Werkloosheid – Never give up

Deel 1 – Altijd blij en positief

Een groot deel van mijn leven droomde ik van emigreren naar Australië. Ik ben er vijf maal geweest en vond alles prachtig. Echt waar. De natuur, het klimaat, de mogelijkheden van het zonnige en vrolijke leven daar. De Australiërs zeurden nooit. Altijd waren ze happy, vriendelijk en opgewekt. Het leek het aardse paradijs. Qua beroep en opleiding zat emigratie er voor mij niet in. Dat was een feit. Misschien was dat maar goed ook. Want het is de vraag of ik zo veel blijdschap aan kan.

Ondanks mijn gedweep met Australië vroeger, was er ook een klein stemmetje dat wees op mijn behoefte aan ‘problemen’. Een dag zonder spanning of belangrijke vraagstukken is een dag niet geleefd, zoiets. Komt vast door de 48 kruisraketten en alle zure regen die toen op de achtergrond meespeelden. In ons oude, afgeragde Europa gebeurt altijd wat wezenlijks. En het leven is geen Disneyland. Het moet ergens over gaan, vind ik.

In onze huidige samenleving zit een vergelijkbare schizofrenie. Als werkzoekende kan ik een workshop volgen. Daarin leer je hoe je tijdens een sollicitatiegesprek ‘‘het vlammetje in je ogen’ kan laten branden, om echt contact te maken.’ Deze tekst komt van een voormalige HR-manager.

Hoe goed bedoeld ook, van zo’n benadering ga ik compleet over mijn nek. Want in Nederland zoeken, naast de officiële werklozen, nog ruim drie keer zoveel mensen naar (meer) werk. De reële werkloosheid bedraagt zo’n 20%. En alles wijst er wereldwijd op dat dit percentage in de toekomst oploopt.

We zoeken voortdurend naar veiligheid, zekerheid en een utopie. Alle drie zijn ze hooguit tijdelijk haalbaar. Toch houden we onszelf voor dat we het leven naar onze hand kunnen zetten. We mogen niet toegeven aan tegenslagen. En als ze ons toch overkomen, moeten we er niet lang bij stilstaan. Want hebben we tegenslag soms aan onszelf te wijten? Nee, laten we liever optimistisch blijven. Dat is beter voor iedereen.

Deel 2 – Never give up

Onze berichtjes op Twitter, Facebook en LinkedIn staan er vol mee. Met ‘voorbeelden van de tsunami aan positieve, motiverende en inspirerende spreuken waarin je dag in dag uit verzuipt. Never give up. Life is about moments. Don’t wait for them, create them. Dream it, wish it, do it.’ Jacq. Veldman schrijft erover in het Volkskrant magazine van deze week.

Wat doen al die kreten en spreuken eigenlijk met ons? Bij hoeveel mensen bereiken ze het tegenovergestelde van wat ermee wordt beoogd? Never give up heeft menigeen een complex bezorgd. Want als je opgeeft, dan ben je een loser, een nietsnut, een minkukel. Toch? Je moet ten minste tot het uiterste zijn gegaan, en daar voorbij.

Never give up is heel lang mijn leidraad geweest wat Australië betreft. Zelfs toen ik al niet meer zeker wist of ik er wilde wonen, deed ik nog een ultieme poging. De tijd drong omdat er voor immigratie een leeftijdgrens is. Dus nam ik contact op met een immigratie-consulent. Feitelijk werd ik gedreven door een reclameslogan en een Hollywood-droom.

Of is het meer dan illusie? Een spreuk als Never give up kan je aanzetten tot grootse daden. Een daadkracht die je van jezelf niet verwacht. In de juiste omstandigheden en met veel wilskracht kan je jezelf zeker ontstijgen. Volgens de film komen er altijd moeilijkheden op je pad die je moet overwinnen. En als het helemaal lijkt te mislukken, is daar alsnog de redding. Zo hoort het te gaan.

Alleen loopt het in werkelijkheid weleens anders. Dan bereik je op een gegeven moment een persoonlijk kantelpunt. En rest je slechts de keuze tussen twee vragen. Namelijk: is er nog een piepkleine kans op succes?, versus: is het zinloos om door te gaan? Niemand die het je echt kan zeggen. Daarop moet je zelf het antwoord bedenken.

Eerder heb ik dingen bereikt die anderen en ikzelf nooit voor mogelijk hadden gehouden. Daarom geloof ik dat als je iets echt wilt en als het binnen je macht ligt, je het kunt bereiken. In die zin is de gedachte achter Never give up waar.

Het wordt pas een leugen als anderen het onder valse voorwendselen gebruiken. Als het geen welgemeende aanmoediging is, maar een marketingtruc of een verkapt oordeel inhoudt. Wanneer je blij en optimistisch móet zijn, in andermans belang. Ik beschouw dat als een ontkenning van ons menszijn. Voor opgeven en de consequenties daarvan, is soms veel moed nodig. Opgeven is ons goed recht, vind ik. Opdat we positief kunnen blijven.

Amerikaans arbeidsethos

Iedereen valt over Hillary Clinton heen nu blijkt dat zij een longontsteking heeft verzwegen. Dat had ze eerder moeten laten weten. Opmerkelijk. Kennelijk is er iets veranderd in Amerika. Ik herinner mij nog precies hoe het was om in 1996 bij een Amerikaans bedrijf te werken.

Er was hier in die jaren een tekort aan financieel geschoolde mensen. Ik werkte er tijdelijk met mijn praktische boekhouddiplomaatje in een MBA-waardige functie. Je mocht er absoluut geen fouten maken. Ongeveer 60% van mijn tijd ging op aan het controleren van mijn eerder verrichte werk. Dat werd mij bij aanvang expliciet opgedragen.

Iedereen werkte daar meer dan veertig uur per week. (Behalve ik, zei de gek.) Mijn cheffin kwam elke ochtend voor de file uit Waalwijk naar Leiden. Ze vertrok pas nadat de ergste avondfiles waren verdwenen. Regelmatig keerde ze op zaterdag nog even terug naar kantoor. Waaruit haar leven bestond, behalve het huis delen met haar bejaarde moeder? Ik zou het werkelijk niet weten.

Bikkelen was daar gewoon de norm. Mijn voorganger had kort voor mijn komst iets over de gang van zaken opgemerkt, zo werd mij besmuikt verteld. Dat paste niet in het Amerikaanse beeld van een toegewijde werknemer. Op zekere dag kreeg hij na de lunch te horen dat hij binnen een uur kon vertrekken. De bewakingsdienst kwam hem keurig ophalen en naar de buitendeur begeleiden.

Waarschijnlijk waren ze er zelf ook een beetje beduusd van geweest. Dat ik om 17.00 uur naar huis ging, werd goedmoedig getolereerd. Zolang ik mijn werk maar af had. Ook   mocht ik als vrouw broeken dragen, in plaats van rokken. Ik kreeg geen plek in een raamloze achterkamer. Wel een riant bureau in een ruimte met panoramazicht, wat tot de nodige afgunst leidde. Want zo wordt volgens de Amerikaanse pikorde een manager gehuisvest.

Ik heb er twee ‘situations’ meegemaakt.

Het eerste was voorafgaand aan de komst van een delegatie ‘suits’. Die kwam van het hoofdkantoor in Chicago naar Nederland. Ineens gedroeg iedereen zich anders. Bij uitzondering keek mijn cheffin mijn concept-werk na voor de maandafsluiting. Er zat één klein foutje in. Dat was nog makkelijk te herstellen voor de eindversie. Maar zij, die tot dan toe alle verschijnselen van zware overspannenheid kunstig had weten te verbergen, ging fináál door het lint.

Ik wist werkelijk niet wat mij overkwam. Ze torende boven mij uit en stond te razen en te tieren. Zo hard en snerpend, dat ze het helemaal tot aan het eind van de gang konden horen. What a nightmare. Ik schaamde mij dood en kon wel door de grond zakken. Maar ik dacht ook: dit is buiten alle proporties. Later heeft zij haar excuses aangeboden.

Het tweede betrof de manager boven haar. Een dertiger, die zo mogelijk nog langere dagen maakte. Was net vader geworden, ik begreep er niets van. En toen moest hij plotseling met grote spoed in het ziekenhuis worden opgenomen. Longontsteking. Daar was hij veel te lang mee doorgelopen. Het had zijn dood wel kunnen worden.

Ach, wat erg toch voor hem en zijn jonge gezin, vond iedereen. Maar tegelijkertijd kon ik het aan alles merken. Dat de Amerikanen zijn doorzettingsvermogen en arbeidsethos beslist waardeerden.

Werk zoeken en solliciteren

Zomaar wat flarden tekst uit advertenties op een hele serie websites met vacatures. Die doorzoek ik wekelijks op alles wat ook maar enigszins op passende functies lijkt:

  • Je moet stressbestendig zijn en incasseringsvermogen hebben. Pardon? Het betreft ogenschijnlijk een gewone boekhoudkundige functie. Gaan we dan Thaiboksen of zo?
  • Je moet beschikbaar zijn tussen 07.00 en 21.00 uur op wisselende locaties en ook in de weekenden kunnen werken. Voor een baan als receptioniste, jawel als oproepkracht.
  • Je moet het hele wetboek over de AWBZ uit je hoofd leren en dan verdien je bij aanvang bruto € 9,71 per uur. Dit kan oplopen tot maar liefst € 11,62 per uur als je bijzonder intelligent bent. Voor een baan bij een klant contact center. Goh, ik was toch iets meer gewend. Hier kan ik gewoon niet van rondkomen.
  • ‘Je beheerst naast de Nederlandse taal ook de Turkse of Marokkaanse taal.’ Bij deze vacature staat een foto van een blonde blanke vrouw. Jammer dat ik niet blond ben.
  • Een leuke baan als webredacteur voor een jong en snelgroeiend bedrijf. Alleen, het blijkt een ‘uitdagende stageplek’ te zijn. Terwijl dit met een normale salariëring mijn droombaan is. Zelfs de taak ‘Schrijven van blogs’ kan ik goed aan.
  • ‘Wil jij werken als Retentie medewerker voor een dynamische professionele organisatie, waar de kernbegrippen zijn: prestatie en winnen, vooruitgang, maatschappelijk bewustzijn en plezier! DAN IS DIT, DE BAAN VOOR JOU!’ Het staat er letterlijk zo, gevolgd door: ‘Ben jij een commerciële tijger met een gezonde dosis doorzettingsvermogen en zie jij uitdagingen in het behouden van geabonneerden die jouw benaderen?’ Uhm, ik wil die Lotto-kaarten van jullie eigenlijk niet bij arme mensen door de strot duwen. Dus: nee. Start People is de auteur van deze ronkende wervingstekst. Misschien moet ik even doorgeven dat ik gediplomeerd redacteur ben.
  • ‘LET OP;  indien u niet voldoet aan bovenstaand gestelde eisen heeft het geen zin om te reageren. U kunt uw sollicitatie sturen naar romeijn@ […].nl. Sollicitiaties die niet zijn voorzien van CV én Motivatiebrief worden NIET in behandeling genomen.’ Nou zeg, ik durf gewoon niet meer te sollicitieren! En ze mogen blij zijn dat ik de discretie heb om niet te vermelden welke participatie- maatschappij in Den Haag dit heeft geschreven.

Klant zijn bij het UWV heeft trouwens meer voordelen dan je denkt. Ik heb een gratis kaartje gekregen voor de Emigratiebeurs. Nou, dat wordt weer genieten.
Oh, er is nog wat. In de Vacaturekrant, editie januari 2014 van het UWV Werkgevers Servicepunt, staat een hele leuke vacature, waar ik absoluut niet aan voldoe. Maar ik ga lekker toch reageren. Eens kijken of ze daar ook nog iets voor werkzoekenden doen. Het is namelijk al ruim een jaar geleden dat ik precies een jaar werkloos was. Toen ontving ik een brief. Daarin schreef iemand dat het UWV met mij mee zou gaan zoeken naar een passende baan. Sindsdien is het stil.

Oh man, het is weer dinsdagochtend.

(Dit is de ingekorte versie van een eerder gepubliceerd bericht.)