Gepruts met touwtjes en lapmiddelen

Gevoelsmatig heb ik vijf dagen lang zinloze rondjes gedraaid tussen de voor- en de achtertuin en tevergeefs eindeloos geprutst met lapmiddelen en touwtjes. Dat zit zo. Het zou weer warm worden. Heel warm. Daar word ik steeds een beetje onrustig van. Zelf kan ik best goed tegen de hitte. Met mijn tropenervaring weet ik heel goed wat tegen zinderende luchtstromen te doen. Maar die verzameling hortensia’s in de voortuin … En bepaalde planten in de achtertuin … Die zijn er allesbehalve tegen bestand. Wat ik ook probeer of fabriceer, ik kan nauwelijks iets doeltreffends voor die planten doen. En uiteraard stond alles juist zo vol en mooi in bloei.

Toevallig had de buurvrouw nog een paar palen over en van die metalen puntige dingen die je in de grond kan doen. Aangezien ze toch aan het opruimen was en goed met een boormachine overweg kan, wilde ze ook nog wel wat haakjes en oogjes bevestigen. Ik hoefde alleen maar te zeggen waar en dan zou zij dat gelijk doen. Zo’n aanbod moet je natuurlijk onmiddellijk aanpakken, met beide handen, want zelf ben ik totaal niet bedreven met een boormachine. Ik heb er één, in het kader van zelfstandig zijn, maar ik ben ook al jaren van plan om er eerst wat mee te oefenen. Nog liever wil ik dat iemand mij alles eerst rustig voordoet. Daarna kan ik het verder zelf wel doen.

Dus kwamen er oogjes op de hoeken van raamkozijnen, en haakjes op een schuttingpaal en ook nog oogjes bovenaan de nieuwe tuinpalen, zodat ik daar allemaal touwtjes aan vast kon maken, om daar doeken overheen te hangen of tussen te spannen, zodat de zonnestralen buiten bleven en er schaduw op de planten kwam.

Toen begon het gepuzzel, want eigenlijk heb ik geen goede spullen voor dit doel. Terwijl ik bij de vorige aankondiging van tropische temperaturen toch speciaal en bijtijds een camouflagedoek had gekocht. Alleen twijfelde ik in de winkel enigszins of die doek hiervoor een goede keuze was. Want: donker en synthetisch, dus van zichzelf bloedheet, en beetje zwaar. Maar alle andere doeken in de bouwmarkt waren veel duurder en zeker niet van het juiste formaat. Bovendien moet ik met twee lijnbussen naar die bouwmarkt toe. Dus wanneer ik iets terugbreng en ruil, kost het mij sowieso extra geld.

Dus wat heb ik dan wel? Een oud hoeslaken dat ik voor schilderwerk gebruik. Een oud douchegordijn voor hetzelfde doel. Drie losse lappen die ik als restanten heb gekocht op de stoffenmarkt in Doetinchem. Een Ethiopische katoenen sjaal. Een bontgekleurde omslagdoek (lavalava) uit West-Samoa. Drie tien meter lange spierwitte, synthetische isolatielappen om vorstgevoelige planten in de winter warm te houden. Waarvan één in drie stukken is geknipt. Verder nog: een touw dat ik vroeger op kunstmarkten heb gebruikt. Nog een touw idem dito, bestaande uit drie delen aan elkaar geknoopt. Een zak met allerlei lange losse veters uit inmiddels weggegooide wandelschoenen. Een heleboel satijnen koordjes die ik uit nieuwe kledingstukken heb geknipt. Nog wat losse veters en een soort allegaartje aan touwtjes en draadjes. Drie eenpersoonslakens die ik wegens twijfelaar (bed) niet meer gebruik, maar nog te goed vind voor gehang in de tuin.

Dan de palen. Twee nieuwe houten palen in nieuwe paalhouders. Twee plastic planten stokken van circa 1,8 m hoog. Twee metalen vitragestangen die ik nu maar voor het omhooghouden van het witte landbouwdoek gebruik.

O ja, en verder heb ik nog drie perfect passende ecru-kleurige gordijnen uit mijn twee-na-laatste huis. Alleen zijn die een beetje zwaar. Plus mijn marktkleed, waar ook al een stuk van af is geknipt om te dienen als achtergrond in een zwarte Ikea lijst.

Voor mijn hortensia’s heb ik van alles geprobeerd. Maar de camouflagedoek zakt veel te diep door. Het landbouwdoek is te heet en de sjaal uit Ethiopië is te kort. De drie lappen uit Doetinchem wapperen alle kanten op. En zo verder en zo voort.

Zucht. Had ik maar een echt goed schaduwdoek. Maar de professionele schaduwdoeken zijn natuurlijk allemaal al weken uitverkocht. Nee wacht. Was ik maar rijk en niet zo knap. Dan zou ik alles door een leuke tuinman laten doen.

Het hart als symbool

Op een zonnige, warme lentedag staat een hart symbool voor de liefde. Zo’n lentedag kan misleidend zijn. Want hoe veel mensen hebben hartzeer, zonder dat we het zien?

Twee dagen geleden stierf de ‘liefste’ buurvrouw in ons straatje. ‘Liefste’ is hier een raar woord. Maar toch. Zij was voor mij van alle buren de meest dierbare persoon. Een stukje uit de tekst op haar kaart:

‘… En zag
Dat ik ook in dit leven hoor
Bij het grote geheel,
Bij de oorsprong van alle natuur
En dat ik elk uur
De rest van dit bewuste leven
Liefde ga zijn en liefde ga geven
Schoonheid ga zoeken
In alle gaten en hoeken …’

Zoals ik haar in korte tijd heb meegemaakt, is dit precies hoe zij in het leven stond.

(Bron citaat: Jochem Myjer.)

Een vorm van vrouwenhaat

Qua kennis en kunde worden vrouwen standaard lager ingeschat dan mannen; zowel door mannen als door vrouwen. Een gevolg hiervan is dat vrouwen zich veel nadrukkelijker moeten bewijzen om serieus genomen te worden. Dat blijkt uit een onderzoek waarnaar eind vorig jaar werd verwezen in een krantenartikel over de positie van Nederlandse vrouwen. Het artikel heb ik niet bewaard. Wel herinner ik mij, dat er elders in die tekst het woord ‘vrouwenhaat’ staat.

Het heeft lang geduurd, maar eindelijk is bij mij het kwartje gevallen. Dat artikel werd een openbaring en het werd een verlate gewaarwording. Want sinds dat artikel besef ik pas, dat het stelselmatig minder serieus nemen van vrouwen feitelijk één van de subtielere gedaanten vormt van vrouwenhaat. Daar moest ik dan bijna 58 jaar oud voor worden.

Vrouwenhaat heb ik altijd geassocieerd met de extremere uitwassen, zoals ik die voornamelijk ‘ken’ uit een aantal ontwikkelingslanden. Het woord riep bij mij ook beelden op van zwaar gefrustreerde blanke Amerikaanse mannen. Bepaalde ultra-conservatieve Trump-stemmers, bijvoorbeeld. Maar vrouwenhaat als fenomeen in Nederland? Daar had ik zelf geen ervaring mee, dus daar kon ik mij minder makkelijk iets bij voorstellen.

Tot dat artikel. Ineens vielen diverse raadselachtige puzzelstukjes op hun plek. En ineens verscheen daar die rode draad tussen de losse voorvallen.

De klokkenluider staat in de kou

Vanavond komt om 23:05 uur 2Doc: Never Whistle Alone over klokkenluiders op NPO2. Begin dit jaar trok ik zelf aan de bel over een onrechtmatige situatie. ‘De meeste klokkenluiders die hij sprak onderschatten de emotionele impact die hun aangifte zou hebben, zegt Ferrari’, (de regisseur), in een interview voor de VPRO Gids. ‘Het is heel vreemd,’ zei een klokkenluider, ‘alsof je wordt aangevallen, en op een gegeven moment heb je zoiets van: wow, was het dan mijn fout? Je krijgt iets van spijt, gaat aan jezelf twijfelen, je voelt je schuldig.’

Ferrari sprak twintig klokkenluiders en ziet een aantal overeenkomsten. Ten eerste: ‘Wat meespeelt is dat de rechter ze in hun gelijk bevestigt. Dat is ontzettend belangrijk voor ze, dat iemand officieel zegt: je had gelijk, je was geen idioot. Ten tweede: ‘Het zijn echte professionals […] Ze zoeken eerst grondig uit hoe het in elkaar zit voor ze aangifte doen. […] Ze willen zeker zijn dat ze het bij het juiste eind hebben.’ Ten derde: ‘Bij al die klokkenluiders die ik sprak bleek het ontzettend belangrijk om anderen erbij te betrekken, voor emotionele steun, voor advies op strategisch gebied als het gaat om wetskennis.’ Dat laatste is zeker belangrijk, want de kans is groot dat klokkenluiders binnen hun eigen kring als verraders worden gezien. Ferrari benoemt ook waarom ze desondanks aan de bel trekken: ‘Ze zijn consciëntieus, geven echt om hun werk. In hun eigen ogen hebben ze geen keuze.’

Ik herken vrijwel alles in deze uitspraken. Dit gaat over de strijd met mijn liegende en bedriegende buurman. Degene die eerst een officieel bouwvoorschrift heeft genegeerd en vervolgens zijn buren voor duizenden euro’s wilde laten opdraaien toen daardoor de gezamenlijke riolering kapot ging. Er ligt nu een nieuwe riolering. Toch is van een goede afloop concreet en gevoelsmatig geen sprake. Details laat ik achterwege, maar één punt uit bovenstaande citaten wil ik wel belichten.

Don’t shoot the messenger. Ofwel, verwijt de boodschapper niet datgene, wat door toedoen van jouwzelf of van derden misgaat.

Toch was dit de houding van de buurman. In plaats van zijn eigen daden en houding onder ogen te komen, ging buurman vol in de slachtofferrol. Slim van hem. Als je hoogbejaard en fysiek zwak bent, heb je de goedgelovigen al snel op je hand. Zo snel, dat ze geen moeite meer doen om te verifiëren of het wel klopt wat je beweert. Ook mensen die uit hoofde van hun functie echt beter zouden moeten weten, trappen daar in. Ik ben hier driemaal mee geconfronteerd. In één geval heb ik een ambtenaar binnen een uur tijd als een blad aan de boom van houding zien veranderen. Het bleek dat buurman valse lasterpraat niet schuwde. (En ja, daarvan kan ik schriftelijk bewijs laten zien.)

Ook was er duidelijk sprake van framing. Denk aan beeldvorming in de trant van ‘dat mens dat niet zo moeilijk moet doen’, of ‘dat vijandige kreng van hiernaast’ tegen ‘die arme hulpbehoevende oudere man’, of ‘die man die toch zo vriendelijk is’. Toen ik tegen de zwaar getatoeëerde meneer van de rioolservice vertelde in welke bewoordingen de buurman ongetwijfeld tegen hem over mij had staan uitvaren, moest zelfs hij blozen. Dat had ik dus goed geraden.

Nogmaals: don’t shoot the messenger. Maar mannen als de buurman kunnen geen fouten erkennen. En ‘verliezen’ van een vrouw is voor hen al helemaal ondenkbaar. Dus gaan ze wild om zich heen slaan als je hen nood-gedwongen confronteert. Want dan voelen ze zich bedreigd. Met als gevolg dat ze zelf gaan dreigen.

Heb ik mij, zoals in het citaat, aangevallen gevoeld? Jazeker, nota bene door de vrijwillig werkende juriste van de buurman. Mijn achting voor de plaatselijke rechtswinkel is dan ook tot het absolute nulpunt gedaald. Want waarom zo vijandig doen tegen iemand die aantoonbaar ernstig door haar buurman wordt benadeeld? (Ik moet toch eens uitzoeken of de rechtswinkel gemeentesubsidie krijgt.) Maar goed, ik heb wel vaker bedenkingen bij mensen die zich als ‘hulpverlener’ voordoen.

Triomferen is triomf vieren

Zwarte Dodge RAM 1500

Eigenlijk zou ik mijn tas alvast moeten pakken om naar sport te gaan. Normaal zou ik nu een hapje eten, een trainingslegging aantrekken en dan het huis verlaten. Maar alles verloopt ineens anders vandaag. Dit is volkomen onverwacht de dag geworden waarop ik maanden heb gewacht.

Die dag waar ik zo veel moeite voor heb gedaan. Waarvoor ik heb moeten strijden en met de stelligste vasthoudendheid heb moeten doorbijten. Laat dit een lesje zijn voor eigenzinnige en autoritaire heren: never underestimate a pitbull in dameskleren. Want vandaag behaal ik eindelijk mijn grootste triomf in tijden.

Van deze triomf laat ik geen seconde onopgemerkt voorbij gaan. Elk moment wil ik uitgebreid vieren.

Oh, wat klinkt dat toch heerlijk; het geluid van die ronkende graafmachine. Zucht, wat kan ik intens genieten wanneer twee mannen voor mij aan het werk gaan. En ze mogen er wezen ook. Die twee in het zwart geklede stoere kerels. En het is warm vandaag, dus wordt de kleding almaar schaarser.

Ach, het genoegen dat het mij doet, om ze met elkaar te horen praten. Over hoe diep die put ligt. En over hoe ver ze voor de nieuwe buis moeten graven. Zelfs de diesellucht komt mij tegemoet als ware het een vleugje van het zoetste parfum. Geen seconde hiervan wil ik missen.

Hmmm. 😉

De strijd om het riool

Vandaag heb ik gelogen. Het gebeurde niet expres; mijn geheugen is gewoon zo waardeloos. Ik vertelde tegen de jurist van de omgevingsdienst dat ik hier morgen precies vier jaar woon. Maar het jubileum was drie dagen terug, zag ik op Raam Open. Nou, morgen ga ik toch mooi gebak halen.

Vandaag moest ik die jurist weer bellen. Dat moest van mijzelf. Er was weer een deadline verstreken en een verlengde termijn. Die termijn wou ik niet laten verlengen, maar dat heeft de juriste van de buurman bewerkstelligd. Die luizige … Afijn. Zo ver is het dus gekomen. Wie had dat kunnen voorzien toen ik hier kwam wonen, vier jaar minus drie dagen geleden?

We zijn er bijna. Ik moet nog even volhouden. Alleen duurt dat ‘even’ altijd te lang. Sinds we vorig jaar november de oorzaak van de rioolproblemen ontdekten, zijn er zeven maanden verstreken. Zéven maanden.

Het vergt nogal wat van mij, deze toestand. Ik moet constructief blijven en eerlijk zijn. Ik moet strategisch denken en anticiperen. Ik moet mensen bespelen en manipuleren. ’t Is niet anders. Ook moet ik steeds afwegen: zet ik nu mijn professionele zelf in, of moet hier wat meer emotie bij?

Ik moet begrip tonen, redelijk zijn. En zorgen dat dat niet te veel doorslaat naar begrip voor de andere partij. Ik moet dicht bij mezelf blijven en elke seconde mijn belang voor ogen houden. Ik moet vasthouden, doorzetten en van mij af bijten. Ik moet opgewassen zijn tegen een juriste die minimaal vier jaar rechtenstudie heeft gedaan en ik nul.

Ik moet het hebben van mijn vernuft (waar hangt dat uit als je het nodig hebt?), en van mijn creativiteit, als het gaat om argumenten. En voortdurend moet ik in de gaten houden hoe de hazen lopen op een voor mij onbekend terrein.

Ik moet mijn hoofd koel houden, hoe kwaad ik ook ben. Want ja, ik snap waarom ze het doet. Maar tegelijk ben ik zo verontwaardigd over die andere juriste, van de tegenpartij. Hoe háált ze het in haar hoofd om vrijwillig iemand te verdedigen die bekend staat om zijn egoïsme en zijn eigenzinnigheid? Iemand die zijn buren zo heeft voorgelogen?

Een buurvrouw verderop in de straat heeft letterlijk aan mij gevraagd ‘of het voor mij wel uit te houden was naast hem.’ Nou, gek genoeg wel. Het is hier zeer goed wonen.

Nog even doorbijten dus. Dan wordt de eerste van die kwesties hopelijk eindelijk getackeld. Als alles goed gaat. Als hij niet wéér gelogen heeft en de jurist van de omgevingsdienst er in is getrapt. En als die jurist niet van mening verandert. Want je weet nooit. Ook hij wordt bespeeld door de juriste van de tegenpartij. Een vrouw. Dit is feitelijk een catfight en we zullen zien hoe dit eindigt.

De buurman zal mij nergens over informeren. Maar ik weet genoeg als de auto van de rioolserviceman voorrijdt: een zwarte Dodge RAM.

Zo grillig als een vrouw in de overgang

Soms hoor je een woord waarvan je denkt: ‘Hé, dat ken ik nog niet.’ Zo stuitte ik gisteren op het Engelse coddiwomple. Dat betekent: ‘to travel in a purposeful manner towards a vague destination.’ Hoe was het mogelijk dat ik daar nooit van had gehoord, terwijl ik zo veel heb gereisd? Nou, gewoon, omdat het woord pas kort bestaat en door de huidige travellers scene via internet wordt verspreid. ‘Ik word echt oud.’, dacht ik daarbij.

Mijn gedachten zijn af en toe behoorlijk grillig. Misschien omdat ik nu doelbewust toewerk naar een uitkomst die volstrekt onzeker is. Ik weet heel goed wat ik wil bereiken. Maar de weg ernaartoe zit vol kronkels en ik kan niet in de toekomst kijken. Dit speelt in het groot en in het klein. De schors van een pseudoacacia past daar mooi bij. Die zit vol lijnen, groeven, splitsingen en uitbarstingen. En sommige lijnen komen weer bijeen.

‘Zo grillig als de schors van een Robina.’, dacht ik daarbij. Je zou dit zo als Nederlands spreekwoord kunnen invoeren. Maar een of andere voetbalcommentator is mij voor geweest met iets vergelijkbaars: ‘Zo grillig als een vrouw in de overgang.’ Tss, wat een orakel.