Stukken uit het verleden van mijn identiteit

Ze gaan door mijn handen of passeren op het scherm als digitale bestanden van weleer.

  1. Toolkit Sustainable Tourism. Staat ook op internet, dus kan weg.
  2. Ondernemingsplan [bedrijfsnaam] definitief.
  3. Studiemateriaal cursus Praktische Journalistiek.
  4. Reisverslag Cambodia en Vietnam. Dit was geen vakantie, maar ter voorbereiding van een bedrijfsplan.
  5. Gezinskaarten van alle geslachten, nu overgeheveld naar de map BBB Oud.
  6. E-mails van ex-collega’s over mijn nieuwe plan. Ander plan.
  7. LOI-cursus Engels, aanvankelijk snel mee gestopt. Na Australië weer uit de kast gehaald en in aanloop naar de CPE-cursus alsnog al het huiswerk gemaakt.
  8. Trainingsmateriaal van het Centre for Safety and Development. Een van de trainers was ex-marinier en boomlang. Dat is mijn blijvende herinnering daaraan.
  9. Marketingplan, inclusief lijst met uitgevoerde activiteiten. Ongelofelijk, wat een moeite ik toen nog heb gedaan.
  10. Correspondentie 2013. Einde verhaal.
  11. Diverse hand-outs Interculturele Communicatie, Ondersteuning regio Afrika.
  12. Digitale map CV’s en resumés. Het is dat ik denk: ‘Je weet maar nooit,’ anders had ik al geklikt op ‘Delete’.
  13. Practical guide for entrepreneurs in sustainable tourism. Eigen tekst, eind april 2009 geschreven tot pagina 45. Toen wist ik dat dit het niet ging worden. Ik lees de tekst met een mengeling van ontzetting en verwondering. …
  14. Foto uit 2012, Kerstmarkt in Warmond. Ik stond daar.
  15. Voorbeeld van een kostenberekening voor boeken bij een uitgeverij. Plus meer in de map met lesmateriaal van de Vakopleiding Boekenbranche.
  16. Verslag van een functioneringsgesprek uit 1994 met Gabriella P. ‘Zeer betrouwbare, hardwerkende, sympathieke medewerkster.’, concludeerde zij. Dat schrijft tegenwoordig niemand meer over mij.
  17. Bedrijfsfolder uit 1990 met een foto van het voltallige personeel. Gaat nooit weg.
  18. NCOI-map met als inhoud een training Persoonlijke Effectiviteit. (Uit mijn PAP [Persoonlijk Aktie Plan] ‘Je eigen beste vriendje zijn.’ ‘Stem oefenen, lagere toon.’ Enzovoort.) Gedaan in Rotterdam. Heeft bar weinig effect gesorteerd, dus deze map leg ik nog even apart.
  19. Details.
  20. De vele, vele details.

Op de achtergrond passeren oude, vertrouwde bekenden in de Top 2000. Muziekstukken en namen uit een gedeeld verleden. Aanwezigen bij een andere en vroegere manier van leven. Sommigen heb ik al te lang gemist, dat besef ik nu, want zonder ben ik incompleet. Samen vormen ze de stukken waaruit mijn identiteit is opgebouwd.

Vrouwen in een reisgezelschap

Blijkbaar moet ik nog iets met die vrouw van die groepsreis in Madagaskar, waar ik gisteren over schreef. De komst van mijn oude vriendin is de trigger geweest. Zij was geen deelnemer, maar er was wel een vergelijkbaar voorval met onze zzp’ende collega, een andere vrouw. Mijn conclusie is dat ik iets had, wat die andere vrouwen ook wilden hebben. Wat mij nu interesseert, terugkijkend na zestien jaar en met de mensenkennis van nu, is wat er toen feitelijk is gebeurd.

Ik haal het fotoalbum van die rondreis in Madagaskar tevoorschijn en kijk of ik bepaalde zaken kan reconstrueren. Wie waren de spelers en wat was hun positie binnen de groep? Waren de omstandigheden zoals ik ze mij herinner? Kan ik nagaan hoe de onderlinge verhoudingen waren en welke indrukken we bij elkaar achterlieten? Er zit een volledige lijst met deelnemers in het album. Via internet heb ik ze allemaal zo getraceerd.

Ten eerste. Die rondreis was zeer zwaar. Dat is ontegenzeggelijk waar. Hij viel in de hoogste categorie: het expeditie niveau. Dat was voor vertrek niet goed duidelijk gemaakt. Reizen in ontwikkelingslanden is sowieso minder makkelijk. Daarbij was de reisleider onervaren en het programma overvol. En een achtergebleven koffer in Parijs ontregelde gelijk alles.

Ten tweede. De kamers waren op indeling. Daar was ik toen al geen voorstander meer van, maar het was de enige optie. Ik ontmoette de groep voor het eerst op Schiphol en na aankomst in Madagaskar ging het bij de kamerindeling direct mis. Op basis van geslacht werden we verdeeld over twee- en drie-persoonskamers. Er waren negen mannen en vijf alleen reizende vrouwen.

Herstel. Waarschijnlijk ging het al eerder mis. Namelijk kort voor vertrek op Schiphol. Ik wilde na het inchecken eerst nog even een rondje lopen langs de winkels. Vandaar dat ik niet meteen bij de rest aanschoof. Het is een detail, maar toch. Voordat je het weet, haalt een groepsgenoot zich van alles over zo’n soloactie in het hoofd.

Mogelijk hadden enkele vrouwen al een team gevormd voordat we aankwamen bij het eerste hotel in Madagaskar. Zo gaat dat bij groepsreizen vaker. Je drinkt samen een kop koffie en denkt: ‘Hm, misschien is zij wel iemand om straks de kamer mee te delen.’ Of je staat bij de balie, de reisleider deelt de sleutels uit en hij vraagt ‘Wie?’ Je kijkt naar een van je groepsgenoten die je wel aardig lijkt, knikt naar elkaar, en roept ‘Wij’. Of de groepsleider roept de namen in alfabetische volgorde af. Ik kan mij dit niet scherp herinneren.

In elk geval ontbrak bij aankomst die koffer. De koffer was van een vriendelijke, zij het wat aparte vrouw. Ze zag er enigszins hippie-achtig uit en ze had zeer specifieke gewoonten, zo bleek al gauw. Onderweg had ik haar nauwelijks opgemerkt en met de overstap in Parijs was het een lange heenreis geworden. Daarom was ik vooral moe. Maar zij werd dus mijn vaste kamergenote op die rondreis van 24 dagen.

Die eerste avond na aankomst was ze erg onrustig. Ik begreep dat wel. Haar koffer was achtergebleven. Daarom had ze overhaast toiletartikelen en slecht passende kleding moeten kopen, terwijl de rest van de groep in de bus wachtte. En zonder haar eigen spullen kon ze haar vaste rituelen niet uitvoeren zoals ze gewend was. Rituelen, ja. Die mij heel wat uurtjes aan nachtrust zouden gaan kosten. Alle handelingen moest ze in de juiste volgorde op gezette tijden uitvoeren. Ze was een beetje alternatief, op het zweverige af.

Mijn kamergenote was beslist aardig en we hadden zelfs enkele raakvlakken. Maar haar vaste ochtendritueel was toch wel problematisch. Misschien was dat ritueel minder storend geweest, als zij haar eigen koffer bij zich had gehad. Ik slaap licht en word wakker van ieder geluid. Terwijl haar hele bezit verpakt zat in een verzameling knisperende plastic zakken.

Het ritueel. Mevrouw stond elke ochtend stipt om 04.00 uur op. (Rinkelderinkel van de wekker.) Vervolgens ging het licht aan in de kamer (plop). Dan begon het geritsel van haar vele plastic zakjes. (Knisperde-knisperdeknisper.) Afgewisseld met het gerammel van haar metalen beker. (Klangggg. Boink.) En het geroer met haar metalen lepel. (Ggrrgggrgggrgg, pok pok.) Tussendoor moesten er ingrediënten worden gezocht. (Knisperdeknisper deden haar plastic zakjes, rrrrrr, deed een rits, plok deed de lepel wederom in haar beker.) Enzovoort.

En dat tijdens een toch al mentaal en fysiek zeer uitputtende reis.

Ze was er niet van af te brengen. Ik probeerde rede, ik probeerde zachte dwang. Ik heb boosheid geprobeerd. Maar ze kon niet anders, zei ze. En waarschijnlijk was dat zo. Zij sliep eveneens slecht, want ze was het kamerdelen niet gewend, vertelde zij.

In overleg zijn we naar de reisleider gestapt en hebben we om een oplossing gevraagd. Konden we om beurten rouleren met de andere vrouwen die een drie-persoonskamer deelden? Konden we bij sommige hotels een extra eenpersoonskamer krijgen, zodat we tussendoor meer rust zouden vinden? Was er nog een alternatief? Hij dacht erover na en ging praten met de andere vrouwen.

En jawel, er kwam een alternatief. Om en om zouden we, waar mogelijk, een eenpersoonskamer krijgen. De ander deelde op die dagen de kamer met de drie overige vrouwen. Ik weet niet meer of het dan een vierpersoonskamer betrof, of twee tweepersoonskamers. Maar gelijk bij de eerste keer ging het al mis.

Mijn vaste kamergenote zou die avond met de andere vrouwen een kamer delen, terwijl ik de eenpersoonskamer kreeg. We waren halverwege de middag bij het hotel aangekomen en ik genoot enorm van het vooruitzicht om de hele kamer voor mezelf te hebben. Dus gooide ik mijn spullen lekker overal neer, haalde mijn hele rugzak overhoop en ging heerlijk lang onder de douche. Althans, dat was waar ik stond toen er hard op de buitendeur werd gebonkt. Ik wou echt niet onder de douche vandaan, maar de reisleider eiste dat ik onmiddellijk naar buiten kwam.

Wat was het geval? Die troela’s in de andere kamer konden niet overweg met mijn vaste kamergenote en dus moest ze maar opzouten daar. Dat ik onderhand oververmoeid was, boeide hen niet. De onervaren reisleider was nauwelijks opgewassen tegen deze vrouwen en ging er in mee. Dus heb ik drie weken lang de kamer gedeeld met mijn kamergenote en haar vaste ochtendritueel. Ik ben in mijn hele leven nog nooit zo gesloopt geweest als toen.

En u raadt het al, één van die aso troela’s was zo geïnteresseerd in mijn toenmalige werkgever. Haar naam begint met een C.

Wat vrouwen soms uithalen

We hebben al driekwart afgelegd van mijn favoriete landgoedwandelroute, mijn oude vriendin en ik. Wanneer zij haar smartphone tevoorschijn haalt en mij de zojuist afgelegde route op het scherm laat zien. Dat zij ons traject heeft getrackt, komt voor mij als een verrassing. Op dat moment voel ik er weinig bij. Maar veel gidsen van wandelgroepen vinden het minder prettig als meelopers hun zelfbedachte routes vastleggen.

Heb ik een fout begaan? Tenslotte heb ik ook jarenlang aan iedereen verteld hoe geweldig ik Australië vind. Daar begon ik mee in 1986, toen er nog amper iemand voor vakantie heen ging. En kijk nu eens. Onderhand viert bijna elke student een tussenjaar in dat land. Ik had mijn mond moeten houden, want zo heb ik aan een enorme CO2-uitstoot bijgedragen.

Of neem die rondreis in Madagaskar, zestien jaar geleden. Het was een groepsreis van SNP en daar zaten een paar vinnige meiden bij. De ‘leukste’ (te merken aan de reacties van de mannen) was behoorlijk bijdehand. Als Brabantse droeg ze een aura van gezelligheid mee. En ze had uitzonderlijk veel interesse voor het werk wat ik toen deed.

Geleidelijk schakelde ze van een belangstellend vraaggesprek over op een vorm van uithoren. En twee jaar later dook zij als nieuwe kracht op bij mijn toenmalige werkgever, in een sector waar je moeilijk tussen komt. Kennelijk was mijn informatie haar goed van pas gekomen. Ze kwam binnen op een andere afdeling en heeft nooit meer met mij contact opgenomen.

Mijn oude vriendin en ik kennen elkaar twintig jaar. Tien jaar geleden voerde ik via payrolling een project uit bij haar werkgever. Daar werkte ook een Brabantse vrouwelijke collega als zzp’er, die bijzonder geïnteresseerd was in ons gedeelde verleden. De oude vriendin en ik hebben allebei veel gereisd en een enigszins alternatieve kijk op het leven. Steeds wanneer ik voor een pauzewandeling naar buiten ging, wilde die collega mee.

Dat zij later een vergelijkbaar geintje ging uithalen als haar provinciegenoot van die groepsreis, zag ik dus al aankomen. En daar zit ik niet mee.

Alleen vind ik het nu toch wat minder dat ik mijn oude vriendin heb laten zien waar de mooiste paddenstoelen langs de route groeien. Het is er sinds coronatijd al druk genoeg.

Onvoltooid voltooid verleden

In mijn hoofd is het nog een gesuis en geruis. Net terug van even terug zijn geweest. Trein in, trein uit, tram in, tram uit, Randstedelijke drukte en geluid. Gebaande paden, welbekende short cuts. De eettentjes in Haagse achterafstraatjes, van Istanbul tot Hanoi. Ze zijn mij zo vertrouwd. Stoïcijns gebleven op dezelfde locaties. Terwijl ik ondertussen een totaal ander leven heb opgebouwd. Rust, waar alles rondom doorraast. Pas op de plaats.

Ontmoetingen in gebouwen uit een gedeeld verleden. Ze zijn nooit verdwenen. Wel even uit beeld, maar altijd onderdeel gebleven van een doorlopend verleden. Tot in de toekomst van het heden.

Verhalen. Over een collega met een verloren kind. Een andere baan in Afrika. Om vroeger achter te laten? Tevergeefs misschien. In weinig gebieden wordt je identiteit zo sterk bepaald door je kinderen, als daar. Wat zeg je als ze je vragen hoeveel kinderen je hebt?

Verleden. Onverwachts terug in een gebouw waar ik 9,5 jaar heb gewerkt. De belangrijkste periode uit mijn carrière. Voor het eerst na 8,5 jaar blijft mijn gevoel neutraal. Nog bijna wekelijks krijg ik de vraag wat mijn beroep is. Pas sinds kort kan ik het antwoord in een enkele zin samenvatten.

Het is allemaal zo lang geleden. Wat draag ik nu nog mee dat er toen al was? Heel weinig, vrijwel alles is van daarna. Slechts een wollen sjaal met Noorse sterren was er toen ook al bij. De tastbare rest is achtergelaten, ergens onderweg naar het heden. En de ontastbare rest is verdwenen. Omgezet in kennis en een doorlopende levensles.

Communiceren met de fotograaf

Op een dag verschijnt er een onbekende man op de wekelijkse bijeenkomst voor en door werkzoekenden. Omdat hij alleen staat in de pauze, knoop ik met hem een praatje aan. Hij komt erg dicht bij me staan en kijkt mij nogal indringend aan. Aandacht. Dat eist hij van mij.  Al direct overschrijdt hij de grens van mijn comfort zone. En daarbij: hij heeft een slechte adem. Ik doe onmerkbaar een stapje achteruit, maar hij volgt mij.

En hij praat, hè. Hij praat. Heel dwingend. Over zijn werk. Hij is fotograaf. Aan een stuk door ratelt hij over de pech die hem achtervolgt. Geen werk, scheiding, huis verkocht. Nu zit hij in de bijstand en is hij veel geld aan huur kwijt. Hij vraagt niet naar mijn verhaal, dat begrijp je vast wel.

Ik weet genoeg en loop hem vervolgens steeds mis. Gelukkig zijn er genoeg anderen bij wie hij zich kan beklagen. Want dat doet hij continu. Als hij geen luisterend oor vindt, doet hij zijn eigen ding en houdt hij zijn mond.

Enige tijd later werpt hij zich op als vrijwillig fotograaf. Daarom brengt hij zijn fotoapparatuur mee. Grote toestellen met telelenzen. ‘P. maakt vandaag foto’s, onder andere voor de website’, wordt er medegedeeld. Mijn haren staan nog net niet overeind. Dit is een bijeenkomst waar mensen zich veilig moeten voelen. Niemand wil ermee te koop lopen dat hij geen werk heeft. Ik weet dat meer dan een persoon hiertegen bezwaar heeft. En wacht af. Maar niemand zegt er iets van, terwijl de gespreksleider al met haar verhaal aanvangt. De fotograaf gaat zijn gang.

Ik maak een mentale aantekening om dit aan te kaarten. Aangezien ik zelf de websitebeheerder ben, zal er geen foto op komen zonder toestemming. In de pauze vertelt de fotograaf aan iemand van de kerngroep hoe hij opereert. ‘Ik werk altijd onopvallend. Eerst maak ik foto’s en eventueel vraag ik daarna pas om  toestemming. Dan heb ik zeker de foto die ik hebben wil.’ En: ‘Ik kan erg goed met mensen omgaan en ik ben heel soepel.’ Iets dergelijks staat ook op zijn website.

vergeetmijnietjeEnkele dagen later ontvang ik een bestand met zijn foto’s. Het gaat om 53 MB aan voornamelijk onbruikbaar materiaal. Slechte belichting, onscherpe stukken, verkeerde compositie, tegenlicht, mensen die er niet flatteus op staan, en ga zo maar door. Als amateur maak ik met mijn mobieltje betere foto’s dan hij. Al zeg ik het zelf.

Maar ja, enkele leden van de kerngroep zijn toch enigszins over de foto’s te spreken en willen ze voor de website hebben. We maken een selectie waarbij een flink deel af valt. De rest gaat nog wel. Ook al had ik voor onze website wat beters gewenst.

En dan begint het gesteggel. Want iemand van de kerngroep mailt hem dat hij zelf mag aangeven hoe zijn naam overal bij zijn foto’s op de website moet worden vermeld. Tuurlijk. Geef een narcist de vrije hand en hij zal je hele website vol kalken. Ik spreek uit ervaring met mensen, websites en geurvlaggen. En ja hoor, dat is precies wat hij wenst. Zijn logo moet pontificaal in de hele rechterhoek van elke foto worden getoond. Als ik hem op andere gedachten probeer te brengen, blijft hij op zijn strepen staan. Want: ‘dit is de beste reclame’. Voor hemzelf, denkt hij. Het is maar hoe je dat bekijkt.

Verkouden

Hoe verkouden ik ook ben, ik zal toch eten moeten halen. Dus op naar de supermarkt. De buitenlucht doet mij goed en ik krijg weer adem. In de winkel is de lucht echter droog en warm. Het gaat goed zolang ik tussen de schappen zigzag. Maar vlakbij de kassa voel ik het gevreesde toch opkomen. Kriebelhoest. Ik kan nog net mijn spullen op de band leggen en hoestdrop pakken. Pfff, ternauwernood een gênante scene voorkomen.

De caissière ziet het allemaal gebeuren en ik denk nog: ‘Als zij nu maar niets vraagt.’ Helaas. ‘Heeft u een bonuskaart?’ ‘Juch.’ Zij typt iets in en ik haal hem uit mijn tas. ‘Oh, u heeft er tóch een, ik dacht dat u zei: ‘Nee.’ Wilt u koopzegels?’ ‘Uche, uch.’ ‘Wilt u wel een moestuintje?’ ‘Uche-uche-uch!’ ‘Oh, u kunt geloof ik niet veel zeggen.’ ‘…’

Er hoeft maar iemand in mijn buurt verkouden te zijn en dan krijg ik het ook. Ach, ik ben toch zo solidair. De teller staat inmiddels op drie verkoudheden dit jaar. Consequent doorloop ik alle stadia. Een vaag pijntje hier, een steekje daar. Prompt valt mijn stem weg en doet mijn keel naar. Dan dient de eerste hoestbui zich aan. En daarna zit ik regelmatig te happen naar adem. Uiteindelijk loopt ik rood aan, volgen de tranen en begint het gesnotter in volle glorie.

Naast ongemak, zorgt een verkoudheid voor sociale dilemma’s. Voorheen meldde ik mij zelden ziek voor een verkoudheid. Want dan kon ik best nog werken. Tot een collega eens liet blijken dat zij daar niet blij mee was. Zij vreesde het ook te krijgen. Logisch. Alleen is het nogal wat om wekenlang in eenzame afzondering te verblijven. Nu kan ik thuis werken en via skype vergaderen. Maar moet ik dan wel alle sociale afspraken afzeggen?

 

Tien voordelen van thuiswerken

Sinds de verhuizing mag ik thuiswerken. Dit duurt tot mijn contract afloopt, dus geniet ik er nog even van. Want thuiswerken is echt heerlijk. Dit zijn de tien grootste voordelen:

  1. Je mag dragen wat je wil. Joepie! Er is toch geen hond die het ziet. Dus zit ik lekker met een trainingsbroek, een oud wollen vest en pantoffels aan mijn bureau. (Ik hoop wel dat de webcam bovenop mijn beeldscherm uit staat. Zie ook punt 4.)
  2. Je hoeft de trein niet te halen. Nog een megavoordeel. Geen gejakker naar het station, geen sprintje door rood. Niet samengeperst met twintig anderen in het gangpad staan. Vergeet fietsen door hondenweer. Het nieuws over files hoor je meewarig aan.
  3. Je mag de klimaatbeheersing van het kantoor helemaal zelf regelen. Yes! Geen gedoe met je werkgever, die het raam open zet wanneer het vriest. Om maar te zwijgen over de airconditioning. Je loopt bovendien minder risico op allerlei ziektekiemen.IMG_3787
  4. Je wordt niet onderworpen aan kantoor- humor of de eindeloze herhalingen van die collega tegenover je. En zelf mag je de hele dag roepen wat je maar wil. Al ga je je zangtalent uitproberen; je computerscherm is toch doof en houdt zich stil.
  5. Je kan veel efficiënter werken. En hé, ineens kunnen we toe met minder vergaderingen.
  6. Je kan naar eigen smaak koffie en thee maken. Ook fijn.
  7. Je kan tussendoor even een boodschapje doen. Kondig je korte afwezigheid wel vooraf aan. Dat wekt bij werkgevers op afstand vertrouwen. Thuiswerken vereist discipline en zelfstandigheid.
  8. Je mag, afhankelijk van afspraken, zelf je tijden bepalen. Handig als je je kind van de crèche moet halen. Ik ken iemand die om deze reden zzp’er is geworden, maar dat hoeft dus niet.
  9. Je bent niet veroordeeld tot een pauzerondje op een duf bedrijventerrein. In de zomer lunch ik genoeglijk in mijn eigen tuin.
  10. Je kan met iedereen contact houden via e-mail, skype en telefoon. Dit voor het geval je overleg wil plegen of gezelschap mist. (Bij skypen wel even de wasmand uit beeld halen en nette kleding aandoen.) Je kan natuurlijk ook gewoon een dagje naar kantoor gaan. Dan is iedereen blij om je weer te zien.

Oké, er is een minpuntje. Ik mis voldoende beweging. Daarom zoek ik iets ter vervanging van het sprintje naar het station. Want je zou denken dat dit geen functie heeft. Maar het werkt uitstekend voor de bloedsomloop en zorgt voor een wakker begin.