Warme novemberzon

Naar bovenstaande foto heb ik een tijd zitten turen, omdat er iets vreemds aan is. Het heeft met de kleuren te maken en met de intensheid van het zonlicht. Als je niet weet waar deze foto genomen is, waar denk je dan aan?

Bij mij roept het landschap associaties met de tropen op. Die kale boom links, zou een Jacaranda kunnen zijn voordat die in bloei komt. Of een Frangipani, dat kan ook. De smalle puntige bladeren van de struiken vooraan, lijken op de bladeren van een palm. En dan dat vee in die vallei. Onze oer-Hollandse (maar niet heus) Holstein-Friesian koeien kan je waar ook ter wereld tegen komen. Ik heb ze op Tahiti gezien en in hartje Afrika. Maar wacht, er staat een schaap rechts op de hoge wal. Engeland of Nieuw-Zeeland dan?

Confrontatie op het Klompenpad

Koe of stier pal voor overstappunt op de route van het Klompenpad

Het is zo’n pad dat al heel lang op mijn verlanglijst staat. Een gedeelte ervan heb ik eerder afgelegd. Maar dat was in een groep, met veel praters om mij heen en een gids die haast had. Als je een gebied echt goed in je op wil nemen, wil ‘ervaren’, dan moet je alleen gaan. Zeker wanneer je er herinneringen hebt aan gebeurtenissen die je enkel uit verhalen kent.

Een uitdaging is het wel, zo’n wandeling in je eentje over een Klompenpad. Op het kaartje staat dat er halverwege een trekpontje op mij wacht. Trekpontjes zijn leuk, maar ze vergen wel kracht. Ik herinner mij een ander trekpontje in de omgeving waar ik ben opgegroeid. Eerst stak de helft van onze wandelgroep over en vervolgens liep het pontje midden in de vaart vast. Dus moesten de achterblijvers twee kilometer omlopen naar de dichtstbijzijnde brug. En dan heb ik het nog niet over grote boze beesten in de wei gehad. Want dat is bij uitstek het kenmerk van een Klompenpad: jij en de plaatselijke veestapel delen dat.

Dit keer is het een pad waarvan ik de naam niet verklap. Omdat het gebied zo bijzonder mooi en rustig is, en ik dat graag zo houd.

Uitdagend was het wel. Want al na een kilometer werd ik opgewacht door bovenstaand beest. Het was niet direct zichtbaar of het een koe of een stier was. Maar het snuivende rund stond wel afgezonderd van de kudde, die honderd meter verderop toekeek. Lakenvelders staan bekend om hun zachte aard, maar toch. Ik moest het hele veld nog oversteken, recht op hem/haar toelopen en dan achter zijn/haar dikke derrière over het prikkeldraad met stroom stappen. Daarom heb ik eerst voor een afleidingsmanoeuvre gezorgd, zodat het beest van het overstapje weg zou lopen.

Eenmaal met die hindernis achter mij, kon ik veilig aan de goede kant van de afrastering verder wandelen. Totdat ik bij de volgende overstap kwam. Want daar liep niet één stier. Nee, daar liep een hele kudde van dat jonge, onstuimige spul! Mijn God, zeg. Hoe verzinnen ze het. Pal op de route van dit Klompenpad. Wil de boer soms van al die wandelaars af?

Dus daar stond ik. Voor een overstap naar een veld van minimaal honderd breed met zicht op de volgende overstap recht aan de overkant. En zeker twintig van die zwart/witte stiertjes ertussen. Echt niet dat ik dat ging doen. Mij is van jongs af aan geleerd dat je niet moet dollen met stieren. En zeker van dat jonge spul weet je niet wat ze in hun speelse kop halen.

Dus moest ik weer op mijn schreden terugkeren.

En toen ineens kwamen ze brullend op mij af. Uit het niets. Twee donkergrijze straaljagers van de luchtmacht, laag over mijn pad scherend. Ik keek hoe ze naderden en zag dat de tweede heel even met zijn vleugel naar mij zwaaide. Zoals de Spitfires hier ook deden, in 1944, als ze een Messerschmidt geraakt hadden.

Maar misschien beeld ik mij die groet in. Moest hij gewoon een kwartslag zwenken om zijn weg voort te zetten naar Duitsland.

Nest van roodborst is kunstwerk

Daar ligt het, op een bospad ergens tussen Heveadorp en Doorwerth. Een gevallen nestje van een roodborst. Het is geweven van plukjes paardenhaar, vermoedelijk gevonden bij het paardenpension verderop. Lange grijsbruine haren, vervlochten met stukjes groen mos. Alsof het om vervilte wol gaat. Dit materiaal vormt een warm en deels waterdicht holletje. Aan de bovenkant steken oranje veertjes uit. Verder is dit nestje brandschoon. Het is ovaal en aan de buitenkant ongeveer zeven bij vijf centimeter groot. Binnenin is de ruimte op zijn breedst vier centimeter. Als kunstwerk krijgt het een ereplaats te midden van mijn andere vondsten uit de naburige natuur.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)