Feiten over nomadische veeteelt versus beeldvorming

Mijn log van gisteren bevat een sterk voorbeeld van de valkuilen bij beeldvorming op basis van herinnering. Ik schreef over veehouders die in Sub-Sahara Afrika met hun dieren onbegrensd naar voedsel en water moeten kunnen trekken. Daar heb ik bepaalde bedenkingen bij. Alleen, hoe zat het ook alweer precies?

Het venijn schuilt in de alinea waarin ik oorspronkelijk uitging van the tragedy of the commons. Ofwel: het idee dat als iedereen onbeperkt een gemeenschappelijke bron mag gebruiken, niemand zich daarvoor verantwoordelijk voelt. Denk aan weidegrond, rivieren, lucht en oceanen. Zonder regels wordt de oceaan leeggevist, de weide overbegraasd en raakt de rivier vervuilt. In Azië, Afrika en het Midden-Oosten heb ik daarvan voorbeelden gezien.

Nu de beeldvorming. Ik herinner mij kaal gegeten semi-woestijngebieden, waar te veel veehoeders met hun kuddes kwamen. En ik herinner mij recente berichtjes over loslopende wilde geiten op Curaçao. Die vreten alles op het eiland kaal. Maar de lokale bevolking kookt graag stoofpotjes van dat goedkope geitenvlees. Dus vindt iedereen het wel best zo. Vervolgens combineer ik de tragedy of the commons met de Curaçaoenaren en de rondtrekkende veehouders in Afrika. Alleen blijft er iets knagen. Want: is dit wel het juiste verhaal?

Nee dus. Daarom ben ik gisteren heerlijk zoet geweest met een mini-onderzoek naar de tradities van rondtrekkende veehouders. Zo las ik hoe veehouders in semi-droge gebieden bijdragen aan natuurbehoud. En ik ontdekte welke complexe afspraken zij van oudsher onderling maken. De gedachte achter de tragedy of the commons zelf is een valkuil, waar al menige bestuurder en wetenschapper in is getrapt.

Dit maakte direct herinneringen los aan mijn ervaringen binnen de ontwikkelingssector. Want natuurlijk passen Afrikaanse herdersvolken zich al eeuwen aan hun grillige leefomstandigheden aan. En natuurlijk hebben ze een fijnmazig stelsel van omgangsvormen en regels. Anders zouden ze daar moeilijk kunnen overleven. Sterker: ik heb in een Keniaans wildpark zelf geitenbokken met schortjes gezien, voor geboortebeperking en tegen overbegrazing. Daarover waren met de herders afspraken gemaakt.

Evengoed slaat Mattea Weihe de plank mis met haar opvattingen en grenzen. Ze gaat voorbij aan sommige omstandigheden die sinds de pre-koloniale tijd drastisch zijn gewijzigd. Die zijn onomkeerbaar. En ze gaat voorbij aan het eeuwenoude aanpassingsvermogen van nomadische veeboeren. Idealiter krijgen deze mensen dankzij nieuwe afspraken met huidige belanghebbenden nog voldoende ruimte voor hun vee. Ook in Nederland zitten de laatste traditioneel werkende schaapsherders in de knel.

De vraag is echter vooral waar en welke vorm van veeteelt houdbaar zal blijken. Intensief, extensief, of een tussenvorm. In de nabije toekomst wordt iedereen gedwongen tot aanpassing. Met de toenemende verwoestijning ontstaan er wellicht elders nieuwe kansen voor veehouders die al aan droogteperiodes gewend zijn. Daar kunnen de nomaden in Sub-Sahara Afrika zich alvast op bezinnen.

De hoeveelheid vruchtbare grond voor gewassen en veeteelt neemt wereldwijd af door bebouwing, vervuiling en erosie. En nog niet alles kan uit kassen komen. Daarom is meer bebouwing voor bedrijven en nieuwkomers op Nederlandse vruchtbare grond voorlopig wel het stomste wat we nu kunnen doen.

Een plek waar je het vee kan laten eten

‘Vindt u dat landen open grenzen zouden moeten hebben?’, vraagt Colin van Heezik in VPRO Gids nummer 7, 2020, aan intercultureel mediator Mattea Weihe, die vluchtelingen op de Middellandse Zee helpt. ‘Ja. Grenzen zijn een raar concept. De grenzen in bijvoorbeeld Sub-Sahara Afrika zijn door de koloniserende landen gemaakt: rechte lijnen, totaal arbitrair. Mobiliteit heeft niks te maken met grenzen: als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten. En grenzen leiden vaak tot etnische conflicten.’ Mattea is 28 jaar oud.

Ik blijf een beetje hangen bij die plek waar veeboeren hun dieren kunnen laten eten. En ik moet denken aan die loslopende geiten op Curaçao, die daar alles kaal vreten. Alles, inclusief de oorspronkelijke flora, met als neveneffect verlies van de oorspronkelijke fauna. Blijkbaar voelt niemand zich verantwoordelijk voor het publieke terrein daar.

Vervolgens denk ik aan het communal land in Afrikaanse landen, waar (herders)volken van oudsher gebruik van maken. Dat wil zeggen: op basis van ongeschreven afspraken (o.a. Kenia); of op basis van woongebied en etniciteit (o.a. Tanzania). De precaire balans wordt door overbegrazing makkelijk verstoord. Met schaarste en etnische conflicten tot gevolg. Ja, ook zonder die landsgrenzen.

De kaarsrechte grenzen, waarop Mattea doelt, zijn inderdaad door de vroegere kolonisators getekend. Maar in de meeste gevallen kregen Afrikaanse bestuurders daar al meer dan vijftig jaar geleden volledige zeggenschap over. Jonge Afrikanen beseffen inmiddels dat hun regeringsleiders ook een hand in eigen boezem mogen steken.

De Afrikaanse geschiedenis, die van voor de Europeanen kwamen, wordt gekenmerkt door migratiestromen van diverse volken. De ene keer verliep het contact met de al aanwezige bevolking vredelievend. De andere keer sloegen ze elkaar de hersens in en maakten de winnaars de verliezende partij ondergeschikt of tot slaaf. Het schijnt bij de menselijke aard te horen. Dit komt in de hele geschiedenis en overal ter wereld voor.

Wat ook al eeuwen bestaat, zijn de wisselingen der seizoenen. Wij kennen de lente, zomer, herfst en winter. Andere werelddelen kennen het natte en het droge seizoen. Is er een uitzonderlijk goed jaar, dan worden de kuddes van veehouders groter. En passant draagt het vee van rondtrekkende herders bij aan diversiteit van de begroeiing. Volgt er een extra lange droogteperiode, dan sterft er bovengemiddeld veel vee. Of de veehouders moeten met verlies een deel van hun kuddes verkopen.

Vooral herdersvolken spreiden daarom hun risico’s. Ze houden bijvoorbeeld verschillende diersoorten. Ook maken ze onderling complexe afspraken over toegang tot waterbronnen en weidegronden. Dit betekent wel dat ze nieuwkomers kunnen uitsluiten. Vluchtelingentransport is voor nomaden in de Sahara trouwens momenteel een lucratieve bron van (neven)inkomsten.

Bij schaarste ontstaan er makkelijk conflicten tussen gevestigde en rondtrekkende veehouders. Naar verwachting zal dit vaker gaan voorkomen, onder meer door bevolkingstoename, klimaatverandering en land grabbing.

Mijn vroegere werkgever financierde al twintig jaar geleden drought cycle management programma’s. Die zijn bedoeld om traditionele veehouders en nomaden weerbaarder te maken, en om hen alternatieven te bieden. Ook bestaan er FAO-handleidingen voor goed bestuur over gemeenschappelijke gronden, mede gebaseerd op de kennis van herdersvolken.

Verandering in denken komt langzaam. En het zal helemaal lang duren als mensen van 28 jaar oud steeds weer ingesleten opvattingen herhalen en niet verder kijken dan naar wat er precies in hun straatje past.

Vluchtelingen zijn voor iemand als Mattea een verdienmodel en academisch promotiemateriaal. Dat zie ik nu. Maar ik ben dan ook twee keer zo oud. Op haar leeftijd had ik mij uit bevlogenheid en idealisme misschien eveneens blind gestaard op die oude clichés.

Overigens zou ik al die Nederlandse koeien, varkens, kippen en geiten weleens op de boot willen zien, wanneer alle veehouders tegelijk gaan rondvaren naar de landen waar het veevoer vandaan komt. Want: ‘als je een veeboer bent, moet je gewoon naar een plek waar je dieren kunnen eten.’

Het klimaat en de generaal

Nairobi, 14 januari 2006. Zomaar een stukje uit mijn privéverslag: ‘Zojuist toonde de BBC beelden van door droogte getroffen mensen en dieren in noord-Kenia. Vanuit Nairobi gezien is dit nieuws evenzeer een ver-van-mijn-bed-show als vanuit Nederland. Op ons kantoor spraken we er maanden geleden al over. Onder meer vanwege het programma om lokale veehouders weerbaarder te maken in perioden van droogte. Maar de regering had het te druk met de yes/no-campagne. Terwijl alle alarmbellen toen al rinkelden voor wat er komen zou. En nu vraagt men zich hardop af waarom de internationale gemeenschap niet sneller reageerde. Pardon?!’

Deze week stak generaal Middendorp zijn nek uit met zijn boodschap. Volgens hem bedreigt klimaatverandering de wereldvrede. ‘De klimaatverandering leidt tot conflicten en oorlogen, tot grote vluchtelingenstromen en het voedt extremisme. Het hele conflict in het Midden-Oosten is terug te voeren op het klimaat dat in razendsnel tempo verandert. … Ook de situatie in Syrië is volgens Middendorp terug te voeren op droogte als gevolg van klimaatverandering. Boeren verhuisden naar de stad en miljoenen mensen moesten in armoede leven. Jonge mensen zonder toekomst hebben zich aangesloten bij extremistische groeperingen als IS.’ Dit staat op NOS.nl.

Voor mij bevat het geen nieuws en een discussie over klimaatverandering ga ik niet aan.
Ik weet wat ik op vier continenten heb gezien. Zoals Australië, waar enorme gebieden in tweehonderd jaar tijd volledig ontbost zijn. De vruchtbare aarde waait er gewoon in de oceaan. En Madagaskar, waar in razend tempo de laatste unieke wouden verdwijnen. Daar zullen weldra geërodeerde rotsen verschijnen. De Romeinse keizer Hadrianus trachtte de magnifieke ceders in Libanon nog te beschermen. Maar dat werd hopeloos toen de Ottomanen kwamen. Of neem Maleisië, waar de plantages met oliepalmen oneindig zijn. Die putten de bodem uit, dus dat wordt de volgende woestijn. Maar er is ook goed nieuws. Op de atollen in Polynesië beginnen ze al water in overvloed te krijgen. Nu nog wat drijvende eilanden erbij.

Lalomanu beach falesVandaag leerde ik het volgende over verandermanagement. Het is makkelijk om mensen te overtuigen met een simpele boodschap. Vooral als de spreker er zelf weinig van af weet. Donald Trump is daar een voorbeeld van. Maar Justdiggit heeft ook een eenvoudig verhaal.

De wereld vergaat heus niet

Gisteren zag ik het NCRV-programma ‘Don’t shoot the messenger – de idealisten van Occupy’. Daarin vertelden deelnemers uit het tentenkamp in Amsterdam wat hen beweegt. Het gaat veelal om goed opgeleide mensen die begaan zijn met mens en natuur. In hun visie wordt de wereld onleefbaar door kapitalisme, roofbouw en milieu-vervuiling. Het programma toont ook de reacties van omstanders. Zoals jonge mannen van het type rechtenstudent of snelle jongen in de financiële sector.
Om half drie ’s nachts en in aangeschoten toestand schelden zij de activisten uit: stelletje werkschuwe proletariërs!

Mijn sympathie gaat uit naar de wereldverbeteraars. Je moet toch behoorlijk bevlogen zijn om maandenlang te bivakkeren in een dun tentje. In de regen op een koud en lawaaiig plein. Omdat je je zorgen maakt over de plastic soep en de graaicultuur. Als zij het zo goed voor hebben met ons en de wereld, waarom vinden ze dan zo weinig gehoor?

Ik verplaats mij in die ambitieuze jonge hond met goedbetaalde baan in de financiële sector. Wat wil hij? Geld, status, macht en al het aangename wat daarbij hoort. Zoals een snelle auto, een ruim appartement binnen de grachtengordel, een mooie vrouw. Als tijdverdrijf eet hij in de beste restaurants en gaat hij regelmatig een weekendje naar Dubai, Kaapstad of New York. Je leeft maar een keer, dus geniet, live life to the max.

Wie ben ik trouwens, om wat van consumentisme te zeggen. Ik stap ook elk jaar in het vliegtuig. Toch hoef ik geen weelde ten koste van alles. Ik zie praktische alternatieven beter zitten. Zoals slim energieverbruik en zonnepanelen in de Sahara. Of een groene vallei voor herders in Kenia dankzij justdiggit.org.

Wat gebeurt er eigenlijk, als we zo blijven consumeren en een paar miljard Aziaten enthousiast mee gaan doen? Ik denk aan de onheilstijding van Al Gore. Klimaatverandering. Meer stortbuien en verwoestende orkanen bij ons. Meer droogte in gebieden waar ze nu al vechten om water en schaarse grondstoffen. Waar denk je dat het in landen als Mali om draait? Wij verschansen ons nog even achter dijken en de superrijken treffen hun voorzieningen.

En dan? Nou, dan wordt de wereld dus onleefbaar. Maar dat is niet erg, hoor. Want de aarde draait toch wel door; denk aan de tijd na de dinosaurussen. Alleen onze soort en andere wezens verdwijnen. Daarna kan de aarde weer fris aan een nieuwe cyclus beginnen.