Gezichtsbedrog: een bosbrandje of …

De natuur is nog zo droog dat er makkelijk brand kan ontstaan in het bos. Dus toen ik dit zag, dacht ik: ‘Is dit een beginnend bosbrandje, of …?

… is dit mijn favoriete oranje koraalzwam?’ En jawel hoor, ze zijn er weer! (Andere foto’s staan ook hier en hier.) De sliertjes van dit delicate zwammetje zijn circa één millimeter breed en ongeveer drie centimeter hoog. Je moet er echt alert op zijn, anders passeer je ze zomaar ongezien.

Vakantie, of wat daar op lijkt, in eigen land

Voor veel mensen is het even wennen: je vrije dagen doorbrengen in eigen land. Voor mij is dat al langer het nieuwe normaal. In 2015 vierde ik voor het laatst vakantie in het buitenland. Daarna heb ik geen echte vakantie meer gehad. Voor wie dat dramatisch vindt, heb ik een tegenvraag. Want hoe erg is het, als je ieder jaar weer die vakantie keihard nodig hebt?

  • Om rust te vinden.
  • Om eindelijk goed door te slapen.
  • Om tot jezelf te komen.
  • Om de vrije natuur in te gaan.
  • Om datgene te kunnen wat je eigenlijk altijd wil doen.
  • Om het gevoel te hebben dat je lééft.
  • Om afstand te nemen en toekomstplannen te maken.
  • Om eens wat anders te zien.
  • Om nieuwe mensen te ontmoeten.

Hoe erg is het als je dat allemaal thuis niet hebt of kan doen?

Mijn reislust kwam voort uit een sterke drang om de wereld te ontdekken. Ik was dan ook behoorlijk jong toen ik met reizen begon. Jaren later, eenmaal halverwege de veertig, kwamen de vragen. Hoelang ga je hiermee door? Hoeveel moet je hebben gezien voordat je tevreden bent en je de antwoorden kent?

En voordat je gemoedsrust hebt. Als je dat thuis niet vindt, waar dan wel?

Vandaag. We wandelen met de 50-plus sportclub bij de Westerbouwing naar een grasveld op de stuwwal. Dit is zo’n spannend bosgebied met klimmetjes en kronkelpaden. Daar besef ik weer hoe waanzinnig het is, om op zo’n plek oefeningen te kunnen doen. Alsof dat normaal is, met zo’n uitzicht. Dit ken ik slechts van vakanties in het buitenland. Daarom ben ik nu permanent op vakantie in eigen land.

Gevonden! De Heelsumse beek

Rondom Arnhem weet ik een heleboel mooie stukjes wandelgebied te vinden. Tenminste … als ik bij een bekend startpunt van een route kan beginnen. Ook noem ik zo de namen op van een hele serie bushaltes. Bijvoorbeeld die van lijn 352 tussen Arnhem en Wageningen. Alleen heb ik geen idee hoe je die haltes en routes aan elkaar kan knopen, terwijl ze soms parallel lopen. Ertussen ligt een waar terra incognita.

Maar nu heb ik ontdekt dat er een lijnrecht pad is van halte Kasteelweg naar de Heelsumse beek. Het werd eens tijd. Ik woon hier precies vijf jaar deze week.

Naaldboom, net even anders

Op een landgoed hier in de buurt groeien diverse soorten naaldbomen. De meesten zijn nogal donker en uniform, maar dit exemplaar valt op. Bij deze boom laat het zonlicht de frisgroene uitlopers fluoresceren. Van onderaf gezien is het contrast met de oude naalden het grootst. Daardoor zie je meteen hoe mooi de takken waaiers vormen.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

Vingerhoedskruid tiert welig

De natuur is wonderbaarlijk taai dit jaar. Er valt al twee maanden vrijwel geen regen en toch tieren veel planten en struiken welig. Neem dit vingerhoedskruid. Deze planten groeien met een hele rij soortgenoten langs een kurkdroog zandpad. In april wierp een boer op het veld ernaast enorme stofwolken op. En nu staat dit kruid in volle bloei. Waar halen de bloemen het vocht vandaan?

De herontdekking van het koepeltje

Vorige week dacht ik ineens terug aan het theekoepeltje in de buurt van Arnhem. Ik zag het zo’n vijf jaar geleden voor het eerst tijdens een wandeling. Het beeld van dat koepeltje kwam spontaan in een gedachteflits voorbij. Zoals dat vaker gebeurt met een herinnering aan iets wat je mist. Dit zal wel het gevolg van de lockdown zijn. Zo verlang ik ook weer terug naar de trein.

Toch is dat koepeltje voor mij een klein raadsel. Toen ik hier pas woonde, kwam ik er tweemaal langs dankzij mensen die de omgeving goed kennen. Sindsdien wandel ik regelmatig alleen en wilde ik het graag nog eens zien. Maar dat koepeltje heb ik nooit meer kunnen vinden.

Afgelopen zondag. Ik maak op landgoed Mariëndaal een ommetje. Voor de afwisseling sla ik een ander pad in dan ik gewoonlijk doe. Aan het eind daarvan beland ik op een parkeerplaats langs de Schelmseweg. Meestal mijd ik paden bij wegen, omdat auto’s en motoren de stilte in wandelgebieden verstoren. Maar door de coronacrisis is er nu minder verkeer.

Aan de overkant ligt een oude bomenlaan en daar vervolg ik mijn wandeling. Links en rechts liggen velden en verderop is een bos. Ik nader een kruising van lanen, kijk naar links en zie: het theekoepeltje! Het staat goed verscholen tussen hagen en bomen achter een wit smeedijzeren hek.

Blij met deze vondst, wandel ik na de bezichtiging van het koepeltje verder. Nu betreed ik voor mijn gevoel wel echt een onontgonnen terrein. Globaal weet ik nog welke kant ik op loop. (Arnhem ligt achter mij.) Al snel, hooguit vijftig meter voorbij het koepeltje, bereik ik weer een kruising van bospaden. Het is een plek die mij verwarrend vertrouwd voor komt.

Heel even is er kortsluiting in mijn hoofd. Ik sta stil, knipper met mijn ogen en kijk nog eens goed. En dan volgt de grootste verrassing. Want ik kén deze plek! Hier kom ik zelfs iedere week! Maar altijd vanuit de tegenovergestelde richting. Nou ja zeg.

Zeg nou zelf: hier valt toch geen koepeltje te ontwaren, of wel soms?