Als je maar geen spijt krijgt

barriere of opening

In het Engels bestaat de uitdrukking better safe than sorry. Ofwel: speel liever op zeker, zodat je nergens spijt van krijgt. Dat kan verstandig zijn, bijvoorbeeld in een potentieel onveilige situatie. Angst is de basis van deze uitspraak.

In mijn leven heb ik al herhaaldelijk (grote) risico’s genomen, juist om spijt te voorkomen. Spijt achteraf, omdat ik een kans had laten schieten. Spijt, omdat ik die reis niet had gemaakt. Bang om op mijn oude dag terug te kijken en dan te denken: ‘Had ik maar …’ Spijt kortom, omdat ik niet durfde te leven.

Controle is een illusie en angst is een slechte raadgever.

Voor de mooiste ervaringen moet je soms in het diepe springen. Op de tast een donkere kamer in gaan. Contact maken, een nieuwe relatie beginnen. Iets uitproberen, fouten maken, flink op je gezicht gaan. En weer opstaan. Daar groei je van.

Training geduld in limbo

Bestaan er mensen die graag in limbo verkeren? In limbo, dat is zoiets als in de wachtkamer zitten zonder dat je weet of aan de beurt komt. Ooit. Het is belangrijk, maar je hebt zelf geen invloed. Je bent van anderen afhankelijk en kan slechts hopen dat het goed afloopt. De meesten van ons zitten liever zelf achter het stuur en dóen iets. Maakt niet uit wat, als er maar vooruitgang is. Geduld is een aangeleerde eigenschap. Weinig maakt ons zo ongedurig, of bezorgt ons zo’n machteloos gevoel, als langdurig in limbo verkeren.

Zit je lang in de wachtkamer, dan wisselen geduld en ongedurigheid elkaar af. Geduld bestaat uit je verstand gebruiken en je hoofd koel houden. Rationeel zijn. Ongedurigheid ontstaat wanneer je je laat meeslepen en frustratie de overhand krijgt. Meestal ben je dan niet meer rationeel. Op zo’n moment kunnen je gedachten flink met je aan de haal gaan. Voordat je het weet, beeld je je zaken in die er niet zijn. In zo’n fase verkeert je geduld zelf ook in limbo.

Ik ken mezelf. Ik weet heel goed wanneer ik vooral niet moet bellen om te vragen hoe het ermee staat. Of er al voortgang is. (‘Al’? Hoezo: ‘al’? Moeten ze nu nog overleggen? Het besluit had toch allang gevallen moeten zijn?!!)

Rustig nou. Komt goed.

Een zwaar leven

Je hebt mensen die zichzelf troosten met de gedachte dat anderen het nog veel zwaarder hebben dan zijzelf. Dat geeft hen kennelijk een goed gevoel. Nou, ik behoor niet tot die groep. Soms vind ik mijn leven dus heel erg zwaar.

Maar ik laat mij niet gek maken, hoor. Ik kan het omslagpunt gewoon afwachten. Want dat komt altijd, vroeg of laat. Zodra het genoeg is geweest. Dat is het moment waarop al mijn energie samenbalt en mijn focus haarscherp wordt. Succes verzekerd.
(Althans, dat hoop ik deze keer ook maar weer.)

Foto – Screen shot uit Mad Max II.

Verknipte mannen en een gestoorde hond

Deze week dacht ik even aan Anne Faber. Anne werd ruim een jaar geleden door een psychisch gestoorde man verkracht en vermoord. Dergelijk geweld tegen vrouwen vindt helaas continu plaats. Overal ter wereld, 24/7, fysiek en mentaal. Op elke denkbare manier. Binnen gedwongen huwelijken is geweld tegen vrouwen ‘normaal’. Zulke verbintenissen zijn in grote delen van de wereld gangbaar. En slavernij tiert nog welig in het Midden-Oosten, Azië en Afrika. Alleen is de naam van deze arbeidsverhouding nu anders.

In ons liefelijke landje is verkrachting aan de orde van de dag. Dat gebeurt onder de noemer van (betaalde) seks, maar wel met vrouwen die hier onder valse voorwendselen naartoe zijn gebracht. In de VS kan zogenaamd ‘white trash’ binnen dat land als sekswerker worden ‘verkocht’. Het levert veel geld op, dus deze verdienmodellen blijven.

Ook mannen met psychische stoornissen blijven nog wel even. Evenals mannen met een beroerde opvoeding of iets teveel drugs in hun bloed. Het probleem is dat sommigen van hen minder goed kunnen omgaan met vrouwen. Diep in hun hart zijn ze er misschien bang voor. Dus moeten vrouwen eronder worden gehouden.

Op een dag fotografeer ik paddenstoelen op een bebost landgoed. Het park grenst aan Arnhem en er wandelen mensen met loslopende honden rond. De meesten zijn goed opgevoed. Maar niet allemaal. Daarom zit ik met een vraag. Wat denkt een hond als hij aanvoelt dat zijn verknipte baasje bang is, of minachting voelt, voor iedere loslopende vrouw die hij daar tegenkomt?

Beoordelen, oordeel, veroordelen

Esther Gerritsen is voor mij als denker een groot voorbeeld. Zij schrijft deze week in de VPRO-gids over een nieuw fenomeen. Bij Uber is ze namelijk als klant beoordeeld. ‘… nu heb ik dus ook een beoordeling gekregen van mijn chauffeurs. Passagiersbeoordeling: 4.89 uit vijf. ‘Je doet het geweldig,’ stond erbij in de mail. Zelfs als passagier kun je falen en slagen.’ Vertwijfeld vraagt Esther zich af hoe zij die 0.11 punten heeft verloren. ‘Hoe word je een perfecte klant? Moet je een perfecte klant willen zijn?

Een kernteamlid van de werkgroep voor en door werkzoekenden stuurt een tip door. Op LinkedIn is een recruiter aan het woord. Motivatiebrieven worden nauwelijks gelezen, vertelt zij. Recruiters kijken hoofdzakelijk naar CV’s. Eigenlijk is een motivatiebrief passé. Je moet een videosollicitatie insturen, daar maak je kans mee.

Natuurlijk, de recruiters van nu zijn hooguit 25 jaar oud. Die zijn met internet vertrouwd. Zij zijn het gewend om zich, naar Amerikaans voorbeeld, continu voor het oog van de lens te presenteren. Is er überhaupt iets veranderd? We beoordelen en veroordelen elkaar toch altijd al doorlopend. Vergeleken met dertig jaar geleden zijn hooguit de middelen veranderd. Maar ik verdom het. Hier ga ik niet meer in mee.

Zal ik dan eens vertellen over mijn laatste sollicitatiegesprek, nu anderhalf jaar geleden? Het ging om een baan als projectondersteuner waarvoor ik door een uitzendbureau was voorgedragen. De intercedent had zowel mij als de potentiële werkgever nog nooit ontmoet. Ik had vooraf wel vragen, maar die kon zij niet beantwoorden. Ik moest maar gewoon op gesprek gaan.

Op de afgesproken tijd kom ik bij het bedrijf aan. De persoon met wie ik de afspraak heb, staat mij al bij de ingang op te wachten. Het kantoor zit in zo’n bedrijfsverzamelgebouw waarvan de receptionist is wegbezuinigd. We lopen de trap op naar de tweede verdieping en daarna een lange gang door naar een vergaderkamer. Hij vraagt wat ik wil drinken (koffie) en gaat naar een andere ruimte om dat te halen.

Het duurt wel een minuut of vijf voordat hij terugkomt. Terwijl ik wacht, denk ik dat hij nog wat documenten moet verzamelen. Redelijk kalm geniet ik intussen van het uitzicht. Maar wanneer hij terugkomt, blijkt dat hij zijn conclusie al heeft getrokken. Hij zegt meteen dat hij heeft besloten dat het niets wordt. Voordat ik een slok van de koffie heb kunnen nemen, kan ik weer gaan.

Alleen doe ik dat niet. Daarvoor heb ik al veel te veel sollicitatieprocedures moeten doorstaan. Veel te veel. Veel meer dan mij door voorbarige oordelen van anderen had moeten worden aangedaan.

Dus blijf ik zitten en maak ik rustig een belangstellend praatje. Hij mag dan de directeur zijn van een internationaal opererend bedrijf, hij zit zichtbaar met de situatie in zijn maag. Uiteindelijk ontspant hij een beetje en wordt de sfeer best aangenaam. Nadat ik mijn koffie heb opgedronken, pak ik mijn tas en neem ik vriendelijk afscheid. Daarna ben ik opgestaan en weggegaan.

Meer energie dankzij vetverbranding

Wanneer je energieniveau hapert, beperkt dat je mogelijkheden. Sinds ik een aangepast dieet volg, val ik echter van de ene verbazing in de andere. Niet alleen zijn de aanvallen van hypoglykemie bijna verdwenen (na veertig jaar!) Nu mijn lichaam vet verbrandt, komt ook mijn normale energieniveau terug. En daarmee mijn bewegingsvrijheid.

In 2003 deed ik nog mee aan de Heuvelland vierdaagse. Dat betekent vier dagen achtereen 28 kilometer wandelen door het glooiende Limburg. Maar mijn stofwisseling werd de afgelopen jaren steeds minder efficiënt. Ik moest alsmaar meer eten om genoeg energie te krijgen. In 2016 werd een tocht van 21 kilometer mijn Waterloo. Het gebeurde in de Achterhoek; de grens was bereikt. Vanaf toen werd 18 kilometer mijn maximum.

Je gaat dan van alles verzinnen. Het zal de leeftijd zijn, of de overgang. Of je beweegt te weinig. Iemand zei dat ik wat aan mijn conditie moest doen. Dat ik al jaren voornamelijk op suikerverbranding leefde in plaats van op vetverbranding, had ik nooit kunnen bedenken. Nou ja, er kwamen wel wat kilootjes bij. Dat werd trouwens ook meteen een reden waarom ik niet meer zulke lange wandeltochten kon maken. Want die extra kilo’s sleep je mee.

Gelukkig is er nu een keerpunt bereikt. Dat was al te merken bij twee wandelingen vorige week. Eindelijk voel ik me weer energieker, en dat urenlang. Zoiets geeft zelfvertrouwen. Ja, dit biedt zelfs perspectief voor de toekomst. Als deze ontwikkeling doorzet, kan ik namelijk werk aannemen dat veel beweging vereist. Want ook dat behoorde al heel lang niet meer tot de mogelijkheden.

Daarom is het voor mij onbegrijpelijk dat drie huisartsen jarenlang van mijn stofwisselings- en energieproblemen hebben afgeweten, maar nooit adequaat hebben ingegrepen.

Oh ja, er is inmiddels vier kilo af. Wel is het morgen 3 oktober, dus dan komt er tijdelijk weer een pondje bij.

Het ‘misschien is het wel wat waard’- syndroom

Ineens zie ik overal gedateerde frutsels om mij heen. Na de verhuizing kregen ze een plekje en nu staan ze maar te staan. Een plantenpot met een barst. Een melkkannetje uit de jaren negentig, gekocht met Douwe Egberts punten. Souvenirs van ruim dertig jaar geleden. Overal kleven verhalen aan, maar de gevoelsmatige band is verdwenen. Daardoor zie ik alles voor wat het werkelijk is: ballast. Dus weg ermee. Hoewel dat makkelijker is gezegd dan gedaan. Want ik ben erfelijk belast met het ‘misschien is het wel wat waard’- syndroom.

Mijn moeder ziet overal waarde in, zelfs wanneer anderen dat niet zien. Maar wil je iets verzilveren, dan moet je eerst de spreekwoordelijke gek vinden die er geld voor over heeft. Zo bewaar ik al sinds mijn kindertijd piepkleine flesjes, stenen beeldjes en houtsnijwerkjes. Ze passen in een letterbak en waren vroeger razend populair. Er zit een parfumflesje bij uit de jaren veertig of vijftig. Het dopje ontbreekt. Toch is dat glazen flesje vintage. Zal ik ermee op Marktplaats gaan leuren of niet?

Verder weet je nooit of iets nog van pas kan komen. En weg is weg. Ik kan veel spullen tamelijk rückzichtslos weggooien. Maar er zijn altijd uitzonderingen. Zo bewaar ik een set ‘Officially used playing cards from hotel Sahara, Las Vegas’ van een vakantie uit 1984. Ook heb ik een kaartspel van Hooghoudt Kalmoes Beerenburger. (Denk nu niet meteen dat ik een drankverslaafde gokker ben.) Stel dat de stroom uitvalt en de batterij van mijn laptop leeg raakt en dat ik van verveling niet meer weet wat ik moet doen. Dan komen die setjes best van pas.

Bij boeken is er weinig twijfel over de waarde. Je ziet op internet de actuele vraagprijs staan. Boeken zijn makkelijk te verhandelen. WYSIWYG, dus is er geen gedoe over maten, zoals bij kleding. En in een luchtkussenenvelop kan je een boek eenvoudig verzenden. Boeken van geringe waarde doe ik naar de kringloop of bij het oud papier.

Die boeken brengen mij toch op een belangrijk punt, want papier is als brandstof van waarde. Een flinke stapel is zeer nuttig tijdens een noodtoestand. (En God weet wat Trump en Poetin nog verzinnen.) Ik herinner me een nieuwsbericht uit de jaren negentig. Dat ging over inwoners of Georgië of Armenië tijdens een energieschaarste. Zij stopten de verzamelde werken van beroemde Russische schrijvers in de open haard en bleven daar lekker warm bij. Hele encyclopedieën gingen er in. Zal ik de afgedankte boeken dan toch maar in de kelder opstapelen, samen met het oud papier?

Misschien komt mijn onrust door alle berichten over de groeiende kans op een volgende recessie. Banken handelen als vanouds onverantwoord. Draghi heeft enorme bedragen in de EU gepompt en de huizenmarkt is een luchtballon. Straks knalt de boel weer. En dan? Wat als de waarde van de euro daalt? Wat blijft er dan over van mijn spaargeld? Kijk naar wat er in Latijns Amerika gebeurt. Daar komt de BTW-verhoging nog eens bij. Volgend jaar wordt alles weer duurder.

Een van mijn ‘assets’ is dus wel die kelder. Zal ik hem ook alvast volstouwen met toiletartikelen en lang houdbaar voedsel? Zelfs wanneer al die goederen niet nodig zijn, kan ik nog een ruilhandeltje beginnen.

Kijk, dit komt er nou van als ze steeds maar met die vliegtuigen uit WO II boven mijn hoofd blijven vliegen.

Heb jij veel oude ballast in huis?