Een zwak voor gedateerde horeca

Ineens vallen ze op tijdens een wandeling van Borculo naar Ruurlo met in Goor een noodstop. (Lang verhaal.) Van die horecagelegenheden die een beetje verouderd zijn. Oh, ze zijn aangenaam genoeg. Je kan er allerlei soorten koffies krijgen en verschillende smaakjes thee. De aankleding is gezellig en sfeervol, en het is er lekker warm. Maar toch. Het kan allemaal nog net. Het is al bijna oubollig. Of, als je beter kijkt, misschien al helemaal.

Dergelijke cafés en restaurants tref je overal aan. Wel zie je ze in de Randstad steeds minder. Daar is er vaak al een bezem door gehaald. Dan heeft zo’n zaak een complete restyling achter de rug. Als bezoeker betreed je geen strakgetrokken interieur, maar een uitgekiend concept. Ofwel een inrichting die marketingtechnisch gezien goed werkt. Want daar gaat het om. Kiezen eigenaren soms een interieur uit de catalogus van de dominante brouwerij?

Vandaag belandden we in zo’n nagebouwd bruin café in Goor. Ze hadden Heineken op de tap, plus enkele andere brands. Het etablissement was nagenoeg identiek aan twee cafés in Haarlem en Deventer. Dezelfde ‘oude’ tafels en stoelen, dezelfde verhoogde zithoekjes achter hekjes en hetzelfde soort versieringen.

Die versieringen bestaan bijvoorbeeld uit sepiakleurige foto’s van mensen en straattaferelen. Of er hangt een verzameling opvallend gladde buitenlandse nummerplaten aan de muur. (Hm, waar heb ik dat ook alweer eerder gezien? Oh ja, in een Kockengense patatzaak. Al waren de nummerborden daar wel gebruikt en origineel.) Eerlijk gezegd, doe mij het oorspronkelijke werk maar. Zelfs als de koffie iets minder smaakt.

We eindigden bij De Keizerskroon in het centrum van Ruurlo. Die zaak draait zo te zien al een poosje mee. Er zal in Ruurlo vast een hippere eetgelegenheid zijn, met een trendy keuken bovendien. Maar ik heb een zwak voor authenticiteit en dat mag best wat gewoontjes zijn. Hoewel gewoon … Waar krijg je nu een specialiteit als de huisgemaakte Reurlse kroket? Oké, de website is wat gedateerd. Nou en? Hun jachtkamer hierboven op de foto is tenminste origineel. Die zie ik liever dan zo’n inwisselbaar concept nep bruin café.

Stranden in Gelderland

De een houdt van zee, de ander houdt van bergen. Overal kunnen we ontspannen en nieuwe energie opdoen, zolang de omgeving maar bij ons past. Aan de kust kan je na een drukke periode lekker uitwaaien en je hoofd leegmaken. Zoek je juist een fysieke en mentale uitdaging, dan haal je je hart op bungelend boven een afgrond. Wat bij jou past, ontstaat misschien wel door het landschap waarin je opgroeit.

In mijn jeugd was de kust als vanzelfsprekend nabij. Je fietste er zo naartoe. Toch wees daar niets op in ons dorp. De omgeving bestond uit uitgestrekte groene weiden van melkveehouderijen. Maar de wind was er altijd. Als aanwijzing voor de nabijheid van een heel andere entiteit. Het weidse land en de open zee creëerden een behoefte aan vrij zicht. Ontstaat zo ook een behoefte aan transparantie en duidelijkheid?

Kustlijnen zijn als grenslijnen. Ze begrenzen niet altijd. Stranden vormen juist een overgangsgebied van vast naar vloeibaar, en andersom. Dat vloeibare heeft iets magisch. Je kan denken: ‘Hier in Nederland/België ben ik via de aardkorst verbonden met iemand in Griekenland.’ Maar er zit amper beweging in gesteente en het geleidt beroerd. Water, daarentegen, beweegt. Steek een teen in zee en je bent in direct contact met de kustlijnen van Zuid-Afrika, Vietnam, Canada, Oman, Australië en alle Polynesische eilanden.

Hier in Gelderland stellen de stranden op het eerste gezicht weinig voor. Je hebt van die plasjes op de Veluwe. Als er dan wat zand bij ligt, noemen ze dat meteen een strand. Maar door deze provincie heen lopen wel grote rivieren. De Maas en de Waal, de (Neder)Rijn en de IJssel. Daar liggen heel veel strandjes langs, kilometers achter elkaar. Vanaf het zand kan je zelfs je tenen in het water steken en het waait er nog ook. Sterker, in Gelderland ligt tussen rivierkribben iets, wat je nergens aan de Hollandse kust vindt. Namelijk vrij toegankelijke privé-stranden.

Ach wat. Laat de mensen in de Randstad maar denken dat ik diep in het bos ben gestrand. 😉

De ontwikkeling van de Achterhoek

We moeten samen met de Duitse grensregio’s Oost-Nederland ontwikkelen, onder meer door het aanleggen van meer wegen en het verplaatsen van werkgelegenheid. Dat schrijft Jan Goossensen uit Den Haag in zijn brief aan de Volkskrant van 19 oktober. Want de Randstad kampt met dichtslibbende wegen, onbetaalbare woningen en een stijgende zeespiegel. Dit terwijl het platteland in het noorden en het oosten leegloopt.

Ik begin te hyperventileren wanneer mensen uit de Randstad iets roepen over ‘regionale ontwikkeling’ van de Achterhoek. Er staat namelijk een idyllisch plaatje van die regio bij. De heer Goossensen wil dit bestemmen als Randstedelijk overloopgebied. Nu ben ik zelf zo’n ex-Randstedeling en ik heb wereldwijd al genoeg kapot-ontwikkelde gebieden gezien.

Daarom schreeuw ik, zoals de gatekeeper in een iconische scène uit Mad Max II, met schorre stem en bonkend hart: ‘Close The Gate!!!’ Waarna een aftandse, gepantserde bus voor de opening van het post-apocalyptische fort wordt gezet. Oh, had de Achterhoek maar zo’n poort en beschermende muur.

De Achterhoek moet je aan de Achterhoekers laten, vind ik. Ze kunnen daar zelf wel bedenken wat goed voor hen is. Alterra Wageningen UR schreef in 2013 al een rapport over de ruimtelijke, economische en sociale kansen van hun platteland. Daarin lees je profetische woorden, zoals ‘Het belangrijkste klimaatrisico voor de landbouw is een lange droge periode tussen maart en oktober, waardoor de grasgroei stil valt.’

Een oplossing staat even verderop: ‘Maar ook op het gebied van gewassen en productiemethoden liggen er kansen, bijvoorbeeld als het gaat om biobased economy. Zo zouden nieuwe teelten kunnen bijdragen aan biobased grondstoffen zoals afbreekbare plastics. Hier kunnen nieuwe producten en bedrijven uit ontstaan. Qua productiemethoden liggen er wellicht ook kansen met droogtetolerante gewassen die passen in het landschap.’  

Ik zou zeggen: ‘Beste boeren en bestuurders, maak eens een tripje naar Eindhoven in plaats van naar Amsterdam, en ga daar praten met die lui van Dutch Design.’ Want zij weten wel raad met nieuwe toepassingen van biologische materialen.

En als de Achterhoek meer bedrijvigheid wenst, geef dan vooral ruim baan aan mensen die vanwege een tekort aan passende werkgelegenheid eerder noodgedwongen uit die streek naar het westen zijn gegaan. Geef ook de jongeren, die het liefst in de Achterhoek willen blijven, voorrang op de sociale woningmarkt.

Tot besluit: bezint eer ge met bouwen begint. Want: ‘Recreatie en toerisme zijn qua inkomsten en werkgelegenheid van groter belang voor de Achterhoek dan de landbouw.’ Dat toerisme is vooral te danken aan de huidige recreatieve waarde van het Achterhoekse kleinschalige landschap.

PS: Stuur die Randstedelingen maar lekker door naar Duitsland. Daar is nog ruimte zat.

De Lagewaard in Koudekerk aan den Rijn

Op een half uurtje rijden van Den Haag en Amsterdam liggen oer-Hollandse dorpen waar geen toerist komt. Middenin de Randstad en middenin het Groene Hart. De veeteelt en de kaasmakerij brachten er eeuwenlang welvaart. Dat zie je aan de zomerhuizen naast elke pronte boerderij. Koudekerk aan de Rijn is zo’n agrarisch dorp. En met een landweggetje als de Lagewaard doet het niet onder voor Giethoorn. Zulke mooie plekjes zijn bij het grote publiek onbekend.

Rond 1600 bezat een zoon van mijn voorouders er stukken grond, een steenbakkerij en ander onroerend goed. Het was toen nog deels onontgonnen terrein. In 1613 werd ‘lant noch dagelicx van wegen den voorn. A.J.F. ontgront ende de cleij­aerde foe langer foe meer uijtgedolven ende wech gevoert.’ Het moet er ruig en drassig zijn geweest. De boeren sloten stammen uit die periode.

Voor mij is dit welbekend terrein. Ik ben opgegroeid in een naburig dorp, waar vergelijkbare polderweggetjes zijn. Ze bestaan uit een enkele rijstrook voor tweerichtingsverkeer. Als er een tegenligger komt, moet je uitwijken naar een brug. Want ze hebben meestal smalle, steile bermen en modder-sloten aan weerszijden. Geen buitenlandse toerist durft daar te rijden.

In mijn Leidse tijd fietste ik bij mooi weer regelmatig naar deze polder. Het is een overgang van rumoer en hoge stenen muren naar relatieve stilte en weids grasland. Dit gebied grenst aan de noordzijde van de Oude Rijn. Voorbij Leiderdorp fiets je over een smal pad zo de Achthovenerpolder in. Na een half rondje bereik je de Lagewaard, nabij de rivier. De bebouwing rukt aan alle kanten op, maar hier ligt het land nog open.

Sinds de verhuizing naar Gelderland bekijk ik mijn voormalige woongebied met de ogen van een toerist.

(Bron oude plattegrond: Grote Historische Atlas, 1 West-Nederland, Wolters-Noordhoff Atlasprodukties.)

De verhuizing, precies een jaar geleden

Vandaag exact een jaar geleden ben ik verhuisd. Die dag zal ik niet licht vergeten. Met de vorige eigenaresse had ik specifieke afspraken gemaakt. De middag voor de verhuizing was de sleuteloverdracht. Daarna kwam de verhuisdag en pas de volgende dag zou de koopakte officieel worden ondertekend. Ik moest hiervoor drie maal heen en weer pendelen tussen de Randstad en oost Nederland. Alles was driedubbel gecheckt, want er mocht geen kink in de kabel komen met zo’n strakke planning.

Op de verhuisdag rijden de verhuizers al vroeg voor en gaat alles van driehoog naar de vrachtauto beneden. Met deze bikkels rij ik prinsheerlijk hoog gezeten in de cabine mee. Nog een laatste ritje over de Rijksstraatweg langs Wassenaar en Den Haag, en dan door naar het binnenland. Het uitladen en plaatsen van dozen en meubels verloopt vlot en professioneel. Ik hoef maar te zeggen waar ik het hebben wil. Erg moe maar voldaan maak ik na afloop een rondje door huis en tuin. Daarna rap weer met de trein terug van oost naar west. Voor een laatste nachtje op een campingbed in mijn lege appartement.

Dat wordt een memorabele nacht die ik geheel doorwaakt doorbreng. Want de koopakten moeten nog officieel worden getekend. En ergens onderweg heb ik een oproepje gemist. Om 20.00 uur ’s avonds ontdek ik dat dat afkomstig is van de notaris! Is er dan op het allerlaatste moment toch iets serieus mis? De. Die nacht hoor ik de Marekerk-klok elk kwartier luiden.

Helemaal brak wacht ik de komst van de aan- en verkoopmakelaars af. Een bakkie troost van de benedenbuurvrouw brengt nog even soelaas. Wanneer ik om 8.00 uur de notaris bel, blijkt het slechts om een ontbrekend energielabel te gaan. (Wat ik al tweemaal naar de makelaar had gestuurd. …) Niets aan de hand.

Een half uur later rij ik met de makelaar en een koffer vol diploma’s, belangrijke papieren en laptop naar de notaris. Daar is het ’s morgens om 09.00 uur al een gekkenhuis. In razende vaart maak ik kennis met de moeder van degene die mijn appartement heeft gekocht; krijg ik koffie; moet ik gelijk met koffie en koffer naar een andere kamer voor de ondertekening; wordt er al begonnen met voorlezen voordat ik goed en wel zit; en is de hele ceremonie in no time voorbij. Hallo zeg, dat was dus de verkoop van mijn oude vertrouwde appartement.

Gelijk daarna met koffer en al in de auto van de makelaar naar station Lammenschans voor de derde rit van west naar oost. Stuiterend van de adrenaline, slapeloze nacht, hectiek en ongebruikelijke dag. In de trein kan ik eindelijk achterover leunen, een hapje eten en van de rit naar mijn nieuwe woonplaats genieten. Eenmaal daar drop ik mijn koffer en moet ik nog één keer op pad. Want om 15.00 uur wordt officieel voor de overdracht van mijn huidige pand getekend in een nabijgelegen stad.

Het is in zo’n statig herenhuis met een weldadige rust, zeker vergeleken bij die andere overdracht. Daar ontmoet ik de vorige eigenaresse en nu ook haar man. Er is gewoon tijd voor een praatje. Zo verneem ik meer over wat zij aan onderhoud heeft gedaan. (Of heeft nagelaten, beter gezegd.) Na de ondertekening en overdracht van resterende sleutels  kan ik eindelijk op huis aan.

Eigenlijk vond ik het ook wel een beetje imponerend. Ineens was ik verantwoordelijk voor zo’n historisch pand en een stukje land. Alsof je plotseling grootgrondbezitter bent. Maar na alle klussen en de verbouwing ben ik wel aan dat idee gewend. En nog steeds ben ik heel content.

Op afscheidstournee

Nederland is klein en vergeleken met Australië ligt elke plaats in onze achtertuin. Of je nu naar Bergen op Zoom of Groningen gaat, de reisafstand stelt weinig voor. En toch. Omdat ik binnenkort van de kust naar het oosten verhuis, ervaar ik die afstand ineens wel. Van de weeromstuit ga ik op afscheidstournee.

IMG_3253Die begint in Den Haag met een wandeling door de binnenstad. In de volgende plaats, Delft, stuit ik onverwachts op een voorouderlijk oord. Een gedenksteen op een brug verwijst naar de locatie van de vroegere Koepoort. Daarna bezoek ik de catacomben van station Blaak. Sommigen zullen vast denken: ‘Die is gek.’ Maar daar is het mooiste licht van heel Nederland, vind ik. De historische haven van Dordrecht hou ik nog tegoed.

Daarna volgen allerlei favoriete routes. Zoals een wandeling van Katwijk naar Noordwijk en een bloemrijke treinrit door de Bollenstreek. Zolang ze dichtbij zijn, fiets ik kriskras door de polders van het Groene Hart. En dit weekend is Warmond aan de beurt vanwege de exotische markt.

Ach, misschien is het een restant van onze prehistorische aard. Die behoefte om te snuffelen aan bekende plaatsen. Vertrouwde mensen opzoeken, oude routes nalopen, herinneringen verankeren, en weer verder gaan. Houvast in een onzeker bestaan.

Tweede kans voor leeg winkelpand

In de Randstad lijkt het nog mee te vallen. Maar daarbuiten zie je soms hele winkelstraten kampen met leegstand. Tegelijk is er een snel groeiend tekort aan sociale huurwoningen. Veel huizen zijn in de afgelopen jaren verkocht door corporaties, terwijl er weinig sociale huurwoningen worden bijgebouwd. Het wordt tijd voor betere afstemming tussen vraag en aanbod.

Veel mensen met een urgentieverklaring wachten al op een sociale huurwoning. Daar zitten gehandicapten en ouderen bij die vanuit instellingen verhuizen. Voor deze groep zie ik opties in een winkelgebied. Want velen van hen hebben weinig contacten. Dan is wonen in een straat met een mix van huizen en winkels wellicht aantrekkelijk. Daar komen altijd mensen langs. Menig overdekt winkelcentrum is al favoriet bij scootmobilisten en bejaarden. Vooral wanneer er bankjes staan waarop ze rustig kunnen zitten.

Bouw leegstaande winkels op de begane grond om tot woningen voor senioren en gehandicapten. Er bestaan al inpasbare modelbouwwoningen voor lege kantoren. Wellicht is iets dergelijks ook haalbaar voor winkelcentra. In oude binnensteden staan bovendien veel etages boven winkels leeg. Met een gesplitste ingang beneden kan boven een appartement voor jongere bewoners worden gemaakt. Richt een naburig winkelpand in als wijkgezondheidspost. Dat trekt weer extra bezoekers naar de overgebleven winkels toe.

Herbestemming van bestaande panden voorkomt dat er op bepaalde plaatsen te veel wordt bijgebouwd. Dat is voorheen door onderling wedijverende gemeenten al te vaak gedaan. Bovendien veranderen onze woonbehoeften geleidelijk. Dan kan je maar beter gebouwen hebben die met de tijd mee kunnen gaan.