De connectie met Leiden blijft

Als soortement immigrant in Gelderland heb ik nog altijd een stevige band met Leiden, mijn geboortestad. Waren emigranten in vroeger tijden aangewezen op de trage en soms onbetrouwbare postbezorging per postkoets, trekschuit of oceaanstomer; anno 2021 hebben expats het een stuk makkelijker. Met Zoom, Facebook of Instagram kunnen ze rechtstreeks contact houden met de achterblijvers. Zelf blijf ik onder meer op de hoogte via nieuwsbrieven van Leidse organisaties.

Het Leidse geluid
Als ik even dat zangerige onvervalste rasechte Leidse taaltje wil horen, hoef ik maar te luisteren naar de vertellingen door oudere Leidenaren in de verhalencollectie van Erfgoed Leiden. Ach, ach, wat klinkt dat toch vertrouwd. Er staan maar liefst 120 interviews van Leidenaren op deze prachtige website. Voor eenieder die zijn hart wil ophalen met uit het leven gegrepen verhalen uit de vorige eeuw is deze goudmijn een ware aanrader.

Kennis en wetenschap
Verder ontvang ik verschillende nieuwsbrieven van Universiteit Leiden, waaronder van de Leidse Hortus en de Digital Collections in de universiteitsbibliotheek. De bieb beheert onder meer een rijke verzameling middeleeuwse manuscripten die je pagina voor pagina op internet kan doorbladeren. In de algemene nieuwsbrief van de universiteit lees je al over onderzoeksresultaten van de studierichtingen voordat ze in het NOS-journaal komen.

Wat mij bijvoorbeeld interesseert, is het bericht Geschiedenis van Afrika dekoloniseren was moeizaam proces. Hier in het Westen dacht men dat Afrika voor de koloniale tijd nauwelijks geschiedenis had. Alsof er geen eeuwenoude bibliotheken waren in Timboektoe en alsof er geen oral history bestond. Promovenda Larissa Schulte Nordholt constateert: ‘Mensen krijgen constant de beschuldiging dat ze politiek bedrijven omdat ze als waarheid ervaren kennis uitdagen.’ Klinkt bekend, toch?

Kunst en geschiedenis
Op dit moment is er een bijzondere tentoonstelling in de Oude Sterrewacht met kunstwerken van Aboriginal Australische en Zuid-Afrikaanse artiesten. Met hun kunst gaven zij vanuit hun culturen betekenis aan de verschijning en positie van sterren en planeten. Als je de millennia oude stippelpatronen van Australische Aboriginals ziet, kan je je afvragen of Vincent van Gogh toevallig door hun werk werd geïnspireerd. …
Overigens hou ik ook een lijntje met Galerie het Oude Raadhuis in Warmond en (uiteraard) met Museum Het Leids Wevershuis. Want waar museum De Lakenhal een deel van mijn familiegeschiedenis verbeeldt, beschouw ik het knusse wevershuisje in mijn oude buurt zo ongeveer als mijn thuis.

Onderstaande foto komt uit het onlangs verwijderde logje Leidse Breestraat in kerstsfeer.

Verras mij eens met muziek

Al jaren verlang ik naar radiozenders waar dj’s een breed scala aan muziekgenres draaien. De meeste zenders spelen steeds dezelfde commerciële succesnummers en presenteren hun luisteraars weinig alternatiefs. Een stad als Rotterdam telt ruim honderd culturen, maar het muziekaanbod op onze radiozenders is bijna volledig gesegregeerd. Van mij mag er veel meer worden gevarieerd.

Ga eens voor de B-kant van een vroegere hit. Wissel indie af met filmmuziek en soul. Geef ruimte aan musici uit andere culturen, zoals Afrikaanse bands. Besteed aandacht aan voorgaande eeuwen; varieer Gregoriaans gezang met gothic rock. Zoek de overeenkomsten en de verschillen op.

En laat eens wat horen van de Acadians. Nee, dat is geen band. Acadians waren Franse immigranten die neerstreken langs de kust van Louisiana en zij ontwikkelden een geheel eigen mixstijl in muziek.

Er is zoveel meer dan het gangbare mainstream geluid. Alleen kan ik moeilijk benoemen wat ik mis, zolang ik niet weet wat er allemaal is. Feitelijk zoek ik een dj die permanent het wereldwijde muziekaanbod scant én de algehele muziekgeschiedenis kent en daaruit vervolgens een mix van leuke vondsten presenteert. Dat moet een kenner toch kunnen, lijkt mij.

Hoe en waar maak jij kennis met onbekende of bijna vergeten muziek?

Een terugblik op Zwarte Piet

Vaak lijkt het alsof er nooit iets verandert in deze wereld. Machtsspelletjes zijn van alle tijden en achterstelling zal ook nog wel even blijven. Maar in mijn eigen denken ben ik toch gestuit op een ware paradigma-verschuiving. En wel in mijn visie op Zwarte Piet. Van Zwarte Piet moesten ‘ze’ afblijven, vond ik. Hij was mij dierbaar en hij hoorde er van oudsher bij. Bovendien zag ik hem als een volwaardige werknemer. Lees daar bleekmiddel voor de donkere huid maar eens op na:

‘Ik heb Zwarte Piet nooit als slaaf gezien. Sterker, ik ben zelf Zwarte Piet geweest. Daarom weet ik dat hij gewoon een medewerker is van Sinterklaas. Die twee hebben al lang een normale werkgever-werknemer relatie.’

Dit schreef ik ruim zes jaar geleden. In de tussenliggende tijd heb ik eens ergens gelezen dat Zwarte Piet een verzinsel was uit een recenter verleden. Maar dat ging er bij mij niet in. Zwarte Piet en Sinterklaas vormen een vaste combinatie en die bestaat al eeuwen.

Aan het bestaan van Sinterklaas heb ik trouwens nooit getwijfeld. Natuurlijk, dat hij met de boot uit Spanje komt, is baarlijke onzin. Sint Nicolaas kwam uit Myra in het huidige Turkije. Dat weet iedereen van boven de zeven.

Alleen las ik onlangs in Trouw iets over een zekere Jan Schenkman. Deze onderwijzer leefde in de negentiende eeuw. Het artikel ging over zijn antisemitische spotprentjes, die nu niet meer door de beugel kunnen. En terloops kwam Zwarte Piet in het artikel voor. Wat blijkt? Die Schenkman heeft onze Zwarte Piet in 1850 gewoon uit zijn duim gezogen!

Nou ja. Nu heb ik er eindelijk vrede mee, dat Sinterklaas dus wel bestaat, maar Zwarte Piet niet.

Schoonheid in verval

Men zegt dat er schoonheid schuilt in verval, ofwel in vergankelijkheid. Dat lijkt mij nogal betrekkelijk. Was het bijwonen van de instorting van het Romeinse Rijk dan zo fraai voor de inwoners van Rome? Dat verliep tergend langzaam. Of neem een stinkend en rottend karkas waar de maden zich een weg doorheen banen. Ook dat is vergankelijkheid. Ik word een beetje obstinaat van al te kleffe uitspraken. Maar het is waar. Soms schuilt er wel degelijk schoonheid in verval.

Wat maakt nu precies het verschil tussen een mooie of lelijke vorm van verval? Misschien heeft het te maken met onze cultuur en religie, met de tijdgeest, met wie we zijn, of met onze positie in de maatschappij. Als je van de VPRO-bent, zie je waarschijnlijk schoonheid in een vervallen fabriekshal. Vooral wanneer iemand zo’n hal kunstzinnig filmt. Terwijl in de jaren zeventig hele historische binnensteden voor nieuwbouw werden platgewalst. Kijk je graag naar RTL 4, dan zie je wellicht iets moois in wrecked car races. RTL is er speciaal voor mannen, dus als vrouw herken je de schoonheid van dit soort races vast niet.

Schoonheid kan schuilen in uiterlijkheden, maar evengoed in innerlijk (karakter), functie of betekenis. Maden in een karkas zijn op het oog tamelijk goor. Toch hebben zij een zeer nuttige functie. Zij zorgen ervoor dat de weke delen efficiënt verteren en als meststof in de natuur terugkeren. Zo beschouwd, maakt oneindige recycling alles wat op natuurlijke wijze kan vervallen mooi.

In onze huidige cultuur houden de meeste mensen meer van een fris begin dan van een naderend eind. Een pasgeboren puppy, een nieuwe bloem, een rozig baby’tje: ze wekken verwondering, blijdschap en vertedering op. Is het dan een teken van vervreemding, wanneer we de schoonheid van vergankelijkheid in een mens, dier of plant niet kunnen zien?

Littekens aan de binnen- en de buitenkant

Stel dat al onze littekens en bloeduitstortingen zichtbaar zouden zijn en blijven. Daaraan denk ik aan terwijl ik voor de spiegel sta. De open wond die mijn verstandskies achterliet, heelt langzaam. De zwelling in mijn wang en een bloeduitstorting op mijn kaak zijn gelukkig verdwenen. Vorige week liep ik met dat gezicht op een feest rond. Niemand zei er wat van. Opmerkelijk. Zag men het niet of wekte het gêne op? Want littekens en blauwe plekken duiden doorgaans op iets onaangenaams.

Littekens op de huid zijn het ongewenste resultaat van vechtpartijen, ongelukken, sportblessures, operaties en dergelijke. Andere zichtbare littekens brengen mensen vrijwillig aan. Scarificatie is versiering, een teken van rang of rite de passage binnen een cultuur. Vergelijk het met tatoeages. Daar gaat een diepere betekenis achter schuil.

Sommige littekens zijn echter een roep om aandacht. Die wijzen op andere littekens aan de binnenkant. Ik vermoed dat de meeste mensen meer inwendige littekens hebben dan uiterlijk. Stel nu dat al onze fysieke en mentale littekens permanent zichtbaar zouden zijn. Zouden we dan anders met elkaar omgaan?

Vroeger was het tenslotte normaal dat een weduwe in het zwart gekleed ging. Dan kon iedereen zien dat zij in de rouw was en daar rekening mee houden. In de Volkskrant van 28 mei 2019 staan portretten van de Mongrel Mob uit Nieuw-Zeeland, gemaakt door Jono Rotman. De meeste bendeleden zijn Maori, nakomelingen van de oorspronkelijke bevolking daar. Tatoeages zijn bij hen van oudsher gangbaar. Net zoals bij alle Polynesische volkeren, waartoe ook de Maori behoren.

Ik zie provocatieve, maar vooral zwaar gehavende mannen. Ze rouwen allemaal. Alleen zijn hun echte littekens hier niet zichtbaar.

Schuld versus schaamte in de NL rechtszaal

Schaam je!

2Doc: Het fatale scooterongeluk gaat over Mohamed el G. (19) en Mohamed A. (18) die in 2010 Mario van de Geijn in Nijmegen hebben doodgereden. Ik kies deze woorden bewust. Ik houd hen beiden persoonlijk aansprakelijk voor wat ze hebben gedaan. En meer dan dat.

Wat deze documentaire toont, is hoe zeer de betrokkenen uit twee totaal verschillende culturen langs elkaar heen leven. De rechters, de nabestaanden van het slachtoffer en de documentairemakers zijn allemaal Nederlands. Ofwel, afkomstig uit een schuldcultuur. Maar deze twee jongens komen uit een schaamtecultuur. (Ze worden in de documentaire ‘mannen’ genoemd, maar omdat zij nooit volwassen zullen worden, verdienen ze die titel niet.)

Volgens opvattingen binnen hun eigen cultuur mogen al hun voorouders en aanverwante familieleden zich doodschamen. In het Nederlandse rechtsstelsel kan je met leugens en huftergedrag je straf ontlopen. Maar van deze schande komen zij en hun familie nooit meer af. Eib! Aib! Of hoe je het ook schrijft.

Al vijftig jaar zijn er grote groepen immigranten uit schaamteculturen in Nederland. Daarom verbaast het mij dat we weinig tot niets daarvan terugzien in de rechtszaal. Onze rechtsspraak is keurig, redelijk en voor dit soort hufters veel te braaf. Deze jongens hebben er compleet maling aan. Het enige wat dan kan werken, is ze aanpakken volgens de normen uit hun eigen cultuur. Ofwel, er moet een vertaalslag komen. Een tolk, die elk woord over schuld en verantwoordelijkheid omzet in schande. Zodat ze eindelijk verstaan waar rechtsspraak in Nederland over gaat.

(Het reactieveld is bij dit bericht uitgeschakeld.)

Een beetje lummelen is goed voor ons

Op een verjaardag vraagt iemand hoe ik fotografeer. Nou, ik rommel dus wat aan met mijn smartphone. Bij fotografie draait het vooral om plezier. Mijn gesprekspartner gaat voor efficiëntie. Ze kijkt eerst goed en neemt dan doelbewust een foto. Klaar. Zij zou nooit zo te werk kunnen gaan als ik. Daar heeft ze het geduld niet voor.

Ik neem met gemak dertig foto’s van een onderwerp. Beetje hoger, beetje lager, beetje gedraaid, et cetera. Dit geëxperimenteer dient om ervan te leren, maar voornamelijk is het spielerei. Na een foto-expeditie ben ik volledig ontspannen en heb ik nieuwe energie.

Het leven van mijn gesprekspartner zit vol activiteiten, een gezin en een drukke baan. Ze staat altijd ‘aan’. Ik daarentegen heb en neem ruimschoots de tijd om vaak en lang te reflecteren. Bij haar zijn dat eerder gestolen momenten.

Wat mij bij zulke mensen opvalt, is dat zij doorgaans minder toekomen aan echte diepgang. Ondanks hun grotere intelligentie. Ze nemen goed waar. Maar voordat zij informatie verwerken en ervan leren, worden ze alweer afgeleid. En dan draven ze door naar de volgende bezigheid. Zulke mensen dragen een kerkhof aan onbenutte observaties mee.

Kwamen ze maar wat vaker aan lummelen toe. Aan luieren, aan nietsdoen, aan een beetje bankhangen, aan dagdromen. Alles om hun hersenen uit de aktie-stand te krijgen. Want pas na voldoende rust gaan we creatief denken. Wij moderne mensen zijn rare wezens. Australische Aboriginals waren vroeger maar een paar uur per dag bezig met eten verzamelen. Verder hadden ze alle tijd voor geluier, kunstuitingen en spiritualiteit. In het wild levende roofdieren verspillen evenmin energie. Die ‘werken’ om precies genoeg voedsel te krijgen voor zichzelf en hun jongen. Verder doen ze bar weinig.

Ik geloof dat we als mensheid meer kunnen bereiken als we eens wat minder zouden doen.

(Tweede kijk-en-vergelijk moment na een maand wachttijd.)