Sta je samen sterker?

De afgelopen week raakte ik een beetje uit balans. Het had te maken met langs elkaar heen praten. Met weinig inlevingsvermogen; vermoedelijk door desinteresse voor de persoon zelf. Zoiets schuurt. Het betrof mensen met wie ik een goede verstandhouding wil hebben, hoewel ze geen grote rol in mijn leven spelen. Er stond wel iets positiefs tegenover, maar het negatieve gaf de doorslag.

In de documentaire Zweden doen het anders zag ik dat Zweden gereserveerder zijn dan wij. Daar is weinig voor nodig, want Nederlanders gedragen zich tamelijk vrij. Ik begreep dat Zweden zich al jong onafhankelijk opstellen. Ze doppen hun eigen boontjes en kunnen zich kennelijk zonder anderen goed redden. In hun eentje ingesneeuwd in een afgelegen blokhut vermaken ze zich wel. Dat werk. Misschien hebben ze daar minder ‘huidhonger’ (het nieuwe modewoord). Dan is de mate daarvan deels aangeleerd en cultureel bepaald.

Met zijn tweeën sta je steviger dan alleen, dat is bij ons het idee. Leef je samen met een zielsverwant, dan is je basis zo stabiel, dat vrijwel niets of niemand je nog uit balans brengt. (Behalve natuurlijk die zielsverwant zelf.) In goed gezelschap verwerk je tegenslagen sneller. Ik ben benieuwd hoe zielsverwantschap past binnen het Zweedse model.

Persoonlijk ben ik selectief gereserveerd. Soms denk ik: ‘Ik kan er wel over praten, maar uiteindelijk moet ik het toch zelf oplossen.’ Bij de meeste mensen, echter, komt het hier op neer: ‘Ik kan er wel met jou over praten, maar het enige wat jij gaat doen, is mijn probleem gebruiken als kapstok voor je eigen verhaal. Dus laat dan maar.’

Waarschijnlijk kan ik het heel goed uithouden in Zweden.

Fysiek onderuit door een bloedneus

Rond 4:30 uur word ik wakker van vocht dat mijn keel in loopt. Dit voelt bekend aan. Snel sta ik op en loop naar de badkamer. Het is weer zover: bloedneus. Een flinke bloeding deze keer. Vorig jaar had ik daar in de winter geregeld last van. Zelfs onder de douche. Toen speelde de linkerkant op. Nu zit het rechts, voor de tweede maal binnen een week.

De klodderige details zal ik jullie besparen. Een enkel bloedbad op Raam Open is wel genoeg. Maar het bloeden valt ook nu moeilijk te stelpen. Daar sta je dan voor de spiegel in de badkamer, terwijl bijna heel Nederland nog lekker op één oor ligt. Steeds harder bibberend in je pyjamaatje. Zodra de druk op mijn neusvleugel vermindert, begint meteen het bloeden weer.

Probeer maar eens zonder bloedspatten wat warmers aan te trekken, terwijl je met een wattenschijf voortdurend tegen je neus aan moet drukken. Een dikke trui of een bh met haakjessluiting, bijvoorbeeld. Met één hand een strakke spijkerbroek dichtknopen lukt evenmin. (Hé, dat roept herinneringen op.) Er moeten nog ergens tampons rondslingeren, waarmee ik het bloeden kort zou kunnen stelpen. Maar wáár?  Nogmaals, ik zal jullie de details besparen. De badkamer is inmiddels weer helemaal schoon.

Wat ik wil zeggen, is dit. Wat kan je lichamelijk toch uit je doen raken door een simpele bloedneus. Vooral als je tot 08:00 uur wacht met de huisarts bellen, omdat de praktijk dan open gaat. En de assistente aan de telefoon zegt dat je gewoon je neusgat moet dichtduwen. Hoewel je uitsluitend wil horen dat je DIRECT mag komen. Dat mocht, na mijn reactie. Gelukkig woon ik op zeven minuten lopen afstand.

Ik heb er een uur in een behandelkamer gezeten. Oh, het bloeden hield daar natuurlijk binnen vijf minuten op. Zal je altijd zien. Maar tegen die tijd zat ik nogal te hyperventileren. Door de inspanning van de wandeling. Doordat ik voor mezelf op moest komen. En doordat ik al uren niet geweldig adem kon halen. Daarom zag ik sterretjes en werd ik er duizelig van. Trouwens, bloed in je maag heeft ook geen beste uitwerking.

Kortom: ik voelde mij zo slap als een vaatdoek. Dat schijnt normaal te zijn. Alleen komt de acceptatie van zo’n feit wat trager bij mij. Want ik had voor vandaag een wandelafspraak. En ik hield die behandelkamer in beslag, vond ik. En dat allemaal voor een bloedneus. Belachelijk. Ik wilde wel opstaan, maar ja. Je wordt vanzelf teruggefloten door je lichaam. Vandaar dat ik de rest van de dag kalm aan heb gedaan.

Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.

Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.

Een vader die alles kan

Als kind geloofde ik heilig dat mijn vader alles kon. Je zou denken dat zo’n beeld met het verstrijken der jaren wel verandert. Maar mijn vader maakte het lange tijd waar. Pas nu, op zijn tachtigste, laat hij klussen aan zijn kleinzoon of schoonzoon over.

Mijn vader verkreeg zijn vakbekwaamheid op de ambachtsschool. Verder gaf hij zijn ogen goed de kost wanneer er werklieden in de buurt waren. Dus kon hij alles. Timmeren, zagen, schilderen, elektriciteit aanleggen, groentekassen bouwen, een tussenmuur en deur waterpas plaatsen, fietsen en brommers repareren, een aanhangwagen tot kampeerwagen verbouwen, een douchebak met afvoer inmetselen, vloerbedekking leggen, muren betegelen, stortbak repareren en rioolverstopping verhelpen, op biologisch-dynamische wijze groenten kweken, kasten beitsen, fotolijsten maken, een handvat van een pan vervangen, boekenplanken en gordijnrails ophangen, stoelen bekleden en van nieuwe poten voorzien, en zelf zijn auto’s onderhouden. Liedjes fluiten kon mijn vader trouwens ook. Dat mis ik wel.

Rond zijn 75ste leerde hij uit een doe-het-zelf-boek met Windows werken. Hij had nooit eerder een computer gehad. En eens kreeg hij met een onderdeel van twee tientjes mijn kapotte wasmachine weer aan de praat. Zulke inventieve mensen zijn goud waard.

Het gevolg is wel dat ik amper een spijker in de muur kan slaan. Want mijn vader kon alles, dus heb ik nooit iets zelf gedaan.

Levensduur van computerapparatuur

De printer vraagt om een nieuwe kleurencartridge en de stofzuigerzakken zijn op. Niets bijzonders natuurlijk, maar mij bezorgt het een gevoel van ongemak. Apparaten zijn zo gemaakt dat ze niet al te lang meegaan, zelfs als je een goed merk koopt. Met als gevolg dat de bijpassende benodigdheden ook steeds korter in roulatie blijven.

Bijna nergens gaan ontwikkelingen zo snel als in de computerwereld. Kijk eens bij Media Markt. Daar liggen de voorverpakte laptops gewoon in de graaibak met aanbiedingen. Laptops! Ooit behandelden we onze computer met eerbied en ontzag. Nu is het een wegwerp- artikel geworden.

Mijn printer is acht jaar oud en stamt uit de tijd van mijn vorige laptop. Daar zat een oudere Windows-versie op. In verbinding met mijn huidige laptop wil het ding nog wel goed printen en kopietjes maken. Maar met scannen is hij gestopt. Dat kan ik nog ondervangen. Met een camera kan je tenslotte ook digitale foto’s van documenten maken.

Ik sta in de winkel voor een wand met een stuk of zeventig verschillende cartridges. De vertrouwde zwarte hebben ze wel, maar de kleurencartridge ontbreekt deze keer. Dus koop ik een cartridge met een ander nummer die volgens de verpakking evengoed in een HP PSC 1510 AiO past. Dat ‘AiO’ stond er eerst nooit bij, dus vraag ik de winkelbediende voor de zekerheid naar de betekenis. Hij raadpleegt een collega en het blijkt ‘All-in-One’ te zijn.

Maar de printer vertikt het, zegt ‘inktpatroon controleren’ en gaat ook nog eens ostentatief staan knipperen. Wat ik precies moet doen, vertelt ‘ie niet. Cartridge eruit halen en er opnieuw in stoppen helpt niet. De opdracht voor uitlijning verschijnt evenmin. Het boekje erbij gepakt. (Toen ik deze printer kocht, kreeg je nog een boekje met gebruiksaanwijzing.) Daarin staat een verwijzing naar de helpfunctie op de website. Alleen is na acht jaar is alles veranderd en de zoekfunctie leidt tot niets.

Nu moet ik dus met een aangebroken verpakking terug naar de winkel. Die winkel is eerder van naam gewisseld. Voorheen zat daar Dynabite. Ik ben er eens door een mannelijke winkelbediende zo hufterig bejegend dat ik bijna jankend de winkel verliet. Ik zwoer er nooit meer een voet binnen te zetten en stapte over naar MyCom.

De jongens bij MyCom waren ofwel van zichzelf al sympathiek of hadden gewoon geleerd om normaal met vrouwelijke klanten om te gaan. Jarenlang kwam ik daar trouw, want zij namen vragen serieus. Mijn huidige laptop, printer en cartridges heb ik daar gekocht. Vorig jaar zijn Dynabite en MyCom echter samen gegaan. In het pand van Dynabite zit nu MyCom met onervaren personeel van Dynabite. De bekende gezichten van MyCom ik zie er niet meer. Door dit soort veranderingen in het dagelijks leven, bekruipt mij soms een gevoel van vervreemding.

PS: Uiteindelijk heb ik via internet nieuwe software gedownload en mooi dat mijn printer nu weer scant. Alleen die cartridge moet ‘ie echt niet.