You Tube, voor onderzoek en relaties

You Tube is als social medium een goudmijn voor onderzoek. Marketeers gebruiken het en trendwatchers ontwaren er nieuwe trends op. Dat ligt voor de hand. De mensen achter You Tube spitten zelf ook gegevens door. Zij weten als eerste wat ons, de wereldwijd ruim een miljard gebruikers, bezig houdt. Maar er is meer. Volgens mij werkt You Tube daarnaast uitstekend als kennismakingsplaats.

Wetenschappers en journalisten baseren hun bevindingen op data van You Tube. De mogelijkheden zijn bijna onbegrensd. Stel dat je wil kijken hoe straattaal tussen 2009-2018 binnen een bepaalde subcultuur is veranderd. Dan hoef je alleen te weten welke muziek bij die groep hoort. Je zoekt de populaire bands op, kijkt naar hun video’s en checkt de onderstaande reacties. Klik je op de profielfoto’s, dan ontdek je persoonlijke details. Bijvoorbeeld in foto’s. Ze onthullen het geslacht, de leeftijdscategorie, de taal en dergelijke van zo iemand. Op deze manier vind je antwoorden op You Tube.

Zelf verdwaal ik regelmatig hopeloos op You Tube. Dan beland ik zomaar in een leefwereld die ver van de mijne af ligt. De algoritmes van dit kanaal brengen mij bij mensen waar ik normaal nooit mee in contact kom. Neem nu Wayne V. Ik belandde bij Wayne thuis via The Raconteurs. Of eigenlijk via Jack White, want ik zocht naar Steady as she goes. (Een heerlijk nummer trouwens; ik draai het helemaal grijs.)

Afijn, toen de video was afgelopen, schoof You Tube Ball and biscuit van The White Stripes naar voren. Want ook in die band speelde Jack White. Het is van die luie, rauwe, Amerikaanse rockmuziek met zo’n vette, strakke gitaar erin. Je moet er voor in de stemming zijn. Of anders beschouwd: het kan een bepaalde stemming oproepen. Zo’n van: Sod off, ik doe mijn eigen ding.

Aangezien ik toch niks beters had te doen, scrolde ik door de reacties onder die video. En toen stuitte ik dus op Wayne. Vijf jaar geleden schreef hij dit: ‘This song makes you wanna strip down Naked, Oil up walk into work slap your Boss and kiss his Secretary and tell her you had better,.. steal a pen and walk out ..’

Kijk, zo’n reactie, in een bepaalde stemming, bij deze muziek … daar hou ik wel van. Dus dan word ik nieuwsgierig. Helemaal omdat er op zijn profielfoto zo’n soort auto staat als waar ik het eerder over had.

Ik heb op het icoontje van Wayne V geklikt. En nu weet ik bijna alles over hem. Wat zijn hobby’s zijn, van welke films en auto’s hij houdt, naar welke muziek hij luistert, wat ongeveer zijn leeftijd is, en of hij een romanticus is. Nou ja, ik heb absoluut niks aan die informatie, want hij is mijn type niet. Maar dat maakt weinig uit. Ik heb me weer een half uurtje vermaakt.

Triomferen is triomf vieren

Zwarte Dodge RAM 1500

Eigenlijk zou ik mijn tas alvast moeten pakken om naar sport te gaan. Normaal zou ik nu een hapje eten, een trainingslegging aantrekken en dan het huis verlaten. Maar alles verloopt ineens anders vandaag. Dit is volkomen onverwacht de dag geworden waar ik maanden op heb gewacht.

Die dag waar ik zo veel moeite voor heb gedaan. Waarvoor ik heb moeten strijden en met de stelligste vasthoudendheid heb moeten doorbijten. Laat dit een lesje zijn voor eigenzinnige en autoritaire heren: never underestimate a pitbull in dameskleren. Want vandaag behaal ik eindelijk mijn grootste triomf in tijden.

Van deze triomf laat ik geen seconde onopgemerkt voorbij gaan. Elk moment wil ik uitgebreid vieren.

Oh, wat klinkt dat toch heerlijk; het geluid van die ronkende graafmachine. Zucht, wat kan ik intens genieten wanneer twee mannen voor mij aan het werk gaan. En ze mogen er wezen ook. Die twee in het zwart geklede stoere kerels. En het is warm vandaag, dus wordt de kleding almaar schaarser.

Ach, het genoegen dat het mij doet, om ze met elkaar te horen praten. Over hoe diep die put ligt. En over hoe ver ze voor de nieuwe buis moeten graven. Zelfs de diesellucht komt mij tegemoet als ware het een vleugje van het zoetste parfum. Geen seconde hiervan wil ik missen.

Hmmm. 😉

Grenzen aan de fantasie

‘Mensen zijn vleesgeworden robots met een telefoon eraan vast.’ Dat zegt de Rotterdamse Now&Wow-clubdirecteur Ted Langenbach in het Volkskrant Magazine van 24 november 2018. ‘Vroeger maakten we er nog wat van. … Mensen zitten gevangen in een keurslijf van sociale media, iedereen controleert elkaar. Er is een soort nieuwe burgerlijkheid gaande in de feestcultuur.’ Burgerlijkheid is zijn ding niet. ‘Pleur op joh, denk ik dan, laten we lekker gaan dansen.’ En daar mag een flinke doses porno bij.

Hij doet mij terugdenken aan het uitgaansleven van medio jaren zeventig tot eind jaren tachtig. Ik heb toen heel wat discotheken van binnen gezien. En ja, daar kon het er best groezelig aan toe gaan. Sowieso waren de man/vrouw-verhoudingen ouderwetser en rommeliger. Kijk naar een film uit die periode of luister naar een songtekst. Vrouwen moesten vooral lief en aantrekkelijk zijn, en mannen hadden het meer voor het zeggen. Want zij hadden het meeste geld.

Voor een creatieve clubdirecteur was het een gouden tijd. Denk aan de vroege David Bowie die op vergelijkbare wijze kon experimenteren. Ik kan me voorstellen dat iemand als Ted Langenbach Nederland anno 2018 een brave bedoening vindt. De man heeft gelijk.

Neem nu het fenomeen tiny houses, of zoiets als een food market. Het lijkt alsof iedereen iets origineels bedenkt, maar alles past binnen hetzelfde concept. Een food market hier is identiek aan een food market in San Francisco of Londen. Ik hou van huisjes op wielen, maar die tiny houses zijn het niet. Je móet duurzaam materiaal gebruiken en zonnepanelen hebben. Wat nou als ik een stacaravan wil met een dieselgenerator? Dan wijk ik af en dat mag niet.

Afwijken van de massa, dat is wat mensen als Ted Langenbach doen. Zulke vrije geesten houden ons een spiegel voor. Je hoeft het niet met hen eens te zijn, maar zij blazen wel lucht in de boel. Ik betwijfel overigens of hij echt zo origineel is. Porno is toch net zo goed een uitgekauwd thema. Er zijn altijd weer grenzen aan onze fantasieën en onze opvattingen.

We kunnen eindeloos experimenteren en nieuwe leefstijlen creëren. Maar misschien is er gewoon geen ontsnappen aan; aan die burgerlijkheid. Als je dat beseft en er niet mee zit, ervaar je ook een vorm van vrijheid.

Radicaal breken met je moderne leefstijl

Een van mijn favoriete tv-programma’s is Where the Wild Men Are with Ben Fogle. In deze serie bezoekt Ben westerlingen in de verste uithoeken van de wereld. Allemaal hebben zij ooit voor de keuze gestaan: ga ik zo door met mijn leven of gooi ik het roer radicaal om. In tegenstelling tot 99,99% van de mensheid doorbraken zij echt de banden van hun leefstijl. Sommigen gaan daarin tot het uiterste en worden ook zelfvoorzienend. Anderen behouden nog een dun lijntje naar hun oude wereld. Bijvoorbeeld via internet. Want helemaal zonder geld of contact met familie kan bijna niemand.

In een vroegere levensfase, die van de Grote Reizen, heb ik zo’n dramatische stap serieus overwogen. Met name in Australië, Nieuw-Zeeland en Polynesië was de verleiding zeer groot. Daar zijn overal locaties waar je een teruggetrokken en zelfvoorzienend leven kan leiden. Zoals in Queensland, waar ik een aantal dagen verbleef bij mensen met een basaal kampeerterrein in het regenwoud.

Ze verhuurden boomhutten waarvan de bovenste helft van de zijwanden open was. Bouwmateriaal vind je overal in het bos. Verwarming is vanwege het klimaat niet nodig. Het schone drinkwater schep je zo uit de rivier. Voor sanitair was er een septic tank, al ken ik nu betere oplossingen. Ik heb daar geleerd om kampvuurtjes te maken om op te koken. Maar een deel van het eten kwam wel uit de supermarkt.

Even verderop stond een lap bosgrond te koop met een verlaten bouwwerk uit de hippietijd er op. Het kostte destijds AUD 20.000. Een prikkie voor wie prijzen in Nederland gewend was. Je mocht er permanent wonen. De belofte daarvan heeft jarenlang door mijn hoofd gespookt. Dat het mogelijk was om het kantoorleven achter me te laten. Weg van de consumptie-maatschappij en weg van het politieke gedoe op het oude continent. En dan daar in dat paradijselijke oord gaan wonen.

Toch was er altijd een ‘maar’. De camping werd gerund door een vlot stel Australische vijftigers dat ogenschijnlijk vrij in het leven stond. Het was leuk en boeiend om een aantal dagen in hun nabijheid te zijn. Maar hij keek naar elke andere vrouw die in de buurt kwam en zij had wallen onder haar ogen. Ze maakte zich zorgen over van alles, waaronder haar eigen gezondheid en die van haar vader. Met hun krappe budget kon ze haar familie slechts af en toe bezoeken.

Als ik toen, op mijn 25ste, een praktisch ingestelde man had ontmoet die mijn visie en zo’n semi-zelfvoorzienende leefstijl had willen delen, was ik zeker vertrokken. Want al kan ik veel als vrouw alleen, hiervoor moet je volgens mij wel met zijn tweeën zijn. Dan was mijn leven zeker anders verlopen en had ik geen dag meer in een kantoor doorgebracht. Hoe comfortabel en inspirerend dat laatste ook kan zijn.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 1 Luiheid

Acedia (luiheid), Avaritia (hebzucht), Invidia (afgunst), Ira (woede), Superbia (hoogmoed), Gula (gulzigheid) en Luxuria (wellust). Met name katholieken geloven dat Jezus stierf om de mensheid van deze zeven hoofdzonden te verlossen. Volg je het nieuws en onze geschiedenis, dan lijkt zijn daad vergeefs. Maar ik zie wel vooruitgang. De zeven hoofdzonden zijn minder kwaadaardig dan men vroeger dacht. Ik wil ze daarom in een ander licht plaatsen. Vandaag te beginnen bij acedia, ofwel luiheid.

Feestaardvarken met mutsVan nature proberen mensen hun energie te sparen. Dat is een overlevingstechniek en daar is weinig mee mis. Het wordt pas problematisch als een ander hierdoor onevenredig veel moet doen. Bijvoorbeeld om aan eten te komen. Zoals alle hoofdzonden, heeft luiheid direct invloed op de sociale verbanden waarbinnen we leven. Bij luiheid denken we meestal aan te weinig daadkracht. Maar luiheid omvat ook gemakzucht en onverschilligheid.

Sinds de Bijbelse tijd hebben we energiebesparing extreem ver doorgevoerd via efficiënte werk- en productiemethoden. Zo houden we tijd over voor andere zaken of nietsdoen. Toch passen weinig mensen hun leefstijl aan. Ik wel. Gaan mijn verdiensten omhoog, dan ga ik minder werken. In de vrijgekomen tijd kan ik lekker nadenken. Veel mensen vinden dat ze ‘zichtbaar’ bezig moeten zijn en onderschatten creatieve denkkracht. Onterecht. Want diverse beroemde geleerden leken notoir lui, maar dachten wel grootse theorieën uit. Zie dit artikel van Timemanagement.nl.

Overigens pleit ik voor meer luiheid. Want zo lang we roofbouw plegen, heeft de aarde daar baat bij. Hoe minder productie, hoe beter. Tenzij we onze mentale luiheid afschudden en duurzame methoden invoeren.

In een prestatiegerichte maatschappij is het belangrijk om te laten zien wat je doet. Toch zitten we allemaal verschillend in elkaar. De een blinkt uit in planning en strategie. De ander staat te stuiteren en wil meteen aanpakken. Zet je een denker op een doenersklus, dan kan het lijken of hij weinig uitvoert. Terwijl het gewoon een mismatch is. Of stel dat je ergens niet goed in bent en het moet snel gebeuren. Dan laat je dat liever over aan een ervaren persoon. Ik zie dit eerder als een rationele keuze dan als lui gedrag. En wellicht gaat het om faalangst, wat met luiheid kan worden verward. Daarover schrijft Cees Schenk in Luiheid bestaat niet.

Veel situaties vergen een ferme houding en doorzettingsvermogen. Onze westerse economie laat dan ook weinig gelegen aan mensen die moe zijn. Het werk wacht, de hypotheek moet betaald. Terwijl iemand die moe is beter kan luisteren naar zijn lichaam en rustig aan kan doen. Moeheid is geen luiheid. Chronische vermoeidheid kan duiden op ziekte of depressie. Ik pleit voor de Samoaanse benadering. Als je moe bent, wordt je vrijgesteld van werk. In plaats daarvan besteed je tijd aan jezelf.

Luiheid is zelden wat het lijkt. Kwalijke luiheid zit vooral in het hoofd, bij mensen die te weinig doordenken.

Oudere mannen in Ferrari’s

Gisteren betrapte ik mezelf op twee vooroordelen. Dat kwam door Han Dekker’s straatfoto van een man in een Ferrari. Zijn zwart/wit foto verraadt geen kleur, maar Ferrari’s zijn rood. Altijd. Zo niet, dan zie ik zo’n raceauto over het hoofd. En bij een naderende Ferrari denk ik steevast: ‘Zal wel een oudere man in zitten.’ Dat doe ik onbewust ter voorkoming van een lichte teleurstelling. Want zeg nu zelf: een racemonster als een rode Ferrari; daar verwacht je toch een jonge vent in?

Ik snap het wel, de drempel ligt hoog. Bolides in de buitencategorie kennen hun prijs. Nieuwe Ferrari’s beginnen vanaf drie ton. Je moet vroeg financieel slagen om als jonge man zo’n voertuig te kunnen betalen. Tenzij je een goede baan hebt, nog bij je ouders woont en geen verplichtingen hebt. Dan gaat sparen hard. Of tenzij je het zoontje van bent.

Dus wie en wat zijn die eigenaren? Dit lijkt mij een antropologisch onderzoek waard. Ik zie toch vooral mannen vanaf middelbare leeftijd. Zakenlieden, fiscalisten, advocaten en chirurgen misschien. Met een midlifecrisis? Dat kan. Maar ik vind het wel aandoenlijk als een echte liefhebber zijn jongensdroom verwezenlijkt. Soms zit er een vrouw achter het stuur. Blond of geblondeerd; dat is kennelijk een natuurwet.

Over de grens ligt dit anders. In Saint-Tropez, Cannes en Monte Carlo krioelt het van de Ferrari’s (en Maserati’s en Lamborghini’s). Daar zijn de bestuurders vaker jong. De jetset van over de hele wereld komt er bijeen. Russen, Arabieren, Europeanen. In Dubai kom je diezelfde mensen weer tegen met hun auto’s. Al feesten de nieuwe rijke Golf-Arabieren het meest van allemaal. Straatraces mogen dan verboden zijn, in Dubai zijn die onder jonge mannen wel normaal.

Zijn dit clichébeelden? Bij Nederlandse welgestelden zie ik identiek uiterlijk vertoon. Dezelfde kleedstijl, dezelfde kapsels, dezelfde sieraden, dezelfde merken, dezelfde accessoire-hondjes, enzovoort. Welgestelden hebben hun manieren om zich van de rest te onderscheiden. Al zijn er nuance verschillen. Showen gebeurt vooral in Blaricum, terwijl ze in Wassenaar wat ingetogener doen. In mijn Gelderse woonplaats gaan ze nog een stapje verder. De kleuren en automodellen zijn zo bescheiden, dat Porsches en enkele Ferrari’s bijna incognito rondrijden. Vermoedelijk zegt dat iets over de cultuur hier.

Als inhoud er weinig toe doet, komt alles aan op uiterlijkheden. Dan leven we in clichébeelden, iedere groep op zijn eigen manier. Heb jij ooit een leuk, jong, zwart gezinnetje gezien in een groene Ferrari? Vrouw achter het stuur, man ernaast, en kindertjes op de achterbank. Met van die rubberen dierentuin plakplaatjes op de ruiten. Plus fietsen op het dak. En stickers op de achterklep, van plaatsen waar ze al geweest zijn. Nou? Ik niet hoor.

Dat had ik wel graag gewild. Want ‘It takes every kind of people, to make what life’s about.’ Robert Palmer.