Fysiek onderuit door een bloedneus

Rond 4:30 uur word ik wakker van vocht dat mijn keel in loopt. Dit voelt bekend aan. Snel sta ik op en loop naar de badkamer. Het is weer zover: bloedneus. Een flinke bloeding deze keer. Vorig jaar had ik daar in de winter geregeld last van. Zelfs onder de douche. Toen speelde de linkerkant op. Nu zit het rechts, voor de tweede maal binnen een week.

De klodderige details zal ik jullie besparen. Een enkel bloedbad op Raam Open is wel genoeg. Maar het bloeden valt ook nu moeilijk te stelpen. Daar sta je dan voor de spiegel in de badkamer, terwijl bijna heel Nederland nog lekker op één oor ligt. Steeds harder bibberend in je pyjamaatje. Zodra de druk op mijn neusvleugel vermindert, begint meteen het bloeden weer.

Probeer maar eens zonder bloedspatten wat warmers aan te trekken, terwijl je met een wattenschijf voortdurend tegen je neus aan moet drukken. Een dikke trui of een bh met haakjessluiting, bijvoorbeeld. Met één hand een strakke spijkerbroek dichtknopen lukt evenmin. (Hé, dat roept herinneringen op.) Er moeten nog ergens tampons rondslingeren, waarmee ik het bloeden kort zou kunnen stelpen. Maar wáár?  Nogmaals, ik zal jullie de details besparen. De badkamer is inmiddels weer helemaal schoon.

Wat ik wil zeggen, is dit. Wat kan je lichamelijk toch uit je doen raken door een simpele bloedneus. Vooral als je tot 08:00 uur wacht met de huisarts bellen, omdat de praktijk dan open gaat. En de assistente aan de telefoon zegt dat je gewoon je neusgat moet dichtduwen. Hoewel je uitsluitend wil horen dat je DIRECT mag komen. Dat mocht, na mijn reactie. Gelukkig woon ik op zeven minuten lopen afstand.

Ik heb er een uur in een behandelkamer gezeten. Oh, het bloeden hield daar natuurlijk binnen vijf minuten op. Zal je altijd zien. Maar tegen die tijd zat ik nogal te hyperventileren. Door de inspanning van de wandeling. Doordat ik voor mezelf op moest komen. En doordat ik al uren niet geweldig adem kon halen. Daarom zag ik sterretjes en werd ik er duizelig van. Trouwens, bloed in je maag heeft ook geen beste uitwerking.

Kortom: ik voelde mij zo slap als een vaatdoek. Dat schijnt normaal te zijn. Alleen komt de acceptatie van zo’n feit wat trager bij mij. Want ik had voor vandaag een wandelafspraak. En ik hield die behandelkamer in beslag, vond ik. En dat allemaal voor een bloedneus. Belachelijk. Ik wilde wel opstaan, maar ja. Je wordt vanzelf teruggefloten door je lichaam. Vandaar dat ik de rest van de dag kalm aan heb gedaan.

Aan die mannen heb je ook niks

Maandagochtend. Ik heb een afspraak met de klusser die hier vorig jaar al kwam. Vandaag gaan we de nieuwe wasmachine op zolder verplaatsen. Dan komt het apparaat precies boven twee draagbalken te staan, die (hopelijk) wèl in de stenen muur verankerd zijn. Nu staat de wasmachine namelijk op een zwevend vloerdeel. De trillingen gaan bij het centrifugeren dwars door mijn hele huis heen. Hier tob ik al weken mee.

Het is nogal een gepuzzel om de beste plek te vinden. De meeste draagbalken gaan schuil tussen vloerbedekking, planken en verlaagde plafonds. Wel is er een schuine steunbalk zichtbaar nabij het zolderdak. Die balk loopt door boven de trap. Staand in het trapgat kan ik opmeten waar een vloerdraagbalk op de overloop zich bevindt ten opzichte van die schuine balk. Eerst recht naar beneden en dan vier centimeter naar links tot de rand van de vloerbalk. De vloerbalk is zes centimeter breed. Ongeveer zestig centimeter verderop zit de volgende draagbalk.

Kortom, ik popel om de wasmachine te verplaatsen, in de hoop dat er dan minder trilling ontstaat. Vandaag dus. Echter, wie er ook komt, niet meneer de klusser. Het is weer zover. Hij is van goede wil, maar met afspraken totaal onberekenbaar. Deze keer is hij verkouden en moet hij veel hoesten. Ach gossie toch. Zeggen kerels daar nu ook al voor af?!

Oh, wat frustreert mij dit toch weer. Want wie anders kan ik nu vragen? Moet ik voor hulp naar de lokale witgoedboer gaan? Moet ik soms de timmerman bellen die hier onlangs een deur ophing? Of moet ik gelijk maar een loodgieter inschakelen en de aansluitingen in de keuken gereed laten maken? Al is het uitermate onhandig wanneer de wasmachine daar moet staan. Ik baal zo van de hele situatie dat ik er depressief van word. En vervolgens word ik nog beroerder van mijn moedeloze gevoel.

‘Nou,’ denk ik, ‘dan ga ik het zelf wel doen!’ (Nou ja, even doen …) De wasmachine weegt 75 kilo en hij staat met rubber pootjes op stroeve vloerbedekking. Ik gooi er mijn volle 56 kilo tegenaan, maar hij verroert geen vin. Dan maar slim zijn. Tenslotte heb ik al eerder hele kasten versleept op stukken karton. Deze keer blijkt laminaat het beste transportmiddel.

Eerst wurm ik twee planken onder de pootjes. Daarna zet ik mij schrap en duw ik uit alle macht, diagonaal tegen de wasmachine hangend. Het enige wat er gebeurt, is dat ik uit mijn pantoffels glij. Dus schop ik mijn pantoffels opzij om op sokken verder te gaan. Waarna ik ook uit mijn sokken glij. Dan maar helemaal naar beneden lopen, schoenen met rubber zolen aandoen, en verder duwen. Eindelijk komt er beweging in. Ik duw en sjor net zo lang tot de wasmachine op het juiste aantal centimeters van de schuine balk af staat. Tadáa!

Ach, wat heb je ook eigenlijk aan mannen?

De ontleding van mijn woning

Bij de koop van mijn huis kon ik niet bevroeden wat een ontdekkingstocht er zou volgen. Van het 106 jaar oude pand is namelijk geen bouwtekening voorhanden. Ook hebben opeenvolgende eigenaren de indeling bij herhaling aangepast. Zij hebben wel tekeningen van een schuur en de dakkapel ingediend, maar die wijken af van de werkelijkheid. Bovendien zit deze woning vol verlaagde plafonds en voorzetwanden. Die laten veel te raden over onzichtbare tussenlagen. Ik sta dus voor verrassingen bij elke bouwkundige klus. Daarom doe ik aan ontleding van mijn woning.

Die ontbrekende bouwtekeningen zijn een groot gemis. Want waar precies kan ik in muren boren? Hoe lopen de kabels, waterleidingen en afvoeren? Welke materialen zijn er gebruikt? En hoeveel draagvermogen heeft de hele constructie?

Neem mijn nieuwe wasmachine. Die staat op zolder. Hij moet voor een houten vloer geschikt zijn. Toch trilt alles bij het centrifugeren. Het is dan makkelijk om te wijzen naar de fabrikant. Maar inmiddels weet ik dat de draagconstructie van de zoldervloer in de loop der jaren aan twee kanten is veranderd.

Oorspronkelijk leunden de vloerdraagbalken aan weerszijden op stenen muren. Gisteren deed ik echter een bizarre ontdekking. De wasmachine staat deels op een zwevend stuk vloer! Een aantal draagbalken hangt namelijk op andere haaks geplaatste draagbalken. Die zijn pas later aangebracht. Aan de linkerkant bij een verruimd trapgat, en aan de rechterkant bij een half weggebroken schoorsteenschacht. Daar lopen cv-buizen doorheen en die schacht zit grotendeels achter een voorzetwand.

Eerder al kwam bij de keukenverbouwing vanachter het systeemplafond een wirwar aan kabels en pijpleidingen tevoorschijn. Sommige buizen liepen zichtbaar van niets naar nergens. Die werden jaren geleden toegevoegd en naderhand weer afgekoppeld. Maar dat moet je wel weten. Zo plaatste de vorige eigenaresse haar wasmachine bij een afvoerbuis op zolder. Helaas was de pijpleiding twee verdiepingen lager losgekoppeld door een voorganger …

Gelukkig valt er met moderne technieken veel te ontdekken. Een installateur en een rioolservice hebben camera-inspecties uitgevoerd. Hun filmbeelden bewaar ik. Ook heb ik de wand onder de douchebak eens laten verwijderen. En overal maak ik foto’s van. Gisteren bijvoorbeeld.

Er zit slechts een smalle kier tussen de zoldervloer en het restant van de oude schoorsteen. Daarom tastte ik in het duister over wat daar schuilging. Op zulke momenten is een platte smartphone met camera beslist handig. Ik kon hem net aan tussen de kier door wriemelen. Hup, flitser aan en klikken maar. Nu heb ik een soort ‘röntgenfoto’ van de schoorsteen. Nog even en dan weet ik alles van deze woning.

Mijn vaders’ man cave

man cave

Mijn vader overleed 2 ½ jaar geleden, maar zijn man cave bestaat nog steeds. De geur van de ruimte heeft iets ondefinieerbaars. Metaal, hout, olie, stof, boenwas, vermengd met een vleug van een gedragen jas. Hij heeft er van alles gerepareerd en gefabriceerd: fietsen, fotolijsten, losgeraakte hengsels, meubels, noem maar op. Het was de plek waar hij rustig zijn sigaartje stond te roken en zijn ding kon doen.

In een mandje liggen boeken en paperassen. Een ‘Rijkskleding boekje’ van zijn werk, met notities over uitgereikte werkkleding, in 1961. Een ‘Handleiding ten behoeve van de opleiding voor V.E.V.-examens’ over elektrotechniek, uit 1957. Daar heeft hij altijd zijn brood mee verdiend.

Plus een boekje voor doe-het-zelvers. In het voorwoord: ‘Nu het door de hoge kosten en het gebrek aan arbeidskrachten voor vele mensen onmogelijk is geworden kleine karweitjes in huis door een vakman te laten opknappen en velen meer vrije tijd hebben gekregen, is het gewoonte geworden in huis en tuin zoveel mogelijk zelf iets te repareren of zelfs iets te maken.’ Uitgeverij Het Spectrum, 1961.

De dingen die hij naliet, waren ordentelijk gesorteerd: zijn gereedschap (nog van zijn vader geërfd en nieuw), tuinspullen en materialen. Alles per soort bij elkaar. Ik tref vakken vol bewaarde losse onderdeeltjes aan. Hij had ze vast nog ergens voor kunnen gebruiken.

Her en der staan en hangen enkele meer persoonlijke versieringen en aandenkens. Een onverwacht Boeddhabeeldje tussen blikken en oliekannetjes op een plankje. Een foto van zijn collega’s en van het huis in Noordwolde. Een knus oudhollands huiselijk tafereeltje. En een rood plastic bloemetje tussen de losse boren. Misschien zeggen ze meer over hem dan woorden.

Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Ik schreef er gisteren over. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Pas op! Geverfd

Doe het zelf verven

Vandaag is het zover. Eindelijk ga ik aan de slag met de verf. Volgens het etiket wacht die verf daar al op sinds 21 maart 2019. Toen werd de inhoud van dat blik gemengd. Sindsdien had ik last van uitstelgedrag. Daar waren goede redenen voor.

Eerst wilde ik net beginnen toen de mannen kwamen voor de dakkapel van de buurvrouw. Die gingen bij haar in de tuin planken zagen en daardoor vloog het zaagsel in het rond. Ik dacht: ‘Laat ik nog maar even wachten met die verf.’  Het staat ook zo uitsloverig wanneer je als vrouw toevallig in de tuin gaat werken als die mannen daar bezig zijn. Plausibele reden voor uitstel, toch?

Daarna zou het gaan regenen, daarna scheen de zon te fel, daarna zou er een buitje vallen, en daarna was er te veel wind. Bij wind verven is onhandig. Dat zorgt voor opwaaiend stof. En stoffig is het hier, want het regent al twee jaar veel te weinig. Afijn. Op een gegeven moment waren de condities ideaal, maar toen had ik even geen zin. Kan gebeuren, toch?

Wat er daarna was, weet ik niet meer, maar op de een of andere manier kwam het er steeds niet van. Daar stonden die blikken dan. Elke week moest ik er omheen stoffen, terwijl ze op de eettafel stonden. Ik ben niet zo ver gegaan dat ik de blikken en het schuurpapier bij het afstoffen meenam. Maar dat scheelde weinig. Belachelijke situatie, toch?

Nou ja, vandaag had ik in de ochtend al gewandeld en ’s middags wilde ik nog wat doen. Dat was dus een mooie gelegenheid en een perfect moment om eindelijk met verven te beginnen. En het rare is dat ik verven ontzettend leuk vind. Echt waar. Alleen vergeet ik dat steeds weer. Maf, toch?

Maar nu even wat anders. Hebben jullie enig idee hoeveel insecten er momenteel rondvliegen en op een pas geverfde vensterbank kunnen landen?

Geld besparen door niet te werken

Weinig mensen beseffen het, maar je kan flink geld besparen door niet te werken. Neem de verzuchting van een vriendin. Zij kon na lang solliciteren aan de slag bij een internationale organisatie. Alleen moest ze nog wel een representatieve outfit kopen. Voordat ze een cent had verdiend, gaf ze daar al een maandsalaris aan uit. Zo zijn er meer uitgaven die je vooral doet als je werkt. Ik zal wat kostenposten opsommen.

  1. Met stip op nummer 1. De vakanties, doorgaans in het buitenland. Wanneer je in een vast stramien leeft, wil je er graag jaarlijks tussenuit.
  2. Een aparte werkgarderobe met tassen en schoenen. Zie voorbeeld boven.
  3. Alle onderweg gekochte hapjes en drankjes plus de snelle maaltijden voor wanneer het laat wordt. Voor de prijs van een kopje cappuccino koop je een heel pak filterkoffie.
  4. Eten uit de tuin versus eten uit de supermarkt. Als je tijd hebt om te tuinieren, eet je de hele zomer lang verse groenten, kruiden en fruit. Scheelt een hoop en is nog gezond ook.
  5. Zakdoekjes en medicijnen. Kantoren en volle treinen zijn beruchte ruimten voor verspreiding van ziektes. Bovendien krijg je stress van werk.
  6. Heb je last van stress of een zittend beroep? Dan zoek je wellicht ontspanning en beweging in de sportschool. Kost ook geld.
  7. Reiskosten, kinderopvang, de stomerij, hulp in de huishouding en ingehuurde vaklieden voor onderhoudsklussen. Want thuis doe je minder zelf als je de hele week elders werkt.

Welbeschouwd bespaar je al gauw minimaal € 5.000 per jaar tijdens periodes waarin je niet werkt. Soms vraag ik me af waarom mensen nog langer voor geld werken.