Opgerakelde reisherinneringen

Doen we het niet allemaal? Andermans logjes lezen op zoek naar herkenning en vertrouwdheid. Sociale media halen soms het slechtste in ons naar boven. Maar het sociale zit hem volgens mij vooral in het delen. Het delen van verhalen, ervaringen, gevoelens, ideeën. Die je laten beseffen dat er meer mensen zijn met vergelijkbare vragen en belevenissen. En wanneer volgers moeite doen om zich in te leven, creëren sociale media verbindingen die even waardevol zijn als ontmoetingen met vrienden.

Vaak rakelen bloggers met hun anekdotes herinneringen bij mij op. Ik popel dan om te reageren: ‘Oh ja, dat herken ik. Want toen ik  … bla die bla die bla die bla.’ Gaap. Gisteren kwam het in de film Crazy, Stupid, Love nog voorbij. Hoe je mensen vooral niet en hoe je ze vooral wel moet benaderen. Want voordat je het weet, ga je aan iemand voorbij.

Vandaag verscheen er een logje over een reiservaring die zo totaal mijn ervaring was. Niet letterlijk. Het vond elders plaats, op een ander moment. Maar de kracht van dat logje schuilt in het oproepen van een scala aan herinneringen waarin ik mij exact hetzelfde heb gevoeld. Althans, dat vermoed ik. Je weet nooit helemaal zeker waarop een schrijver precies doelt, tenzij hij het expliciet verwoordt. En dan nog. Bij hem kan een ervaring evengoed andere associaties oproepen, met net even andere gevoelens.

Oudejaarsnacht 2018/2019 in een Duits Hanzestedenstadje verschilt van carnaval in 1988 aan een Griekse boulevard. Oudejaar lijkt evenmin op een regenachtige novemberavond in Carcassonne, Frankrijk. Of op die donkere namiddag in dat kleine Chinese eettentje, in een kille, troosteloos mistige Londense straat. Een refuge was het voor warmtezoekers uit tropische oorden.

En toch, en toch. Het gevóel dat dat tafeltje in het logje bij mij oproept. … Dat kleine eenpersoonstafeltje bij de ingang van het restaurant. En dan later op de avond, de andere gasten die daar allemaal samen zijn.

Om alsnog overvallen te worden door eenpersoonsgeluk naderhand.

Lees het logje Last minute vlucht van Mark Nankman.

Vind maar eens een fijn wandelmaatje

Je mag denken dat het vinden van een levenspartner een hele uitdaging is; met wandelmaatjes luistert het evengoed nauw. Onlangs ontving ik een afzegging. Hier zit ik mee, want gelijkgestemde wandelmaatjes zijn dun gezaaid.

Om met praktische zaken te beginnen: Waar gaan we wandelen? Hoe lang mag de reistijd naar het startpunt duren? Willen we even grote afstanden en wandelen we in hetzelfde tempo? Wie is de kaartlezer en wie doet de planning? Vinden we het leuk om regelmatig te pauzeren bij horeca? Of hebben we haast en moeten we door?

Nu komen we op een cruciaal punt, namelijk bij wie we zelf zijn. En bij het soort persoon dat we als ideaal wandelmaatje zien. Trouwens, waar gaan we het onderweg over hebben? Delen we vergelijkbare interesses? Zijn er onderwerpen die spanningen opleveren? En willen we eigenlijk wel steeds praten, of graag zwijgend van het landschap genieten? Ook belangrijk: hoe inventief en stressbestendig zijn we als we verdwalen?

Het kan op talloze manieren fout gaan. Ik heb daarom mijn twijfels bij wandeldatingsites. Die bestaan. Bij gebrek aan zelfkennis doen mensen zich vaak anders voor dan ze zijn. Dan merk je tijdens een ontmoeting pas echt met wie je te maken hebt.

Liever ontmoet ik wandelaars spontaan in groepen. Alleen gaat de drukte van die wandelgroepen mij langzaamaan tegenstaan. Het maatje van de afzegging ken ik al jaren van zulke wandelingen. We waren net met zijn tweeën aan een route begonnen. Maar zij vindt het een-op-een wandelen te intensief. Terwijl ik in haar juist iemand had gevonden die af en toe ook stil kan zijn.

Mijn moeder is helderziend

Op oudejaarsavond bel ik mijn moeder. We hebben elkaar onlangs nog op eerste kerstdag gezien. In de tussenliggende dagen hadden we geen contact. Na de begroeting neemt mijn moeder direct de regie over. ‘Ben je nog met E. gaan wandelen?’, vraagt ze. Ik had haar tijdens kerst verteld over mijn afspraak op 27 december met vriendin E. Mijn moeder en E. weten van elkaars bestaan, maar hebben elkaar nooit ontmoet. ‘Nee’, antwoord ik, ‘dat is niet doorgegaan.’ ‘Oh ja’, zegt mijn moeder, ‘ze was weer erg verkouden.’

‘Hè?!’, roep ik uit, ‘hoe kan jíj dit nu weten?’ ‘Nou’, zegt mijn moeder, ‘dat heb je mij toch zelf verteld.’ Nou echt niet! Dat weet ik zeker.

Terwijl ik koortsachtig nadenk over wie van de familie ik tussen 25 en 31 december nog meer heb gesproken (niemand), babbelt mijn moeder alweer verder over ditjes en datjes. Ik heb ook nergens in correspondentie over die geannuleerde afspraak gerept.

‘Ho, wacht even’ interrumpeer ik haar, ‘wat is dit nu raar. Jij kán helemaal niet weten dat E. verkouden was. ‘Jawel hoor, je hebt dat zelf gezegd.’, beweert zij nogmaals. Maar we hebben elkaar tussendoor helemaal niet gesproken.

Na ons gesprek haal ik de sms-berichtjes op mijn smartphone tevoorschijn. De datum van E’s bericht is toch echt 26 december. Werkelijk waar. Soms krijg ik toch zo de kriebels van mijn familie.

Goed alleen kunnen zijn

Onderweg naar kerst-met-familie was het gisteren rustig in de coupé. Hier en daar zaten wat mensen samen of alleen. Maar de meeste tweezitsbankjes in de trein waren leeg. Daarom viel het direct op, toen een man ging zitten bij een jong paar. Ineens werd het krap. Het stelletje hield op met praten toen hij neerplofte. Ze zaten verder gedrieën zwijgend tegenover elkaar.

Zou hij zich generen voor het feit dat hij op Eerste Kerstdag alleen was? Had hij zo’n behoefte aan de nabijheid van mensen, dat hij bij dat stelletje plaatsnam? Want elders was toch plek zat. Het paartje bleef zwijgen en wisselde ook geen woord met hem. Daar zaten ze dan. Soms is gezelschap pijnlijker dan alleen zijn.

Persoonlijk kan ik heel goed alleen zijn. Zo goed zelfs, dat ik mezelf soms de deur uit schop om mensen te ontmoeten. Vooral zonder werk is het makkelijk om in je eigen kringetje te blijven. Is er ook geen huisgenoot, dan moet je voor menselijk contact meestal naar buiten. Het gebeurt regelmatig dat ik een uitstapje plan en toch liever thuis blijf. Want daar heb ik het namelijk prima naar mijn zin.

Sommige mensen vliegen al tegen de muren op als ze één dag per week niemand zien. Bij mij is het andersom. Na een hele dag vol gesprekken en gezelschap heb ik het gehad. Dan wil ik alleen zijn. Mijn hoofd leegmaken. De vele indrukken verwerken en het gewoel laten wegzakken.

Ik vraag me weleens af of het beter is om meer mensen te leren kennen. Want met elke levensfase en verandering van interesses komen er nieuwe contacten bij, maar vallen er geleidelijk ook wat af. Dat is een natuurlijk proces. Hoeveel mensen heb je minimaal nodig om een zinvol leven te leiden? Of gaat het toch vooral om de kwaliteit van de relaties zelf?

Moeten we ons in dit sociale-mediatijdperk schamen wanneer we het goed redden met relatief weinig mensen om ons heen?

Communiceren is ook een vak

Dat het met de buurman tot formele brieven moest komen, zit mij behoorlijk dwars. Vandaag zijn ze aangetekend bezorgd en nam hij ze in ontvangst. Terwijl ik besef dat dit geen ideale manier van communiceren is. Maar als rede afketst en je het jarenlang met praten hebt geprobeerd, rest er soms geen andere weg. Ik zie die brieven als een breekijzer; als een wake-up call. Als een manier om door te dringen en hem te laten beseffen: ‘Nu kan het zo echt niet meer.’ Het is voor hem ongetwijfeld een bittere pil.

Wat meespeelt, is dat we een trio vormen en ik qua communicatiestijlen tussen twee persoonlijkheden in woon. De een is directief; de ander is meer een beschouwend type. Zelf ben ik een mix van beschouwend met coöperatieve trekjes, en met vleugjes van het directieve en expressieve soort. Die laatste twee hangen af van hoe het uit komt. Bijna niemand is alleen maar dit of dat. Daarom is het soms zo moeilijk om mensen goed in te schatten.

Wat assertieve communicatie betreft (helder en respectvol), heb ik een lange weg afgelegd. Goed communiceren is mij niet met de paplepel ingegoten. Dan leer je zoiets met vallen en opstaan. Of nooit, dat kan ook. Bij mijn buurman is dit het geval. Het is geen kwaaie, maar hij is sociaal nogal onhandig. Juist daarom zit de noodzaak van die brieven mij dwars.

Want ik zie het toch gebeuren? Ik weet toch wat er bij hem speelt? Ik begrijp toch waar hij moeite mee heeft? En ik kan toch zelf improviseren? Maar het lukt mij niet om er een betere wending aan te geven. Om hem bij poging nummer vier de ernst van de problemen te doen inzien. En om hem tot medewerking te bewegen. Waarschijnlijk omdat mijn geduld na 3 ½ jaar op is. Dan is de rek er uit.

Maar ik heb nog wat communicatiestrategietjes achter de hand. Nu is de buuf aan zet. Creatief en stimulerend dirigeren noem ik dat.

De visverkoopster op de markt

Bij de luxe marktwagen van de visverkopers is het druk. Ze verkopen verse en gebakken vis, plus kant en klare gerechten. De mannen staan bij de frituur of de werkbank waar ze hun handelswaar schoonmaken en fileren. De vrouwen staan op de voorgrond. Ze babbelen veel met klanten en onderling met elkaar. Allemaal van het type blond met blauwe ogen, afkomstig uit een streng gereformeerd dorp aan het IJsselmeer. Zoals de meeste visverkopers hier. Een van die vrouwen is de populairste. Ze weten het allemaal.

Terwijl ik op mijn bestelling wacht, komt er verderop een man bij de vitrine. Die ene vrouw heeft hem direct in de gaten. Ze loopt naar hem toe en leunt ver voorover. En ze spreekt hem aan op een professioneel-verleidelijke manier. Alsof ze elkaar goed kennen. Voelt hij mijn ogen op zich gericht? Hij toont in elk geval geen enkele emotie. Ik kan aan zijn uiterlijk niets aantrekkelijks ontdekken, maar hij staat met zijn zware lijf wel precies bij de duurste delicatessen. Daar bestelt hij wat van.

‘s Avonds zie ik een vroegere collega in een programma over ambassadeurs in den vreemde. We spraken elkaar zo’n 15 jaar geleden voor het laatst. Zij is geen haar veranderd. Nog altijd even vriendelijk, koket en charmant. In haar strakke jurkje zal ze er voor mannen uitzien als om op te vreten. Daarna volgt de documentaire Hallo, met Kyoko, over een vrouw die telefoonseks verkoopt.

Ik vraag me af wat de verschillen zijn met ons eigen gedrag, en wat de overeenkomsten. Gewoon in het dagelijkse leven. Om geld te verdienen of te besparen. En om dingen gedaan te krijgen.