Het schilderwerk van de dakkapel

De dakkapel vraagt om een nieuwe verflaag en dat klusje besteed ik graag aan een schilder uit. Toevallig woont er een twee huizen verderop. Deze buurman ken ik oppervlakkig, al hebben wij elkaar een keer uitgebreid gesproken. We zijn namelijk lotgenoten. De beruchte buurman van het riool woont tussen ons in en met die man hebben wij allebei beroerde ervaringen opgedaan. Zoiets schept een band.

Voor een offerte benader ik uit loyaliteit als eerste mijn schilderende buurman. Toch is er een moment van twijfel. Want wat als er iets onverhoopt mis gaat? Ik heb al bij herhaling gedoe met bouwvakkers gehad. Het gebeurt regelmatig dat zij afspraken anders interpreteren, zelfs al staan die zwart op wit. (‘Twee waterafvoeren, dus niet één.) Of dat er iets vergeten wordt. (‘Oh, moest daarachter nog een elektriciteitskabel komen?’) Lang niet iedere bouwvakker wil een fout of vergissing onder ogen zien. Maar het is wel makkelijk als de buurman het werk uitvoert, dus hij wordt het.

Op de afgesproken dag brengt hij onverwachts versterking mee. Hij heeft er namelijk ‘een project’ van gemaakt. Bij de overburen heeft hij ook een klus. Daarom staan er ineens twee schilders voor mijn deur. Binnen no time wordt de rolverdeling duidelijk. Buurman is de baas c.q. meewerkend voorman; de andere man is de braaf luisterende goedsul.

Buurman is trouwens best een praatjesmaker en een druk baasje. Hij weet dit goed te etaleren met een ladder. Die ladder wordt als eerste daad tegen de dakrand geplaatst. Vervolgens gaan ze bij de buren verder. De achtergelaten ladder wekt intussen mooi de indruk dat er hard gewerkt wordt. Ook wanneer er urenlang niemand op staat.

Verder delegeert buurman op een manier die ik sinds de jaren zeventig niet meer heb meegemaakt. (Behalve in Frankrijk en in Afrika. Daar slijten traditionele omgangsvormen minder snel.) Het is een waar staaltje patron versus gezel.

Ondertussen voel ik mij vanwege hun nadrukkelijke aanwezigheid wel ietwat opgelaten. De ladder staat in de voortuin en je kijkt zo door het raam de woonkamer in. Dus kunnen ze de hele dag mijn bezigheden zien. Het ene moment zit ik aan de eettafel op mijn computer dingen te doen. (Zij kunnen op het scherm meekijken, wanneer ze de ladder op klimmen.) Het andere moment zit ik op de bank de krant te lezen. Het moet een indruk wekken alsof ik de hele dag niets beters heb te doen. Maar dat komt omdat zij er steeds niet zijn wanneer ik juist heel actief ben.

Strikt genomen kan ik gewoon weggaan. De overburen hebben de schilder/buurman al hun sleutels gegeven. Hij toont ze mij, wanneer ik vraag tot hoe laat zij bezig zullen zijn. (Omdat ik boodschappen wil doen. Omdat ik uit hun zicht wil verdwijnen. Omdat, als zij telkens naar de overburen gaan, die onbespiede ladder in mijn voortuin naar mijn openstaande raam toe leidt. Nou ja, eigenlijk omdat ik alle onrust in mijn voortuin zat ben.) Hoeveel werk kan je nou helemaal maken van zo’n pietepeuterig dakkapelletje?

Uiteindelijk zijn ze af en aan 2 ½ dag bezig, samen met een timmerman. Aan het eind van dag 2 zie ik dat een stukje houtrot onbehandeld is gelaten. Toevallig staat de schilder/buurman net buiten met een andere buurman te praten. (Ook zoiets, hebben jullie enig idee hoeveel mensen er in een dorp voor je huis blijven dralen wanneer er een buurtgenoot op de ladder staat? Er komt gewoon geen eind aan de parade.)

In elk geval loop ik naar de schilderende buurman toe en vraag: ‘Dat plekje met houtrot, dat ga je morgen nog doen, toch?’ Jazeker, dan zal hij ‘het spul’ er op smeren. Prima. Alleen besef ik dat hij zich niet realiseert dat het vermolmde hout nog niet is weggehakt. Daar wijs ik hem de volgende ochtend alsnog op. Overigens had de timmerman er net een trespa-plaat tegenaan bevestigd …

Even later gaan de mannen twee deuren verder thuis bij de buurvrouw koffie drinken en hoor ik vanuit hun achtertuin hoe de patron zijn gezel een uitbrander geeft. Die had dat klusje de vorige dag moeten uitvoeren.

Nu heeft de patron in hoogst eigen persoon na het reinigen, schuren, plamuren, twee lagen grondverf aanbrengen en tussendoor weer schuren, de buitenste verflaag aangebracht. Nadat de ladder was weggehaald en de verf een uurtje had kunnen drogen, ben ik naar buiten gelopen om een foto te maken. En toen zag ik het. Groene verf, in plaats van het donkerblauw wat er op moest.

Je moet ook altijd overal zelf achteraan

Dit is weer zo’n situatie. Zo een waarvan ik weet dat ik maar beter even niets kan doen. Omdat het mij heel hoog zit. Omdat ze niet terugbellen. Omdat ze mij maar laten wachten. Omdat ze hun beloftes weer niet waarmaken. Omdat ze mij niet serieus nemen, zeker? Omdat je ook nooit van die mannen op aan kan. Omdat al die bouwvakkers niet te vertrouwen zijn. Wel mooie praatjes, hè. Maar gewoon zelf die telefoon pakken en eindelijk een afspraak maken en vervolgens netjes het werk uitvoeren? Ho maar.

Ik Moet Ook Altijd Overal Zelf Achteraan.

Nee, op zulke momenten kan ik maar beter even niet bellen, mezelf kennende.

Denk aan hoe het je vroeger op kantoor deed. Denk aan die SMART-afspraak. Zet ze verbaal klem. Net zo ferm tot ze toezeggen wat je horen wil. Je kan het wel. Je hebt het voor je werk zo vaak gedaan.

Als het mij niet lukt, dan ligt het aan mij. …

Maar met zulke zelfdestructieve gedachten kom je er niet.

Eerst koffie.

Dan bellen.

Tring, tring.

[Zijn vrouw neemt de telefoon aan.] Ik doe kort mijn verhaal en laat een stilte vallen om haar een reactie te ontlokken.

‘Ja, hij komt deze week.’, zegt ze vriendelijk. ‘Op woensdag, donderdag of vrijdag. Ik wilde even wachten met bellen, want het is zo vervelend als het andere werk uitloopt en het toch een dagje later wordt.’

Slik.

Wat moet ik nou met al die opgehoopte adrenaline doen?

Konden alle bouwvakkers maar zo goed communiceren als de bouwmarkt en de transporteur

Hoe vaak zal ik dit nog moeten verzuchten: ‘Wanneer gaan ze in de opleiding van bouwvakkers aandacht besteden aan goede planning en heldere communicatie met de klant?’ Na vijf jaar klussen begin ik te twijfelen of zij daar wel toe in staat zijn. Dit, terwijl medewerkers van een bouwmarkt en een transporteur geen moeite hebben met plannen en communiceren.

Ik geef twee voorbeelden uit mijn dagelijkse leven.

Voorbeeld 1 De dakdekker
Het zink van mijn dakkapel is verouderd en dat wil ik laten vervangen. In november 2019 ontvang ik een offerte en ga ik met de prijs akkoord. [Dit is een tweede poging, aangezien er met een andere dakdekker geen afspraak te maken viel.] De geplande uitvoering is maart 2020, afhankelijk van het weer.
Begin maart 2020 blijft het stil. Dus ik bellen. Meneer is er niet, maar zijn vrouw bevestigt dat ik voor die maand in de planning zit. Vervolgens hoor ik niets meer.
Ik weer bellen, rechtstreeks met meneer deze keer. Meneer is elders bezig en zal terugbellen zodra hij gelegenheid heeft. Wederom blijft het stil.
Het wordt intussen 8 april. Dus bel ik opnieuw [zucht, ZUCHT] en zeg dat de planning maart was, dat ik gebeld heb, dat ik terug gebeld zou worden, maar dat ik niets meer heb vernomen.
Nu zou je verwachten dat meneer gaat zeggen: ‘Sorry, het was mij even ontschoten’, of iets dergelijks. Kan gebeuren. Maar nee hoor; geen enkele blijk van schuldbesef.
Hij meldt alleen dat hij nu even niets kan doen qua planning, want hij is bezig met een verbouwing en een verhuizing. Daarom zal hij mij nog terugbellen. Over een week, ongeveer …

Voorbeeld 2 De bouwmarkt en de transporteur
Het is 8 april en een belachelijk warme lentedag. Nu wil ik een parasol hebben. Op internet vind ik bij een grote bouwmarkt een mooi exemplaar. Bij gebrek aan eigen vervoermiddel, kies ik voor thuisbezorging. Ik plaats de bestelling rond 13.00 uur. Per artikel is keurig vermeld wanneer de vermoedelijke levering is. Ergens komende week.
Vervolgens ontvang ik: (1) direct een bedankje met een bevestiging; kort daarna (2) een optie voor keuze van het tijdstip van levering; verder (3) een bevestiging van de vervoerder dat het bestelde daar binnen is; (4) een bericht over de levering morgen [jawel: al de volgende dag]; plus (5) een nog specifieker bericht daarover met contactgegevens. En ook (6 + 7 + 8) een bericht in tweevoud plus een sms om 23:45 uur over het tijdvak waarbinnen zal worden geleverd; én, om 4:57 uur, (9) de rekening.

Oké, bij voorbeeld 2 is de hoeveelheid communicatie ietwat overdreven. Maar in dat geval weet ik wel precies waar ik aan toe ben. Sommige bouwvakkers kunnen hier echt nog wat van leren. (Sommige artsen trouwens ook, maar in de medische wereld werken ze tenminste aan een inhaalslag.)

Aan die mannen heb je ook niks

Maandagochtend. Ik heb een afspraak met de klusser die hier vorig jaar al kwam. Vandaag gaan we de nieuwe wasmachine op zolder verplaatsen. Dan komt het apparaat precies boven twee draagbalken te staan, die (hopelijk) wèl in de stenen muur verankerd zijn. Nu staat de wasmachine namelijk op een zwevend vloerdeel. De trillingen gaan bij het centrifugeren dwars door mijn hele huis heen. Hier tob ik al weken mee.

Het is nogal een gepuzzel om de beste plek te vinden. De meeste draagbalken gaan schuil tussen vloerbedekking, planken en verlaagde plafonds. Wel is er een schuine steunbalk zichtbaar nabij het zolderdak. Die balk loopt door boven de trap. Staand in het trapgat kan ik opmeten waar een vloerdraagbalk op de overloop zich bevindt ten opzichte van die schuine balk. Eerst recht naar beneden en dan vier centimeter naar links tot de rand van de vloerbalk. De vloerbalk is zes centimeter breed. Ongeveer zestig centimeter verderop zit de volgende draagbalk.

Kortom, ik popel om de wasmachine te verplaatsen, in de hoop dat er dan minder trilling ontstaat. Vandaag dus. Echter, wie er ook komt, niet meneer de klusser. Het is weer zover. Hij is van goede wil, maar met afspraken totaal onberekenbaar. Deze keer is hij verkouden en moet hij veel hoesten. Ach gossie toch. Zeggen kerels daar nu ook al voor af?!

Oh, wat frustreert mij dit toch weer. Want wie anders kan ik nu vragen? Moet ik voor hulp naar de lokale witgoedboer gaan? Moet ik soms de timmerman bellen die hier onlangs een deur ophing? Of moet ik gelijk maar een loodgieter inschakelen en de aansluitingen in de keuken gereed laten maken? Al is het uitermate onhandig wanneer de wasmachine daar moet staan. Ik baal zo van de hele situatie dat ik er depressief van word. En vervolgens word ik nog beroerder van mijn moedeloze gevoel.

‘Nou,’ denk ik, ‘dan ga ik het zelf wel doen!’ (Nou ja, even doen …) De wasmachine weegt 75 kilo en hij staat met rubber pootjes op stroeve vloerbedekking. Ik gooi er mijn volle 56 kilo tegenaan, maar hij verroert geen vin. Dan maar slim zijn. Tenslotte heb ik al eerder hele kasten versleept op stukken karton. Deze keer blijkt laminaat het beste transportmiddel.

Eerst wurm ik twee planken onder de pootjes. Daarna zet ik mij schrap en duw ik uit alle macht, diagonaal tegen de wasmachine hangend. Het enige wat er gebeurt, is dat ik uit mijn pantoffels glij. Dus schop ik mijn pantoffels opzij om op sokken verder te gaan. Waarna ik ook uit mijn sokken glij. Dan maar helemaal naar beneden lopen, schoenen met rubber zolen aandoen, en verder duwen. Eindelijk komt er beweging in. Ik duw en sjor net zo lang tot de wasmachine op het juiste aantal centimeters van de schuine balk af staat. Tadáa!

Ach, wat heb je ook eigenlijk aan mannen?

De ontleding van mijn woning

Bij de koop van mijn huis kon ik niet bevroeden wat een ontdekkingstocht er zou volgen. Van het 106 jaar oude pand is namelijk geen bouwtekening voorhanden. Ook hebben opeenvolgende eigenaren de indeling bij herhaling aangepast. Zij hebben wel tekeningen van een schuur en de dakkapel ingediend, maar die wijken af van de werkelijkheid. Bovendien zit deze woning vol verlaagde plafonds en voorzetwanden. Die laten veel te raden over onzichtbare tussenlagen. Ik sta dus voor verrassingen bij elke bouwkundige klus. Daarom doe ik aan ontleding van mijn woning.

Die ontbrekende bouwtekeningen zijn een groot gemis. Want waar precies kan ik in muren boren? Hoe lopen de kabels, waterleidingen en afvoeren? Welke materialen zijn er gebruikt? En hoeveel draagvermogen heeft de hele constructie?

Neem mijn nieuwe wasmachine. Die staat op zolder. Hij moet voor een houten vloer geschikt zijn. Toch trilt alles bij het centrifugeren. Het is dan makkelijk om te wijzen naar de fabrikant. Maar inmiddels weet ik dat de draagconstructie van de zoldervloer in de loop der jaren aan twee kanten is veranderd.

Oorspronkelijk leunden de vloerdraagbalken aan weerszijden op stenen muren. Gisteren deed ik echter een bizarre ontdekking. De wasmachine staat deels op een zwevend stuk vloer! Een aantal draagbalken hangt namelijk op andere haaks geplaatste draagbalken. Die zijn pas later aangebracht. Aan de linkerkant bij een verruimd trapgat, en aan de rechterkant bij een half weggebroken schoorsteenschacht. Daar lopen cv-buizen doorheen en die schacht zit grotendeels achter een voorzetwand.

Eerder al kwam bij de keukenverbouwing vanachter het systeemplafond een wirwar aan kabels en pijpleidingen tevoorschijn. Sommige buizen liepen zichtbaar van niets naar nergens. Die werden jaren geleden toegevoegd en naderhand weer afgekoppeld. Maar dat moet je wel weten. Zo plaatste de vorige eigenaresse haar wasmachine bij een afvoerbuis op zolder. Helaas was de pijpleiding twee verdiepingen lager losgekoppeld door een voorganger …

Gelukkig valt er met moderne technieken veel te ontdekken. Een installateur en een rioolservice hebben camera-inspecties uitgevoerd. Hun filmbeelden bewaar ik. Ook heb ik de wand onder de douchebak eens laten verwijderen. En overal maak ik foto’s van. Gisteren bijvoorbeeld.

Er zit slechts een smalle kier tussen de zoldervloer en het restant van de oude schoorsteen. Daarom tastte ik in het duister over wat daar schuilging. Op zulke momenten is een platte smartphone met camera beslist handig. Ik kon hem net aan tussen de kier door wriemelen. Hup, flitser aan en klikken maar. Nu heb ik een soort ‘röntgenfoto’ van de schoorsteen. Nog even en dan weet ik alles van deze woning.

Bijna volleerd als bouwvakker (v)

Het is nu wel zo’n beetje klaar met de klussen in huis. Koop je een nieuwbouw appartement, dan heb je de eerste twintig jaar weinig onderhoud. Koop je een oud arbeidershuis, dan blijf je bezig. Dat vertelden mijn buren toen ik hier kwam wonen. Ze hebben gelijk gekregen. Het liep een beetje anders dan verwacht. De afgelopen jaren heb ik mij soms afgevraagd waar ik aan was begonnen. Toch ben ik vooral veel wijzer geworden.

Zo zijn er allerlei raadsels opgehelderd over hoe dit huis is gebouwd. Ik weet nu wat er onder het laminaat ligt en wat er achter de voorzetwanden schuilt. Ook is bekend waar de leidingen lopen, zo ongeveer dan. Boren blijft een risico, want opeenvolgende eigenaren hebben alle woonlagen naar eigen inzicht aangepast. Daar zijn nauwelijks bouwtekeningen van.

Voorheen had ik zelden met bouwvakkers te maken. Nu ben ik op dat gebied een ervaringsexpert. (Hoor ik ergens een diepe zucht?) Ik wil daarom meer zelf kunnen. Schuren, verven, timmeren, zagen, boren, schroeven uitdraaien, gaten dichten, kitrandjes maken en plinten aanbrengen lukt al aardig. Vandaag ben ik voor het eerst via mijn nieuwe ladder op het dak van de schuur geklommen. Alles om minder afhankelijk te zijn en om geld te besparen.

Zou er specifiek behoefte bestaan aan meedenkende, klantvriendelijke, creatieve, vakkundige, communicatief vaardige vrouwelijke bouwvakkers die ook nog eens afspraken nakomen? Zo ja, dan begin ik voor mezelf.

Rustig maar, meisje

We verdelen de taken over twee lijstjes. Hij het lijstje met gereedschap dat hij mee moet brengen. Ik het lijstje met de resterende materialen die ik bij de bouwmarkt zal halen. Verf mat grijs, voor de binnendeuren in de woonkamer. Afwerklatten 4,3 cm x 0,9 cm x 14 meter. Muurvuller. ‘Dat kan je bij de Action in Renkum halen. Daar hebben ze altijd leuke dingen: snoertjes voor je telefoon en zo. Ik word daar nu alweer hebberig van.’ Dat zijn zijn woorden, niet die van mij, hoor. Verder moet ik een ‘radiatorbocht met half duimse buitendraad’, scoren. Ik zie het ding helemaal voor me. Niet dus.

Een uurtje later sta ik in zo’n enorme bouwmarkt. Ik vraag aan de mevrouw bij de servicebalie waar ik zo’n bocht kan vinden. Zij verwijst me naar een medewerker links voorbij de verf en de schappen achter het grote televisiescherm en daarna rechts bij het sanitair. Deze meneer leidt me naar een wand vol bochten en kniestukken en wat al niet meer. Uhm … ja. Ik herhaal de beschrijving nog maar een keer. Daarna kunnen we de keuze terugbrengen tot twee opties. Oké, bedankt tot zover. Ik ga wel ff bellen.

Handig hoor, zo’n smartphone. Alleen is het afwachten of een telefoontje gelegen komt. De klusser neemt op en direct daarna wordt zijn aandacht afgeleid. Door een glazenwasser en een blaffende hond. Zijn hond. Het jonge dier is door het dolle heen, omdat de glazenwasser buiten langs het raam klimt. Dat heeft het nooit eerder gezien.

De klusser is uiterlijk het klassieke type bouwvakker: stevig gebouwd, iets te veel buikspek, tatoeages op beide armen en kort haar. Weinig woorden, veel daden. Drinkt de hele dag Cola. Is meer van het barbecuevlees dan van de salades. Hij roept tussendoor naar het dier dat het koest moet zijn. Maar dat werkt niet, natuurlijk.

Dan, met een veel zachtere stem: ‘Rustig maar, meisje.’ Ineens heb ik een heel andere man aan de lijn. Het lijkt bijna alsof ik mijn zus hoor, wanneer zij haar hond toespreekt.

Het is dus een meisje, zijn herdershond.