijn als onze 24/7 maatschappij. Althans, wanneer we daar volledig in mee gaan. We hebben nog altijd de vrijheid om grenzen te stellen en te bepalen welke kant we op gaan.

De Volkskrant: ‘Gijs Helmerhorst, die arts in opleiding is tot orthopedisch chirurg en die promotieonderzoek deed naar pijnbeleving bij botbreuken, werkte tien jaar geleden in een Amerikaans ziekenhuis. Daar viel hem op hoe gemakkelijk Amerikaans artsen opioïden meegaven na een simpele breuk. ‘Ik was dat in Nederland toen helemaal niet gewend. Wij gaven het advies wat paracetamol te nemen als de pijn te erg werd, of ibuprofen. Het kwam eigenlijk niet voor dat mensen terugkwamen en zeiden: dokter, de pijn is niet te verdragen.’

Het pijnstillergebruik steeg hier pas na marketingcampagnes van onder meer de Amerikaanse farmaceutische industrie. Gelukkig zijn er nog mensen die zelf nadenken. Huisarts Van Bemmel voert nu gesprekken met ‘grootverbruikers’ van pijnstillers in zijn patiëntenbestand. Die zijn opgelucht en blij dat het ook zonder kan.