De drie vliegende karpers

Veel mensen hebben moeite met de inperking van hun bewegingsvrijheid door de nieuwe lockdown. Maar wij mogen als omnivoren ook wel even stilstaan bij wat wij dieren aandoen.

Wist je dat veel vissen hun leven lang in overvolle kweekvijvers moeten rondzwemmen? En dat zij dat ook weleens zat zijn? Soms hebben ze echt enorm behoefte aan een verzetje. Dus als ze de kans krijgen, dan gaan ze vliegen. Kijk maar eens goed. Hier zie je er drie.

Slijmspoor of slijmspook?

Het is wonderbaarlijk hoe je jarenlang dezelfde rondwandeling kan maken en toch steeds weer iets nieuws kan ontdekken. Zoals dit slijmspoor op een beuk. Waar komt dat slijm vandaan? Heeft een slak dit zo achtergelaten? Of hebben we hier met een slijmspook te maken?

Sorry, beste volgers. Al mijn ernst en energie gaat momenteel naar de foto-expositie, dus meer dan dit soort onzin verschijnt hier even niet. 😉

Zwemherten lappen regels aan hun laars

Soms staan er nieuwsberichten in de krant die ondenkbaar zouden zijn in menig ander land. Dat komt omdat wij Nederlanders ons postzegeltje grond moeten delen met miljarden andere wezens. Vanzelfsprekend geeft dat weleens problemen. Daarom hebben wij een sterke behoefte aan regels. Vooral nu er weer van die eigenwijze zwemherten zijn in Flevoland.

‘Ze maakten gebruik van een nieuw ecoduct, trokken zich niks aan van de afspraak dat dit maar aan een paar herten was toegestaan en zwommen door het Veluwemeer naar de overkant.’, schrijft Onno Havermans in Trouw, 4 augustus 2020.

Die herten moeten echt eens leren lezen. Want, en ik citeer: ‘Onze insteek is de nulstand.’, volgens Arnold Michielsen, voorzitter van LTO Noord in Flevoland. Hij stuurde namens LTO Noord een brief naar de provincie.

De Vereniging Het Edelhert (VHE) denkt hier toch wat genuanceerder over: ‘Op termijn moet dus rekening worden gehouden dat er soms een edelhert het randmeer oversteekt. Dit vraagt om afstemming met de provincie.’ Zo valt te lezen in het jaarverslag 2019-2020.

Laten we overschakelen naar de provincie. ‘We hebben wel beleid, maar dat geldt voor de edelherten in de Oostvaardersplassen.’, erkent Yang Yang Chiu, woordvoerder van gedeputeerde Harold Hofstra.

Maar ja, die recalcitrante zwemherten raadplegen nooit een plattegrond en ze lezen geen enkel beleidsdocument.

Jan Griekspoor, faunacoördinator Gelderland en Flevoland bij Staatsbosbeheer, weet hoe dit komt. ‘Je houdt ze niet tegen, afschot maakt niet uit. Jonge dieren gaan op pad, dat is de kracht van de natuur.’

Volgens mij verdient het artikel ‘Flevoland verdeeld over zwemherten’ van Onno Havermans de hoofdprijs 2020 voor het prachtigste proza in komkommertijd.

De keerzijde van de fotografie

‘Zo’n plek waar de hele dag meerdere fotografen bovenop zo’n nest staan, daar heb ik niets te zoeken’. Aan het woord is professioneel fotograaf en natuurfilmer Ruurd-Jelle van der Leij in Trouw (18 juli 2020). Het artikel De jacht op de mooiste kiek gaat over de uitwassen in de natuurfotografie. Zeldzame vogels worden voortdurend gestoord bij het grootbrengen van hun jongen. Simpelweg, omdat fotografen per sé hun eigenste plaatje moeten scoren. Met als gevolg dat de kuikens het niet redden.

Niet alleen natuurfotografen verstoren de boel. Ook urban explorers kunnen er wat van. Waar de pioniers nog zorgvuldig met verlaten gebouwen omgingen, richt de huidige lichting meer schade aan. Sommigen zetten doelbewust hele kastelen in lichterlaaie. Alles voor het spectaculairste resultaat. Terwijl het toch zo mooi begon. Ik lees dit in Urbex et orbi, een artikel in de VPRO-gids over Patina-Paradiese – Ruinen der Rüstung. Vandaag en morgen om 17:50 uur op ARTE te zien.

‘Leave nothing but footprints, take nothing but pictures.’ Deze slogan ken ik uit de reiswereld. Maar zelfs met voetstappen kan het onbedoeld misgaan. Vorige week oefenden we met de sportclub op een grasveld. Het was bij de Westerbouwing; een prachtig gebied. Een van ons ontdekte een felrode paddenstoel en gelijk liep de rest ernaartoe. Waardoor andere paddenstoelen, die minder opvielen, vertrappeld werden.

En ik herinner mij de gekte van file rijdende toeristenwagens in Kenia. Niet op de snelweg, maar in de wildparken. Wordt er ergens een leeuw gespot, dan melden de chauffeurs dit over de radio. Vervolgens rijden ze elkaar allemaal achterna. Dus als je weer een plaatje ziet van een leeuw, weet dan dat er waarschijnlijk vijftien auto’s omheen staan.

Het doet mij afvragen wat er schuil gaat achter sommige blogs met fotografie.  Hoe gedragen de fotograferende bloggers zich? Wat is eigenlijk hun diepere drijfveer? Zowel natuurfotografen als urban explorers lijken op jagers. Constant op zoek naar kansen. Om de mooiste plaatjes te schieten. Om het aangetroffene in beelden te vangen. Om het tot ‘eigendom’ te maken. Of denken ze origineel te kunnen zijn?

Al begin negentiende eeuw krasten rijke westerlingen hun namen in de monumentale panden van Persepolis. Ik heb de beschadigingen met eigen ogen gezien. Een hoogstaande en eeuwenoude cultuur gereduceerd tot ondergrond voor verveelde jongelingen uit de elite. En waarom? Dienden die krabbels als trofeeën? Als symbolisch bewijs van eigendom voor iets wat te groot was om te stelen? Om aan degenen die na hen kwamen te kunnen laten zien: ‘I was here’?

Ze waren daar niet de eersten. Originaliteit is slechts voorbehouden aan de vrije geesten en de pioniers. Voor originaliteit moet je namelijk van alle gebaande paden afwijken.

Een dutje doen in een bloem

Je staat er zelden bij stil, maar ook insecten hebben nachtrust nodig. In de buurtapp verscheen onlangs een foto van vier slapende bijen in een bloem. Sindsdien zie ik in mijn tuin ook regelmatig slapende hommels en bijen. Hommels hangen graag onderaan de bol van kogeldistels. En kijk hoe dit bijtje heerlijk ligt te soezen met zijn kopje tegen een meeldraad van een ballonplantbloem. (Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Sommige bijen kruipen tegen de avond in een bloem, kort voordat die zijn blaadjes sluit. Anderen zetten hun kaken in een stengel of meeldraad. Zo houden ze zich stevig vast terwijl hun spieren verstijven. Je kan ze dan zachtjes aanraken, waarna ze slaapdronken hun pootjes bewegen.

Twee giraffen voor de kerk

In Deventer staan twee giraffen voor de Lebuïnuskerk: een moeder met een jong. Ze hangen vol lampjes en zijn in het donker goed te zien. Overdag is dat wel anders. Dan verdwijnen ze bijna in de kleurschakering op de achtergrond. Volgens internet doen deze gracieuze dieren niet aan camouflage. Toch werken hun schutkleuren perfect.

Het leven is geen rozentuin

’s Avonds ligt er bij thuiskomst een verkeerd bezorgde envelop tussen de post. Het huisnummer klopt, maar het adres is twee straten verderop. Morgen breng ik dit wel even naar het juiste adres, denk ik en leg het poststuk weg.

Zondagmiddag. Het is rustig buiten. Ik wandel door de straat met vrijstaande huizen en groene tuinen. Plots klinkt uit één van die huizen driftig gekrijs. Het blijft even stil terwijl ik het pand nader. Alle ramen zijn dicht. ‘You are always leaving me!’, roept een vrouw nu met schrille stem, hevig teleurgesteld en geagiteerd. Een andere persoon hoor ik niet.

Mijn ontspannen zondagmiddagstemming slaat in één klap om. Ik voel me bijna onpasselijk. Er doemen herinneringen op aan een andere huiselijke strijd, waarvan ik de geluiden jaren geleden in Kenia overhoorde, vanuit een flat driehoog in ons appartementencomplex. Dat ging om een gewelddadig conflict tussen een man en een vrouw. In werkelijkheid klinkt fysiek geweld veel naarder dan in een film. Misselijkmakend zelfs. Echt sickening.

Nog twee huisnummers; dan bereik ik het adres.

Op de stoep zit een weldoorvoede kater bij het tuinhek, die klagelijk begint te miauwen zodra ik nader. Ben je buitengesloten, soms? Ik open het hek en loop naar de deur. Hoopvol wandelt het dier naast mij mee, kennelijk verwachtend dat de voordeur open zal gaan. Maar ik duw de envelop in de brievenbus en keer om.

Een onzichtbare vrouw, een onzichtbare ander en een kater. Alle drie ongelukkig. Ook ik voel me nu bezwaard. Het duurt wel een paar honderd meter vooraleer ik een afschuddende beweging maak, diep adem haal en de omgeving weer in mij opneem. Daarna gaat het weer, een beetje.