Trouwfeest op het strand

Bruiloft van een bevriend stel. Enkele foto’s van de locatie na afloop. Vanwege de hitte loom genomen vanuit een stoel. (En ik had al wat op.)

Trouwfeest op het strand de plekDe plek waar de ceremonie met de trouwambtenaar plaatsvond.

Trouwfeest op het strand de stoelenDe weer lege stoelen, terwijl de gasten verder feesten bij de barbecue en Latin band.

Waar? Op het stille deel bij strandpaviljoen de Kwartel, Strand Zuid 7 in Den Haag. Een toplocatie.

Onvoltooid voltooid verleden

In mijn hoofd is het nog een gesuis en geruis. Net terug van even terug zijn geweest. Trein in, trein uit, tram in, tram uit, Randstedelijke drukte en geluid. Gebaande paden, welbekende short cuts. De eettentjes in Haagse achterafstraatjes, van Istanbul tot Hanoi. Ze zijn mij zo vertrouwd. Stoïcijns gebleven op dezelfde locaties. Terwijl ik ondertussen een totaal ander leven heb opgebouwd. Rust, waar alles rondom doorraast. Pas op de plaats.

Ontmoetingen in gebouwen uit een gedeeld verleden. Ze zijn nooit verdwenen. Wel even uit beeld, maar altijd onderdeel gebleven van een doorlopend verleden. Tot in de toekomst van het heden.

Verhalen. Over een collega met een verloren kind. Een andere baan in Afrika. Om vroeger achter te laten? Tevergeefs misschien. In weinig gebieden wordt je identiteit zo sterk bepaald door je kinderen, als daar. Wat zeg je als ze je vragen hoeveel kinderen je hebt?

Verleden. Onverwachts terug in een gebouw waar ik 9,5 jaar heb gewerkt. De belangrijkste periode uit mijn carrière. Voor het eerst na 8,5 jaar blijft mijn gevoel neutraal. Nog bijna wekelijks krijg ik de vraag wat mijn beroep is. Pas sinds kort kan ik het antwoord in een enkele zin samenvatten.

Het is allemaal zo lang geleden. Wat draag ik nu nog mee dat er toen al was? Heel weinig, vrijwel alles is van daarna. Slechts een wollen sjaal met Noorse sterren was er toen ook al bij. De tastbare rest is achtergelaten, ergens onderweg naar het heden. En de ontastbare rest is verdwenen. Omgezet in kennis en een doorlopende levensles.

Rechtop bij de kapper

Vanmorgen las ik een aantal uit het leven gegrepen verhaaltjes op Hagazine.nl. Mijn gedachten gingen meteen terug naar het kantoor in Den Haag waar ik voorheen werkte. En daarbij schoot mij een voorval te binnen. Al een poosje was ik op zoek naar een andere kapper. Na werktijd bezocht ik als proef een naburige Chinese zaak op de Gedempte Burgwal. Zou dit de ideale kapper zijn?

Een Chinese vrouw verwelkomde mij en liet mij plaatsnemen op een stoel bij de spiegelwand. Een andere Chinese zat er op een bezoekersstoel gezellig keuvelend bij. Onverstaanbaar voor mij. Ik vertelde dat mijn haar gewassen moest worden en een stukje korter kon. Dat was geen enkel probleem. Toch viel er nergens een spoelbak te ontwaren.

De kapster deed mij een handdoek om en sproeide mijn haar nat. Daarna deed zij er een flinke dot shampoo op en werkte al knedend flink wat schuim op. Ondertussen zat ik gewoon rechtop. Ik vroeg mij wel af hoe ze de shampoo zou gaan uitspoelen. Was er soms ergens achter in de zaak een wasbak? Maar nee. Steeds goot ze wat water op mijn hoofd en wreef daarna mijn haar met een handdoek een beetje droog. Dit proces herhaalde zich een keer of tien.

Eenmaal tevreden met het resultaat, volgde er een hoofdmassage. Waarschijnlijk is de doorbloeding van mijn hoofdhuid nooit meer zo goed geweest als toen. Bossen haar lieten los; dat leek bij de behandeling te horen. Kennelijk is een haar peeling gebruikelijk bij Chinese kappers. Je kan dit vergelijken met de werkwijze van schoonheidsspecialisten die met een scrub dode huidcellen van je vel verwijderen.

Vervolgens begon de knipbeurt van de resterende haren. Die hadden zich uit alle macht aan mijn hoofdhuid vastgeklampt. De kapster vertelde later dat mijn individuele haren ongeveer even dik zijn als die van Chinezen, maar dat Chinezen gewoonlijk meer haar  hebben. Kijk, dat zijn nu van die interessante weetjes. Uiteindelijk stond ik met een strak Chinees modelletje buiten. Ik heb toch nog maar even verder gezocht.

Turkse/Marokkaanse/Oosterse supermarkt gezocht in Arnhem

Sinds ik hier woon, heb ik een klein doch prangend probleem. Er zit namelijk geen exotische winkel in de buurt. Nou ja, een kleintje dan, in het centrum van Arnhem. Daar verkopen ze vooral Surinaamse etenswaren. Maar ze hebben er geen blikjes sambal goreng udang met stinkboontjes van Indomas. Terwijl ik daar nou juist voor kom.

Toen ik in Den Haag werkte, vond ik daar bijna alles wat ik zocht. Alleen vers taroblad voor palusami ontbrak. De Chinese wijk lag letterlijk bij ons kantoor om de hoek. In de pauze haalde ik oliebolachtige stengels bij de Chinese bakker, en mierzoet gebak. Elke week ging ik naar een supermarkt met royaal assortiment. Daar kocht ik Mirasa cassave chips uit Indonesië, visballetjes uit de diepvries, Chinese koekjes en behoorlijk verse kousenband. Alles werd verpakt in rode plastic tasjes met goudgele Chinese karakters.

En in de buurt, richting station, kwam ik langs de Haagse Markthof. Daar zit een prima Turks afhaalrestaurant. Voor zes euro krijg je een maaltijd mee en vaak nog een schep extra erbovenop. Vlakbij zit ook een hippe, Turkse bakker met smakelijke, hartige broodjes. Probeer er maar eens voorbij te lopen wanneer je honger hebt. Ach, als ik eraan terugdenk, loopt het water me al in de mond.

In Leiden is Mabroek, een Marokkaanse slager, het adres voor elke oriëntaalse lekkerbek. Ze staan ook op de markt en vaak is het daar razend druk. Geen wonder, want ze verkopen heerlijke feta, broden en olijven. En verder allerlei hapjes die je in een gewone supermarkt niet ziet. (Trouwens, ik mis ook een Marokkaans restaurant.)

Onlangs was ik bij een vriendin in Hengelo, waar we toevallig een grote Turkse of Syrische winkel zagen. Oh, wat een genot! Glunderend heb ik er rondgestruind, zoals eerder in Oman, Jordanië en Libanon. Met zo’n winkel in de buurt hoef je niet eens op vakantie te gaan. Alles was er: dadels en granen (rode linzen voor weinig geld), koekjes en sapjes (rozensmaak voor het dessert), kruiden in gezinsverpakking en meer. Eindelijk kon ik mijn slag slaan.

Maar nu is mijn uit Hengelo meegebrachte pot Jordaanse vijgenjam op. (Van het merk Durra.) En samen met alle andere etenswaren voelt dat als een gemis. Kortom, ik zoek dus een wijk in Arnhem, Wageningen of Nijmegen waar je al deze levensmiddelen dicht bij elkaar vindt. Tips zijn welkom!

PS: Gevonden! San Wah Foods, Steenstraat 65 in Arnhem.

Uit de Chinese toko

Het land van mijn vader

De tentoonstelling ‘Holland op z’n mooist’ valt samen met mijn nostalgische tour door Zuid-Holland. Ik volg het voetspoor der schilders van de Haagse School tot in Wolfheze en Oosterbeek.
Hun werk is een ode aan het leefgebied van mijn vaders voorouders. Het Gemeentemuseum Den Haag toont zelfs een plattegrond van de polder waarnaar wij vrijwel zeker zijn vernoemd.

De schilders legden met penseel een klassiek Hollands landschap vast dat al onmiskenbaar was veranderd. Er reed een rokende stoomtrein die de functie van de trekvaart overnam. Gesis en gebonk langs de vliet waar een schip voorheen stilletjes voorbij gleed. Een eeuw eerder was een voorvader  zo’n schipper in Voorburg.

Dagjesmensen trokken naar de kust. De heren in pak en met hoge hoed op. De dames in hun dichtgeknoopte blouse en lange rok. Je ziet ze rond de eeuwwisseling flaneren voor het Kurhaus. Dat torende toen nog in splendid isolation boven alle andere bebouwing uit. Ik heb een foto van mijn jeugdige opa en oma aan zee. Ze dragen vergelijkbare kledij.

Er is een schilderij van het bos waar ik straks naast woon. Ook zie je een schilder in de zon aan het werk bij een omgeploegd veld. Wat een rust straalt dat schilderij uit. Een oude schilderdoos met tafereeltjes, klodders en tubes verf is er tentoongesteld. En een kunstenares ving de zomerse geur van het grasland in parfum. Ik heb er mijn vinger in gedoopt. Het is werkelijk alsof je de polder ruikt.

De polders van toen zijn nu grotendeels verdwenen. Op schilderijen staan koeien met hun poten in het water dromerig voor zich uit te staren. Of ze zoeken verkoeling in de schaduw van romantisch getekende bomen. Nu zijn de sloten te diep en de bomen verdwenen, want het grasland wordt strak gemanaged. Wetenschap heeft ons een aangenamer leven gegeven dan onze voorouders ooit kregen. Toch kijk ik met een zekere weemoed naar het buitenleven aan het eind van de negentiende eeuw.

Op afscheidstournee

Nederland is klein en vergeleken met Australië ligt elke plaats in onze achtertuin. Of je nu naar Bergen op Zoom of Groningen gaat, de reisafstand stelt weinig voor. En toch. Omdat ik binnenkort van de kust naar het oosten verhuis, ervaar ik die afstand ineens wel. Van de weeromstuit ga ik op afscheidstournee.

IMG_3253Die begint in Den Haag met een wandeling door de binnenstad. In de volgende plaats, Delft, stuit ik onverwachts op een voorouderlijk oord. Een gedenksteen op een brug verwijst naar de locatie van de vroegere Koepoort. Daarna bezoek ik de catacomben van station Blaak. Sommigen zullen vast denken: ‘Die is gek.’ Maar daar is het mooiste licht van heel Nederland, vind ik. De historische haven van Dordrecht hou ik nog tegoed.

Daarna volgen allerlei favoriete routes. Zoals een wandeling van Katwijk naar Noordwijk en een bloemrijke treinrit door de Bollenstreek. Zolang ze dichtbij zijn, fiets ik kriskras door de polders van het Groene Hart. En dit weekend is Warmond aan de beurt vanwege de exotische markt.

Ach, misschien is het een restant van onze prehistorische aard. Die behoefte om te snuffelen aan bekende plaatsen. Vertrouwde mensen opzoeken, oude routes nalopen, herinneringen verankeren, en weer verder gaan. Houvast in een onzeker bestaan.

Een flesje Berenburger

Op de stoep ligt een leeg miniflesje Berenburger kruidenbitter, achteloos weggeworpen. De aanblik ervan brengt J. terug. Zij was hoofd P&O. Bij onze commerciële werkgever bewaakte ze de menselijke maat in het personeelsbeleid.

Toen ik redacteuren moest werven, zat ik regelmatig bij haar aan tafel. Want het betrof een nieuwe, uitdagende taak en zij adviseerde mij. En passant leerden we elkaar beter kennen. Ze leidde een druk sociaal leven, bezocht vaak een theater en was sportief. Een ongetrouwde Haagse van begin vijftig. Vriendelijk, opgewekt en belangstellend.

Ze werd ziek, precies in de tijd van een fusie en bedrijfsverhuizing. Toch wilde zo lang mogelijk blijven doorwerken. Ik vertrok en maanden later kwam het bericht: J. was overleden.

Met ons oude team gingen we naar de uitvaartplechtigheid. Het krioelde er van de vrienden, collega’s, sportmaatjes, professionele toneelspelers en familieleden. Met alle aanwezigen hebben we een speciale wens van J. uitgevoerd. Bij haar roeivereniging was het namelijk een vaste traditie: samen afsluiten met een kruidenbittertje.