Even bijpraten over de loopgraven

Als ik over mijn onderzoek naar ‘de loopgraven’ begin, dan zie ik bij anderen vaak enige verwarring ontstaan. Zo van: Wat moet jij nou met loopgraven? En dan die Tweede Wereldoorlog? Boeien zeg. Soms moet ik ook nog de betekenis van de term ‘spergebied’ uitleggen. Ach ja. Wie denkt dat ik met iets heel stoms bezig ben, laat ik in die waan. De ‘loopgraven’ zijn in werkelijkheid een soort geuzennaam.

Overigens ben ik wat sneller onderneemster geworden dan de bedoeling was. Ik zou per 1 januari 2023 van start gaan. Maar toen bleek dat mijn bedrijfsnaam pas een week voor aanvang vastgelegd kon worden, heb ik de openingsdatum per direct laten ingaan. Dus nu sta ik al 2,5 week aan het hoofd van een bedrijf. En dat bevalt verrassend goed.

Het is wonderbaarlijk wat een verschil het maakt, wanneer je na lang wikken en wegen een Gordiaanse knoop doorhakt. Ineens kan ik weer doelgerichte stappen zetten. En naar de buitenwereld toe schept een concreet besluit ook meteen duidelijkheid. Sindsdien lijkt alles veel makkelijker te gaan.

De afgelopen weken heb ik hard gewerkt aan de voltooiing van deel I. Nog één hoofdstuk te gaan. Ik heb mezelf tot eind 2024 drie deadlines gesteld, die zijn stuk voor stuk haalbaar. Streefdata halen oude reflexen naar boven, van toen ik gewend was om met strakke planningen om te gaan. Plannen is logisch nadenken. Beginnen bij het eind en dan terugrekenen: eerst dit en dan dat. Stap voor stap. En tussendoor de voortgang in de gaten houden.

Alles ligt op schema. Daarbij kan ik een grote massa data overzichtelijk houden. Dit in deel I, dat in deel II en de rest in deel III. Gisteren liep ik mijn oude ‘Lijst resterende bronnen loopgraven nog nagaan’ van februari 2021 na. Toen bleek pas goed hoe zeer ik nu boven de materie sta.

Zo was het aanvankelijk best spannend om toestemming te regelen voor overname van beeldmateriaal. Bepaalde plattegronden en foto’s zijn cruciaal voor mijn verhaal. Wat als ze moeilijk gaan doen? Wat als ze er veel geld voor zouden gaan vragen? (Tenslotte werk ik nu ‘commercieel’, hoewel een deel van mijn project ‘non-profit’ blijft.) Daarom heb ik de belangrijkste bronnen het eerst benaderd. En die hebben geen van allen bezwaar.

Sommige mensen denken nog steeds dat ik met loopgraven bezig ben. Feitelijk ben ik bezig met het weer menselijk maken van mensen – de ander – die in de ogen van andere mensen niet menselijk meer waren. Zo’n foto als hierboven, weliswaar uit WO I, is een concreet voorbeeld van waar mijn loopgravenverhaal eigenlijk over gaat.

Een tafeltje met een paar stoelen in een loopgraaf waar soldaten pauze houden / liggen te slapen, terwijl er een granaathuls met bloemetjes op de tafel staat.

Bron foto: Bundesarchiv, Bild 104-0832 / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons.

Etymologie peekaboo – kiekeboe

Flower says ‘peekaboo!

Soms weet ik het absoluut beter dan degenen die ervoor hebben doorgeleerd. Neem nu het Nederlandse ‘kiekeboe’ en het Engelse ‘peekaboo’. Je kent het wel. Dat spelletje, waarbij je plotseling je gezicht toont of ergens achter tevoorschijn komt en ‘boe’ roept. Kleine kinderen zijn er dol op. Op etymonline.com staat bij peekaboo: ‘as a children’s game attested from 1590s; as an adjective meaning ‘see-through, open,’ it dates from 1895. From peek + boo.’ Attested from 1590s! Kijk, dan heb je mij.

Al jaren geleden stelden taalkundigen zich de vraag of er verwantschap was. Niet alleen de klanken komen overeen. Ook de woorden ‘kiek’ en ‘peek’ hebben een vergelijkbare betekenis. En ‘boe’ in het Nederlands komt overeen met ‘boo’ in het Engels.

De Leidse wetenschappelijke uitgeverij Brill wijdde er in gewichtige taal een hoofdstukje aan. (Zie deze tekst uit 1942 in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde op pagina 215-216 ‘Over eenige werkwoorden die ‘kijken’ beteekenen’.)

Ik geloof het wel. Maar er wordt met geen woord gerept over die ontstaansperiode: de jaren negentig van de zestiende eeuw. Nu wil het geval dat ik mijn familiegeschiedenis ken. En toevallig heb ik een paar voorouders uit Engeland. Tenminste, daar zijn ze op de boot gestapt toen ze naar Holland kwamen. Maar voordat ze in Engeland woonden, kwamen ze uit Vlaanderen. Zij vertrokken daar ongeveer tussen 1565 en 1580. En in Vlaanderen spreekt men een soort Nederlands. Vul de rest maar in.

Ik durf te wedden dat de exacte oorsprong van ‘peekaboo’ in het pittoreske ‘Dutch Quarter’ van Colchester ligt. En anders wel in Norwich of Hastings. Met dank aan mijn voorouders.

(Dit logje verscheen oorspronkelijk op 29 juli 2018 en verdween onlangs bij de sloop van mijn blog. De inhoud blijft relevant. Daarom publiceer ik het opnieuw.)