De kolonisatie van Nederland

Valt wat er nu in Nederland gebeurt onder kolonisatie? Dat vraag ik mij steeds vaker af. In de Oudhollandse vorm vestig je dan je eigen bestuurders en soldaten in een ander land. Je brengt de lokale bevolking in het nauw. Je lokt er ondernemers en durfinvesteerders naartoe. En je laat anderen het werk doen plus alle lasten dragen. Met grond en arbeid tegen minimale kosten stroomt het geld dan vanzelf binnen.

Het mooie van een land als Nederland is dat de infrastructuur er al is. Dat scheelt kostbare voorbereiding, zoals de aanleg van havens en wegen. Bovendien kan je dit werk gewoon delegeren naar de lokale regering. Die regelt tevens de belastinginning bij de lokale bevolking voor investeringen. Ze betalen het zelf. Je hebt er als kolonisator geen omkijken naar.

En zoals zij vroeger zelf de local chiefs met spiegeltjes en kralen paaiden, zo hoef je nu maar ‘werkgelegenheid’ te roepen. Dan doen ze meteen alles voor je. Wetjes erdoor drukken, normen oprekken of omgevingsplannen veranderen. Geen probleem. Gewoon even die lieden van de VVD en consorten ter rechterzijde erbij betrekken. Dat onze werkgelegenheid vooral uit gerobotiseerde krachten bestaat, merken ze later wel.

Waar waren we gebleven? Oh ja, investeringen. Productie- en overslag hallen bouwen. Er is nog grond genoeg en Wageningen werkt aan voedselproductie in flats. Dus plemp alles maar vol loodsen, zo groot als honderden voetbalvelden. Dat gaat best. Die loodsen zijn namelijk handig voor distributie door heel Europa, ons wingebied.

Dan hebben we onderwijs en huisvesting. De universiteiten doceren er in het Engels en ze mogen buitenlandse studenten niet weigeren. Daarom kunnen we onze kids alvast vooruit sturen. Hoeven we ook geen huizen voor te bouwen. Dat regelen VNO-NCW en Bouwend Nederland wel. Ook voor onze managers en expat kenniswerkers. Die kunnen dan gelijk de lokale onroerendgoedmarkt verkennen en overal de beste pandjes opkopen. Da’s leuk spul om on the side te exploiteren.

Wat nog meer? Oh ja, energievoorziening. Grappig joh, ze doen aan energiebesparing. En ze hebben daar zo’n clown rondlopen, Weebus of zo. Iets met Groningen doet ‘ie. Anyway, onze computers en energieslurpers zullen voldoende stroom krijgen; dat garanderen ze. En anders regelen onze vrienden van de law firm de schadeclaim wel.

Zo, even kijken, verder nog wat nodig? Tax rulings misschien? Ach ja, belastingen weten ze daar toch uitstekend te regelen. Per saldo hoeven we niet te betalen. Ha ha ha.

VVD-populist vliegt de bocht uit

Binnenkort is de gemeenteraadsverkiezing en als nieuwe inwoner wil ik weten wat hier speelt. Dus op naar het lijsttrekkersdebat. Onze gemeente omvat meerdere dorpen. Maar ‘mijn’ dorp telt wel de meeste villa’s en huisvest het gemeentehuis. Ik verwacht dan ook dat de VVD prominent aanwezig zal zijn.

En inderdaad. Bij aankomst kan niemand om een enorme VVD-vlag heen. Die hangt als enige pontificaal over de balustrade van het bordes. Precies op de plek waar je het gemeentewapen verwacht. Als om te zeggen: ‘Hier heerst de VVD!’ Terwijl ze toch maar een paar zetels hebben. Dat begint goed, want ik moet direct denken aan de muntjes van Minerva. Tja. Score: min 1 voor de VVD.

Tijdens het debat reageren de zeven lijsttrekkers per twee op een prikkelende stelling. De tekst staat ook op een groot scherm. Kennelijk vindt de VVD-lijsttrekker het podium toch een beetje kaal. Hij loopt weg terwijl een ander aan het woord is, haalt een enorme VVD-beachflag tevoorschijn, en zet die tussen de debater en het scherm. Score: veel gelach in de zaal: plus 1; maar storend: min 1, dus 0. (Het ding wordt later wel opzij geschoven, maar blijft de rest van de avond op het podium staan.)

Overigens gaat het er gemoedelijk aan toe. De debatleider moet de lijsttrekkers zelfs opporren om strijd te leveren. Dat laat de VVD-meneer zich geen twee keer zeggen. Hij heeft namelijk in de pauze een foutje ontdekt in het programma van de PvdA. En steeds als hij daarna een microfoon in handen krijgt, zal hij dat herhalen. Toch sneu dat hij het van zo’n trucje moet hebben. Score: min 1.

Gaat dit nog ergens over? Nou, het is hard zoeken naar problemen in onze gemeente. Maar twee onderwerpen vind ik echt belangrijk. Het bouwbeleid en de vliegroutes van Lelystad. ‘Ja’, zegt de VVD-lijsttrekker ,‘ik word vaak aangesproken over die geplande vliegroutes hier. Daar zijn wij als VVD fel tegen. We doen er alles aan om die af te wenden. Besef dat wij als gemeentepartij niet op één lijn zitten met de landelijke VVD.’ Mag ik een teiltje? Score: min 2!

Aan het eind vraagt de quizmaster, pardon debatleider aan de zaal wie al een keuze heeft gemaakt. Van de 150 mensen steken er welgeteld 8 hun hand op, waaronder ik. Ik dacht ook al: ‘Het is hier veel te gezellig. Ze komen vast allemaal voor het vermaak.’

Stop bebouwing in het groen!

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken zegt dat gemeenten maar eens wat creatiever moeten ‘kijken naar het bouwen van woningen in groene gebieden rondom grote steden.’ Daarop reageert de wethouder Ruimtelijke Ordening van Zoeterwoude direct. En terecht. Want Zoeterwoude kampt al eeuwen met de landhonger van het naburige Leiden. De hele regio is inmiddels versteend. Moeten nu de laatste groenstroken van het Groene Hart wijken?

Bouwbeleid van gemeenten
Minister Ollongren toont een gebrek aan visie. Daarvoor moet je nu bij de gemeenten zijn. Die mogen met gesloten portemonnee de nationale problemen oplossen. Zie het NOS artikel Gemeenten verontwaardigd over uitspraken Ollongren meer bouwen. Dit bevat informatie over het betere bouwbeleid van gemeenten.

Visie nieuwbouw in ons land
Grootschalige nieuwbouw en ongebreidelde bevolkingsgroei roepen bij mij weerstand op. Want wat willen we nu eigenlijk met ons land? Naar welke bevolkingssamenstelling moeten we streven in het licht van toekomstige ontwikkelingen? Trouwens: wat is een wenselijke verhouding tussen bebouwing, productiegrond en natuur? Aan welke woonvormen is in de komende vijftig jaar behoefte? Waaruit moet de overige bebouwing bestaan? Hallen, zo groot als voetbalvelden, vol servers voor bitcoins? Schei uit. Ons land gaat er zo niet op vooruit.

Eerder logje over huisvesting: beleid en alternatieven
Prettige tijdelijke woonvormen

Visie op economische toekomst
Ik mis een visie op een logische verdeling van bedrijfstakken en bijbehorende beroepsgroepen. In Nederland, in Europees verband en wereldwijd. Die computerhallen passen bijvoorbeeld beter in de Sahara. Daar kan men ter plekke de daken en omgeving vol zonnepanelen zetten voor energieopwekking. We hoeven er geen vruchtbare landbouwgrond in Groningen voor op te offeren. Die grond kan hard nog nodig zijn zolang de aarde opwarmt.

Visie op bevolkingssamenstelling
Momenteel groeit de bevolking in Nederland vooral door immigratie. Daar zit voor een deel weinig beleid achter. Kijk liever in Europees verband waar en hoeveel mensen met specifieke vaardigheden wenselijk zijn. Dan maken ze een betere kans om zelfstandig hun leven op te bouwen. Dit gebeurt allang bij de toelating van kenniswerkers. En dwing werkgevers om actief te investeren in omscholing van Nederlandse ingezetenen, voordat ze mensen in het buitenland werven. Misschien krijgen die Marokkaan en die 50-plusser dan eindelijk een kans.

Eerdere logjes over beleid rond immigratie en werk
Gelukzoekers in een meritocratie
Opvang in de regio
De EU, de vluchteling en de 80 miljard

Gisteren was ik in Doesburg. Daar zorgt de IJssel voor een prachtige scheiding tussen stedelijke bouw en platteland.

Achtergrondinformatie

Volgens Wikipedia telt het hele stadsgewest Leiden inclusief  randgemeenten totaal 348.868 inwoners. ‘Met 5.646 inwoners per vierkante kilometer is de stad Leiden sinds 2014, na Den Haag, de dichtstbevolkte gemeente van Nederland.’

Voorlopig gaat de groei door. ‘Volgens het CBS vestigden zich het afgelopen jaar 82 duizend meer mensen in Nederland dan er vertrokken. Ook werden 19 duizend meer baby’s geboren dan er mensen overleden. Naar verwachting zal de bevolkingsgroei de komende jaren aanhouden. Over vijf jaar zullen er volgens het CBS 17,5 miljoen mensen in Nederland wonen. ‘Maar van de baby’s moet de groei het niet hebben, van de migranten wel’, zegt Jan Latten van het CBS.’ (De Volkskrant,  2 januari 2018.) Lees hier het volledige artikel.

Een verbouwing ondergaan

Toen ik voor het eerst door de makelaar in dit huis werd rondgeleid, kwamen we bij de keuken aan. Een hele hoek werd in beslag genomen door het toilet, waarvan de deur niet volledig open kon. Want dan stootte je tegen het aanrecht. ‘Wat je hier bijvoorbeeld kunt doen,’ zei hij, ‘is het toilet wegbreken en dan van het stalletje een wc-ruimte maken.’ Ik vond het een goed idee. En nu zit ik al twee weken middenin de uitvoering daarvan.

Je zou denken dat er genoeg bouwbedrijven zijn die zo’n klus willen aanpakken. Nog voor de verhuizing in juni ging ik al op zoek naar geschikte zaken. Vrienden en familie konden met moeite enkele bedrijven noemen waar zij redelijke tot goede ervaringen mee hadden. Terwijl de verhuisdozen nog niet waren uitgepakt, kwamen de eerste vertegenwoordigers op bezoek.

Het mocht niet baten. De een kwam wel (een timmerende zzp’er), maar die stuurde geen offerte. De tweede was al te laat voor zijn afspraak en hoefde niet meer te komen. De derde stuurde een voordelige offerte en liet ik eerst enkele kleinere klussen uitvoeren. Daardoor werd gauw duidelijk dat ik ook daarmee niet verder wou. Nou, en toen was de bouwvak al bijna begonnen.

Intussen had ik een strooptocht langs keukenzaken afgelegd en een mooie keuken gevonden. De levering stond in week 39 gepland. Deze week dus. Die week kwam steeds naderbij en ik zat nog steeds zonder bouwbedrijf. De lekkage van vorige maand bracht enige uitkomst. Want de monteur verwees mij naar een aannemer. Daarnaast had ik via internet ook een Achterhoeks bouwbedrijf gevonden. Weer kwamen er gegadigden langs om een offerte uit te brengen. Twee heren en een mevrouw deze keer.

Om een lang verhaal kort te maken. De keuze viel op het familiebedrijf van mevrouw, dat al drie generaties bestaat. Voor mij volslagen onbekend. Maar zij, (en heren bouwlieden, let nu even op) spreekt als ingenieur zowel de taal van de bouwvakker als van de vrouwelijke klant.

Bovendien, haar offerte was wel de duurste, maar ook de best onderbouwde. Bij haar liep ik de minste kans op zwaar tegenvallende stelposten en andere onaangename verrassingen. Na wat heen en weer ge-e-mail kon ik de offerte goedkeuren. Geen dag te laat overigens, want de volgende dag belde de keukenzaak. Over de levering in week 39 dus. Mevrouw heeft halsoverkop de planning aangepast en vanaf vorige week maandag zijn ze nu bij mij aan de slag.

Als een soort rots in de branding is daar T. Een jonge timmerman die nog bij zijn moeder woont. Een rustige en beresterke gast die onverstoorbaar en vakkundig al het zware werk doet. Dat terwijl de loodgieter, de elektricien en langskomende voormannen om hem heen lopen te drentelen. Veel zegt hij niet en zijn leven ziet er behoorlijk overzichtelijk uit. Werken, voetballen, uitgaan in Z. (de naburige ‘grote’ stad), plus vakantie vieren in Chersonissos en soortgelijke oorden. Hij ziet er zelf trouwens een beetje Grieks uit.

Hij houdt ook van muziek. Daarom brengt een Makita bouwradio de godganse dag Nederlandstalige liedjes ten gehore. De meesten daarvan heb ik in geen veertig jaar meer gehoord. Angeline van Peter Koelewijn kwam al langs en ook zo’n gouweouwe als Henk Wijngaard met zijn vlam in de pijp. Af en toe komt er het betere mannen-met-baarden-werk voorbij: Gimme all your loving. Hugs and kisses too.

Er zijn genoeg redenen om in de stress te schieten van een verbouwing. Mijn huis is een chaos. Ik moet iedere dag alles van zolder tot kelder toe stofzuigen. En oh ja, de kelder is even gebarricadeerd. Want de keuken werd inderdaad in week 39 geleverd, maar het stucwerk op de muur was nog niet droog. Nu staan er veertien grote dozen met kasten middenin de woonkamer.

Maar ik weet nu al dat ik T. ga missen als de verbouwing straks af is. We hebben inmiddels een vast patroon. Hij komt rond 8.30 uur binnen en gaat dan beneden aan de gang, terwijl ik boven in mijn werkkamer mailtjes weg zit te werken. Dan volgt er koffiepauze beneden. Rond half een is het lunchtijd. Meestal zitten hij, ik en eventuele andere collega’s dan gezellig aan de eettafel. Zij met hun meegebrachte lunchpakket en ik aan de veelgeprezen magnetronmaaltijd. In de middag is er nog eens koffie en rond een uur of vier is zijn werkdag klaar. Hij heeft zelfs de sleutel van mijn huis.

Nog ongeveer een week, dan is de verbouwing voorbij. Ik vind het bijna jammer.