Bijna volleerd als bouwvakker (v)

Het is nu wel zo’n beetje klaar met de klussen in huis. Koop je een nieuwbouw appartement, dan heb je de eerste twintig jaar weinig onderhoud. Koop je een oud arbeidershuis, dan blijf je bezig. Dat vertelden mijn buren toen ik hier kwam wonen. Ze hebben gelijk gekregen. Het liep een beetje anders dan verwacht. De afgelopen jaren heb ik mij soms afgevraagd waar ik aan was begonnen. Toch ben ik vooral veel wijzer geworden.

Zo zijn er allerlei raadsels opgehelderd over hoe dit huis is gebouwd. Ik weet nu wat er onder het laminaat ligt en wat er achter de voorzetwanden schuilt. Ook is bekend waar de leidingen lopen, zo ongeveer dan. Boren blijft een risico, want opeenvolgende eigenaren hebben alle woonlagen naar eigen inzicht aangepast. Daar zijn nauwelijks bouwtekeningen van.

Voorheen had ik zelden met bouwvakkers te maken. Nu ben ik op dat gebied een ervaringsexpert. (Hoor ik ergens een diepe zucht?) Ik wil daarom meer zelf kunnen. Schuren, verven, timmeren, zagen, boren, schroeven uitdraaien, gaten dichten, kitrandjes maken en plinten aanbrengen lukt al aardig. Vandaag ben ik voor het eerst via mijn nieuwe ladder op het dak van de schuur geklommen. Alles om minder afhankelijk te zijn en om geld te besparen.

Zou er specifiek behoefte bestaan aan meedenkende, klantvriendelijke, creatieve, vakkundige, communicatief vaardige vrouwelijke bouwvakkers die ook nog eens afspraken nakomen? Zo ja, dan begin ik voor mezelf.

Omdenken: creatieve oplossingen bij tegenslag

Hoewel sommigen over hun nek gaan bij de term ‘omdenken’, vind ik het wel wat hebben. Omdenken is nu populair in de wereld van coaching. Je beziet hierbij een probleem als een feit en kijkt vervolgens naar nieuwe mogelijkheden. De klusser die mij overwegend goed heeft geholpen, geeft weinig blijk van creatief denken. Als het niet gaat, dan gaat het niet. Punt. Misschien heeft dit te maken met zijn depressiviteit, of omgekeerd. Vergeleken bij hem ben ik wel een kei in omdenken. Het vorige logje bevat hiervan een voorbeeld. (Foto is mislukt, maak daar een aardig verhaaltje van.)

Maar het allermooiste voorbeeld van omdenken ever gaf punker Vyvyan al begin jaren tachtig, namelijk in de legendarische serie The Young Ones. Als ik mij het fragment goed herinner, gaat het als volgt.

Vyvyan wil tv kijken, maar het stopcontact zit te ver weg. Hij probeert uit alle macht de stekker in het stopcontact te krijgen. Tevergeefs. Dus wat doet Vyvyan? Stampend en tierend dendert hij op zijn soldatenkisten de voordeur uit. Om even later terug te keren met een bulldozer, waarmee hij de voortuin platwalst en de hele buitenmuur met stopcontact en al een meter dichter naar de tv toe rijdt.

Briljant.

Een grote zwarte posterlijst van IKEA

Het is bepaald geen kleintje, mijn Once were warriors filmposter. Hij meet 70 x 100 centimeter en er moet een lijst omheen. Zwart en qua uitvoering eenvoudig zal het zijn. Verder heb ik geen wensen. Om mezelf moeizaam gesleep met een onhandelbaar gevaarte te besparen, zoek ik op internet naar een passende lijst. En jawel, IKEA heeft er een naar mijn smaak.

Misschien weet jij beter, maar ik vergeet altijd dat IKEA van de pruts-het-zelf-in-elkaar-pakketten is. Dat komt omdat ik daar slechts eens in de zoveel jaar wat koop. Voor mijn geheugen is de interval dan te groot.

Afijn, zaterdag verheugde ik mij op de komst van een enorm pakket. Daarom keek ik toch wel wat beteuterd toen de bezorgster mij een smal en langwerpig ding bracht. Was dat alles?

En was dit wel voor mij bestemd? Stond mijn naam wel op het etiket? Eer ik op de gedachte kwam om dat te checken, reed mevrouw al weg. Maar ja: dit was mijn pakket. Meteen schoot mij te binnen dat de website nogal nadrukkelijk had verwezen naar een bijpassend product. Een fotodoek van canvas. Ik dacht nog tijdens het bestelproces: ‘Het is niet en en. Je kan ze dus los van elkaar kopen.’ 

Ik had vast een frame gekocht met verder niets erbij. Zo zijn ze bij IKEA.  Super zuinig en super uitgekiend. Je moet daar zelf aan alles denken. ‘Of zou de achterwand er heel strak omheen gevouwen zitten?’, dacht ik nog hoopvol. Want waar moest ik de poster aan vastmaken, als er geen hardboard achterwand bij zat? Helaas, dat zwarte frame was alles.

Nou ja, plus de zestien schroefjes zonder kop, de vier hoekjes waar de zestien schroefjes in moeten, twee ringetjes, twee hangertjes, zestien stripjes waarmee je het canvas vastklemt, een winkelhaakvormig gereedschap, én een plastic dingetje. De schroeven voor in de muur zaten er niet bij. Dit staat expliciet vermeld in het boekje.

Afgelopen weekend heb ik mijn hersens gepijnigd over een oplossing. Ik kan er een eigen doek in doen, maar welk? Zwart past het best en ik heb een mooie fluwelen lap. Die is echter te dik. Verder heb ik nog een zwarte doek met een klein printje erop. Past niet bij de poster en is te slap. Mijn crèmekleurige marktkleed dan? Of zal ik een stuk afknippen van een overcompleet beige gordijn?

Het alternatief is in de stad een grote hardboard achterwand kopen (dat wordt dan alsnog een gezeul); die exact op maat zagen en vervolgens de plaat in een heel smal geultje van het frame proppen. Zucht, ik zie het al voor me.

Naschrift 24 oktober 2019: de lijst is prima voor een stevige doek waarop je een poster kan spelden.

Over Boy – October – War en U2

U2 nagetekende hoezen Boy en War

De eerste dag van oktober, de regen en twee van mijn tekeningen uit 1985 leiden mij naar de vroege jaren van U2. Ik moet zoeken naar woorden en hou het daarom bij hun muziek. Een selectie van drie nummers die je bijna nooit meer hoort. Onterecht, vind ik.

Van het album Boy (tekening links) het mysterieuze The Ocean.

Van het album October het titelnummer.

And kingdoms rise / And kingdoms fall / But you go on …

En van War (tekening rechts) het nummer Drowning man, waarin Ierse muziek doorklinkt.

Voldoening uit creatief werk

oog voor kunst in de natuur

Wat zou het mooi zijn als we allemaal van onze liefhebberij ons werk konden maken. Een hobby-bioloog leidt onze groepswandeling in het bos. Regelmatig staan we stil. Want hier groeit een zoutminnend plantje en daar een aardig bloempje. De gids praat enthousiast en neemt veel foto’s. Hij maakt uitgebreide fotoverslagen voor op internet, vertelt een vrouw. Het geeft hem zichtbaar voldoening.

Zelf is ze een semiprofessionele schilderes. Ze komt bescheiden over, maar heeft eens de Gelderlander Kunstprijs gewonnen met haar werk. Ook verzamelt ze al jaren mooie afbeeldingen en citaten. Die combineert en verwerkt ze tot collages in plakboeken. Soms vraagt ze zich af of er mee door zal gaan. Toch koopt ze steeds weer nieuwe lege albums. Want als ze depressief is, zegt ze terloops, dan bladert ze er graag in. Ze heeft er 26.

Ik kan me voorstellen hoe creativiteit haar opbeurt. Het is heerlijk om jezelf te verliezen in kunstzinnig werk. Om op die manier uiting te geven aan wat belangrijk voor je is. Daarbij helpen de mooie plaatjes en citaten haar om zichzelf terug te vinden. In plakboeken doet zij iets vergelijkbaars als wat ik doe op dit blog.

Er is een klik en herkenning. Ik ontmoet niet zo vaak mensen die op een leuke manier praten over teksten, kunst en fotografie. Over hoe je met gedachten speelt en dwarsverbanden legt. Over hoe je daar in woord en beeld uiting aan geeft. Ze is ook naar de kunstroute geweest.

Ik vertel hoe een blogger mij aanzette tot het maken van de serie ‘Spiegelingen in het water’. Sowieso vind ik fotoblogs van anderen leerzaam. Ook van boombladeren staat een serie op dit blog. Onderweg vind ik een gedroogd blad van de Amerikaanse Eik en toon haar dat als voorbeeld. Geleidelijk ontstaat er een momentum: een punt waarop we elkaar beginnen te inspireren. Twee personen die korte stiltes kunnen laten vallen, terwijl onze gedachten verder gaan. Maar iemand wil per se tussenbeide komen en wat in de lucht hangt, vervliegt.

Vlak voor het afscheid komt de schilderes nog even naar me toe en toont een gevonden bramenblad met spikkels. ‘Als je er eenmaal op bent gewezen, ga je het zien.’, zegt ze. 😉

Aha, dat zit natuurlijk zo!

Meningen op basis van veronderstellingen hebben we allemaal. Naarmate onze levenservaring uitbreidt, denken we het steeds beter te weten. Veel situaties hebben we tenslotte al eerder voorbij zien komen. We zien de acties van een ander en vinden al gauw een verklaring binnen ons referentiekader. Dus combineren we handeling A met gegeven B en veronderstellen we dat daar C uit zal komen. Hebben we de uitkomst te pakken, dan zijn we content. ‘Dat zit natuurlijk zo.’, denken we. Daarna gaan we achteloos verder.

Ik betrap mezelf soms op veronderstellingen, terwijl ik heilig geloof in de ‘Is dat zo?’-vraag. Neem mijn buurvrouw. Toen ze de sleutel kreeg van haar woning, stuitte ze op grote verborgen tekortkomingen. Ze was net gescheiden, het werd winter en noodgedwongen bivakkeerde ze in een stacaravan. Toch bleef zij de vrolijkheid zelve. Ze bood elk probleem moedig het hoofd en klaagde nooit.

Toen dacht ik: ‘Wat kan je anders? Je kan wel gaan janken, maar wat helpt dat? Trouwens, als je net een nieuwe woning hebt, zit je op een roze wolk. Valt het zwaar tegen, dan wordt je nog door een soort verliefdheid beschermd. En anders laat je je toch niet kennen. Zeker niet tegenover je nieuwe buurvrouw.’

Voor mij was al duidelijk hoe het zat. Maar onlangs deed ik een bakkie bij haar en daarbij kwam haar jeugd ter sprake. Ze vertelde dat ze negen jaar van haar kindertijd heeft doorgebracht in de brousse van Zaïre (nu Congo-Kinshasa). Had ze kiespijn, dan moesten ze over onbegaanbare wegen naar de tandarts in buurland Oeganda. En ik dacht: ‘Donker Afrika in de jaren zestig/zeventig! Als je ergens flexibel leerde omgaan met tegenslag, was het daar en toen wel. Dit verklaart alles.’

Hardop legde ik de link met haar begintijd hier en haar jeugdjaren daar. En inderdaad beaamde ze dat haar pragmatische levenshouding daaruit voortkwam. Echt, we kunnen nog zo veel leren; ook van het leven in Afrika.