Schuld versus schaamte in de NL rechtszaal

Schaam je!

2Doc: Het fatale scooterongeluk gaat over Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) die in 2010 Mario van de Geijn in Nijmegen hebben doodgereden. Ik kies deze woorden bewust. Ik houd hen beiden persoonlijk aansprakelijk voor wat ze hebben gedaan. En meer dan dat.

Wat deze documentaire toont, is hoe zeer de betrokkenen uit twee totaal verschillende culturen langs elkaar heen leven. De rechters, de nabestaanden van het slachtoffer en de documentairemakers zijn allemaal Nederlands. Ofwel, afkomstig uit een schuldcultuur. Maar deze twee jongens komen uit een schaamtecultuur. (Ze worden in de documentaire ‘mannen’ genoemd, maar omdat zij nooit volwassen zullen worden, verdienen ze die titel niet.)

Volgens opvattingen binnen hun eigen cultuur mogen al hun voorouders en aanverwante familieleden zich doodschamen. In het Nederlandse rechtsstelsel kan je met leugens en huftergedrag je straf ontlopen. Maar van deze schande komen zij en hun familie nooit meer af. Eib! Aib! Of hoe je het ook schrijft.

Al vijftig jaar zijn er grote groepen immigranten uit schaamteculturen in Nederland. Daarom verbaast het mij dat we weinig tot niets daarvan terugzien in de rechtszaal. Onze rechtsspraak is keurig, redelijk en voor dit soort hufters veel te braaf. Deze jongens hebben er compleet maling aan. Het enige wat dan kan werken, is ze aanpakken volgens de normen uit hun eigen cultuur. Ofwel, er moet een vertaalslag komen. Een tolk, die elk woord over schuld en verantwoordelijkheid omzet in schande. Zodat ze eindelijk verstaan waar rechtsspraak in Nederland over gaat.

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Rambo is toch een rolmodel voor mij

Zondagavond, The Expendables deel 2 is op tv. Er staan nog andere films op het programma en een documentaire van Sinan Can op NPO2. Sinan kan bij mij flink wat potjes breken sinds hij met een Armeniër naar zijn Turkse roots is teruggekeerd. En op zich is het een onbelangrijk detail, maar Sinan is best breed uitgevallen. (Hou dat postuur van hem even vast in gedachten.) Want ik wil het hebben over Sylvester Stallone en zijn maatjes, in The Expendables.

Nu zou je kunnen denken: ‘Waarom kijk jíj in hemelsnaam naar dat soort bagger? Zo’n film vol knokpartijen, snelle auto’s, schietpartijen, gangsters, tussendoor een leuk meisje dat dringend hulp nodig heeft, of dat juist als one of the guys meedoet, en al dat rondspattende bloed? Er is toch wel wat beters op tv, zoals VPRO-documentaires en de Japanse film Spirited Away? Tja, da’s waar.

Toch, Sly is mij zo vertrouwd en ik ben met deze bagger opgegroeid. Nou ja, niet thuis hoor. Mijn ouders keken naar actualiteitenprogramma’s, aangevuld met voetbal voor pa (gáááááp) plus kunst- en natuurseries voor ma. Zelf keek ik in het pre-MTV-tijdperk reikhalzend uit naar Toppop (daar zat je dan de hele week op de wachten, en dan viel het weer tegen).

En toen kwam Veronica. Helaas keken mijn ouders daar niet naar. Om die reden heb ik alle bagger tot mij heb genomen bij mijn beste vriendin. Want zij was enig kind en had meer zeggenschap thuis dan ik. Bij haar kwamen ook altijd vrienden langs. Dus viel de keuze meestal op Amerikaanse actiefilms.

Je zou zeggen: ‘Daar groei je toch op een gegeven moment overheen? Je hebt je in sociale en maatschappelijke onderwerpen verdiept, zelfs op wetenschappelijk niveau in wereldproblematiek, en je denkt na over klimaatverandering. Dan doorzie je toch wat voor bagger die films zijn! En al dat geweld; je weet hoe erg dat in het echt is.’

Jawel. Maar ik heb soms helemaal geen zin in die weldoordachte, ingewikkelde verhaallijnen van arthouse films. Je kan tenslotte ook genieten van haute cuisine en tegelijk smullen van een Raspatatje speciaal met uitjes en extra pittige curry. Ik tenminste wel, hoor. En ik verloochen mijn afkomst niet. Of nou ja, die van mijn beste vriendin.

Dan kan je nog tegenwerpen: ‘Maar als je dan zo nodig naar Amerikaanse actiefilms moet kijken, dan kan je toch zeker wel een intelligentere film uitzoeken? Zoals die ene met Brad Pitt erin: Burn After Reading van de broertjes Coen. Of die andere met Brad en die twee vrouwen, Thelma and Louise. Ja, ja, zulke films zijn ook een waar genoegen om te zien.

Maar toch hè, en nu komt het, Sylvester Stallone heeft blijvende invloed gehad op mijn beeld van ideale mannen. Oké, die enorme spierballen en die gladgeschoren torso’s hoeven eigenlijk niet. Maar gewoon, een beetje breed en donker haar, daar kijk ik graag naar. En met de jaren wordt hij leuker. Want hij beseft zelf ook wel wat voor wandelend cliché hij is. Daar zit The Expendables 2 helemaal vol mee. Echt, voor een avondje ontspanning kijk ik graag naar kamerbrede mannen, pardon: actiefilms.

Het beste gezelschap op het terras

Een dag langs Bossche terrasjes heeft voor helderheid gezorgd. Dat zit zo. Ik hou van terrasjes. Het is altijd leuk om met iemand naar de stad/het bos/het strand/de film of wat dan ook te gaan. Daar verwacht ik dan een terrasje bij. (Als het koud is mag het ook binnen zijn.) Het dilemma zit ‘m in mijn huidige vriendenkring. Die bestaat uit twee soorten mensen. 1. Zij die van de calvinistische soort zijn; en 2. de Bourgondiërs.

De calvinisten zien koffiepauzes als noodzakelijk kwaad. Iets wat op zijn best puur functioneel moet zijn. Dus als we ergens komen, roepen zij alvast ‘Bestel voor mij maar cappuccino (ochtend)/rooibosthee (middag)’, terwijl ze naar het toilet rennen (dan hebben ze dat alvast gehad). En zodra de bestelling wordt gebracht, trekken ze meteen hun portemonnee om af te rekenen, hoewel de ober het bonnetje nog moet brengen.

Tussendoor kieperen ze het gloeiend hete vocht naar binnen, terwijl ze kijken op de kaart hoe de route verder gaat en daarna beginnen ze hun tas alvast weer op orde te maken voor de volgende etappe. Onderwijl met groeiend ongeduld en onverholen frustratie kijkend naar mij. Want ik moet dan nog aan mijn drankje beginnen. Laat staan dat ik al naar het toilet ben geweest.

In het allerergste geval heb ik honger. Dat komt best vaak voor. Tot hun afgrijzen bestel ik er dan een gebakje bij, of een saucijzenbroodje. En ik eet langzaam, hè. Heel langzaam. Ik krijg het namelijk niet snel weg en ik laat het mij goed smaken. Als ze slim zijn, stellen ze me dan geen vragen. Wanneer ik moet praten, eet ik namelijk nog trager.

Het zal duidelijk zijn, ik heb een gróte voorliefde voor Bourgondiërs. De levens-genieters. Degenen die het breed laten hangen als dat ook maar even kan. Zij die van zo’n dag een feestje maken. Alsof het de laatste is. En zo niet, dan hebben ze toch alvast maar weer genoten. Tijdens uitstapjes in elk geval. Juist omdat ze heel goed beseffen dat het niet elke dag feest kan zijn.

Voortaan ga ik na kennismaking met een potentieel nieuwe vriend of vriendin eerst de terrasjestest doen. Is het geen terrasjestype, dan is het meteen einde verhaal. Het leven is te kort om mijn tijd met zulke mensen te verdoen. Overigens staat mijn record op een afspraak in de Foreign Correspondent Club in Phnom Penh. Die begon om 10.00 uur en we vertrokken negen uur later.

Ook met vriendin M. zit het goed. De combinatie van een uur wandelen plus drie uur op drie verschillende terrasjes, is perfect. Nu alleen nog even die Bossche Bol verwerken. 😉

Over bevlogenheid en bedrijfscultuur

Bij bevlogenheid denk ik aan werksituaties waarin ik helemaal in mijn element ben. En ik herinner me voorvallen waarbij dat werd tegengewerkt. Zoals het absurde voorbeeld van gisteren. Uit België komt een verbaasde reactie: ‘En dat in Nederland.’ Tja, dit is net een gewoon land. Ik heb op meerdere continenten bij internationale organisaties gewerkt en collega’s van allerlei nationaliteiten gehad. Soms denk je dat je de nationale cultuur wel een beetje kent. Maar per persoon en per organisatie kan daar flink verschil in zitten.

Er gaat weinig boven zelfstandig met passie en concentratie aan interessante klussen werken. Daar krijg je energie van. Ondanks de werkdruk en alle regeltjes doen Nederlandse werkgevers moeite om het bevlogen werknemers naar de zin te maken. Dat is economisch gezien ook in hun belang. Ons land telt zelfs het hoogste aantal bevlogen werknemers. Veel meer dan Frankrijk, bijvoorbeeld.

Daar is een simpele verklaring voor. Frankrijk is bij uitstek een hiërarchisch land. Terwijl werknemers in Nederland niet voor elk wissewasje toestemming hoeven vragen. Zij kunnen vaak zelf bepalen hoe ze hun tijd indelen en hun werk aanpakken. En ze hebben inspraak. In Nederland overheerst het pluriforme protestantisme en in Frankrijk het universalistische katholicisme.

De uitzonderingen zitten vaak precies waar je ze niet verwacht. Zo dacht ik vroeger dat Amerikaanse bedrijven vooruitstrevend zijn. Maar ze zijn vooral bezig met risico’s uitsluiten. Voor innovatiekracht kan je beter naar Oost-Afrika kijken. ‘Originele’ Amerikaanse filmscripts worden regelmatig gejat uit Frankrijk. Van een Nederlandse hippe start-up had ik nooit verwacht dat de jonge eigenaar zeer star was. Sommige commerciële bedrijven zijn trouwens socialer dan hulporganisaties. En de hartelijkste zakenrelatie die ik ooit heb ontmoet, was een Rus.

Even terug naar het stukje van gisteren. Een gerenommeerde universiteit kan uitblinken in wetenschap en innovatie, maar tegelijkertijd haar organisatiestructuur verwaarlozen. Dat is een kwestie van prioriteit en helaas geen zeldzaamheid. Dan kan een manager komen met een dooddoener als ‘Zo gaat dat hier nu eenmaal’. Maar dit zegt soms meer over zijn eigen belang (of gebrek aan wilskracht en oplossingsvermogen), dan dat het staat voor de cultuur van een hele organisatie.

Hollanders in contact met buitenlanders

Een bekende vertelt over haar kerstvakantie in Marokko. Waar ze is geweest, wat ze heeft gezien. Ter plekke wil ze meer weten wanneer het verhaal van de gids oppervlakkig blijft. ‘Hij was heel lovend over de koning.’ Dus stapt ze op de beste man af en stelt hem een kritische vraag over het koningshuis. ‘Het viel me op dat hij nogal schichtig om zich heen keek.’

Wat mij nog altijd choqueert, is hoe ontzettend achterlijk landgenoten zich in het buitenland kunnen gedragen. Hoe meer ik over landen weet, hoe erger dat wordt. Kennelijk denken ze dat ze mensen overal ter wereld kunnen benaderen zoals ze dat in Amsterdam doen. Alsof die stad maatgevend is. En alsof er geen schat aan informatie beschikbaar is over andere culturen. Je kan je toch verdiepen in het volk waarbij je op vakantie gaat? Dat verwachten we ook van de immigranten die hier komen wonen.

Een zeldzaam reisprogramma waarbij ik geen tenenkrommende ervaringen krijg, is dat van Ruben Terlou. Hij is de presentator van de VPRO-documentaireserie ‘Langs de oevers van de Yangtze’. Komende zondag start zijn nieuwe serie ‘Door het hart van China’. Ruben spreekt vloeiend Chinees. Maar voor elk specifieke onderwerp in de serie vergrootte hij zijn vocabulaire. Zodat de plaatselijke bevolking merkt dat hij weet waarover hij praat en hem serieus neemt. Zo grondig en inlevend gaat hij te werk.

Interculturele communicatie is een mijnenveld. Dat weet ik al sinds mijn reisperiode en eerste werkdagen in het buitenland. We gedragen ons doorgaans als een kudde olifanten in een porseleinkast. Of erger, want olifanten zijn behoedzame dieren. We doen het overigens niet expres. We realiseren het ons vaak niet eens. Totdat we zien dat ‘de ander’ echt duidelijke signalen van ongemak afgeeft. Maar voordat hij dat doet, zijn we al over heel wat grenzen heen gewalst. Die culturele grenzen beginnen in België, Duitsland en Engeland. Of misschien al buiten de Randstad.

Pleidooi voor diversiteit in kleding

Bij een concert of voetbalwedstrijd herken je je mede-fans direct aan hun kleding. Dit schept een band. Reageerde een wandelgenoot daarom zo afgunstig op een processie van de Orde van Malta? Want ‘daar loopt veel geld voorbij’, meende zij. Ik geniet altijd van eeuwenoud ceremonieel vertoon. Ook hou ik wel van diversiteit. Wij hebben wereldwijd al zo veel moois verruïneerd met onze overheersende westerse kledingstijl.

We houden toch van variatie. Als de temperatuur flink schommelt, kan je fijn van kleding wisselen. Wordt het warm, dan voelt een luchtig jurkje of korte broek koel aan. Daalt het kwik, dan zitten laarzen en een wollen trui weer comfortabel. En moet je op pad voor een lastige opdracht, dan kan een strak jasje geborgenheid simuleren. Want in een stevig omhulsel voel je je veilig. Dat wisten ze al in de middeleeuwen. Wellicht gaat dit gevoel terug tot de baarmoeder.

Die ervaring van geborgenheid zoeken we ook binnen groepen. Met kleding en symbolen onderstrepen we onze eenheid. Ik ben opgegroeid met de Taptoe en de optocht tijdens 3 oktober. Dan paraderen tal van groepen in uniform met vaandels voorbij. In Leiden is dit een relatief onschuldig fenomeen met een lange traditie. Dus hoort groepskleding erbij. De zwarte mantels van de Orde van Malta lijken weer op die van hoogleraren van de universiteit. Hun statige processie met zwarte capes en groot kruis als symbool wekken zodoende vertrouwen. Al gaat de wereld ten onder door Trump; deze orde houdt stand. (Hoewel?)

Slechts vijftig jaar geleden liepen overal nog mensen in traditionele klederdracht. Denk aan Turkije en Oost-Europa op het platteland. Of denk aan grote delen van Azië en het Midden-Oosten. Voor traditionele gewaden moet je nu snel in India en omstreken rondkijken. Zal ook daar die kledingstijl op termijn voor de westerse wijken?

Bijna wekelijks ga ik met de bus naar Wageningen. Dan stapt er vaak een Aziatische vrouw in die Nederlandse les volgt. Ze is vrij stevig. Haar lichaam puilt weinig flatteus door haar goedkope westerse kleding heen. Maar onlangs, op een snikhete dag, droeg ze iets traditioneels. Een prachtige bloedrode sari met dito shirtje vol gouden glitters. Ineens zag ze er super elegant uit. Ach, wat zou ons straatbeeld toch boeiend worden als we qua kleding allemaal naar onze roots teruggaan.

Intrinsieke motivatie

Deze week stond er een artikel in de Volkskrant over teleurgestelde Somaliërs in Engeland. Zij waren eerder uit Nederland vertrokken. ‘Nederland is mooier, mensen zijn aardiger maar alles is zo moeilijk. […] Als je een bedrijf wil beginnen, moet je eerst een cursus doen of een diploma halen. Hier [in Engeland] kun je meteen aan de slag.’ En: ‘Somaliërs zijn nomaden: ze gaan waar de regen is, zo zeggen ze over zichzelf. Als de ‘regen’ voorbij is in Groot-Brittannië verkassen ze weer zonder al te veel problemen; migratie zit in hun genen.’ Dit maakt in een klap helder waar het knelt. Want Somalische herders zijn niet bepaald gewend om het land te onderhouden waarop ze hun kuddes laten grazen. Bij mijn weten, althans.

Er is bijna geen land ter wereld waar je zo makkelijk een bedrijf kan starten als in Nederland. Daar zijn statistieken van. In andere landen ben je soms máánden bezig om de formaliteiten rond te krijgen. Zeker in Somalië. En als je haast hebt, dan mag je smeergeld betalen. Hier regel je praktisch alles in een paar dagen. Veel doe je gewoon thuis vanaf je laptop. Al ga je ermee in bed liggen of in bad zitten. De enige zaken waar je echt in moet investeren, zijn vakkennis en professionaliteit. Naar Nederlandse maatstaven dan. Zelfs onze drugscriminelen doen dat.

Oh, nu komt er zomaar iets anders bij me op. Vandaag is in het nieuws dat Rusland belastende informatie heeft over persoonlijke en financiële zaken van Trump. Zou het waar zijn? Zo ja, dan kan ik mijn bewondering voor Poetin niet langer meer onderdrukken. Russen staan bekend als goede schakers. En deze tweedracht veroorzakende informatie komt wel op een uitermate strategisch moment. Ik zeg dit: laten we Poetin een herkansing geven. Misschien hebben we die man gewoon nooit goed begrepen.gevallen engel?

Ter overpeinzing plaats ik nog de volgende stelling:

Je kan tien keer beter leven in Iran dan in Saoedi-Arabië.

Zo, nu jullie weer.