Plog – Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.

De zeven diehards en de zeven watjes

Vandaag werd weer eens duidelijk hoezeer het Nederlandse volk is gedegenereerd. We gingen namelijk wandelen en volgens Buienradar zou het een beetje gaan regenen. Er was inderdaad een beetje motregen, gevolgd door een beetje meer regen en een beetje minder regen, enkele bijna droge minuten en daarna weer langdurige motregen. We zouden met zijn veertienen op pad gaan. Uiteindelijk kwamen er slechts zeven wandelaars opdagen. Belachelijk toch?

Wie zijn nu de zeven diehards? Allereerst de kaartlezer en zijn vriendin. Verder is er een Friezin. Friezen zijn stijfkoppen die zich niet laten weerhouden. Nummer vier is een ouwe taaie. Da’s een vrouw op leeftijd die altijd pruttelt en achteraan loopt, maar wel volhoudt. Ook wandelen twee ex-militairen mee, een man en een vrouw. Zij zeuren nooit en blijven opgewekt in weer en wind. En vanzelfsprekend ben ik er bij.

Ik weet ook wie de zeven anderen zijn, ze staan op een lijst. De watjes. Die spelbrekers. Dat zooitje losers. Die kwezels zonder karakter. Die weekdieren zonder ruggengraat. Bah. Als ze maar niet denken dat ze ooit nog bij mij hoeven komen met verhalen over hun zogenaamde ‘wandelexpedities’. Want ik onthoud alles. Stelletje afvalligen.

Overigens hebben we genoten van koffie met taart bij de open haard van een monumentale herberg in Bronkhorst. Het was er heerlijk warm en na de wandeling smaakte alles extra lekker. Wat jammer toch dat die zeven dat nu hebben moeten missen.

Muziek van het oostfront

Terwijl het al bijna kerstmis is, zwalken mijn gedachten nog langs een logje, een foto en muziek uit de Achterhoek, plus een vrolijk liedje over het leven bij de Duutse grens. Tja, hoe praat je dit alles aan elkaar? Ik ga een poging wagen.

We beginnen met de Duutse grens. Ik ben gek op grensgebieden en sinds ik hier woon, vooral op die tussen Nederland en Duitsland. Deze grens is dichtbij. Nader je vanaf de stuwwal het station van Arnhem, dan zie je achter de rokende schoorsteen van Duiven al de glooiende heuvels van Montferland.

Wat verder op de stuwwal kan je bij helder weer naar Nijmegen zwaaien. Die stad wordt links geflankeerd door heuvels met oostwaarts het donkere Reichswald. Vanaf Nijmegen Centraal rij je gewoon met je OV Chipkaart in de Duitse buslijn 58 naar Kleve toe. En ga je van ’s Heerenberg naar Arnhem, dan leidt de kortste route je naar de Duitse autobahn.

Nu wil het geval dat ik een deel van de kerst ga doorbrengen bij de Duitse grens. En als ik aan de gezinsleden denk bij wie deze kerstviering plaatsvindt, dan belanden we gelijk bij muziek uit de Achterhoek. Ze wonen wel niet in dezelfde streek, maar 130 kilometer noordelijker naast Duitsland. En het zijn HELE GROTE fans van de Zwarte Cross. Dus dan is het verband logisch, toch?

Trouwens, bij Alles Plat op Radio Gelderland gooien ze ook alles op een grote hoop. Muziek uit Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland, inclusief de Achterhoek. Daarom zal ik er niet langer omheen draaien. Hier word ik nou echt blij van: Duutse grens van Bökkers, in Sallands dialect.

Een zwak voor gedateerde horeca

Ineens vallen ze op tijdens een wandeling van Borculo naar Ruurlo met in Goor een noodstop. (Lang verhaal.) Van die horecagelegenheden die een beetje verouderd zijn. Oh, ze zijn aangenaam genoeg. Je kan er allerlei soorten koffies krijgen en verschillende smaakjes thee. De aankleding is gezellig en sfeervol, en het is er lekker warm. Maar toch. Het kan allemaal nog net. Het is al bijna oubollig. Of, als je beter kijkt, misschien al helemaal.

Dergelijke cafés en restaurants tref je overal aan. Wel zie je ze in de Randstad steeds minder. Daar is er vaak al een bezem door gehaald. Dan heeft zo’n zaak een complete restyling achter de rug. Als bezoeker betreed je geen strakgetrokken interieur, maar een uitgekiend concept. Ofwel een inrichting die marketingtechnisch gezien goed werkt. Want daar gaat het om. Kiezen eigenaren soms een interieur uit de catalogus van de dominante brouwerij?

Vandaag belandden we in zo’n nagebouwd bruin café in Goor. Ze hadden Heineken op de tap, plus enkele andere brands. Het etablissement was nagenoeg identiek aan twee cafés in Haarlem en Deventer. Dezelfde ‘oude’ tafels en stoelen, dezelfde verhoogde zithoekjes achter hekjes en hetzelfde soort versieringen.

Die versieringen bestaan bijvoorbeeld uit sepiakleurige foto’s van mensen en straattaferelen. Of er hangt een verzameling opvallend gladde buitenlandse nummerplaten aan de muur. (Hm, waar heb ik dat ook alweer eerder gezien? Oh ja, in een Kockengense patatzaak. Al waren de nummerborden daar wel gebruikt en origineel.) Eerlijk gezegd, doe mij het oorspronkelijke werk maar. Zelfs als de koffie iets minder smaakt.

We eindigden bij De Keizerskroon in het centrum van Ruurlo. Die zaak draait zo te zien al een poosje mee. Er zal in Ruurlo vast een hippere eetgelegenheid zijn, met een trendy keuken bovendien. Maar ik heb een zwak voor authenticiteit en dat mag best wat gewoontjes zijn. Hoewel gewoon … Waar krijg je nu een specialiteit als de huisgemaakte Reurlse kroket? Oké, de website is wat gedateerd. Nou en? Hun jachtkamer hierboven op de foto is tenminste origineel. Die zie ik liever dan zo’n inwisselbaar concept nep bruin café.

De ontwikkeling van de Achterhoek

We moeten samen met de Duitse grensregio’s Oost-Nederland ontwikkelen, onder meer door het aanleggen van meer wegen en het verplaatsen van werkgelegenheid. Dat schrijft Jan Goossensen uit Den Haag in zijn brief aan de Volkskrant van 19 oktober. Want de Randstad kampt met dichtslibbende wegen, onbetaalbare woningen en een stijgende zeespiegel. Dit terwijl het platteland in het noorden en het oosten leegloopt.

Ik begin te hyperventileren wanneer mensen uit de Randstad iets roepen over ‘regionale ontwikkeling’ van de Achterhoek. Er staat namelijk een idyllisch plaatje van die regio bij. De heer Goossensen wil dit bestemmen als Randstedelijk overloopgebied. Nu ben ik zelf zo’n ex-Randstedeling en ik heb wereldwijd al genoeg kapot-ontwikkelde gebieden gezien.

Daarom schreeuw ik, zoals de gatekeeper in een iconische scène uit Mad Max II, met schorre stem en bonkend hart: ‘Close The Gate!!!’ Waarna een aftandse, gepantserde bus voor de opening van het post-apocalyptische fort wordt gezet. Oh, had de Achterhoek maar zo’n poort en beschermende muur.

De Achterhoek moet je aan de Achterhoekers laten, vind ik. Ze kunnen daar zelf wel bedenken wat goed voor hen is. Alterra Wageningen UR schreef in 2013 al een rapport over de ruimtelijke, economische en sociale kansen van hun platteland. Daarin lees je profetische woorden, zoals ‘Het belangrijkste klimaatrisico voor de landbouw is een lange droge periode tussen maart en oktober, waardoor de grasgroei stil valt.’

Een oplossing staat even verderop: ‘Maar ook op het gebied van gewassen en productiemethoden liggen er kansen, bijvoorbeeld als het gaat om biobased economy. Zo zouden nieuwe teelten kunnen bijdragen aan biobased grondstoffen zoals afbreekbare plastics. Hier kunnen nieuwe producten en bedrijven uit ontstaan. Qua productiemethoden liggen er wellicht ook kansen met droogtetolerante gewassen die passen in het landschap.’  

Ik zou zeggen: ‘Beste boeren en bestuurders, maak eens een tripje naar Eindhoven in plaats van naar Amsterdam, en ga daar praten met die lui van Dutch Design.’ Want zij weten wel raad met nieuwe toepassingen van biologische materialen.

En als de Achterhoek meer bedrijvigheid wenst, geef dan vooral ruim baan aan mensen die vanwege een tekort aan passende werkgelegenheid eerder noodgedwongen uit die streek naar het westen zijn gegaan. Geef ook de jongeren, die het liefst in de Achterhoek willen blijven, voorrang op de sociale woningmarkt.

Tot besluit: bezint eer ge met bouwen begint. Want: ‘Recreatie en toerisme zijn qua inkomsten en werkgelegenheid van groter belang voor de Achterhoek dan de landbouw.’ Dat toerisme is vooral te danken aan de huidige recreatieve waarde van het Achterhoekse kleinschalige landschap.

PS: Stuur die Randstedelingen maar lekker door naar Duitsland. Daar is nog ruimte zat.

Plog – Lucht in de kop door ruim zicht

Ze zeggen dat je leefomgeving je manier van denken beïnvloedt. Volgens deze theorie zijn Veluwse gemeenschappen gesloten en conservatief, omdat alle bomen daar het zicht op de wereld voorbij het bos blokkeren. Woon je aan zee of in de polder, dan is je blikveld vanzelf ruimer en sta je meer open voor de buitenwereld. Misschien. Ik denk dat handelscontacten van oudsher veel bepalender zijn. Vooral als die eeuwenlang internationaal waren. Toch ben ook ik gevoelig voor een omgeving met een beperkt of weids zicht.

Afgelopen januari was ik in Doesburg, een strategisch gelegen Hanzestad aan de IJssel. Zo monumentaal als het centrum is, zo modern is de kade. Loop je in het krappe centrum, dan omsluiten stenen muren alle ruimte. Overal wordt je blik geblokkeerd. Maar ga je richting de rivier en passeer je de hoge flatgebouwen, dan ontvouwt zich voor je ogen een weids landschap. Dat geeft direct meer lucht en licht, ook in je hoofd.

Het mooiste aan de kade vind ik de railing. Die is als van een schip. De wal en de schepen lijken eender. Maar de een blijft onverstoorbaar staan, terwijl de anderen continu voortgaan.

Naar het ziekenhuis in Zevenaar

Kort na de verhuizing zoek ik uit wat het dichtstbijzijnde ziekenhuis is. Dat blijkt Rijnstate te zijn, aan de westelijke rand van Arnhem. Handig. Al moet ik wel twee bussen nemen om er te komen. Of een helse heuvel op fietsen, wat minder prettig is wanneer je je beroerd voelt. Hm. Eigenlijk was ik beter gewend. In Leiden stond het LUMC op loopafstand van mijn appartement en het Diaconessenhuis was nabij.

Dus toen ik onlangs een afspraak moest maken voor een onderzoekje bij Rijnstate, en de telefoniste zei: ‘Ja, dat kan over drie weken, dan is de eerstvolgende gelegenheid in Zevenaar.’, riep ik: ‘Zévenáár!?’ Het kwam eruit voordat ik het wist. Maar jemig, Zevenaar! Dat ligt wel 25 kilometer verder en bovendien in de Achterhoek. Daar kan ik slechts komen met een bus en dan een stoptrein en dan weer een bus en dan nog een stukje lopen. En om zeker te zijn dat ik geen aansluiting zou missen, moest ik ook nog een half uur eerder vertrekken. Nou, vooruit dan maar. Op naar Zevenaar.

Nu heb ik dan voor het eerst Zevenaar gezien. Het station, de bushalte, de route naar het ziekenhuis door oudere nieuwbouwwijken en vooral de wachtkamer van het ziekenhuis. Want ik moest bijna anderhalf uur wachten; de specialist liep drie kwartier uit. Daarna ging het weer busje in, terug naar het station, busje uit, waar de trein net wegreed. De zon scheen, dus toen heb ik het centrum maar verkend.

Het was al na vijven, het vroor en er waaide een Siberische wind. Misschien was het gewoon niet het beste moment. Want je zag er bijna geen mens op straat. Ik vroeg mij nog af: ‘Ben ik nou in het centrum of niet?’ Ik was de grootste kerk toch al dicht genaderd en meestal is het centrum daar. Maar hoe nader ik ook kwam, het bleef stil. Op een haastige fietser na. En op het zachte geluid na, dat uit luidsprekers kwam. Opgewekte deuntjes voor het ontbrekende winkelpubliek.

Het stemde mij droef. De winkeliers deden duidelijk hun best. En je moet stevig staan om in zo’n plaats stand te houden. Speel alleen nóóit zo’n muziekje af om de stilte te verdrijven. Want dat associeer ik onmiddellijk met de mislukking van een sfeerloze winkelstraat.

Toch, er is leven in Zevenaar. Gelokt door een monumentaal torentje in een achterafstraatje zag ik het filmhuis. Hier zaten mensen knus bij elkaar. En hier vind je achter hoge muren een heus oud landgoed in het groen. Van de familie Van Nispen tot Sevenaer. Het biedt nu onderdak aan nieuwe alternatieve bewoners. Een deel is al opgeknapt en een deel is nog ruïneus. Zoals je ook wel op het platteland van Frankrijk ziet. Laat ik nou precies dát het allermooiste vinden van wat je kan aantreffen in ons keurig aangeharkte land.