Bekijk het eens vanuit een andere positie

In mijn duffe hoofd zit ik nog na te tollen van gisteren, toen er iets losschoot in een spaak gelopen kwestie. De buurman. Het toewerken naar een doorbraak en een oplossing vergt al mijn denkkracht, fysieke energie, creativiteit en strategische kennis. Daarom moet ik dit stap voor stap doen. Maar. Draai een kwart slag en bekijk de zaak dan opnieuw.

Want waarom denkt de buurman al 35 jaar lang dat hij het zich kan permitteren om maling te hebben aan zijn naast wonende buren? Kennelijk komt hij altijd weg met wat hij doet. Ik dacht eerst dat dit kwam, omdat hij zijn imago mee heeft. Het is nu tenslotte een oude en fysiek kwetsbare man.

Flarden van gesprekken met vorige eigenaren en oude buren komen weer boven. Uitspraken, die ogenschijnlijk weinig verband met elkaar houden, vallen samen met mijn eigen ervaringen in de afgelopen jaren. En dan de laatste woorden, die buurman tegen mij heeft uitgesproken: ‘Als je nog één keer over het onderhoud begint, dan gebeurt er wat!’ Ik dacht toen bij mezelf: Wie breng je daarvoor mee dan?

Ja, bekijk de zaak eens vanuit een andere positie. Kijk ook naar welke andere partijen erbij betrokken waren. Oorspronkelijk, in de jaren tachtig. En beschouw hoe bepaalde instanties zich naar mij toe hebben opgesteld. Ik ben degene die hier pas veel later is komen wonen, maar nog altijd met de nasleep van toen geconfronteerd wordt. Tot besluit: de Vraag der Vragen. Hoe zit het met de financieringsstromen?

Dus had ik opnieuw een e-mail verzonden naar een van de betrokken partijen. Een partij die de buurman bijstond en mijn bericht al een jaar lang niet had beantwoord. Ik had daarin een vergelijking gemaakt met de toeslagenaffaire. Gewoon, omdat ik in precies zo’n zelfde nachtmerrie-scenario ben beland. En verder had ik bij een andere betrokken partij een gesprek aangevraagd, met vermelding dat de kwestie mij na twee jaar nog bijzonder hoog zit. Omdat er voor mij niets is opgelost, terwijl er een compleet hulpverlenerscircus om mijn arme ‘kwetsbare’ buurman heen draait.

Die buurman heeft zijn dreigement inderdaad korte tijd later waargemaakt. Hij heeft zijn buurvrouw met alle mogelijke verzinsels en onbekende ‘vertrouwelijke informatie’ bij een officiële instantie zwart gemaakt.

Ja. Kijk naar een Engelse detectiveserie en het is immer hetzelfde verhaal. Je wordt steeds tot het eind toe op een dwaalspoor gezet door de vele zijdelings spelende en minder relevante schandalen, die door het onderzoek naar de moordenaar worden opgerakeld. Iedereen heeft wat te verbergen. Niemand, inclusief meerdere betrokken partijen, uitgezonderd.

Dat gesprek heeft een openingetje opgeleverd en nu beginnen de radertjes opnieuw te draaien.

De grote schoonmaak van een blog

In november hou ik meestal de jaarlijkse grote schoonmaak van Raam Open en deze keer pak ik dat extra uitgebreid en grondig aan. Want waarom oude logjes laten rondzwerven op internet als je er op uitgekeken bent of niet langer achter de inhoud staat? Ik hanteer ruwweg de volgende criteria:

Interesseert het onderwerp van een logje mij nog? Is het relevant? Er mag best iets grappigs tussen staan. Maar denk ook aan de enorme energieverspilling, veroorzaakt door de ontstellende hoeveelheid onzin online. En dan de foto’s: zijn die wel echt de moeite waard?

Word je blij, trots of nieuwsgierig als je een oude logtitel terugziet in de statistieken van je site? Dan is het goed. Zo niet, dan kan het logje weg.

Stel dat je vanaf morgen niets meer kan wijzigen op je blog; wat wil je dan achtergelaten hebben op het internet?

Teksten over persoonlijke en actuele zaken worden snel door nieuwe gebeurtenissen ingehaald. En geleidelijk aan kan je van mening veranderen. Dergelijke logjes schrap ik direct. Soms is een deel of de gehele tekst verouderd, maar staan er wel opmerkelijke observaties in. Die breng ik in een verzamellogje met gewiste citaten alsnog onder de aandacht. En er ontstaat vanzelf een voorraad foto’s uit gewiste logjes. Die je kan recyclen en opnieuw presenteren. Zie boven.

Deze keer ga ik het totale aantal sinds 2013 gepubliceerde logjes drastisch terugbrengen. Dat dwingt mij om kritisch te kijken naar elk afzonderlijk logje. Ik loop ze allemaal door en maak een eerste ruwe schifting. Daarna zal ik een maximaal aantal logjes per jaar bepalen. En dan begint het ware sloopwerk.

Soms moet je rigoureus te werk gaan voor een mooi resultaat.

PS: Bij deze opruiming zijn 635 logjes geschrapt en 643 logjes overgebleven. De statistieken waren namelijk nogal ontnuchterend. Om niet te zeggen: ontluisterend. Het overgrote deel van de berichten wordt kort na publicatie gelezen en daarna vrijwel nooit meer. Wat overgebleven is, zijn de logjes waar ik tevreden over ben. En bij twijfelgevallen gaven de statistieken de doorslag. De les: op internet heerst de waan van de dag. Bloggen doe je omdat je het leuk vindt; voor eeuwige roem is dit medium te vluchtig. (Tenzij je écht iets te melden hebt, want mijn familiewebsite trekt de aandacht zelf wel.)

Naar een andere dimensie

‘Sorry voor het ongemak.’, zegt ze. Ze heeft zojuist vertelt dat er iets mis is gegaan met de afspraak. Daardoor vervalt de helft van de beschikbare tijd. Over ongemak gesproken. ‘Er gaan al zo veel dingen mis in mijn leven.’ Het is er ineens uit. Het was niet mijn bedoeling om het daar hardop te zeggen. Dat doe ik alleen thuis.

En als ze daarna vraagt of ik erover wil praten, zeg ik dat ik toch niet terecht kan bij haar. Het woordje ‘nu’ in deze zin valt weg. Nu, bedoel ik, want tijd is weer schaars. Door al het gepraat resteert er nog minder van. Dat is wat ik denk. Ik voel mij opgejaagd; er is kennelijk haast, en wat ik bedoel, komt er beroerd uit.

Escaleren. Werkwoord. Stapsgewijs toenemen in omvang, intensiteit. Uit de hand lopen.

Functionele escalatie. Overdragen van een incident, probleem, of toewijzing aan een technisch team met meer expertise om bij de escalatie te assisteren.

Binnenkort heb ik een gesprek. Frappant genoeg heeft dat vooruitzicht direct effect. Want zo’n gesprek met een professional wil ik voorbereiden. Hierdoor ontstaat een breuk in een vast gedachtepatroon. Zelfs is er even de herkenning van een oudere mentale staat. Eentje die naar het era van de Grote Reizen teruggaat. Een periode vol nieuwe ervaringen, die enkele momenten van luciditeit veroorzaakten. Dan is het alsof je een opening naar een andere dimensie ontwaart.

Deze ervaring vormt een mooi bruggetje naar de 2Doc documentaire Blue Monday. Daarin komen drie jonge mensen aan het woord, die psychoses hebben meegemaakt. Bij een persoon leidde zijn psychoses hem uiteindelijk naar zijn biologische vader. Bij een ander wordt vooral inzichtelijk hoe hij worstelt met zijn positie en de verwachtingen van onze maatschappij. De derde persoon is het meest aards. Zij mist haar psychoses weleens. De meeste mensen zien enkel de waanzin of de ziekte als probleem. Maar: ‘in andere culturen wordt een psychose als bron van wijsheid en inzichten gezien.’

Overigens, een vroegere ervaring met een coach leerde mij dat je mentaal stevig in je schoenen moet staan om goed met sommige hulpverleners om te gaan.

De verlossende leugen

‘Olivier Locadia heeft onlangs de hulp van een diëtist ingeschakeld. Zijn ongezonde relatie met eten is terug te voeren op zijn jeugd. Hij werd door zijn verslaafde moeder soms dagen alleen thuisgelaten zonder eten. Nu hij zelf jonge kinderen heeft, merkt hij dat hij geen idee heeft hoe hij ze moet leren met eten om te gaan.’, schrijft Katja de Bruin in ‘Als de maat vol is’, in de VPRO Gids.

Ik citeer nog even verder, omdat het volgende zo waarachtig mooi is: ‘Ik wil niet eindeloos blijven zeggen: ik heb het als kind niet geleerd. Op een gegeven moment had ik het mezelf moeten leren en dat heb ik niet gedaan.’

Respect, man.

Vooruit, nog één stukje dan. ‘Ik zie ook wel dat het meer gevolgen voor me had dan ik dacht. […] Toen kwam ik erachter dat ik niet helemaal eerlijk was tegen mezelf. Niet dat ik echt aan het liegen was, maar ik bleef gewoon een beetje weg bij de waarheid.’

Ik lees het wanneer ik voor de derde maal met iemand heb geprobeerd om het gesprek aan te gaan. De laatste keer wat mij betreft. Omdat er wederom keihard tegen mij gelogen is. Aangezien die ander zelfs de eenvoudigste feiten niet onder ogen komen wil, of kan.

Dan ga je wild om je heen slaan. Dan ga je ontkennen. Dan ga je zeggen ‘dat je je er niet bewust van bent geweest.’ Terwijl het al zo vaak is voorgevallen, met negatieve reacties tot gevolg, dat dat echt godsonmogelijk is. Maar negatieve reacties zijn ook aandacht.

En uitgesproken vanaf een zekere leeftijd, in combinatie met de juiste blik en toon, kom je er vaak wel mee weg. Vooral bij degenen die vanwege hun professie of hun relatie met jou van goede wil zijn. Bovendien geloof je het zelf, wanneer je het vaak genoeg zegt.

Een nichtje vertelde onlangs hoe zij nog weleens kan terugverlangen naar haar onbevangenheid van toen ze twintig was. Dat je dan nog niet alles weet van wat er in de wereld speelt.

In een ander opzicht heb ik een vergelijkbare weg als Olivier afgelegd. Mijn pubertijd herinner ik mij als een grote waas. Als een periode waarin er nog zo veel onduidelijk en raadselachtig was. Sociale contacten, waarom mensen op bepaalde manieren reageerden, welke invloed ik daar zelf mogelijkerwijs op had.

Maar ik verlang echt niet terug naar die tijd. En die laatste leugen, die voor mij nu zo kristalhelder een onwaarheid was, die bevrijdde mij. Waarna de situatie niet beter werd, maar het wel direct lichter was in mijn hoofd.

Als je weinig mensen spreekt

Mijn vermoeden is dat de verbindingen tussen onze hersencellen verschrompelen en uiteindelijk loslaten als we te weinig meemaken of mentaal worden uitgedaagd. Menselijke interactie is een uitdaging. Kennis opdoen ook. Doorgaans kan ik prima alleen zijn en mij best vermaken. Ik heb geen enorme behoefte om dagelijks met iemand te praten. Sinds de coronamaatregelen bestaan, ontmoet ik echter minder mensen dan ik gewend ben.

Wanneer je een hele dag niemand spreekt, kan je je zomaar ineens gaan afvragen of je nog wel normaal bent. Tenslotte laat je mentale staat zich alleen goed testen in het contact met andere mensen.

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.

Ben moe

(Nog vier dagen tot de opening.)

‘Lieve God,’ schreef ik eerder deze week in mijn schrift vol dingen die ik nog moet, ‘geef mij alstublieft sneller werkende hersenen, zodat ik mijn werk als waakhond efficiënter kan doen. U weet dat ik bezig ben met die foto-expositie. Nou, wat mij nu toch weer is overkomen …’ Hier bleef het bij, omdat ik te moe was om verder te schrijven en dan worden mijn hersenen sloom.

In mijn hoofd tolde van alles rond en dat kost veel energie. Dat heb ik altijd wanneer iemand onzalige ideeën door wil drijven en zonder overleg zijn of haar eigengereide ding gaat doen. Uiteindelijk heb ik alles af kunnen wenden en daarom gaat het nu goed.