Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.

Vier eetkamerstoelen, zo goed als nieuw

Om mijn eetkamertafel heen staan vier stoelen. Ze gaan steeds vervaarlijker wiebelen. Deze stoelen stammen uit 2010 en waren jarenlang prima. Tot de komst van de bouwvakkers een paar jaar geleden. Die leunden tijdens hun pauze regelmatig achterover op twee poten. Sindsdien zitten alle poten los. Ik krijg al de neiging om bezoekers te waarschuwen: ‘Voorzichtig gaan zitten hoor, anders zak je er door.’ Maar dat is ook niet alles. Daarom kijk ik rond naar andere stoelen.

Dat valt tegen. Want als er in dit land een bepaalde stijl in de mode komt, kan je meteen alleen nog die stijl krijgen. Dus nu de poten vanuit het midden schuin naar buiten staan, moet je zulke stoelen nemen. Of stoelen met een lage rugleuning, omdat de hoge leuningen zijn verdwenen. Terwijl ik vanzelfsprekend wat anders wil. Een populair model van drie jaar geleden, bijvoorbeeld. Dat is nergens meer te krijgen.

Daarom heb ik nog geen nieuwe stoelen wanneer ik jarig ben. Ik waarschuw mijn familie direct na binnenkomst over de gammele toestand. Maar dat is buiten mijn zwager gerekend. Of ik een inbussleutel heb, wil hij weten. Huh? ‘Want die stoelen zijn toch van IKEA?’ Oh ja. Er begint iets te dagen. Ik heb die dingen ooit zelf in elkaar gezet. Met een soort zilverkleurig metalen winkelhaakje.

Terwijl ik drank regel, draait het bezoek met vereende krachten stoelpoten vast. Nu lijkt het wel alsof ik nieuwe stoelen heb. Van je familie moet je het hebben. En anders, zit je zelf met kapotte spullen, dan is het Repair Café ook een idee.

In gevecht met de kitspuit

Onderhoudsklussen en verbouwingen zijn mannendingen. Daar is de hele bouwwereld op ingesteld. Alle apparaten zijn loodzwaar. En wil je even een voegrandje afwerken, dan krijg je zonder pistool als vrouw geen millimeter kit uit een spuit. Tenzij je aan body building doet.

Bij Bison maken ze echter tubes die je zo uit de losse pols kan gebruiken. Dat leek mij wel wat. Een voeg in de badkamer werd namelijk een beetje oud. Dus kocht ik een tube met spuittuit. Je hoeft er alleen maar een puntje af te knippen. Beschermfolie weghalen en klaar.

Nou, dat werd me een worsteling. De kit wou er mooi niet uit. Hoe hard ik ook kneep. Het stugge spul bleef lekker in de tube zitten. Tja, wat doe je dan? De gemiddelde bouwvakker komt tegenwoordig heus niet voorrijden voor een kitrandje. Ten einde raad heb ik mijn volle gewicht er tegenaan gegooid. Woeaahhhrr. En ben boven op de tube gaan staan. Daarna was het klusje snel gedaan.

Alleen die paar klusjes nog

Onlangs was ik op bezoek bij een gezin met twee jonge kinderen. Zij heeft een parttime baan; hij werkt bijna fulltime in loondienst. Daarnaast is hij net met een eigen bedrijf begonnen. Adverteren hoeft niet: er is veel vraag naar wat hij kan. Dus heeft hij het druk. Permanent. Ook ’s avonds en in het weekend. Als je minstens 55 uur per week werkt, je badkamer aan het verbouwen bent, wekelijks een papa-dag hebt en bijna dagelijks een maaltijd op tafel zet, dan kan het gebeuren dat er soms een klusje bij inschiet.

Het plafond in de woonkamer/keuken dichtmaken, bijvoorbeeld. Zodat alle snoeren, buizen en leidingen onzichtbaar worden. Of een nieuwe schutting plaatsen. De huidige blijft enkel overeind doordat een partij gedumpte bouwmaterialen fungeert als steunpaal. (Die verzameling moet nog worden opgeruimd, maar ja.) En wat te denken van een mooie plint onder de keukenkastjes? De zelfgebouwde keuken wacht daar al acht jaar op.

Ik weet hoe dat gaat. Wijzer geworden, heb ik vastberaden na de verhuizing zes maanden lang continu bouwvakkers en klussers ingeschakeld. Want zodra ik denk: ‘Ach, dat komt nog wel’, dan weet je het wel.

En ze zijn er, de klusjes die nog ‘even’ moeten worden gedaan. Een klein zwart tegelrandje op een zijwand in de keuken. Ik hoef alleen nog anderhalf zwart tegeltje te halen. Bij het toilet ontbreekt nog slechts een strak kitrandje. Oh, en de stroomstoring was al 18 maanden geleden. Sindsdien zit de schuur zonder elektriciteit.

Maar het droevigste geval hangt in de werkkamer. Want ook mijn huis heeft iets, wat blijkbaar in veel huizen is te vinden. Namelijk een zielig kaal peertje. Daar heb ik wel een goed excuus voor. Want de elektriciteitsbedrading loopt waarschijnlijk niet recht naar boven of naar beneden. Dus waar moet je dan gaatjes boren ter bevestiging van een lampje? Ik vermoed dat dat peertje er al minstens vijftien jaar zo bij hangt.

Na de kater

Natuurlijk had ik nogal een kater na die afwijzing eerder deze week. Over drie weken loopt mijn uitkering af en moet ik van spaargeld gaan leven. Om slechts één van de redenen te noemen. Dus hing er veel van dat sollicitatiegesprek af. Bovendien weet ik vrij goed waar het mis ging. Dan komt het ‘had ik maar …’ te laat. Maar ik heb mij herpakt, hoor.

handtekeningGisteren had ik best een goede dag. Eerst kwam er een KPN-monteur om alle relevante apparaten op glasvezel aan te sluiten. Nu gaat internet hier als een speer. Ook heb ik het vierde genealogische boek voor internet bewerkt en op de website over mijn voorouders gezet. Dat heugelijke feit heb ik gelijk in een logje aangekondigd.

Verder is de keukenmonteur op bezoek geweest, voor de vijfde keer. Die heeft wat kleine mankementjes verholpen én het gat bij de tussenwaterkraan vergroot. Nu komt er weer water uit de buitenkraan. Ook heb ik voor het eerst met de boormachine gewerkt. Bovendien zag ik een leuke vacature en daar heb ik direct op gereageerd. Daarom kon ik aardig wat klusjes van de lijst schrappen en dat geeft een heel voldaan gevoel.

Maar hoe nu bij een volgend sollicitatiegesprek die had-ik-maar-…-situatie achteraf voorkomen? Daar zat ik nog mee. Prompt viel het antwoord in de brievenbus. Want in de Volkskrant van 8 juli staat een interview met docent cognitieve neurowetenschappen Ger Post. Hij legt uit wat we kunnen leren van verliezers. Ik heb enkele relevante uitspraken in het vorige log gevoegd. Voor wie meer wil weten over de zin en onzin van een winnaarsmentaliteit.

Boormachine

Er moesten nog wat kleine klusjes worden gedaan. Zoals klimrekjes voor planten aan de schutting hangen en een stang aan de muur bij de keldertrap vastmaken. Want ik lag al een keer bijna onderaan. Daarom belde ik een tijdje geleden de klusjesman. Maar het gaat weer goed in de bouw, dus had meneer het te druk. Een ander reageerde op mijn oproep via Werkspot en vroeg als uurtarief de hoofdprijs. Ik overwoog nog de klusjesman van de ijzerwinkel hier in het dorp. Maar ja, aardige man, alleen uiterst traag. Bovendien had ik voor mijn verjaardag geld voor een boormachine gevraagd. Want het is toch best handig als je zelf aan de slag kan.

Dat geld kreeg ik drie maanden geleden. Elke andere persoon gaat dan gelijk zo’n boormachine kopen en er meteen een heleboel kasten mee in elkaar zetten. Maar ik vind het wel spannend, zo’n ding. Ik bedoel, het is niet iets waar ik dagelijks mee in mijn handen sta. Dus weet ik amper hoe ik er mee om moet gaan. Maar ik schaam mij niet hoor.

Want een boormachine is natuurlijk weer zo’n mannending. Dit soort apparaten is zelden afgestemd op de anatomie van vrouwen. Daarom is de helft van het arsenaal in de bouwwinkel zo zwaar, dat ik ze niet goed kan richten. Best lastig als je een schroef netjes in een stenen muur wil draaien. Trouwens, dat richtprobleem heb ik ook met geweren. Kennelijk zijn die evenmin bedoeld voor dames. Als ik feministe was, zou ik toch eens voor handzame exemplaren op de bres springen.

IMG_3889Maar goed, nu ben ik dus de trotse bezitster van een Bosch boormachine. Eerlijk gezegd heb ik hem op kleur uitgezocht. Ze hadden ook blauwe en oranje apparaten, maar groen met rood vind ik veel mooier. Hij kan schroeven vastdraaien en losdraaien. Dat laatste is heel handig. Want elke schroef die ooit door een man met een boormachine is vastgedraaid, krijg ik never nooit meer met een gewone schroevendraaier losgedraaid.

Ik kan er ook mee in hout, baksteen, metaal en keramiek boren. Dat laatste vind ik wel intrigerend. Waar zal ik dat eens op uitproberen?  Boren in metaal is eveneens reuze praktisch. Ik heb namelijk voor buiten metalen plantenbakken gekocht waar onderin geen gaatje zit. Dus staan mijn pas ontkiemde viooltjes de laatste week regelmatig drie centimeter onder water.

Als los onderdeel zit er een ‘accuboorschroevendraaier’ in. Maar kennelijk ben je er dan nog niet. Er zijn boortjes en plugjes en bitjes en andere dingetjes in alle soorten en maten. Ik weet alleen niet waar dat allemaal voor is. Nu heb ik mij een ‘bit magazine’ aan laten prijzen. Alle losse onderdeeltjes zitten in een soort holster. (Ja, die associatie met dat geweer was zo gek nog niet.) En als je op een knopje drukt, dan kan je ze eruit halen. Net een kogelhouder, eigenlijk. Bovendien heb ik een Piranha (Black & Decker) boortje gekocht, van 6 mm. Om mee te beginnen. Als het goed is, kan ik daarmee in steen boren. Hij heeft een afgeplat kopje. (Hebben piranha’s dat ook?) In elk geval is ‘ie voor steen bedoeld.

Nou, gelukkig zie ik mijn vader zondag. Hopelijk kan hij zeggen wat ik hiermee aan moet. Tot die tijd durf ik het ding eigenlijk nog niet echt aan te raken.

Een vader die alles kan

Als kind geloofde ik heilig dat mijn vader alles kon. Je zou denken dat zo’n beeld met het verstrijken der jaren wel verandert. Maar mijn vader maakte het lange tijd waar. Pas nu, op zijn tachtigste, laat hij klussen aan zijn kleinzoon of schoonzoon over.

Mijn vader verkreeg zijn vakbekwaamheid op de ambachtsschool. Verder gaf hij zijn ogen goed de kost wanneer er werklieden in de buurt waren. Dus kon hij alles. Timmeren, zagen, schilderen, elektriciteit aanleggen, groentekassen bouwen, een tussenmuur en deur waterpas plaatsen, fietsen en brommers repareren, een aanhangwagen tot kampeerwagen verbouwen, een douchebak met afvoer inmetselen, vloerbedekking leggen, muren betegelen, stortbak repareren en rioolverstopping verhelpen, op biologisch-dynamische wijze groenten kweken, kasten beitsen, fotolijsten maken, een handvat van een pan vervangen, boekenplanken en gordijnrails ophangen, stoelen bekleden en van nieuwe poten voorzien, en zelf zijn auto’s onderhouden. Liedjes fluiten kon mijn vader trouwens ook. Dat mis ik wel.

Rond zijn 75ste leerde hij uit een doe-het-zelf-boek met Windows werken. Hij had nooit eerder een computer gehad. En eens kreeg hij met een onderdeel van twee tientjes mijn kapotte wasmachine weer aan de praat. Zulke inventieve mensen zijn goud waard.

Het gevolg is wel dat ik amper een spijker in de muur kan slaan. Want mijn vader kon alles, dus heb ik nooit iets zelf gedaan.