Muziek van het oostfront

Terwijl het al bijna kerstmis is, zwalken mijn gedachten nog langs een logje, een foto en muziek uit de Achterhoek, plus een vrolijk liedje over het leven bij de Duutse grens. Tja, hoe praat je dit alles aan elkaar? Ik ga een poging wagen.

We beginnen met de Duutse grens. Ik ben gek op grensgebieden en sinds ik hier woon, vooral op die tussen Nederland en Duitsland. Deze grens is dichtbij. Nader je vanaf de stuwwal het station van Arnhem, dan zie je achter de rokende schoorsteen van Duiven al de glooiende heuvels van Montferland.

Wat verder op de stuwwal kan je bij helder weer naar Nijmegen zwaaien. Die stad wordt links geflankeerd door heuvels met oostwaarts het donkere Reichswald. Vanaf Nijmegen Centraal rij je gewoon met je OV Chipkaart in de Duitse buslijn 58 naar Kleve toe. En ga je van ’s Heerenberg naar Arnhem, dan leidt de kortste route je naar de Duitse autobahn.

Nu wil het geval dat ik een deel van de kerst ga doorbrengen bij de Duitse grens. En als ik aan de gezinsleden denk bij wie deze kerstviering plaatsvindt, dan belanden we gelijk bij muziek uit de Achterhoek. Ze wonen wel niet in dezelfde streek, maar 130 kilometer noordelijker naast Duitsland. En het zijn HELE GROTE fans van de Zwarte Cross. Dus dan is het verband logisch, toch?

Trouwens, bij Alles Plat op Radio Gelderland gooien ze ook alles op een grote hoop. Muziek uit Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland, inclusief de Achterhoek. Daarom zal ik er niet langer omheen draaien. Hier word ik nou echt blij van: Duutse grens van Bökkers, in Sallands dialect.

Over een Engelsman, een lach workout en naderend Duits onheil

Waar te beginnen? Laten we er een soort nieuwsbulletin van maken.

Acteur Michael Caine, volgens de Volkskrant het ‘vlaggenschip van Cool Britannia’, vertelt in zijn documentaire My Generation over zijn leven en carrière. Als echte Cockney (zoon van een schoonmaakster en een sjouwer op de Londense vismarkt) wil hij in het stijve en klassenbewuste Engeland van begin jaren zestig de stem van zijn afkomst laten horen. Maar hij breekt juist door met zijn hoofdrol in Zulu (1964) als snobistische luitenant. Blijkbaar heeft hij het natuurtalent om die arrogante kerel met verve te spelen.

Dit herken ik. Als kind van een elektricien heb ik dezelfde onvermoede kwaliteiten. Die kwamen voor het eerst tevoorschijn in een Afrikaanse neokoloniale setting. Hoe makkelijk delegeren mij daar af ging, was gewoon gênant. Bij een lachcursus voor werkzoekenden kwam hier ook weer iets van naar buiten.

Lachen is gezond. Je maakt er endorfine en andere prettige stofjes door aan. Samen lachen versterkt de onderlinge relatie. Echt, je kan er gelukkig van worden. Deze week deden we verschillende oefeningen in een kring. Zoals: ingehouden lachen (in een situatie waarbij je je gezicht strak moet houden). Voluit lachen. Lachen zoals je doet wanneer je de slappe lach krijgt. Met je handen rond een enorme buik lachen als de kerstman (Ho ho hooo). Giechelend lachen. En dan de aristocratische theaterlach (met hete aardappel). Nu blijk ik vooral in de kerstmanlach en de theaterlach uitzonderlijk goed te zijn. Hm.

Michael Caine dus, vertelt heerlijke verhalen over de Swinging Sixties. Over de Londense clubs. Over de nieuwe welvaart en vrijheid. Over de opkomst van bands als The Who en de Rolling Stones. En over het drugsgebruik, dat in die tijd een beetje doorschoot.

‘Eenmaal heeft Michael Caine zelf marihuana gerookt. Hij kreeg een lachstuip die vijf uur duurde. Geen taxi wou ’m hebben, en dus moest hij lopend naar huis.’ * That did it for him. Farewell hedonism. Ach, ik ben toch zo dol op die Britten.

Tot besluit het weerbericht, zojuist gehoord op Radio Gelderland. Ergens in het programma komt de weerman op bezoek en hij vertelt honderduit. Alleen duurt mijn aandachtspanne bij praatjes over het weer hooguit een halve minuut. Hij heeft het over ‘een Duitse bui, die vandaag de Duitse grens zal oversteken’ en mijn kant op zal komen. De dj vraagt aan de weerman wat dat te betekenen heeft, die bui. Er volgt een langdradig en ingewikkeld verhaal. Mij ontgaat het een beetje allemaal.

Nu zit ik me toch wel af te vragen hoe ik me erop moet voorbereiden. Op de komst van die ‘Duitse bui’.

* Citaat uit artikel Zijn tijd, van Rob van Scheers in de Volkskrant van 31 mei 2018.

Op vakantie voor de massa kwam

Als je nu een verre reis maakt, ben je gewoon een van de velen. Kijk maar rond op Schiphol. Overal drukte, lange rijen en gestreste mensen. In dat opzicht was het vroeger beter. In de jaren tachtig landde Qantas hier elke vrijdag. Het was naar Australië wel dertig uur vliegen, inclusief tussenstops. Maar op de luchthaven en in het vliegtuig werd je met alle egards behandeld. Ook als economy passagier. Het toerisme veranderde sterk in de afgelopen eeuw.

Mijn grootouders konden zich geen voorstelling maken van het huidige vliegverkeer. Voor zover ik weet, zagen drie van de vier nooit een ander land. Alleen mijn vaders’ vader fietste als bedevaart vanuit Leiden naar het Duitse Kevelaer. Misschien was dat wel de reis van zijn leven. Verder waren er logeerpartijtjes bij familie. Tot de Tweede Wereldoorlog hadden veel mensen sowieso amper vakantie.

In de jaren vijftig veranderde dat. Een paar ooms droomden van emigratie (maar hun eega’s wilden niet). Met de Nederlandse koopvaardij kwam je als jonge man toch ver. Mensen kregen geleidelijk meer geld. Ze maakten uitstapjes naar de kust en naar de bollenvelden. Of ze boekten een geheel verzorgde busreis. Ik heb een reisbrochure uit 1957 van Eurovisie reisbureau Beuk uit Noordwijk, in een envelop met een postzegel van 2 cent. Geadresseerd aan mijn opa, die het jaar daarop zeventig werd.

Een zesdaags reisje langs de Rijn koste ƒ 85,–. Voor zeven dagen Voralberg en Tirol was je ƒ 165,– kwijt. Wilde je eens een flinke uitspatting maken aan de Franse Rivièra, dan telde je liefst ƒ 346,– neer. Voor dertien dagen, inclusief de busreis heen en weer. Op de zevende dag was er gelegenheid voor kerkbezoek en een wandeling.

Het geheel wordt zeer aanlokkelijk beschreven. ‘In dit reisprogramma zult u beslist een reis naar uw keuze vinden en u zult dus ook zeker een keus naar uw hart kunnen doen. Wij brengen u immers naar en door de Oostenrijkse bergenweelde, Zwitserlands Alpenpracht, Italië’s kleur en fleur, het Zwarte Woud, de Rijnlandse stemming, bekoorlijk Luxemburg, levendig Parijs, de betoverende Rivièra, de Spaanse Costa Brava en zo meer.’ Voor Lourdes, Fatima en Rome had de firma Beuk een speciaal reisaanbod. Volgens de foto’s waren de bestemmingen lieflijke plaatsjes. Moet je nu eens kijken in Lloret de Mar.

Ik troost me met de gedachte dat ik al vroeg naar Australië op vakantie ging. In de jaren tachtig was dat nog redelijk exclusief. Er hing een pittig prijskaartje aan het ticket: ƒ 3.000. Voor mij als beginnend boekhoudstertje was dat drie maanden salaris. In het vliegtuig zaten zakenlui en veel andere passagiers bezochten verwanten. Die hadden ze vaak in geen dertig jaar gezien.

In die mooie jaren kreeg je bij Qantas aan boord een heus gedrukt menu. Neem de etappe Singapore – Melbourne (7 hours) op de route Amsterdam – Sydney:

Dinner. Asparagus Vinagrette. Filet of Beef Provencale. Mille Feuille. Cheese. Coffee or Tea. Continental Breakfast. Tropical Fruit Cocktail. Hot Croissants. Coffee or Tea.’

Ah, vroeger was reizen zoveel beter dan nu.

Gaststätte Pries

Afgelopen zondag wandelde ik met een groepje aan de oostelijke rand van de Achterhoek. Rond de oude steengroeve van Winterswijk bevindt zich misschien wel Neêrlands mooiste landschap. Direct over de grens met Duitsland ligt een zweefvliegveld en daar staat een gaststätte. Gaststätte Pries vind je niet op internet, zelfs niet op Google Maps. Het is zo’n zaak die behoort tot een bijna uitgestorven soort. De uitbaatster is 86 en haar man is van eenzelfde leeftijd.

Welig bloeiende geraniums omzomen de veranda. Zodra je binnen treedt, waan je je in een andere tijd. Links is een gelagkamer met veel houten tafels en stoelen, vermoedelijk uit de jaren vijftig. Rechts bij de bar zie je een houten bank in hoefvorm. Ofwel: zo’n knusse hangplek voor rondbuikige Duitsers met bierpullen. Aan de muur geen zorgvuldig bijeengebracht retrospul of wilde-zwijnenkop voor ‘een authentieke beleving’. Nee, hier hangt het echte werk.

Een menukaart ontbreekt; je eet er wat de pot schaft. Ik nam rindfleissuppe. Die komt rechtstreeks uit grootmoeders kookboek. De zoon des huizes bracht heldere bouillon met stukken vlees, omelet en piepkleine deegbolletjes. Geserveerd met een half sneetje casino witbrood. Vergeet dus even de verantwoorde deegwaren van zes verschillende graansoorten.

Anderen kozen zelfgebakken appel- en pruimentaart. Die kwamen in flinke brokken. En de koffie was slap. Zo hoorde dat vroeger in Duitsland, tot barista’s allerlei koffies (het woord alleen al) introduceerden. Bestel je een radler, dan mixt de echtgenoot gewoon zelf bier met limonade. Je moet trouwens wel geduld hebben.

Een tip voor de mannen: het herentoilet bestaat uit een langwerpige pisbak. Ik heb er geen verstand van, maar dat schijnt heel nostalgisch te zijn.

Voor mij symboliseert die ontbrekende menukaart iets wat in Europa bijna niet meer bestaat: het avontuurlijke van reizen zodra je de grens over gaat. Wil je kunnen vertellen dat je er geweest bent, wacht dan niet te lang.

Over de grens

Vriendin F. en ik bewandelen het Streekpad Nijmegen. Ongemerkt passeren we de grens bij Grafwegen. Zo wandelen we langs een keurig geasfalteerde straat in Nederland. En zo volgen we een eenbaansweg met rafelrand. Vaag, maar onmiskenbaar voelt de omgeving anders aan. De huizen staan er wat rommeliger bij, niet strak op een rij. Ook de tuinen zijn minder keurig aangeharkt. Het oogt … ja … het oogt ‘vrijer’. Dit is de achterkant van Duitsland.

Ik hou van grensgebieden. Hier staat café Merlijn op de rand van bos en platteland. Een knusse kachel, een stapel spelletjes, bij elkaar geraapte stoelen en tafels. De houten wanden vol hertengeweien, foto’s, kitsch en overjarige kerstversiering. Een Duitse jachthut met Nederlandse bediening. De ongedwongen sfeer doet mij denken aan een afgelegen pleisterplaats voor backpackers. Elke bezoeker brengt zijn verhalen mee.

Verhalen genoeg bij de grens. Over vroegere smokkelroutes en spannende situaties, toen er nog bewaking was. Mensen die grenzen opzoeken, willen vrij zijn, hun gang kunnen gaan. Leven en laten leven, zoiets. Ik heb geen paspoort bij me. Er controleert toch niemand. En als er wel controle zou zijn, dan zou ik mij geen zorgen maken. Twee Nederlandse vrouwen in wandeltenue komen betrouwbaar over. Zulke bezoekers zijn altijd welkom in de plaatselijke konditorei.

IMG_3775De wandelroute brengt ons in het reichswald. Zelfs het bos ziet er hier subtiel anders uit dan in Nederland. Volgens mijn wandelgidsje heeft de rijksoverheid het ‘op typisch Duitse wijze geëxploiteerd’. Wat dat ook moge betekenen. Verderop passeren we boerderijen met uitgestrekte stukken grond. Bij de gebouwen struinen de obligate Duitse herdershonden rond.

Kranenburg doemt op. Om het plaatsje te betreden, moeten we volgens de beschrijving dwars over het spoor heen. Naast het verlaten station houdt een asfaltweg in het niets op. Geen stoeprand of mooi omzoomde cul-de-sac. Nee, gewoon zand en gras. Drie geparkeerde auto’s barricaderen het uiteinde van de weg, pal voor de spoorbaan. Frappant. Zoiets zou ik in Midden-Europa verwachten, niet vlak over de grens in Duitsland.

De hele dag wandelen we door een blank, verstild landschap. Wanneer we in Wyler aankomen, is het weer grauw en mistroostig geworden. Laaghangende bewolking, grijze nevel. Het begint te regenen. We wachten veertig minuten langs een kille weg. Totdat de Duitse bus naar Nijmegen ons daar weghaalt.

Binnen zit een caleidoscopische kleurenpracht. Aziatische vrouwen met een permanentje en tassen van een Chinese supermarkt. Volumineuze Afrikaanse dames met een lading bagage. Twee Arabische mannen, waarvan één met een zedig baardje. Vier uitbundig lachende latino meiden: uit Zuid-Amerika? Italiaanse jongens, die in het Engels een praatje maken met Duitse vrouwen.

Ik moet denken aan die Londense dubbeldekker in een Harry Potter film. Bussen zijn een universum op zich. Geen idee waar we de grens zijn gepasseerd.

Woorden zoeken na Keulen

Eigen ervaringen met mannen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika: zowel uiterst positief als uiterst negatief. Ervaringen met mannen in Nederland: idem dito, zij het wat minder uitgesproken. Ben een beetje moe van alle meningen en veronderstellingen die door mijn hoofd spoken.

Het liefst zou ik met de daders praten. Wie zijn zij, hoe denken zij, waarom hebben zij zich zo laten gaan? Zelfs binnen hun eigen cultuur en religie moeten ze zich doodschamen. Met een makkelijk antwoord komen ze bij mij niet weg.

Complottheorieën? Laat ik er ook eentje droppen: Wat is hier de rol van de Marokkaanse koning?

Op diverse blogs proberen vrouwen hun gedachten over de gebeurtenissen in Keulen te ordenen. Iedereen zoekt naar verklaringen. Ik lees alles en daarna een tekst van Mack.

Hink-stap-sprong van probleem naar oorzaak naar oplossing. ‘Het gaat er in een gezin om dat kinderen herinneringen [positieve voorbeelden en ervaringen – RO] opslaan die ze later nog weten. … Iets met de juiste basis.’

Unieke momenten gemist

Sommige unieke gebeurtenissen wil je absoluut niet missen. De eerste stapjes van je kind, het afstuderen van je beste vriend, het vertrek van iemand die je nooit meer zal zien. Toen ik lang op reis was, miste ik drie bijzondere momenten. Je kan niet alles hebben, maar toch.

Huwelijk
Een vriendin leerde ik kennen toen zij single was. Wij leefden toe naar vakanties en stappen in het weekend. Zij kreeg een vriend en dat werd serieus. De voorbereiding van hun huwelijk heb ik nog meegekregen. Toch was ik er op het moment suprême niet bij. Ik zat in het Midden-Oosten en toen ging je tussendoor niet terug. Later schreef zij hoe het feest was geweest en zag ik de foto’s. Maar het liefst was ik er zelf bij geweest.

EK Nederland – Duitsland 1988
Met voetbal heb ik geen enkele affiniteit. Ik had iets gehoord over een nationale post traumatische stress stoornis vanwege een wedstrijd uit het verleden. Toen kwam tijdens het EK die legendarische wedstrijd tegen Duitsland. Gullit, Van Basten en Koeman zaten in het team. Ik verbleef in Australië en een week later stroomden de brieven met verslagen binnen. Van vrouwen die echt nooit over voetbal schrijven. Overduidelijk was er iets unieks gebeurd. Ik las dat mensen onderweg hun auto aan de kant zetten en samen op straat dansten. Volgens mijn ouders was de sfeer zoals tijdens de bevrijding in 1945. Nog altijd kijk ik graag naar elk flintertje beeld van de spontane viering van die wedstrijd.

Oma overleden
Een paar maanden later overleed mijn oma, terwijl ik rondtoerde door Australië. Omdat ik steeds mijn reisplan wijzigde, werd post van postkantoor naar postkantoor doorgestuurd. Ze was allang begraven op het moment dat ik het vernam. Toen ik van huis vertrok, was zij 98 jaar en volledig dement. Van mijn andere oma had ik uitvoerig afscheid genomen. Ook zij was flink op leeftijd. We lieten onbesproken dat we elkaar misschien nooit meer zouden zien. De begrafenis van mijn oudste oma werd een vrolijk gebeuren. Want het draaide uit op een enorme familiereünie. Mensen die elkaar al vijftig jaar niet hadden gezien, zagen elkaar weer bij het graf. Daar had ik zo graag bij willen zijn.

Vertekend beeld
Een ding geeft te denken. Het gemis ervaar ik nu bewuster dan toen. In mijn reisdagboek staat weinig over wat, achteraf gezien, echt belangrijk was. Dat is begrijpelijk, want ik deed in korte tijd veel nieuwe ervaringen op. Pas later volgde de verwerking en waardering in een breder perspectief. Behalve een geheugen geeft dus zelfs een dagboek een vertekend beeld.