Raam Open blijft open

Geen blogger wil er aan denken dat zijn of haar blog zomaar in het luchtledige verdwijnt. Vandaag ontving ik een cryptisch bericht van Anne, medewerkster van WordPress. Ze schrijft dat de verlenging van mijn personal abonnement en domein raamopen.blog niet is geslaagd. Dat is vreemd.

// Hier schrap ik de oorspronkelijk gepubliceerde tekst, omdat het vraagstuk al is opgelost. //

Overigens, bij een check of Raam Open nog vindbaar is, vond ik onderstaande vermelding met link op de site van het Rob Scholte Museum. Da’s toch eervol. 😉 Jammer dat dit museum eveneens worstelt met een dreigende sluiting.

 

Bloggen over gevoelige onderwerpen

Zijn er gevoelige onderwerpen die je op een blog beter kan mijden? Of kan je gerust over alles schrijven? Dit vraagstuk duikt steevast op voordat ik gedachten publiceer over hete hangijzers en specifieke groepen. Op Raam Open blijven enkele privé-onderwerpen taboe. Maar verder passeert hier werkelijk alles de revue. Dus zelfs uiterst gevoelige of controversiële onderwerpen die makkelijk tot felle reacties kunnen leiden. En hoewel ik soms zeer stevige opvattingen uit, gaat het vrijwel altijd goed.

Waarom lukt dit op Raam Open wel, terwijl het elders razendsnel uit de hand kan lopen? De verklaring is eenvoudig.

  1. Raam Open heeft een klein lezerspubliek en dat vind ik prima.
  2. Ik mijd ongenuanceerde bloggers, zodat zij evenmin via mijn gravatar naar dit blog worden gelokt.
  3. Bij delicate onderwerpen doe ik extra mijn best om evenwichtig en op feiten gebaseerd te schrijven.
  4. Er gelden reactieregels en die worden gehandhaafd.

Zoals de radiopresentator uit het vorige logje over confrontaties rekening houdt met haar luisterpubliek, zo hou ik rekening met de gevarieerde groep volgers van Raam Open. Ik probeer zelfs met de hele wereld rekening te houden. Dat lijkt een grote uitdaging, maar het werkt in praktijk eenvoudig. Namelijk: benader je blog als een wetenschappelijke of een journalistieke publicatie. Als je daarin slechts één kant van een verhaal belicht, of de feiten niet checkt, wordt je werk afgeserveerd. En terecht. Daarom komen deze ethische regels voor journalistiek van pas.

Wat voor logjes geldt, gaat evengoed op voor reacties van lezers. De reactie van de één, kan zeer kwetsend zijn voor de ander. Dat is voor mij een extra reden om publiekelijk in te grijpen. Iedereen mag zich welkom voelen op Raam Open, ongeacht geloof, aard of afkomst. En voor iedereen moet dit blog een veilige plek zijn om te reageren. Vandaar dat ik soms dwingend op de reactieregels wijs.

Mijn weerzin tegen ongefundeerde of ongenuanceerde meningen heeft een duistere oorsprong. Je hoeft ook in onze tijd niet ver te zoeken om te zien hoeveel kwaad vooroordelen en ongenuanceerde vijandbeelden kunnen aanrichten. Dictators, volksmenners en totalitaire regimes gebruiken ze om onnadenkende mensen als marionetten tegen ‘de ander’ op te zetten.

Dus ben je geen dictator van beroep en schrijf je toch: ‘Die vuile asielzoekers pikken onze woningen in.’, Alle homo’s weg.’, ‘Iedere Marokkaan is crimineel.’, of ‘Bij elke religie draait alles om macht.’, dan bestaat de kans dat ik aan je sociale intelligentie ga twijfelen.

Toch heb ik zelf uitgesproken meningen over specifieke asielzoekers. Daarbij heb ik pittige opvattingen over Afrikanen, wanneer zij mij als mzungu wegzetten. Verder denk ik aan van alles bij het woord ‘Marokkanen’, zoals ik dat ook bij ‘Nederlanders’ doe. Homo’s kwamen hier onlangs nog ter sprake. Zij mogen blijven. En het geloof? Nou, breek me de bek niet open over sommige machthebbers en wantoestanden. Mijn meningen staan al jaren op internet. Gewoon op Raam Open.

Maar over delicate onderwerpen schrijf ik dus wel zo feitelijk en evenwichtig mogelijk. Dat maakt het hele verschil. En deze aanpak heeft nog een voordeel. Want als je grondig vooronderzoek doet en groepen als geheel respectvol behandelt, kan geen mens je argumentatie weerleggen.

Komt er dan nooit wat ongenuanceerds op Raam Open? Oh jazeker. Bijvoorbeeld als ik schrijf over persoonlijke belevenissen en mijn grote liefde voor Ticketmaster. Grrr.

Over confrontaties en onuitgesproken verwachtingen

‘Een goede reden om iemand te onderbreken is wanneer die de vraag niet beantwoordt. Dat komt geregeld voor: mensen zijn uitgenodigd, ze gaan er eens lekker voor zitten, en draaien hun eigen verhaal af, want dat is ze verteld door communicatiespecialisten: ‘blijf bij je boodschap’. Daar heb ik weinig geduld meer mee, … Dat mag ook best hoorbaar zijn op de zender.’ NPO Radio 1 presentator Lara Rense vertelt in Sir Edmund van 19 januari 2019 over het perfecte onderbreken. Ze somt haar tactieken op, variërend van charmant hinten tot keihard ingrijpen. Over dat laatste: ‘Je kunt dat prima doen, vooral omdat de luisteraars het ook horen. Luisteraars vertellen geregeld dat ze in de auto tegen de radio zitten te schreeuwen: Hij geeft geen antwoord! Afkappen!’

Een van mijn doelen met Raam Open is lezers aanzetten tot nadenken met mijn ideeën en waargebeurde anekdotes. Ik zie dat inderdaad weleens gebeuren. Of ze mijn opvattingen delen, is niet het belangrijkste. Ik wens vooral dat lezers mentaal in beweging komen. Vaak gaat het om iets wat ze tot dan toe vanzelfsprekend vonden. Een onderwerp of handelswijze waar ze nooit bewust bij stilstonden. Als ze dan een keer van focus veranderen, gaat er een Raam Open. In praktijk komt dit soms neer op iemand een spiegel voorhouden. Dat kan leuk en verrassend uitpakken, maar ook confronterend werken.

Misschien wil ik toch enige invloed hebben. Niet per sé op bepaalde mensen, maar meer op het grotere geheel. Ik kan het als realistische wereldverbeteraar niet laten om het te proberen. In het klein, want het moet wel haalbaar blijven. Een enkel steentje in de rivier kan al genoeg zijn.

Wel vraag ik mij af of sociale media daarvoor het goede instrumentarium zijn. Want we kennen elkaar niet of nauwelijks. En er bestaan al zo veel onuitgesproken verwachtingen. Die hebben we allemaal en dat zijn de echte killers in communicatie. Wat je vindt mag je houden, schreef Jan van Koert. Hij heeft daarmee een punt, vind ik. 😉

Bovendien: welke pet hebben we als blogger op achter de laptop? Die van een journalist? Die van een vriendin? Die van een deskundige/adviseur? Of die van iemand die oefent met een communicatiestijl? Wanneer ik blog, heb ik afwisselend één van deze petten op. En soms alle vier tegelijk.

Kijk je naar het soort reacties dat bloggers ontvangen, dan zie je grote verschillen. Een van mijn favorieten in dat opzicht is het blog Mainzer Beobachter van oudheidkundige Jona Lendering. Dan heb ik het over een wetenschappelijk blog van een man die oneindig veel kennis heeft en die soms ook nog iets persoonlijks schrijft. Over zijn belevenissen met het openbaar vervoer bijvoorbeeld. Hij ontvangt hoofdzakelijk reacties die echt ter zake doen, waarschijnlijk vooral van vakbroeders en andere kenners. Ofwel: van lezers die de pet van deskundige op hebben.

Bij anderen zie je vooral de petten van maten of vriendinnen onder elkaar. Bij dergelijke blogs is het wel een vraag wie nu echt een goede vriend of vriendin is. Volgens mij bestaat een vriendschappelijke relatie altijd uit min of meer gelijkwaardig tweerichtingsverkeer. Dat betekent dat de een zich inleeft in de ander en de ander in de een. Dit is dus zo’n onuitgesproken verwachting waarbij het zomaar mis kan gaan.

Helaas zie ik vaak dit: ‘Oh meid, dat heb ik ook allemaal moeten doorstaan. Want toen ik …’ Die reactie vind ik uitermate tricky. Want voordat je het weet, wals je met je eigen verhaal over dat van de ander heen. Met reden luidt een oude etiquetteregel dat je de eerste zin van een brief never nooit begint met ‘ik’. Zelfs geen eerste zin in een brief aan een vriendin. Wordt deze regel tegenwoordig eigenlijk nog onderwezen? Of hebben docenten dat vanwege de invloed van sociale media maar opgegeven?

Wat je vooral ziet, is dat vriendinnen herkenning zoeken bij elkaar. Hier doe ik zelf ook aan mee. Het is een vorm van binding en dit kan je beschouwen als een verkapte behoefte aan bevestiging. Vooral bij mensen die iets naars doormaken (ziekte, ontslag, et cetera) lees je in de reacties veel medeleven.

Daarnaast zie ik dat in vriendschappelijke reacties op blogs dingen worden verzwegen. (Hier is mijn pet van de journalist/onderzoeker/medewerker communicatie weer.) Dat zijn soms dingen die ik wel uit zou willen schreeuwen. Omdat het zo zichtbaar is wat er werkelijk speelt, terwijl niemand de vinger op de zere plek durft te leggen. Uit angst de ander te kwetsen. Of omdat de ander advies als een klap in het gezicht kan ervaren. Met de mantel der liefde wordt veel toegedekt. Terwijl ik mij serieus afvraag of je iemand daar echt mee helpt.

Welke pet draag jij wanneer je logjes leest van mij?

Ontdekken is als een goudader

Wanneer je zonder plan aan een vers jaar begint, dan ligt de wereld voor je open. ‘Ontdekken’ lees ik als voornemen of nieuwjaarswens voor 2019. Dat is een perfect motto, want ontdekken prikkelt de nieuwsgierigheid. En ontdekkingen willen doen, is de beste remedie tegen vastgeroest raken. Zowel qua ideeën als daden. Je buiten de gebaande paden wagen is leuk en ontspannend bovendien.

Op een vaste wandelroute sla ik bij uitzondering een kronkelige zijstraat in. Al gauw beland ik op volslagen onbekend terrein. Een moment lang weet ik zelfs niet welke kant ik op moet om thuis te komen. Overal staan statige panden, gebouwd rond 1900, royaal omzoomd door groen. Ben ik in een kuuroord uit vervlogen tijden terecht gekomen? Ik ervaar een sensatie die ik vooral van vakanties ken. Dat gevoel wanneer je zojuist bent aangekomen en voor het eerst een nieuwe plaats van bestemming verkent.

Op zo’n moment staan al je zintuigen op scherp. Wat er dan binnenkomt, maakt vaak blijvend indruk. Nog zonder voorkennis of oordeel zie je alles puur voor wat het is. Je registreert met een onbevangenheid die later slijt. Want het pure van zo’n eerste moment raakt door volgende ervaringen bedekt.

Zo werkt het ook in relaties. Als er iets mis gaat, moet je daarom soms helemaal terug naar die eerste indruk, en bekijken wat er vervolgens is gebeurd. Ont-dekken dus.

Op nieuwjaarsdag sla ik alweer een onbekende weg in. Een bospad dit keer. Er staan heel wat boomstronken langs en er liggen afgebroken takken. Prompt bespeur ik daarop twee nieuwe soorten zwammen. Althans, ‘nieuw’ voor mij. Dat zijn dan nummer 61 en 62. Die kunnen mooi bij de verzameling.

Doe dit jaar ook eens aan ontdekken. Misschien stuit je zomaar op een goudader.

Mijn moeder is helderziend

Op oudejaarsavond bel ik mijn moeder. We hebben elkaar onlangs nog op eerste kerstdag gezien. In de tussenliggende dagen hadden we geen contact. Na de begroeting neemt mijn moeder direct de regie over. ‘Ben je nog met E. gaan wandelen?’, vraagt ze. Ik had haar tijdens kerst verteld over mijn afspraak op 27 december met vriendin E. Mijn moeder en E. weten van elkaars bestaan, maar hebben elkaar nooit ontmoet. ‘Nee’, antwoord ik, ‘dat is niet doorgegaan.’ ‘Oh ja’, zegt mijn moeder, ‘ze was weer erg verkouden.’

‘Hè?!’, roep ik uit, ‘hoe kan jíj dit nu weten?’ ‘Nou’, zegt mijn moeder, ‘dat heb je mij toch zelf verteld.’ Nou echt niet! Dat weet ik zeker.

Terwijl ik koortsachtig nadenk over wie van de familie ik tussen 25 en 31 december nog meer heb gesproken (niemand), babbelt mijn moeder alweer verder over ditjes en datjes. Ik heb ook nergens in correspondentie over die geannuleerde afspraak gerept.

‘Ho, wacht even’ interrumpeer ik haar, ‘wat is dit nu raar. Jij kán helemaal niet weten dat E. verkouden was. ‘Jawel hoor, je hebt dat zelf gezegd.’, beweert zij nogmaals. Maar we hebben elkaar tussendoor helemaal niet gesproken.

Na ons gesprek haal ik de sms-berichtjes op mijn smartphone tevoorschijn. De datum van E’s bericht is toch echt 26 december. Werkelijk waar. Soms krijg ik toch zo de kriebels van mijn familie.

Communiceren is ook een vak

Dat het met de buurman tot formele brieven moest komen, zit mij behoorlijk dwars. Vandaag zijn ze aangetekend bezorgd en nam hij ze in ontvangst. Terwijl ik besef dat dit geen ideale manier van communiceren is. Maar als rede afketst en je het jarenlang met praten hebt geprobeerd, rest er soms geen andere weg. Ik zie die brieven als een breekijzer; als een wake-up call. Als een manier om door te dringen en hem te laten beseffen: ‘Nu kan het zo echt niet meer.’ Het is voor hem ongetwijfeld een bittere pil.

Wat meespeelt, is dat we een trio vormen en ik qua communicatiestijlen tussen twee persoonlijkheden in woon. De een is directief; de ander is meer een beschouwend type. Zelf ben ik een mix van beschouwend met coöperatieve trekjes, en met vleugjes van het directieve en expressieve soort. Die laatste twee hangen af van hoe het uit komt. Bijna niemand is alleen maar dit of dat. Daarom is het soms zo moeilijk om mensen goed in te schatten.

Wat assertieve communicatie betreft (helder en respectvol), heb ik een lange weg afgelegd. Goed communiceren is mij niet met de paplepel ingegoten. Dan leer je zoiets met vallen en opstaan. Of nooit, dat kan ook. Bij mijn buurman is dit het geval. Het is geen kwaaie, maar hij is sociaal nogal onhandig. Juist daarom zit de noodzaak van die brieven mij dwars.

Want ik zie het toch gebeuren? Ik weet toch wat er bij hem speelt? Ik begrijp toch waar hij moeite mee heeft? En ik kan toch zelf improviseren? Maar het lukt mij niet om er een betere wending aan te geven. Om hem bij poging nummer vier de ernst van de problemen te doen inzien. En om hem tot medewerking te bewegen. Waarschijnlijk omdat mijn geduld na 3 ½ jaar op is. Dan is de rek er uit.

Maar ik heb nog wat communicatiestrategietjes achter de hand. Nu is de buuf aan zet. Creatief en stimulerend dirigeren noem ik dat.

Alles sal reg kom

‘Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.’ Verder gaat mijn Afrikaans niet, maar deze uitspraak is toepasselijk. Het leven lacht snelle denkers toe. En zijn ze sociaal vaardig, dan hebben ze altijd een voorsprong. Ze kunnen mensen goed inschatten en emoties doorzien. Zo laveren ze vlot om valkuilen heen in overlegsituaties met onvoorspelbare gesprekspartners en uiteenlopende belangen. Want zij weten waar ze naartoe willen en hebben hun woordje klaar.

Ik kan goed observeren en signalen oppikken die anderen missen. Alleen verloopt de informatieverwerking bij mij wat trager, omdat er meer tegelijkertijd binnen komt. Ik ontrafel elk stukje informatie en volg het terug naar waar het vandaan komt. Ook plak ik labeltjes en wil ik kunnen zeggen: ‘Kijk: dit betekenen al die afzonderlijke deeltjes en zo staan ze met elkaar in verbinding.’ Ik heb geleerd hiermee om te gaan. Want er komt een keuzemoment en strategie is alles.

Problemen ontstaan wanneer je elkaar niet verstaat. Wanneer je geen gebruiksaanwijzing van de ander hebt. Wanneer je zijn of haar emoties nog niet kan interpreteren, omdat je nog met informatieverwerking bezig bent.

Van alles wat we wilden zeggen, hebben we geen woord uitgesproken. En van alle emoties die we wilden tonen, hebben we er niet één laten zien. Daarom sal alles reg kom.