Teksten recyclen is ook duurzaam

Sinds kort prijkt Raam Open op de lijst met blogs over duurzaamheid op Vlasleeuwenbekje’s Blogspot. Daar ben ik blij om. Dit blog verbleef namelijk al vijf jaar in de diepste krochten van internet en werd door weinig mensen opgemerkt. Nu komen er meer bezoekers. Behalve recente logjes, toveren zij ook het oudere werk tevoorschijn. Daar zit menig bericht tussen waarin ik mijn visie deel volgens de ‘People Planet Profit’-strategie. Het zijn pleidooien voor een duurzamere samenleving en economie. Veelal zijn ze geïnspireerd door mijn ervaringen binnen de internationale ontwikkelingssector in Afrika.

‘Duurzaamheid’ is één van de meest uitgekauwde termen van deze tijd. Het is een containerbegrip dat regelmatig door handige marketeers wordt misbruikt. Vandaag zag ik een advertentie voor ‘duurzame’ vakanties van twee weken naar Azië. Alsof er ook maar iets duurzaams is aan vliegreizen. Sommige mensen kunnen het woord niet meer hóren. Maar er bestaat geen alternatief voor een ‘duurzame’ toekomst. Dus zou ik zo zeggen: ‘Wen er maar aan, aan de noodzaak van duurzaamheid.’

Deze week kwam het log ‘Geboortebeperking als redding’ weer voorbij in de statistieken. Niet verwonderlijk, als je het nieuws volgt. Er is namelijk ophef over VVD-Tweede Kamerlid Wybren van Haga. Hij wil meer investeren in geboortebeperking in Afrika. Er worden twee miljard extra geboorten op dat continent verwacht, bovenop eerdere voorspellingen door de VN.

Wat mij betreft kan het genoemde log niet vaak genoeg worden gelezen. Het staat al jaren in de top 10 van de Pronkkamer om er blijvend aandacht op te vestigen. Gewoon, omdat het gaat over cruciale vrouwenrechten. En die hebben weer alles te maken met duurzaamheid. Hopelijk leidt deze recyclingactie tot aandacht voor de vele facetten daarvan. 😉

Bespaar geld met vetverbranding

Ons lichaamsvet is een reservefonds, al staan we daar zelden bij stil. Dus wil je geld besparen, verbrandt dan eens wat overtollig vet. (Als je dat hebt). Nu ik veel chips en zoetigheden laat staan, hou ik verrassend genoeg geld over. Dat is winst dankzij een aangepast en gezond dieet.

Kijk maar hoeveel een persoon maandelijks kan besparen. Als voorbeeld neem ik de levensmiddelen die ik nu niet of minder eet en drink.

  • Vier pakken koek € 6.
  • Vijftien zakken chips en ander zoutjes € 15.
  • Muffins, telkens wanneer er ‘iets te vieren valt’ € 8.
  • Anderhalve fles port voor in het weekend € 10.
  • Gebakjes tijdens wandelingen met een groep € 7,50.
  • Wijntjes en dergelijke na afloop in restaurants € 10.
  • Zaans volkoren, van 6 naar 4 sneetjes per dag € 3,50.
  • Snelle hap onderweg, zoals patat of een nasischijf € 10.
  • Oliebollen (het seizoen begint voor mij op 3 oktober), omgerekend € 3.

Totaal levert dit per maand een brute besparing op van € 73. Hier gaan nog wel vier pakjes chips vervangende crackers van af (€ 8). De netto besparing bedraagt dan € 65. Zo bespaar je op jaarbasis € 780 aan eten, zonder dat je wat tekort komt. En als je frisdrank vervangt door zoet kraanwater, gaat het helemaal hard. Dat scheelt ook een hoop gesjouw.

Overigens mag je jezelf best verwennen wanneer je op dieet bent. Koop daarom gezond eten van extra goede kwaliteit. Dus vers en biologisch. Met bovenstaande besparing kan dat makkelijk uit.

Dit volwaardige dieet helpt mij om af te vallen.

Kraakwagendag en de schatkist van de Fasson

‘Grofvuil is fantastisch: dat je iets ouds hebt, het wegdoet, en dat een ander dat dan misschien blij meeneemt. Het oude principe van dingen je hol inslepen. Of het nieuwe principe van upcycling. Of het oeroude principe  van lekker gratis.’ Aaf Brandt Corstius haalt in haar Volkskrant column van 22 juni 2018 zoete herinneringen op. Tegenwoordig moet je een afspraak maken met het gemeentelijke afvalstation. Op vastgestelde tijden dien je je oude spullen buiten te zetten en dan komen ze het ophalen. De romantiek is er wel af. Van mij mag het gouden era terugkeren van kraakwagendag.

Op kraakwagendag struinde ik als kind met een vriendinnetje in de buurt alle straten af. Er stond dan van alles op de stoep. Kapotte koelkasten, bankstellen, sapcentrifuges, bijzettafeltjes, zakken met oude kleding, bakken met boeken en gesloopte troep. We waren bepaald niet de enigen.

De professionals, zoals ze nu zouden heten, waren dan al langs geweest. Allerlei ruwe, groezelige mannen met gemotoriseerde bakfietsen haalden bruikbare spullen op. De oud-ijzerboeren. De tweedehands spullen handelaren. Hen zag je vervolgens staan op de Leidse markt. Daar hadden ze op woensdagen voor hun uitgestalde waren een vaste plek op de Koornbeursbrug.

Waarschijnlijk was er een ongeschreven regel. Nette mensen deden zoiets niet. Voor kinderen kon het nog net, tot een zekere leeftijd.

Dat vriendinnetje was meer bijdehand dan ik. Ze kende namelijk de exacte locatie van een ware schatkist: een enorme afvalcontainer op een nabijgelegen fabrieksterrein. Om precies te zijn: van de Fasson op de Lammenschans. Een goudmijn was dat. We konden er alleen met moeite in klauteren. Soms werden we weggejaagd door het personeel. Misschien was het wel gevaarlijk als er afval in werd gekieperd. We stonden er tot onder de zijwand in en waren van buitenaf niet te zien.

Er lagen alle mogelijke soorten plakband. Industrieel spul, onverwoestbaar. Grote rollen, kleine rollen, loeizware buizen met prachtige materialen. Sommige met rasters van textiel die aan twee zijden kleefden. Daarmee kon je een boekenplankje aan de muur bevestigen, zo’n plakkracht had dat spul. Het rook er dan ook erg chemisch.

We namen zo veel mee als we op onze fietsjes naar huis konden slepen. Ik zal een jaar of acht zijn geweest. Ik heb nog tot vijf jaar geleden plezier gehad van die kleefmaterialen. Zo lang bleven ze goed en ging de voorraad mee. Kleine stukjes hout plakken, een foto goed op een achtergrond vastzetten, etc. Vooral dat dubbelzijdige spul; daar kon je echt alles mee. Ik heb het helaas nooit in een winkel gezien.

Later ging de fabriek Fasson Avery Dennison heten en daarna alleen Avery Dennison. Het bedrijf verhuisde naar Hazerswoude. Ik heb er zelf op kantoor gewerkt, als uitzendkracht. In die periode moest ik een kast met oude ordners leegruimen. Alles kon weg. Ook de in prima staat verkerende, maar gebruikte kantoormaterialen: ordners, plastic insteekmapjes, paperclips, geperforeerde hoesjes en tabbladen.

Ik heb er van alles tussenuit gehaald. Gered van de vuilverbranding. Dat was in 1997. Die kleine kantoorartikelen gebruik ik nog steeds. Ze gaan langer mee dan de fabrieksgebouwen, want begin dit jaar werd de laatste gesloopt.

Zorgen dat de boel op orde komt

Op donderdagavond kan het weekend beginnen. Het huis is schoon en opgeruimd. De planten hebben water en de was hangt te drogen. Met de ramen en deuren open profiteer ik van de frisse wind die door alle ruimten waait, van kelder tot zolder. Er zijn geen dringende klussen en de administratie is gedaan. Kortom, de boel is op orde en dat geeft mij een intens tevreden gevoel. Daarom is het me een raadsel waarom we niet allemaal zo in het leven staan.

Er is een groenjournalist aan het woord op Radio Gelderland. De gemeente heeft 450 bomen geplant op de weg tussen Dieren en Ellecom. Daarvan is nu een derde dood. Daarnaast is een derde stervend en een derde leeft nog net. Ze zijn geplant toen de grond bevroren was. De wortels werden niet beschermd tegen de kou en ze kregen te laat water. Kwestie van ambtelijke onverschilligheid. Of van mismanagement bij de aannemer. Ach, die is toch verplicht om de dode aanplant te vervangen. Dus who cares?

Nou, ik, toevallig. Het overgrote deel van mijn werk, ongeacht waar dat uit bestond, draaide om zorgen dat de boel op orde kwam. Ik heb daarover een slogan op mijn CV staan. Lang heb ik gedacht dat werkgevers hieraan wel behoefte zouden hebben. Het is toch prettig als iemand zorgt dat alles op tijd wordt geregeld. Dat gegevens vindbaar zijn en kloppen. Dat belanghebbenden eerlijk worden behandeld en gehoord. Dat processen logisch en eenvoudig in elkaar steken. Dat iedereen de juiste informatie heeft en dat afspraken worden nageleefd? Bovendien: dat er iemand is die vooruit denkt en beleid kan helpen ontwikkelen. Gewoon, om het bestaan wat aangenamer te maken. En zodat we niet steeds opnieuw het wiel hoeven uitvinden.

Het lastige van mijn behoefte om de boel op orde te krijgen, is de afbakening ervan. Ik bedoel, in en rond huis gaat nog wel. Ook mijn leven is redelijk behapbaar. Maar dan de rest, hè. Die buitenwereld. Soms denk ik dat er geen beginnen aan is.

Een overheerlijk ganzenei

Bij familiebezoek krijg ik een vers geraapt ganzenei uit de polder. Het is echt een joekel. Goed verpakt in een mandje met stro gaat ‘ie mee in de trein. Spannend is alleen in welk stadium het ei verkeert, want de uiterste houdbaarheidsdatum staat er natuurlijk niet op geprint. Zit er een mooie gele eidooier in, dan kan ik het ei bakken. Maar zijn de pootjes al zichtbaar, dan kan ik het beter braden. 😉

Kijk, dit is hem, samen met een bruin kippenei om de verhouding te tonen.

Afijn, het wordt een heerlijk omelet met spekjes en champignons. Samen met wat peper en de eerste bieslook uit eigen tuin smaakt dat prima. Vreemd eigenlijk, dat we zo weinig doen met al die ganzen in Nederland. Want wilde ganzenfilet met zo’n sappig vetlaagje smaakt ook al zo lekker. En dit is toch veel gezonder en diervriendelijker dan vlees uit de bio-industrie?

Dag boom

Met onkruid heb ik weinig scrupules. Dat ruk ik zo uit de tuin. Maar een boom van een jaar of dertig oud … dat is toch wat anders. Wie ben ik om hem van het leven te beroven? Hij staat hier al veel langer dan ik hier woon. Bovendien kan het arme ding zich niet verdedigen. Evenmin kan hij weglopen. Gisteren keek ik nog eens goed naar hem. Hij is veel groter dan een mens en toch zo weerloos.

Nu heb ik plechtig beloofd dat ik een zaailing uit de tuin zal halen en die in het bos zal planten. Zodat die wel kan blijven staan tot hij van ouderdom omvalt.

Daar ga je dan. Je zaagsel dwarrelt nog in het rond. Je takken liggen al op de grond en zullen je opvangen. Dag boom.

Achter de perfectie

Een succesvolle vrouw vertelt over haar jeugd. Als jonge immigrant liep ze in Nederland schrammen op. Daarom wil ze nu alles tien keer beter doen dan de rest. Zodat haar moeder met opgeheven hoofd kan rondlopen. Ik ken er zo nog een paar. Mensen bij wie altijd alles perfect gaat. Er zijn ook mensen met wie het faliekant misgaat. Gisteren nog, kwamen er op tv voorbeelden langs in ‘Het succes van de kringloopwinkel’. Mannen die afkicken van de drank en nu langzaam opkrabbelen. Voor hen betekent het ‘fijn dat je er weer bent’ van de groepsleidster alles.

Ik heb het niet zo op perfectie bij mensen. Vaak schuilt er iets negatiefs achter. Perfectie als roep om erkenning. Perfectie als fortificatie. Perfectie als ultieme wraak.

Liever zie ik perfectie in de kunsten, vooral in de muziek. Hierbij kan het streven naar perfectie zowel mensen zelf als dat wat ze samen maken naar een hoger plan tillen.

De kringloopwinkel benadert een perfect economisch systeem. Daar is alles en iedereen van waarde en komen people, planet en profit werkelijk bijeen.