Grenzen aan de fantasie

‘Mensen zijn vleesgeworden robots met een telefoon eraan vast.’ Dat zegt de Rotterdamse Now&Wow-clubdirecteur Ted Langenbach in het Volkskrant Magazine van 24 november 2018. ‘Vroeger maakten we er nog wat van. … Mensen zitten gevangen in een keurslijf van sociale media, iedereen controleert elkaar. Er is een soort nieuwe burgerlijkheid gaande in de feestcultuur.’ Burgerlijkheid is zijn ding niet. ‘Pleur op joh, denk ik dan, laten we lekker gaan dansen.’ En daar mag een flinke doses porno bij.

Hij doet mij terugdenken aan het uitgaansleven van medio jaren zeventig tot eind jaren tachtig. Ik heb toen heel wat discotheken van binnen gezien. En ja, daar kon het er best groezelig aan toe gaan. Sowieso waren de man/vrouw-verhoudingen ouderwetser en rommeliger. Kijk naar een film uit die periode of luister naar een songtekst. Vrouwen moesten vooral lief en aantrekkelijk zijn, en mannen hadden het meer voor het zeggen. Want zij hadden het meeste geld.

Voor een creatieve clubdirecteur was het een gouden tijd. Denk aan de vroege David Bowie die op vergelijkbare wijze kon experimenteren. Ik kan me voorstellen dat iemand als Ted Langenbach Nederland anno 2018 een brave bedoening vindt. De man heeft gelijk.

Neem nu het fenomeen tiny houses, of zoiets als een food market. Het lijkt alsof iedereen iets origineels bedenkt, maar alles past binnen hetzelfde concept. Een food market hier is identiek aan een food market in San Francisco of Londen. Ik hou van huisjes op wielen, maar die tiny houses zijn het niet. Je móet duurzaam materiaal gebruiken en zonnepanelen hebben. Wat nou als ik een stacaravan wil met een dieselgenerator? Dan wijk ik af en dat mag niet.

Afwijken van de massa, dat is wat mensen als Ted Langenbach doen. Zulke vrije geesten houden ons een spiegel voor. Je hoeft het niet met hen eens te zijn, maar zij blazen wel lucht in de boel. Ik betwijfel overigens of hij echt zo origineel is. Porno is toch net zo goed een uitgekauwd thema. Er zijn altijd weer grenzen aan onze fantasieën en onze opvattingen.

We kunnen eindeloos experimenteren en nieuwe leefstijlen creëren. Maar misschien is er gewoon geen ontsnappen aan; aan die burgerlijkheid. Als je dat beseft en er niet mee zit, ervaar je ook een vorm van vrijheid.

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 1 Luiheid

Acedia (luiheid), Avaritia (hebzucht), Invidia (afgunst), Ira (woede), Superbia (hoogmoed), Gula (gulzigheid) en Luxuria (wellust). Met name katholieken geloven dat Jezus stierf om de mensheid van deze zeven hoofdzonden te verlossen. Volg je het nieuws en onze geschiedenis, dan lijkt zijn daad vergeefs. Maar ik zie wel vooruitgang. De zeven hoofdzonden zijn minder kwaadaardig dan men vroeger dacht. Ik wil ze daarom in een ander licht plaatsen. Vandaag te beginnen bij acedia, ofwel luiheid.

Feestaardvarken met mutsVan nature proberen mensen hun energie te sparen. Dat is een overlevingstechniek en daar is weinig mee mis. Het wordt pas problematisch als een ander hierdoor onevenredig veel moet doen. Bijvoorbeeld om aan eten te komen. Zoals alle hoofdzonden, heeft luiheid direct invloed op de sociale verbanden waarbinnen we leven. Bij luiheid denken we meestal aan te weinig daadkracht. Maar luiheid omvat ook gemakzucht en onverschilligheid.

Sinds de Bijbelse tijd hebben we energiebesparing extreem ver doorgevoerd via efficiënte werk- en productiemethoden. Zo houden we tijd over voor andere zaken of nietsdoen. Toch passen weinig mensen hun leefstijl aan. Ik wel. Gaan mijn verdiensten omhoog, dan ga ik minder werken. In de vrijgekomen tijd kan ik lekker nadenken. Veel mensen vinden dat ze ‘zichtbaar’ bezig moeten zijn en onderschatten creatieve denkkracht. Onterecht. Want diverse beroemde geleerden leken notoir lui, maar dachten wel grootse theorieën uit. Zie dit artikel van Timemanagement.nl.

Overigens pleit ik voor meer luiheid. Want zo lang we roofbouw plegen, heeft de aarde daar baat bij. Hoe minder productie, hoe beter. Tenzij we onze mentale luiheid afschudden en duurzame methoden invoeren.

In een prestatiegerichte maatschappij is het belangrijk om te laten zien wat je doet. Toch zitten we allemaal verschillend in elkaar. De een blinkt uit in planning en strategie. De ander staat te stuiteren en wil meteen aanpakken. Zet je een denker op een doenersklus, dan kan het lijken of hij weinig uitvoert. Terwijl het gewoon een mismatch is. Of stel dat je ergens niet goed in bent en het moet snel gebeuren. Dan laat je dat liever over aan een ervaren persoon. Ik zie dit eerder als een rationele keuze dan als lui gedrag. En wellicht gaat het om faalangst, wat met luiheid kan worden verward. Daarover schrijft Cees Schenk in Luiheid bestaat niet.

Veel situaties vergen een ferme houding en doorzettingsvermogen. Onze westerse economie laat dan ook weinig gelegen aan mensen die moe zijn. Het werk wacht, de hypotheek moet betaald. Terwijl iemand die moe is beter kan luisteren naar zijn lichaam en rustig aan kan doen. Moeheid is geen luiheid. Chronische vermoeidheid kan duiden op ziekte of depressie. Ik pleit voor de Samoaanse benadering. Als je moe bent, wordt je vrijgesteld van werk. In plaats daarvan besteed je tijd aan jezelf.

Luiheid is zelden wat het lijkt. Kwalijke luiheid zit vooral in het hoofd, bij mensen die te weinig doordenken.

Oudere mannen in Ferrari’s

Gisteren betrapte ik mezelf op twee vooroordelen. Dat kwam door Han Dekker’s straatfoto van een man in een Ferrari. Zijn zwart/wit foto verraadt geen kleur, maar Ferrari’s zijn rood. Altijd. Zo niet, dan zie ik zo’n raceauto over het hoofd. En bij een naderende Ferrari denk ik steevast: ‘Zal wel een oudere man in zitten.’ Dat doe ik onbewust ter voorkoming van een lichte teleurstelling. Want zeg nu zelf: een racemonster als een rode Ferrari; daar verwacht je toch een jonge vent in?

Ik snap het wel, de drempel ligt hoog. Bolides in de buitencategorie kennen hun prijs. Nieuwe Ferrari’s beginnen vanaf drie ton. Je moet vroeg financieel slagen om als jonge man zo’n voertuig te kunnen betalen. Tenzij je een goede baan hebt, nog bij je ouders woont en geen verplichtingen hebt. Dan gaat sparen hard. Of tenzij je het zoontje van bent.

Dus wie en wat zijn die eigenaren? Dit lijkt mij een antropologisch onderzoek waard. Ik zie toch vooral mannen vanaf middelbare leeftijd. Zakenlieden, fiscalisten, advocaten en chirurgen misschien. Met een midlifecrisis? Dat kan. Maar ik vind het wel aandoenlijk als een echte liefhebber zijn jongensdroom verwezenlijkt. Soms zit er een vrouw achter het stuur. Blond of geblondeerd; dat is kennelijk een natuurwet.

Over de grens ligt dit anders. In Saint-Tropez, Cannes en Monte Carlo krioelt het van de Ferrari’s (en Maserati’s en Lamborghini’s). Daar zijn de bestuurders vaker jong. De jetset van over de hele wereld komt er bijeen. Russen, Arabieren, Europeanen. In Dubai kom je diezelfde mensen weer tegen met hun auto’s. Al feesten de nieuwe rijke Golf-Arabieren het meest van allemaal. Straatraces mogen dan verboden zijn, in Dubai zijn die onder jonge mannen wel normaal.

Zijn dit clichébeelden? Bij Nederlandse welgestelden zie ik identiek uiterlijk vertoon. Dezelfde kleedstijl, dezelfde kapsels, dezelfde sieraden, dezelfde merken, dezelfde accessoire-hondjes, enzovoort. Welgestelden hebben hun manieren om zich van de rest te onderscheiden. Al zijn er nuance verschillen. Showen gebeurt vooral in Blaricum, terwijl ze in Wassenaar wat ingetogener doen. In mijn Gelderse woonplaats gaan ze nog een stapje verder. De kleuren en automodellen zijn zo bescheiden, dat Porsches en enkele Ferrari’s bijna incognito rondrijden. Vermoedelijk zegt dat iets over de cultuur hier.

Als inhoud er weinig toe doet, komt alles aan op uiterlijkheden. Dan leven we in clichébeelden, iedere groep op zijn eigen manier. Heb jij ooit een leuk, jong, zwart gezinnetje gezien in een groene Ferrari? Vrouw achter het stuur, man ernaast, en kindertjes op de achterbank. Met van die rubberen dierentuin plakplaatjes op de ruiten. Plus fietsen op het dak. En stickers op de achterklep, van plaatsen waar ze al geweest zijn. Nou? Ik niet hoor.

Dat had ik wel graag gewild. Want ‘It takes every kind of people, to make what life’s about.’ Robert Palmer.

Momentjes van overgave

Bij het ontbijt raakt de melk op, terwijl mijn gedachten elders zijn. Ik pak een boodschappenlijstje en schrijf ‘genoegens’ op. Genoegens. Ach, doe die er ook maar bij.

Maar waar komt dit vandaan? Nou, het begint met een sensuele zin van een blogger die zichzelf helemaal verliest in … Dat vergt een moment van totale overgave. Daarna volgen Soumission en IS. (Niet meer zelf hoeven nadenken kan heel verleidelijk zijn.) Om via geestverruimende middelen aan te belanden bij trance en dance. De genoegens lonken overal, op voorwaarde dat je je volledig overgeeft.

Volledige overgave draait om vertrouwen en loslaten. Om je te laten leiden en meevoeren. Tot je helemaal loskomt, en gaat zweven als het ware. Door muziek of wat dan ook. De randvoorwaarden mag je zelf bepalen. Ik raad elke control freak momentjes van overgave aan.

Plog – Een pointillistische volle maan

Bij onderstaande foto van de volle maan vandaag bedacht ik hoe het pointillisme kan zijn ontstaan. Men neme een getormenteerde kunstschilder. Vincent van Gogh bijvoorbeeld. Beeld je in dat je hem bent. Altijd geldgebrek. Vaak te weinig stookhout. Slechte wijn en dunne kledij. Daar zit je dan in dat Zuid-Franse kamertje, waar het ‘s winters ook erg koud kan zijn. In een ziekenhuis van Saint-Remy de Provence. Je voelt je beroerd en kan je gevoelens niet kwijt.

Schilderen, dat is altijd de beste remedie. Maar je kan je handen niet stilhouden. Ze blijven trillen. Dat heb je met die ellendige kou. Die gebouwen hier zijn er gewoon niet op gebouwd. Of komt het door de medicijnen? Toch pak je een kwast met je verkleumde knuist vast, doopt hem in de verf en stippelt er op los. Stip, stip, stip. Zo precies als lukken wil.

Verhip, het begint nog wat te worden ook. Je wordt enthousiast. Je krijgt er plezier in en het er warm van. De ene na de andere kleur zet je op het doek. En dan, als het laatste witte stukje helemaal is gevuld, neem je een stap terug. Daar staat zowaar een heel nieuw meesterwerk!

Zo ongeveer dus. Alleen is het schilderij waar ik aan dacht met streepjes gemaakt. Zie de sterrennacht. Wel heb ik in mijn handen een lichte tremor. Daarom zijn mijn ingezoemde beelden zelden scherp. Korrelig, zeg maar. Met een beetje fantasie is deze foto net een kunstwerk. Pointillisme par Karin. Voilá.

Over dromen en schimmige toekomstvisioenen

We dromen allemaal in onze slaap. Dit mentale proces helpt ons om gebeurtenissen te verwerken. Dromen fascineren. We zoeken daarin naar duiding en aanwijzingen. Volgens wetenschappers zeggen dromen en nachtmerries weinig over de toekomst. Wel zijn ze onderdeel van een emotioneel reinigingsproces. En dromen vormen een poort naar nieuwe inzichten. Dagdromen ondersteunen dat proces. Want met dagdromen houden we belangrijke onvervulde doelen voor ogen. Ze stimuleren ons tot daden, maar tonen ons ook waar we falen. Dat besefte ik gisteren nog.

Onderzoeker Victor Spoormaker zegt dat ‘de gebieden met zelfreflectie en een oordelende functie tijdens het dromen uitstaan. […] Na de REM-slaap lukte het proefpersonen daarom creatiever na te denken over een ingewikkeld probleem. Ze konden slapend verbanden leggen die ze toen ze wakker waren niet konden leggen.’ (NRC, Koester je droom, 02-09-2016.)

Dromen en creatief denken leiden dus tot nieuwe inzichten. Alles wat we als mensheid hebben opgebouwd, hangt hiermee samen. Ik leg ook weleens verbanden die leiden tot inzichten. Bijvoorbeeld gisteren, na het lezen van de Volkskrant en de VPRO Gids. Mijn toekomstvisioen gaat over evenwicht aanbrengen om het aardse paradijs te creëren. Hou je vast.

Amerika verruimt de milieuregels in eigen land. Bij wijze van economische stimulering. China ontvouwt zijn plan. De consumptie draait daar in 2030 als een tierelier. De Russen en Indiërs, intussen, spelen roulette met de natuur. Het Midden Oosten dan. Daar etteren tribale vetes nog wel een paar decennia door. Ze hebben er wat anders aan hun hoofd dan duurzame productiemethoden. In sub-Sahara Afrika zal de bevolking tussen 2010 en 2050 ruim verdubbelen. Al deze mensen willen het Nederlandse welvaartsniveau bereiken. Op zijn minst.

De voortschrijdende robotisering kan oplossingen aandragen. Maar confronteert ons eveneens met ethische vraagstukken. Zoals bij de programmering van zelfsturende auto’s. Wat doen die als er kans bestaat op een fatale botsing? Moet het besturingssysteem kiezen voor het leven van de inzittenden? Of voor dat van de mensen daarbuiten? Feitelijk gaat dit om een verschil in levenswaarde van de haves and the have nots.

Ons oude continent is nog altijd een oase, en evengoed een voorloper. Misschien zien we in ons land al iets van wat straks komen gaat. De krant bevat overlijdensadvertenties van wel drie personen die voor euthanasie kozen. Nu nog gaat het om gevallen van ziekte en ondragelijk lijden. Maar wat als iedereen straks meer consumeert en de wereldbevolking dertig jaar lang doorgroeit? Als goede christenen willen we alles eerlijk delen. Welnu, dan moeten aardbewoners ook maar wat minder oud worden en sneller opzouten. Om de boel in balans te houden. Alleen zie ik de rijken dat niet doen. Stelletje heidenen.

Prettige zondag verder.