De Armeense genocide

Een paar jaar geleden moest ik een debattraining regelen op een Haagse school. Gezien de samenstelling van de klas, vroeg de docent of de trainer ‘gevoelige’ onderwerpen kon mijden. (Lees: niets over homo’s, Turken, Marokkanen en zo.) Hij verwachtte dat er anders veel gedoe zou ontstaan. Dat zou de klas maar van de eigenlijke doelstelling afleiden. De half Indonesische trainer peinsde er niet over. Hem kennende, waren bevooroordeelde raddraaiers sowieso kansloos. Hij ging de uitdaging fluitend aan.

Ik weet niet of leerlingen na afloop bepaalde verankerde ideeën hebben veranderd. Maar als ze door de training beseffen dat ze zelf objectief kunnen en mogen nadenken over lastige onderwerpen, is er een wereld gewonnen. Zeker bij leerlingen die dat thuis minder gewend zijn. Zoals veel Turkse jongeren onder hen.

Als het om vooroordelen gaat, ben ik zelf ook net een mens. Tijdens mijn zoektocht naar een prettige woonplaats overwoog ik onder meer Deventer. Mooie oude stad aan de IJssel. Fijne wandelgebieden in de omgeving. Bereikbaar met de trein én ruim voorzien van knusse, vooroorlogse arbeidershuisjes. Dat moest ik gaan zien. Wist ik veel. Ik was in die stad nog nooit buiten het historische centrum geweest.

Met een Funda-lijstje en Google Maps ging ik op pad. Het was een warme, zonnige zaterdag. Daar liep ik door de straatjes. Leuke huisjes genoeg. Maar al snel begon het mij op te vallen. Hoeveel Turken daar wonen. Bejaarde, dikke, Turkse moekes, compleet met hoofddoek, gebreid hesje en traditionele bloemetjes pofbroek zaten buiten te genieten van de zon. Ik zag overal de bekende rood-witte vlaggen. Soms reden er jongens in opgepimpte auto’s langs. Je kon hun tweede nationaliteit al van grote afstand raden, dankzij de luide muziek die uit hun boxen schalde.

Hm, ik wist het niet. Leuke huisjes, daar niet van. En de sfeer was relaxed en gemoedelijk. Ook daar lag het niet aan. Maar ik zal niet licht vergeten hoe ik jaren eerder in mijn bloedeigen voorouderlijke Leidse binnenstadstraat werd bekeken, door twee volledig ingepakte Turkse vrouwen, die op een zomerdag langs mijn woning liepen, terwijl ik in kort broekje en shirtje voor de deur van de zon zat te genieten. Precies zoals zijzelf ook doen, maar dan net even anders.

Evenmin vergeet ik hoe Turkse mannen in hun land (hún land, niet het mijne) doorgaans over alleenstaande vrouwen denken. Vooral omdat ik daar zelf herhaaldelijk alleen heb gereisd. Zou ik dan in mijn land daartussen willen wonen? Zou ik me nog wel vrij voelen om in bikini in mijn eigen achtertuintje te gaan zitten? En wat als ik moeite zou hebben met het gangbare volume van hun muziek?

Want bovenal: zouden ze ook hier niet raar over mij denken, omdat ik een ongetrouwde vrouw ben, kinderloos bovendien? Dus een beetje …. ja, minderwaardig naar hun maatstaven? (Al kan dit in werkelijkheid evengoed  meevallen.) Toch, die laatste gedachte deed Deventer definitief de das om. De aankoop van een huis is nu eenmaal te groot om een gok mee te wagen.

Onlangs sprak een Kamermeerderheid officieel uit dat de Armeense genocide in 1915 als ‘genocide’ moet worden bestempeld. Sindsdien beschouwt Ankara onze Kamerleden met een Turkse achtergrond als verraders van het moederland. Dit besluit leidt nu kennelijk tot gedoe in Deventer. Ik betwijfel of veel Turken er daar een ‘Nederlandse’ kijk op hebben. Gewoon, door wat hen al hun leven lang wordt voorgehouden door de regering in Turkije. Je kan het ze bijna niet kwalijk nemen.

Ondertussen ben ik best trots op mijn land en, vooruit, in dezen ook op mijn regering. Ik zou alleen wensen dan er nu een normale dialoog over die ‘kwestie’ op gang kon komen. Als dat ooit mogelijk wordt, zou ik zelfs in zo’n arbeidershuisje in Deventer willen wonen.

Fotobespreking: de IJsselkade bij Deventer

Met mijn mobiele telefoon heb ik nu steeds een camera bij de hand. Zoals afgelopen zondag tijdens een bezoek aan Deventer. De decemberzon scheen laag over de IJssel. Door het strijklicht op het water en de statige panden kreeg de kade een welhaast Franse uitstraling. Ik wilde de sfeer vangen en nam foto’s in alle windrichtingen. Later werd pas goed duidelijk wat het zonlicht had gedaan.

Bovenstaande foto vind ik geslaagd. (Klik er desgewenst op voor een scherpere vergroting.) Hij is recht tegen de zon in genomen, met half afgewend gezicht. Ik stond precies in de slagschaduw van een boom en ontweek zo de stralen. Bijna alle kleur is uit het beeld verdwenen. De bomen doemen zwart op tegen de zachtblauwe lucht. De weg en de rivier schitteren als zilver. Slechts het gras voegt wat groen toe.

Het mooiste effect zit in de samensmelting van de boom en de lantaarnpaal op de voorgrond. De boom versmalt in het glas van de lantaarn, maar loopt door. En de lantaarnpaal staat precies binnen de schaduw van de boom. Zo lijkt het alsof de stam ter hoogte van de weg deels doorzichtig is.

Qua compositie is de foto wellicht matig. Maar hij bevat nog enkele frappante details. De bomen op de kade reiken met vrijwel identieke vertakkingen naar de rivier. Links van de eerste boom zie je nog net twee mensen. Ze lopen hand in hand en geven meteen de verhoudingen aan. Ook staan er historische hekjes, bankjes en lantaarns op. Plus een oude molen aan de overkant. Alsof de tijd hier een eeuw heeft stilgestaan.

PS: Voor het idee van deze fotobespreking ben ik schatplichtig aan Jan Jaap.

De IJssel is nog geen Wolga

Mijn vader was niet zo van het op vakantie gaan. Hij bleef het liefste thuis. Dan kon hij dagelijks naar zijn moestuin gaan. Op aandringen van mijn moeder gingen we jaarlijks toch op vakantie. Maar al na tien dagen werd hij dan onrustig. Hoe aangenaam het ook was in Duitsland, Frankrijk of waar in Europa we ook zaten. Die tuin had op hem steevast een grotere aantrekkingskracht.

Want de andijvie was bijna goed en de boontjes moesten er nodig af. En als de bessen niet gauw werden geplukt, hadden de vogels er een feestmaal aan. Vaak konden we ons verblijf dan nog met een paar dagen rekken. Maar mijn vader was de enige van ons gezin met een rijbewijs. Dus moesten we wel mee als hij terugging.

Was er dan geen enkel land waar hij heen wou? Toch wel. Er was iets waarover mijn vader sprak met twinkelende ogen en een kwajongensblik. Namelijk het moment waarop in het voorjaar het ijs breekt op de rivier de Wolga in Rusland. Dat gaat blijkbaar gepaard met zeer imposant geknal en natuurgeweld. Uiteindelijk heeft hij het nooit zelf meegemaakt. Ik heb hem wel aangeboden om er samen heen te gaan. Maar hij bleef toch altijd liever thuis.

Al sinds 1986 heb ik zelf het plan om ooit met de Trans Siberië Express van Moskou naar Vladivostok te gaan. Het was er dat jaar bijna van gekomen. De reisgidsen lagen al in huis. Maar bij de voorbereiding trok ik de lijn denkbeeldig door en belandde ik in Australië. Daar ben ik vervolgens vijf keer naartoe gegaan. Dat Rusland kwam er vast nog een keer van, dat liep niet weg.

Maar sinds 1986 is er wel het een en ander veranderd. De muur tussen Oost en West verdween. Russische leiders kwamen en gingen. De laatste jaren wordt de sfeer daar, naar verluid, steeds grimmiger. Vooral ten opzichte van alles wat niet etnisch Russisch is. En dat is mij direct aan te zien. Misschien valt het mee. Ik heb op een exportafdeling met Russen te maken gehad, en dat waren opvallend warme mensen. Totaal niet zoals je op basis van hun imago in het Westen verwacht.

Zolang de Wolga een toekomstplan blijft, stel ik mij tevreden met de IJssel. Die kan evengoed indruk maken. Vooral wanneer die buiten haar oevers treedt en over kades en uiterwaarden spoelt. Zoals gisteren in Deventer:

En zoals gezien vanuit een trein met vuile ramen op de spoorbrug bij Zutphen. Afgelopen zomer wandelde ik nog waar je nu slechts kan waden.

 

Een bijna hysterisch dagje Deventer

Deze zondag wil ik naar Deventer gaan. De zon schijnt. Ik check of er wat te beleven valt en zie dat er kerstmarkt is. Leuk. Dan loop ik een stukje langs de IJssel en pak ik het oude stadscentrum met die markt gelijk mee. Bij aankomst is het wel wat druk op het station. Is die kerstmarkt hier zo populair dan? Buiten begint er iets te dagen: Dickens Festijn. Nou prima, dan gaan we daar ook heen.

Ik ben ooit eerder naar dat festijn in Deventer geweest, ergens begin jaren negentig. Het was toen een gemoedelijke boel. Je kon op je gemak overal door de binnenstad slenteren. Mensen in historische kostuums zongen liedjes, bootsten oude ambachten na en zorgden voor vertier. Zou dat nu weer zo zijn?

Bij de stoplichten voor het station staan twee verkeersregelaars. Ze houden rood-witte linten voor het zebrapad. Iedereen wacht rustig tot het licht op groen springt en die twee opzij gaan. Even verderop neonletters in een lichtkrant: ‘Wachttijd Dickens Festijn 1 uur.’ en ‘Pas op uw tas’. Jee, wachten, waarom dan?, denk ik nog. Verderop in de straat staan hele rijen dranghekken. Krijg nou wat.

Kort na het begin van de hekken worden we een zijstraat in geleid, en dan weer met een bocht terug richting de straat waar we net vandaan gekomen zijn. Het lijkt hier Schiphol wel. Wat ís dit?! Met stijgende verbazing loop ik door, te midden van een steeds verder indikkende rij mensen, tot iedereen vast komt te staan. Lees verder “Een bijna hysterisch dagje Deventer”

Boekenmarkt in Deventer

Gisteren bezocht ik de jaarlijkse boekenmarkt in Deventer voor het eerst. In de historische binnenstad en langs de IJssel staan honderden boekenkramen. Handelaren, hobbyisten en antiquariaten bieden hun waren in wisselende opstellingen aan. Het is gezellig druk, de zon schijnt en de terrassen zitten vol. Heb je genoeg boeken gezien, dan kan je met het pontje overvaren en op het water uitwaaien. Of gewoon ergens neerstrijken en naar slenterende mensen kijken.

Een dag lang waan ik mij tien jaar terug in de tijd. Want niet alleen de meeste boeken zijn oud. Ook veel mensen die er komen, zijn een beetje gedateerd. Een aantal daarvan heeft een uitgesproken eigen stijl. Je herkent ze zo. Mannen vooral, die komen voor de oorlogsboeken, zeldzame strips, publicaties over vliegtuigen en stoomtreinen, of een bijzondere uitgave over onze Indische geschiedenis. En de artistiek geklede types (vrouwen vooral) die op speciale uitgaven over kunst of het Jodendom afkomen.

De handelaren weten wel wat ze moeten meebrengen. Degenen die normaal op het Lange Voorhout in Den Haag staan, tonen in Deventer hun collectie regionale streekgeschie- denis. Overijssel, oude ambachten in Twente, de Achterhoek, bouwstijlen van Veluwse boerderijen; het is er allemaal.

Frans van Mieris de OudeZelf ben ik specifiek geïnteresseerd in het aanbod van antiquariaten. Ik koop al jaren haast geen boeken meer en hou mijn collectie klein. Maar ik vind het wel leuk om over oude lokale gebruiken te lezen. En ik hoop nog eens een geïllustreerde, originele uitgave van een ontdekkingsreiziger uit de negentiende eeuw te vinden. Daarnaast kan een boek met aanvullende informatie over de Leidse geschiedenis er altijd bij.

Met de catalogus Frans van Mieris 1635 – 1681: Fijngeschilderde verhalen van het Mauritshuis vertrek ik tevreden. De tentoonstelling werd in 2005/2006 gehouden, toen ik in Kenia verbleef. Zo heb ik alsnog een stukje Leidse geschiedenis in handen gekregen. Onderweg in de trein ontstaat een vrijwel verdwenen tafereel. Overal zitten mensen in hun aankopen te lezen. De mobieltjes blijven tot Zutphen buiten beeld.

De 10 mooiste stadsgezichten

De trein van Driebergen naar Arnhem rijdt niet en we moeten via Den Bosch en Nijmegen omrijden. Dat is balen, maar de omweg brengt ons wel langs fraaie steden. In Nederland kan je makkelijk een themareis samenstellen. Want ons land is rijk aan stadsgezichten aan het water. Die zie je het beste vanaf de overkant van een rivier, voordat de trein het station nadert. Ik heb nog niet alle steden bezocht, maar voorlopig is dit mijn top 10.

10. Rotterdam (vanuit de metro zie je prachtige stukjes haven en stadsdelen aan het water)

9. Den Bosch (vanuit Utrecht, aan de linkerkant oeverwallen waarin zwaluwtjes nestelen)

8. Deventer (als je met de trein uit Apeldoorn komt)

7. Zwolle (wanneer je de stad met de Hanzelijn nadert)

6. Nijmegen (vanuit Arnhem, zicht op alle bruggen en het oude centrum. Ik vond de natuurlijke oever aan de overzijde bij Lent vroeger wel mooier.)

5. Harlingen (het station ligt pal aan de haven)

4. Zutphen (eerst de uiterwaarden, dan links het rauwere nieuwe-oude deel en rechts het pittoreske historische centrum)

3. Culemborg (de kleinschalige haven met het pontje en daarachter het stadje met torens en molen)

2. Dordrecht (na blokkendozerig Zwijndrecht doemen links de stoere kades van de binnenstad op, met vooraan dat smalle hoekhuisje)

1. Arnhem (vanuit Nijmegen op de spoorbrug over de rivier. Links de prachtige ligging van het oude kerkje in Oosterbeek aan de uiterwaarden. Plus zicht op de heuvelrug waar het landschap plotseling radicaal verandert. En rechts de kenmerkende contouren van Arnhem)

Nu mis ik alleen foto’s. Zijn er nog mooiere stadsgezichten aan het water, gezien vanuit de trein in Nederland?