Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.

Ben moe

(Nog vier dagen tot de opening.)

‘Lieve God,’ schreef ik eerder deze week in mijn schrift vol dingen die ik nog moet, ‘geef mij alstublieft sneller werkende hersenen, zodat ik mijn werk als waakhond efficiënter kan doen. U weet dat ik bezig ben met die foto-expositie. Nou, wat mij nu toch weer is overkomen …’ Hier bleef het bij, omdat ik te moe was om verder te schrijven en dan worden mijn hersenen sloom.

In mijn hoofd tolde van alles rond en dat kost veel energie. Dat heb ik altijd wanneer iemand onzalige ideeën door wil drijven en zonder overleg zijn of haar eigengereide ding gaat doen. Uiteindelijk heb ik alles af kunnen wenden en daarom gaat het nu goed.

Zwemherten lappen regels aan hun laars

Soms staan er nieuwsberichten in de krant die ondenkbaar zouden zijn in menig ander land. Dat komt omdat wij Nederlanders ons postzegeltje grond moeten delen met miljarden andere wezens. Vanzelfsprekend geeft dat weleens problemen. Daarom hebben wij een sterke behoefte aan regels. Vooral nu er weer van die eigenwijze zwemherten zijn in Flevoland.

‘Ze maakten gebruik van een nieuw ecoduct, trokken zich niks aan van de afspraak dat dit maar aan een paar herten was toegestaan en zwommen door het Veluwemeer naar de overkant.’, schrijft Onno Havermans in Trouw, 4 augustus 2020.

Die herten moeten echt eens leren lezen. Want, en ik citeer: ‘Onze insteek is de nulstand.’, volgens Arnold Michielsen, voorzitter van LTO Noord in Flevoland. Hij stuurde namens LTO Noord een brief naar de provincie.

De Vereniging Het Edelhert (VHE) denkt hier toch wat genuanceerder over: ‘Op termijn moet dus rekening worden gehouden dat er soms een edelhert het randmeer oversteekt. Dit vraagt om afstemming met de provincie.’ Zo valt te lezen in het jaarverslag 2019-2020.

Laten we overschakelen naar de provincie. ‘We hebben wel beleid, maar dat geldt voor de edelherten in de Oostvaardersplassen.’, erkent Yang Yang Chiu, woordvoerder van gedeputeerde Harold Hofstra.

Maar ja, die recalcitrante zwemherten raadplegen nooit een plattegrond en ze lezen geen enkel beleidsdocument.

Jan Griekspoor, faunacoördinator Gelderland en Flevoland bij Staatsbosbeheer, weet hoe dit komt. ‘Je houdt ze niet tegen, afschot maakt niet uit. Jonge dieren gaan op pad, dat is de kracht van de natuur.’

Volgens mij verdient het artikel ‘Flevoland verdeeld over zwemherten’ van Onno Havermans de hoofdprijs 2020 voor het prachtigste proza in komkommertijd.

Zo druk je die plannen er wel door

Vergaderen lijkt zo eenvoudig. Je zit met wat mensen om tafel en bespreekt een aantal zaken. Daarbij volg je een agenda. Om de beurt vertel je wat je doet en lever je professionele input. Wanneer iemand spreekt, luisteren de anderen. Daarna neem je gezamenlijk besluiten. Je verdeelt nieuwe taken en noteert belangrijke afspraken. Dat is alles. De vergaderingen van ons vrijwilligersclubje echter, verlopen een beetje anders. Wat zeg ik? Het is totale chaos!

Persoonlijk vind ik dat je eerst een opleiding psychologie moet doen, voordat je aan vergaderingen begint. Want je denkt misschien dat het over de agendapunten gaat, maar dat is niet altijd zo. Het draait evenzeer om belangen, om gevoelens en om onuitgesproken verwachtingen. Bovendien brengt iedere deelnemer zijn eigenaardigheden mee. In dat opzicht helpt de Belbin test, en het bestuderen van de Roos van Leary.

Daarnaast vind ik dat een studie politicologie vereist is. Tenminste, wanneer je met door de wol geverfde types in een vergadering zit. Je zou het bij onze gemoedelijke vergadering niet verwachten, maar hier speelt de hogere kunst van het plannen erdoor duwen. En het gaat er soms behoorlijk slinks aan toe.

Wat bijvoorbeeld goed werkt, is een onrustige sfeer creëren. Sta midden in de bespreking van een agendapunt op om voor iedereen koffie te gaan halen. Of beter: hou met een of twee deelnemers onderonsjes, terwijl de vergadering gaande is. Dat leidt af en zorgt later voor twijfel. Dan kan je de volgende keer zeggen: ‘Oh, maar dat hebben we de vorige keer al besproken.’ Hoe chaotischer, hoe beter. Met wat geluk mist de notulist dan precies de besluiten die jou minder goed uitkomen.

Beter nog is om zaken voor te bespreken met een invloedrijk persoon. Je merkt snel genoeg wie dat is. En verwacht je van iemand een tegenstem, zorg dan dat de dwarsligger pas tijdens de vergadering informatie krijgt, terwijl de rest al op de hoogte is. Moffel kritieke punten diep weg in een tekst. Wellicht lukt het om je document meteen al in stemming te brengen.

Wat ook helpt, is dit. Benader een enthousiaste trainer en hou die een wortel voor. Beloof bijvoorbeeld ruimte voor exposure, ook al ga jij daar niet over. Vervolgens laat je de trainer met verve een workshopvoorstel presenteren. Dat vergroot de gunfactor. Degene die dan bezwaren uit, wordt vanzelf gezien als spelbreker.

Maar de beste manier is structureel elk tegengeluid negeren, en steeds opnieuw hetzelfde oude voorstel indienen. Desnoods drie keer. Stuur het gauw per ongeluk ongewijzigd naar een fonds voor subsidie. Dan kan je achteraf zeggen: ‘Oeps, het stond nog in het plan. En ze hebben het al goedgekeurd. Nu moeten we het wel zo uitvoeren.’

Hou dat ongevraagde advies maar

Een van de vrijwilligers voor werkzoekenden twijfelt al jaren welke kant zij op wil met haar carrière. Het lijkt voortdurend alsof zij om advies verlegen zit door de weifelende manier waarop zij praat. Dus is er altijd wel iemand die haar voorziet van goedbedoelde raad. Alleen dat is niet de bedoeling. ‘Advies is als een klap in mijn gezicht’. Zo ervaart zij dat. Ze beseft nauwelijks hoezeer haar houding bij anderen de behoefte oproept om advies te geven.

Ongevraagd advies geven is een riskante bezigheid. Toegegeven; ik maak mij er soms ook schuldig aan. Het wordt je vaak niet in dank afgenomen. Op de ontvanger komt het namelijk al gauw dominant, betuttelend en bemoeizuchtig over.

Zelf zit ik evenmin te wachten op ongevraagd advies. Toch denken anderen kennelijk dat ik daar behoefte aan heb. Een goede verstaander zou aan mijn toon of vertelstijl best kunnen afleiden dat advies onwenselijk is. Dan wil ik slechts mijn verhaal kwijt, meer niet. Maar veel raadgevers beginnen eerder met praten dan met luisteren, vandaar.

Ben jij ook zo iemand die ongevraagd advies wil geven? Vraag jezelf dan eerst af waarom je dat wil. Want wat zijn je achterliggende beweeg-redenen? Wil je de ander werkelijk helpen? Of wil je jezelf bewijzen? Wil je de ander afhankelijk maken? Voel je je soms superieur? Zie je de ander wel staan? Misschien wil je die ander vooral corrigeren op basis van je eigen normen en waarden. Deze zouden weleens kunnen afwijken van wat de adviesontvanger belangrijk vindt.

En als je beslist advies wil geven, vraag jezelf dan ook eerst af of je goed hebt geluisterd naar de ander. Klopt het wat je denkt dat je begrepen hebt? Verifieer dit gewoon. Want voordat je het weet, ontstaat er een misverstand.

En als je dan toch per sé advies moet geven, weet dan dat de ander volledig vrij is om het advies naast zich neer te leggen. Want die ander heeft helemaal niet om jouw advies gevraagd. En het gaat tenslotte om zijn of haar eigen leven.

Voor de goede orde: ik heb niemand gedwongen om tot hier te lezen. Daarom volgt hier mijn welgemeende raad over advies geven. 😉

Wees oprecht belangstellend. Luister. Leef je in. Begin niet gelijk over jezelf. (Nee, ook niet met voorbeelden uit je eigen leven.) Toon begrip en vel geen oordeel. En tot besluit: check of de ander advies wenst. Dan help je iemand echt.

Je moet ook altijd overal zelf achteraan

Dit is weer zo’n situatie. Zo een waarvan ik weet dat ik maar beter even niets kan doen. Omdat het mij heel hoog zit. Omdat ze niet terugbellen. Omdat ze mij maar laten wachten. Omdat ze hun beloftes weer niet waarmaken. Omdat ze mij niet serieus nemen, zeker? Omdat je ook nooit van die mannen op aan kan. Omdat al die bouwvakkers niet te vertrouwen zijn. Wel mooie praatjes, hè. Maar gewoon zelf die telefoon pakken en eindelijk een afspraak maken en vervolgens netjes het werk uitvoeren? Ho maar.

Ik Moet Ook Altijd Overal Zelf Achteraan.

Nee, op zulke momenten kan ik maar beter even niet bellen, mezelf kennende.

Denk aan hoe het je vroeger op kantoor deed. Denk aan die SMART-afspraak. Zet ze verbaal klem. Net zo ferm tot ze toezeggen wat je horen wil. Je kan het wel. Je hebt het voor je werk zo vaak gedaan.

Als het mij niet lukt, dan ligt het aan mij. …

Maar met zulke zelfdestructieve gedachten kom je er niet.

Eerst koffie.

Dan bellen.

Tring, tring.

[Zijn vrouw neemt de telefoon aan.] Ik doe kort mijn verhaal en laat een stilte vallen om haar een reactie te ontlokken.

‘Ja, hij komt deze week.’, zegt ze vriendelijk. ‘Op woensdag, donderdag of vrijdag. Ik wilde even wachten met bellen, want het is zo vervelend als het andere werk uitloopt en het toch een dagje later wordt.’

Slik.

Wat moet ik nou met al die opgehoopte adrenaline doen?