Een goede afronding van zaken

We gaan allemaal verschillend met klussen om. De een wil vooral meters maken en de afwerking overslaan. De ander heeft geen gemoedsrust voordat de boel mooi is afgerond. Deze twee persoonlijkheden werken soms lastig samen. Toch vullen ze elkaar aan. Zelf ben ik ook van de meters, maar nadrukkelijker van de afronding.

Onlangs sprak ik via Marktplaats af met een man die (gratis) tegels bij mij kwam ophalen. Het was een poos geleden dat ik dat via Marktplaats had gedaan. De man verscheen en nam de tegels mee. Even later logde ik in om de advertentie weg te halen. Bleek dat de man een beoordeling over mij als ‘verkoopster’ had achtergelaten. Die optie is nieuw zeker?

Nu ben ik niet happig op beoordelingssystemen, maar vooruit. Hij had de moeite genomen om het in te vullen en ik had een positieve indruk van hem. Dus wilde ik hem vijf sterren geven. Alleen haperde het systeem. Waar ik ook op klikte, er verschenen geen sterren. Wel volgde stap twee, waarin je trefwoorden kan aanklikken, en daarna stap drie. Maar de helft bleef leeg.

Wat nu? Het zo laten? Dan heeft hij een beoordeling zonder die sterren van mij. Terwijl ik hem aardig vond en betrouwbaar bovendien. Het is nog een vrij jonge man. Hoe moet het nu verder met zijn leven? Misschien heb ik voorgoed zijn reputatie op internet verpest. Dat wil ik niet op mijn geweten hebben.

Daarom heb ik de helpdesk gemaild. Helaas is de zaak nog niet opgelost. Hier maak ik mij echt zorgen over. Dit gaat me achtervolgen, dat is zeker. Tot overmaat van ramp heb ik onze correspondentie al verwijderd, dus mis ik zijn contactgegevens. Hopelijk kom ik hem ooit nog tegen. Dan kan ik het uitleggen.

Als hij nu maar niet in de goot belandt door mijn toedoen.

Het verborgen leven van bomen

Hoe meer je leert, hoe meer je beseft hoe weinig we weten. In een bos zie je overal bomen om je heen. Staan ze dicht bijeen, dan groeien ze omhoog naar het licht. Staan ze vrij en krijgen ze alle ruimte, dan spreiden ze hun takken. Zo ver als ze maar kunnen reiken. Beuken en eiken zijn daar goed in. Zulke volgroeide bomen vinden we bijzonder mooi. Daarom geven we bomen in stadsparken volop de ruimte. Hoe verder afgezonderd, hoe beter ze tot hun recht komen. Denken wij.

Want die afgezonderde boom staat wel heel kwetsbaar en eenzaam te zijn. Het contact met zijn soortgenoten is verbroken. De geursporen waarmee zij communiceren, bereiken hem niet. Dus mist hij hun waarschuwing als er vraatzuchtige insecten aan komen. Ook ontbeert hij de belangrijke draadjes van zijn wortels naar die van zijn makkers. Terwijl hij tussen hen in veilig is. Zij kunnen hem helpen als hij ziek wordt en zelfs ondergronds voeden als hij honger krijgt. Bomen zijn sociale wezens. Ze kunnen voelen, ruiken en leren. Echt waar.

Lees Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben en er gaat een wereld voor je open. Voor mij evenaart zijn kennis de wetenschap over het heelal. Ook dat is een wereld waar we nog nauwelijks iets van begrijpen. Maar alles is met alles verbonden. Geen boswandeling zal meer hetzelfde zijn. Tolkien was right.

Wespennest / Het gesprek aangaan

Vandaag heb ik het weer gedaan. Na weken van getreuzel en gedraal heb ik mezelf de deur uit geschopt en bij de buurman aangeklopt. Daarna hebben we tegen heug en meug lastige onderwerpen besproken. Dat tegen heug en meug is wederzijds. We beseffen het allebei. Deze gesprekken zijn een periodiek terugkerend fenomeen. Want hij sluit het liefst zijn ogen voor zaken als een wespennest en noodzakelijk onderhoud.

Het is geen echt kwaaie man. Hij wil na herhaalde verzoeken best wat aan dat wespennest doen. Maar alleen zolang zijn voorraad gif strekt. Op = op. Als er daarna of volgend jaar nog wespen zijn, jammer dan. Dat is niet zijn probleem.

Hij kijkt niet verder dan de erfgrens en daarbuiten zoekt iedereen het zelf maar uit. Letterlijk. Als ik hem een spiegel voorhoud, lijkt het even alsof hij nadenkt.

Die erfgrens is trouwens een dingetje. Want meneer houdt vast aan zijn verhaal. En ik houd vast aan mijn van het Kadaster gekregen tekening.

Hij heeft geleerd zijn mannetje te staan. Hij doet precies wat moet. Hij weet waarover hij praat. Hij komt vermoedelijk uit een arm milieu en heeft geknokt voor iedere cent die hij heeft. Daar wordt je hard van.

En toch. Toch kan ik nog met hem door één deur. Het vergt alle diplomatie die ik in me heb. Plus al mijn tact en inlevingsvermogen. Ik ben de enige van vier opeenvolgende huiseigenaren naast hem die met hem kan praten. En een van de zeldzame buren die een redelijk normaal contact met hem onderhouden. Omdat ik dat belangrijk vind. En hij kennelijk ook wel.

We delen een muur met elkaar. En veel is niet wat het in eerste instantie lijkt. Maar makkelijk is anders.

LinkedIn account gesloten

Het is weer zover. Een ex-collega vraagt via LinkedIn of ik haar tot mijn netwerk wil toelaten. Ik heb haar in geen negen jaar gezien. We werkten vijf jaar lang op dezelfde afdeling, maar elk in een ander team. Het is zo’n standaardberichtje. Er staat geen enkel persoonlijk woordje bij of een reden voor haar verzoek. Laat staan een teken van oprechte belangstelling. Ik accepteer het geroutineerd. Alsof het normaal is geworden dat we zo met elkaar omgaan. Maar ik vind dit niet normaal.

Het oorspronkelijke idee van LinkedIn was goed. En in het begin gingen we er serieus mee om. Je liet bijvoorbeeld alleen de mensen toe die je echt kende. Inmiddels staan er ook volslagen vreemden in mijn netwerk. Zo ver is het dus gekomen.

Oh, ik heb al herhaaldelijk de bezem door dat netwerk gehaald op LinkedIn. Sommige mensen wilde ik niet voor het hoofd stoten door hun verzoek te weigeren. Dat komt zo bot over. Je kon ze achteraf nog stil verwijderen.

Lang beschouwde ik LinkedIn als een netwerk dat kon helpen bij het vinden van werk. Steeds kwamen er hoopgevende berichtjes binnen, waarin stond dat mensen naar mijn profiel keken. Maar dat heeft nergens toe geleid.

Intussen komt er een constante stroom positieve updates voorbij. Van professionele mensen die het ene na het andere succesverhaal vertellen. Vreemd. Want af en toe heb ik ook goed nieuws, maar zó veel en zó vaak?

Als ik in een schijnwereld wil leven, dan creëer ik hem zelf wel. En in het echte leven kan je gewoon persoonlijk contact opnemen.

(Een LinkedIn account sluiten doe je zo.)

Schurende gesprekken

Tien jaar geleden, een eerste groepswandeling op de Utrechtse Heuvelrug.
J is een van de wandelaars en spreekt mij aan. Ik ben nieuw en hij wil van alles weten. Al snel weet hij ons gesprek richting spiritualiteit te buigen. Daar heb ik niet uitgesproken veel mee. Ik geloof wel in iets, heel vaag. Dat de natuur en gebieden bezield kunnen zijn. En in Australië moedigde ik mijn motor soms aan, wanneer de tank bijna leeg was. Alsof hij me kon verstaan.

J weet het zeker: ik ben spiritueel. Hij brandt los. Het is duidelijk zijn favoriete onderwerp. Hij praat erg bevlogen, kijkt daarbij indringend en gaat maar door. We raken steeds verder achter op de groep. Eerlijk gezegd verveelt hij me al gauw. Want zoals ik hem aan het begin duidelijk heb gezegd, ben ik niet zo spiritueel.

Maar J weet het zeker. ‘Neem het nu maar van mij aan; je bent wél spiritueel.’, bezweert hij. Mij bekruipt het unheimische gevoel dat hij me een sekte in wil trekken. Daar maak ik korte metten mee: ‘Je krijgt nog vijf minuten en daarna wil ik geen woord meer horen over spiritualiteit.’ Tegelijk zet ik alvast wat ferme stappen vooruit. Op een holletje volgt hij me, verwoede pogingen doend om me te overtuigen. En hij blijft uitweiden over spiritualiteit. Wanneer de vijf minuten om zijn, snoer ik hem alsnog de mond. Daar is weinig spiritueels aan.

Ik voldoe niet altijd aan verwachtingen die anderen van vrouwen hebben. Want als vrouw schijn je bepaalde onderwerpen interessant te moeten vinden. Ik hoef bijvoorbeeld niet continu over kinderen te praten. Ook met ziektes, psychische klachten, cup cakes en de laatste mode heb ik weinig. Wel leef ik met mijn naasten mee.

De trend is dat we steeds persoonlijkere zaken tot in de kleinste details delen met iedereen. Hoewel ik de heilzame werking van praten en schrijven onderken, heb ik soms moeite met de manier waarop dit gebeurt. Ik vermoed dat sommigen hun identiteit aan hun probleem ontlenen. En het gaat recht ‘in your face’. De ellende wordt je zowat door de strot geduwd. Feitelijk zoals J dat met spiritualiteit doet. Mensen die je niet of nauwelijks kent, confronteren je ermee. Wie leeft zich nu eigenlijk in in wie?

Misschien ligt het aan mij en heb ik wat mannelijke trekjes. Want mannen zijn vaak minder breedsprakig over de dingen waar ze echt mee zitten. Die zeggen gewoon: ‘Het is zwaar klote’ en dat is het dan. Hun maten weten zo precies wat ze bedoelen. Vrouwen niet. Die willen alles tot in detail uitgelegd krijgen. Sterker, je móet het toelichten, anders ontstaat er gedoe.

Ergens in het midden ligt een mooie tussenvorm van communicatie. Wat mij betreft waken we ervoor dat de feminisering van het discours doorslaat.

Raadsels uit de couveuse van mijn vroegste jeugd

Jaren geleden. Een collega geeft een afscheidsfeestje. Het is aan de vooravond van haar vertrek naar Afrika, waar ze al eerder heeft gewerkt. De meeste aanwezigen zijn ook expat geweest. Zoals een andere vrouwelijke collega, die van onze leeftijd is. Alle drie staan we tamelijk onafhankelijk in het leven, hoewel ik niet precies kan aangeven waar dat ‘m in zit. Op het feestje ontdekken we dat we nog iets delen. We zijn alle drie in de vroege jaren zestig couveusekinderen geweest.

Voor mij is het nog altijd een raadsel of, en zo ja, welk effect die periode heeft gehad. Bij mijn geboorte was ik (waarschijnlijk) gezond, maar veel te licht. Daarom moest ik eerst op gewicht komen. In die jaren mochten ouders hun kinderen op de couveuse-afdeling niet vasthouden. Ze konden alleen door glas naar de ruimte kijken waarin de couveuses stonden. Ik heb er bijna twee maanden doorgebracht.

De couveuses waren toen een soort veredelde broedmachines. Er brandden voortdurend warmtelampen. Ook stond er apparatuur te zoemen en de deurtjes gingen met een klap dicht. Zo’n couveuse moet een helverlicht, lawaaiig ding zijn geweest. Ik heb een bloedhekel aan herrie en aan schel licht. Maar in tropische warmte voel ik me juist helemaal geborgen. Dat zal wel uit die periode stammen.

Toch blijf ik met vragen zitten over het verblijf van een pasgeborene in zo’n couveuse. Heeft die periode fysieke en mentale sporen achtergelaten? Kan er later nog een specifieke lichamelijke klacht te voorschijn komen? Wat betekent het voor het hechtingsproces tussen ouders en kind? En werkt het door op andere relaties? Of is het toeval dat mijn vroegere collega’s en ik ons zo vrij en onafhankelijk opstellen?

Experiment: 3 dagen zonder tv en internet

Op vrijdag zet ik om 11 uur ’s ochtends mijn laptop aan om op internet te gaan. Maar de vaste netwerkverbinding doet het niet meer. Al gauw blijkt dat de tv evenmin werkt; ook die ontvangt zenders via internet. Daar zit ik dan, afgesloten van de rest van de wereld. De monteur komt pas maandag tussen 8.00 en 10.00 uur. Maar dit is wel een perfect moment voor een beschouwend experiment.

Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet
Even voor het effectbejag: Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet! Hoe lang is dat geleden? Ik heb internet via werk sinds 2000 en thuis sinds 2006. Mijn oudste Hotmailadres stamt uit 2001. Daarvoor moest ik tijdens vakantie of in het weekend naar internetcafés of de openbare bibliotheek. Een mobiele telefoon gebruik ik niet voor internetbankieren of e-mails. Da’s me te veel gepriegel. En de vaste verbinding op mijn laptop is veiliger.

Experiment
Hoe kom je het leven door tijdens drie hele dagen zonder tv en internet? (Ook mijn mobieltje gaat in de ban.) Dit wordt een sociaalwetenschappelijk experiment. Zoiets als Big Brother, maar dan omgekeerd. Ik waag het erop zonder deskundige begeleiding van een psycholoog. Want dat er afkick-verschijnselen zullen volgen, is zeker.

Verslaafd aan internet
Thuis zit ik vaak urenlang op internet. Sowieso voor talloze praktische zaken. Verder schrijf of lees ik voortdurend e-mails en logjes. Staat er iets boeiends in de krant, dan zoek ik online naar meer informatie. Wordt er veel gekletst op de radio, dan wijk ik uit naar muziek op YouTube. En documentaires zie ik graag op een zelfgekozen moment via internet. Er valt dus nogal wat weg.

Afkickverschijnselen
Drie dagen lang betrap ik mezelf om de haverklap op ‘schijngedachten’. Dan denk ik: ‘Even een e-mailtje sturen/iets opzoeken/logjes lezen’. Direct gevolgd door: ‘Oh nee, kan niet.’ Ook heb ik vaste gewoonten, zoals kijken naar het NOS journaal om 20.00 uur. Daarom ervaar ik rond dat tijdstip een licht gemis. Maar Radio Gelderland zendt ook NOS-nieuws uit om 20.00 uur. Dat is prettig bondig, dus pijnlijk wordt het niet. Dit geldt voor meer zaken. Ik check de schrijfwijze van woorden doorgaans op internet, maar in de kast staat een driedelig woordenboek. Voor dit gemis bestaat nog een analoog alternatief.

Alternatieven voor contact en vertier
Ik hoef mezelf niet in eenzaamheid af te zonderen. Ik kan ter afleiding bij de buren aanbellen of naar de plaatselijke kroeg gaan. Ik kan naar de stad gaan of met vrienden afspreken. Bovendien komt er via Raam Open een leuk aanbod. (Ja, ik heb gespijbeld en later gespiekt via mijn mobiele telefoon.) Maar dergelijke uitwegen voelen als valsspelen. Ik wil het gemis aan tv en internet wezenlijk ondergaan.

Bloggen op mobiele telefoon
Ik kan het toch niet laten om op vrijdag een kort bericht op Raam Open te plaatsen. Als om mijn bestaan te bevestigen. Het is nog net geen SOS. Bloggen op een mobiele telefoon gaat trouwens tergend traag en moeizaam. Daarop kan ik slechts met één vinger typen, tegen met tien tegelijk op mijn laptop.

Alternatieven voor internet
Deze drie dagen zonder tv en internet mis ik mijn blog het meest. Plus You Tube en de logjes van andere bloggers die ik volg. Kortom, precies het creatief-interactieve deel van mijn internetbestaan. Veel andere ‘behoeften’ zijn te omzeilen met analoge alternatieven of alternatieve bezigheden. Zoals de krant lezen, vrienden bellen, via de radio luisteren naar muziek of het weerbericht. En het scheelt dat dit geen drie werkdagen zijn.

Bankieren zonder internet
Hopelijk staat er intussen nog voldoende saldo op mijn ING-rekening. Want de automatische afschrijvingen en pinpasbetalingen gaan door. En stel dat ik nu snel een factuur moet betalen. Ergens achterin de kast ligt nog een mapje overschrijvingskaarten van de ‘Postbank’. Zou men het daarop vermelde 7-cijferige rekeningnummer kunnen verwerken zonder IBAN?

App 9292
Op zaterdag smokkel ik nogmaals. Ik zoek via een app welke trein ik moet halen voor een afspraak. Dat had ook analoog gekund met een telefoontje naar 9292. Maar welk nummer toets je in voorafgaand aan ‘9292’? In een papieren telefoongids kan ik het niet opzoeken. Die is lang geleden weggedaan. Want alles staat op internet, nietwaar? En zonder tv-signaal werkt zelfs teletekst niet meer (als dat nog bestaat).

Conclusies

  • Internet heeft ons onafhankelijker gemaakt. We hoeven bij niemand aan te kloppen als we een vraag hebben of iets willen regelen.
  • Internet vergroot de afstand tussen ons en organisaties. Zelfs als je een helpdesk belt omdat je geen internet hebt, krijg je via een ingesproken bandje eerst de vraag of je een chatsessie wenst.
  • Paradoxaal zorgt internet tegelijk voor extra persoonlijke contactlijnen.
  • We zitten in een overgangssituatie. Er bestaan nog analoge alternatieven, maar we beseffen amper wat er al verdwenen is. Jongeren hebben daarvan geen idee.
  • Voor 95% van de tijd is het goed toeven zonder internet. Just get a life.

Op maandag om 08.00 uur staat de monteur voor de deur. ‘Er zat een draadje los in de lokale centrale.’, luidt zijn conclusie na een uur. Internet doet het weer. Het voelt alsof de vakantie voorbij is.