Bijna volleerd als bouwvakker (v)

Het is nu wel zo’n beetje klaar met de klussen in huis. Koop je een nieuwbouw appartement, dan heb je de eerste twintig jaar weinig onderhoud. Koop je een oud arbeidershuis, dan blijf je bezig. Dat vertelden mijn buren toen ik hier kwam wonen. Ze hebben gelijk gekregen. Het liep een beetje anders dan verwacht. De afgelopen jaren heb ik mij soms afgevraagd waar ik aan was begonnen. Toch ben ik vooral veel wijzer geworden.

Zo zijn er allerlei raadsels opgehelderd over hoe dit huis is gebouwd. Ik weet nu wat er onder het laminaat ligt en wat er achter de voorzetwanden schuilt. Ook is bekend waar de leidingen lopen, zo ongeveer dan. Boren blijft een risico, want opeenvolgende eigenaren hebben alle woonlagen naar eigen inzicht aangepast. Daar zijn nauwelijks bouwtekeningen van.

Voorheen had ik zelden met bouwvakkers te maken. Nu ben ik op dat gebied een ervaringsexpert. (Hoor ik ergens een diepe zucht?) Ik wil daarom meer zelf kunnen. Schuren, verven, timmeren, zagen, boren, schroeven uitdraaien, gaten dichten, kitrandjes maken en plinten aanbrengen lukt al aardig. Vandaag ben ik voor het eerst via mijn nieuwe ladder op het dak van de schuur geklommen. Alles om minder afhankelijk te zijn en om geld te besparen.

Zou er specifiek behoefte bestaan aan meedenkende, klantvriendelijke, creatieve, vakkundige, communicatief vaardige vrouwelijke bouwvakkers die ook nog eens afspraken nakomen? Zo ja, dan begin ik voor mezelf.

De grenzen van je invloedssfeer

Met een vriendin bespreek ik de plus- en minpunten van de klusser die in huis bezig is. Zij is ervaringsdeskundige als eigenaresse van twee woningen. Ik vertel hoe vaak hij zich ziek meldt (vaak) en hoe vaak dat bij mij twijfels oproept (regelmatig). Bij twijfel werkt een last-minute afmelding flink op mijn gemoed. Dan is het alsof ik geen grip heb op de situatie.

Deze vriendin kent dit dilemma. Wij kunnen ons allebei in iemand inleven en we tonen begrip. Dat is riskant. Een gevolg kan zijn dat een ander gaat denken: ‘Ach, ik kan het mij permitteren, want zij begrijpt dit wel.’ Voordat je het weet, neemt zo iemand een loopje met je. ‘We zijn te aardig.’, verzucht vriendin. Zij is nota bene manager van een heel team.

Ligt de oplossing binnen je invloedssfeer, dan kan je er wat aan doen. Ligt de oplossing buiten je macht, dan moet je met de situatie leren leven. We weten het allebei. Alleen duurt het soms even voordat duidelijk is waar de grenzen van mijn invloedssfeer liggen. En voordat ik die grenzen accepteer. Tot dan weeg ik belangen af en slik ik een heleboel woorden in. Vooralsnog bereik ik met een milde confrontatie op zijn tijd en een enkel woordje commentaar bij deze klusser meer.

Hoe ga jij om met de grenzen van jouw invloedssfeer?

Rustig maar, meisje

We verdelen de taken over twee lijstjes. Hij het lijstje met gereedschap dat hij mee moet brengen. Ik het lijstje met de resterende materialen die ik bij de bouwmarkt zal halen. Verf mat grijs, voor de binnendeuren in de woonkamer. Afwerklatten 4,3 cm x 0,9 cm x 14 meter. Muurvuller. ‘Dat kan je bij de Action in Renkum halen. Daar hebben ze altijd leuke dingen: snoertjes voor je telefoon en zo. Ik word daar nu alweer hebberig van.’ Dat zijn zijn woorden, niet die van mij, hoor. Verder moet ik een ‘radiatorbocht met half duimse buitendraad’, scoren. Ik zie het ding helemaal voor me. Niet dus.

Een uurtje later sta ik in zo’n enorme bouwmarkt. Ik vraag aan de mevrouw bij de servicebalie waar ik zo’n bocht kan vinden. Zij verwijst me naar een medewerker links voorbij de verf en de schappen achter het grote televisiescherm en daarna rechts bij het sanitair. Deze meneer leidt me naar een wand vol bochten en kniestukken en wat al niet meer. Uhm … ja. Ik herhaal de beschrijving nog maar een keer. Daarna kunnen we de keuze terugbrengen tot twee opties. Oké, bedankt tot zover. Ik ga wel ff bellen.

Handig hoor, zo’n smartphone. Alleen is het afwachten of een telefoontje gelegen komt. De klusser neemt op en direct daarna wordt zijn aandacht afgeleid. Door een glazenwasser en een blaffende hond. Zijn hond. Het jonge dier is door het dolle heen, omdat de glazenwasser buiten langs het raam klimt. Dat heeft het nooit eerder gezien.

De klusser is uiterlijk het klassieke type bouwvakker: stevig gebouwd, iets te veel buikspek, tatoeages op beide armen en kort haar. Weinig woorden, veel daden. Drinkt de hele dag Cola. Is meer van het barbecuevlees dan van de salades. Hij roept tussendoor naar het dier dat het koest moet zijn. Maar dat werkt niet, natuurlijk.

Dan, met een veel zachtere stem: ‘Rustig maar, meisje.’ Ineens heb ik een heel andere man aan de lijn. Het lijkt bijna alsof ik mijn zus hoor, wanneer zij haar hond toespreekt.

Het is dus een meisje, zijn herdershond.

Soms heb je van die dagen

boeideel met sierrand

Ik heb een idee voor een logje. Alleen moet daar een foto bij van vroeger. Die foto zit in een album over een reis naar Australië en dat album ligt in het witte kastje. Dat witte kastje staat op de zolder die nu wordt verbouwd en daar ligt een stapel houtafval voor. Dat kan ik wel allemaal overhoop gaan halen, maar dat is niet handig. Dus denk ik: ‘wacht nou maar.’

Al mijn hele ochtend is gevuld met dit soort voornemens, obstakels en conclusies. Ik wil wel. Ik sta zelfs te trappelen. Als ik in de juiste stemming ben om door te pakken, moet ik dat vooral doen. Want het kan ook zo weer overwaaien. Maar ja.

Gisteren had de klusser net zo’n dag. De afgelopen dagen was hij speciaal vroeg opgestaan. Hij belde zelfs eerder aan dan afgesproken, want hij was er ook helemaal klaar voor. Maar eenmaal goed op dreef, ontdekte hij dat er een geaard stopcontact ontbrak. En dat hij nog andere materialen nodig had. Daarvoor moest hij eerst naar de winkel en die bleek wegens omstandigheden gesloten. Stond hij dan met zijn goeie gedrag.

Nou ja. Er wachten nog vijftien klussen, variërend van groot naar klein. Voor een aantal daarvan zijn de benodigdheden binnen. Daarmee kan hij beginnen, alleen niet vandaag. Andere klussen zijn tot halverwege gevorderd en de rest is bijna af.

We begonnen vorige maand met het boeideel en dat is eindelijk klaar. De klusser heeft zelfs een sierrandje toegevoegd. Straks komen er vast weer dagen waarop hij vlot door kan werken. En hier staat nu toch een nieuw logje.

Desnoods woninguitbreiding

ruimte op zolder vergroten

Wat doe je anno 2019, als je een huiseigenaresse bent en een goede klusser vindt, die meerdere disciplines beheerst, beschikbaar is en heel betaalbaar bovendien? Nou, geloof me, die hou je bezig zo lang het maar kan. Al moet je er je woning voor laten uitbreiden.

Ik ga nog net niet zo ver dat ik hier een bedje voor hem neerzet, maar het scheelt weinig meer. Wil hij om 09.00 uur beginnen? Is goed. Komt hij om 10.00 uur, deze keer? Ook prima. Soms is hij ziek en dan blijft hij weg. Dat is steeds even slikken. Maar kan hij moeilijk zijn bed uit komen en moet hij eerst nog een rondje met de hond lopen? Geen probleem, hoor.

Want als hij er is, dan werkt hij in een moordend tempo door, zonder gezeur. My wish is his command. Zijn er complicaties (zijn die er ook weleens niet?), dan lost hij ze op voordat ik het doorheb. Geld is geen punt. Ik heb hem al een hoger uurtarief aangeboden voor de klussen waarbij hij zijn specifieke expertise benut. Hoeft-ie niet.

Dus ja, wat gebeurt er dan? Je wordt er hoopvol van. Je gaat zelfs kansen zien. Zo ontdekte ik dat ik diverse klussen was vergeten. Of misschien wel had opgegeven. Een leuning bij de keldertrap, bijvoorbeeld, waar ik eens lelijk ben gevallen. Die lag al drie jaar klaar. En in de keuken een afzuigkap. Die wil ik al zo lang. Trouwens, wat te denken van de zolder? Daarmee kon hij direct aan de slag.

De zolder was prima, maar wel wat krap. Een vorige eigenaar had de onderste helft van het schuine dak betimmerd met rechte voorzetwanden. Daarachter zat 7 m2 moeilijk bereikbare ruimte. Zonde, natuurlijk. Vanmorgen zijn die rechte wanden verwijderd en morgen werkt hij het schuine dak mooi af. Zo krijg je vanzelf woninguitbreiding. Tel uit je winst.

Handig hoor, zo’n klusser over de vloer. Nieuw boeideel maken, stukje dak renoveren, kraan repareren, bedrading aanpassen, stopcontact toevoegen, waterafvoer verplaatsen, verwarmingsbuizen omleiden, laminaat verleggen: dat kan hij allemaal. Hij is graag bezig en hij vindt het prettig om hier te werken. Ik ga dus gauw nog wat bedenken.

Bewijs hun ongelijk

‘Prove them wrong’, staat er op de kaft van het schrift waarin hij zijn werkaantekeningen maakt. Het ligt bij mij in de schuur op de grond, tussen de krat met zijn gereedschap en de tas met zijn andere werkspullen in. Vanmorgen is hij weer als een wervelstorm bezig geweest. Ik zei dat hij een hoog tempo heeft. Zoals hij het verwoordt, houdt hij ervan ‘om te beuken’ tot hij voelt dat hij bijna kapot gaat en dan stopt hij ermee.

Inmiddels weet ik een piepklein beetje meer over hem. Hoe hij in deze situatie is beland, op welk punt hij in zijn leven staat, en hoe het misschien verder gaat. Een losse opmerking hier, een feitje daar.

Ik heb er natuurlijk geen verstand van, maar ik vermoed dat hij soms tegen zichzelf in bescherming moet worden genomen. Hij lijkt mij zo iemand waar iets te makkelijk misbruik van kan worden gemaakt. Niet dat hij dom is, verre van dat. Maar toch: te snel vertrouwen hebben in mensen. Welwillend zijn. Een goede mentaliteit hebben. Niet doortrapt genoeg om te beseffen wat er mogelijk gaat komen. Zelf heeft hij zijn pluspunten, voor zover ik ze kan zien. Wellicht dat een enkeling ze mist.

Iets en/of iemand heeft hem psychisch onderuit gehaald. Sowieso de klachten waar hij mee te dealen heeft. Hij moest al tweemaal afzeggen. Misschien dat hij zijn momenten van ‘uitval’ overcompenseert. Dat hij op de goede momenten in een soort high-toestand verkeert. En doorslaat. Van het een komt het ander. Kettingreacties zijn er in varianten.

Het was, geloof ik, aan het begin van de derde ochtend, toen hij half vragend, half constaterend zei: ‘Dus je hebt wel vertrouwen in mij.’ Ik moest mijn ogen gericht houden op mijn bezigheid en bevestigde vrij nonchalant dat dat inderdaad zo was. En vertelde waarom. Gewoon wat concrete zaken.

Eigenlijk had ik hem moeten vragen of er een reden was waarom ik geen vertrouwen in hem zou moeten hebben. Maar ja, dat gaat meteen weer zo ver. Dus dat deed ik maar niet.

Komt misschien nog wel. Ik ben de eerste klant in zijn schrift.

Zou het toch karma zijn?

distelbloem aka feest vuurwerk

Met deze titelvraag opende ik het vorige logje. Ik geloof in het idee van oorzaak en gevolg. Van actie en reactie. Dat veel van wat je doet, als een boemerang bij je terugkomt. Een lang verhaal kort.

Mijn opluchting is groot, nu ik iemand heb gevonden die de ene na de andere bouwkundige klus in huis uitvoert. Gewoon, binnen een paar uurtjes. Zonder praatjes of gedoe. Terwijl andere ‘vaklieden’ in hun offertes van hele dagen uitgingen. Waarom hij is afgekeurd, weet ik nog niet. Er schuilt vast een heel verhaal achter. Een paar tipjes van de sluier werden vandaag opgelicht. Hij werkt halve dagen, maar laat geen half werk achter. Ik vind het prima.

Vandaag kreeg ik ook een paar fijne reacties van Anuscka en Bentenge. De gedachte van de één, voedt de gedachte van de ander, over en weer. Mooie wisselwerking. Zo dreef een oud ‘pareltje’ per toeval naar boven. Time management in Samoa. Voor wie stress ervaart en voor wie zich ook afvraagt waarom iedereen het toch de hele tijd zo druk heeft. Die afgekeurde bouwvakker weet in elk geval wat hij doet.

Hierboven een foto die ik bij Ewijk nam op de struinroute in de uiterwaard. De middelste distelbloem doet mij denken aan feestelijk vuurwerk. Het plaatje stond al even klaar voor een goed moment. En ik had een link bewaard naar ‘Love spreads’ van The Stone Roses. Love spreads in de zin van ‘wie goed doet, goed ontmoet’. Het is één van mijn favoriete nummers en de video plaats ik hieronder. Karma, dus. Toch.