Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.

Zomerse dag in Nederland

Blauwe korenbloem

Als voormalige vlakbij-de-kust-bewoonster verbaas ik mij altijd over inwoners van het binnenland. Wordt het heet, dan gaan ze allemaal naar het strand. Nu ik in het oosten woon, zie ik de uittocht van nabij. Gisteren stonden er zelfs mensen met opgeblazen luchtbedden op het station. Toch, als het érgens benauwd is, dan is het wel aan zee. Overal krioelende massa’s, lawaai en volle parkeerterreinen. Eenmaal op het strand brandt de zon genadeloos. En dan dat plakkerige zand. Wat een armoe.

Op warme dagen vertoef ik liever op het platteland. Voeten in het gras, briesje er langs. In goed gezelschap loungen onder een veranda; eten en drinken bij de hand. Wandelen in een schaduwrijk bos. En dan natuurlijk uitgebreid pauzeren bij elk terras dat je tegenkomt. Bovendien zie je nog eens wat. Vlinders en een reetje. Drie paarden rond een pasgeboren veulen. Een nagebouwde boerderij uit de ijzertijd. Graanvelden met klaproos en korenbloem. Dit zijn zomaar wat impressies van mijn weekend. Het was weer aangenaam.

Jonge beukenblaadjes rood en groen

Jong beukenblad met bloemen

Hoe vaak kijk je echt goed naar een boom? Misschien vallen sommige bomen je op, omdat ze bijzonder gevormd of groot zijn. Maar meestal lopen we er achteloos aan voorbij. Regelmatig passeer ik dezelfde beuken. Eerst waren het non-descripte dingen met een stam, takken en blaadjes er aan. Nu herken ik individuele bomen en zie ik wat ze doen in de vier jaargetijden.

Rood beukenblad jong

Beuken zijn mijn favorieten. Ontkiemende beuken lijken op ballerina’s. Eenmaal volwassen, hebben ze iets statigs. Ze worden machtig hoog en hebben verfijnde bloemen, blaadjes en zaadjes. Aan het jonge blad zit zelfs een ragfijn bontkraagje. In de herfst worden beukenblaadjes veelkleurig, waardoor takken op feestslingers lijken.

Het zal even duren voordat ik alle groeistadia in beeld heb, maar hier volgen alvast wat impressies van beuken(blad) in de winter, lente, zomer, herfst en nog een herfst.

Toch weer die bramenbladeren (2)

Geef het toe. Het aantal ontvangen likes op je logjes is van invloed op je bloggers gemoed. Je kan wel stug doorschrijven over iets wat niemand boeit, maar doe je dat? Eerlijk zeggen.

Statistisch gezien was het vorige plog over zonovergoten bramenbladeren een dieptepunt. Er kwam welgeteld één like op binnen. (Plus een lovende reactie, dat wel.) Dan vraag je je toch even af of je verder moet gaan met zo’n serie.

Nou, toevallig is het vandaag mijn feestje. Dus hier zijn ze weer, want ik vind ze mooi.

Gouden en zilveren bomen

Je verwacht dat hoogglans zilver en goud in natuurlijke vorm alleen als edelmetaal bestaat. Maar vlinders, vogels en zelfs bomen hebben ook metallic kleurschakeringen. In Madagaskar groeit een berkachtige boom met gouden bast. Er scheuren regelmatig hele vellen af. In 2003 bracht ik zo’n velletje mee naar huis, denkend dat zulke extravagante verschijningen enkel in de tropen voorkwamen. Maar gisteren ontdekte ik zowaar een zilveren boom op landgoed Lichtenbeek. Gewoon in de buurt van Arnhem.

Heeft iemand een idee welke boomsoorten dit zijn? Het zilveren exemplaar is vermoedelijk een wilde lijsterbes.

Bomen met opvallende vergroeiingen

Wist je dat bomen vastgespijkerde bordjes kunnen verzwelgen? Geef ze eens ongelijk. Hoe zou jij het vinden als iemand zo’n bordje in je lijf vastnagelt, dwars door schors en bast heen? De open wonden maken je vatbaar voor infecties en doen pijn. Bovendien hinderen die spijkers de doorstroom van voedsel, water en groeistoffen. Daarom hebben bomen lak aan bordjes met boodschappen. Opengesteld? Verboden toegang? Wat nou, weg ermee!

‘Bomen gebruiken hun bast en de laag hout daar net onder, het xyleem, voor transport. Water en nutriënten worden uit de wortels omhoog getransporteerd. De bouwstoffen die de bladeren produceren onder invloed van zonlicht komen weer naar beneden, opgelost in water. Een flink gat in de bast en het xyleem kan de transportvaten beschadigen.’ (Bron: NRC.)

Met het groeihormoon auxine herstellen bomen hun wonden. Hierbij ontstaan opvallende vergroeiingen die soms erg mooi zijn. Op deze foto’s staan enkele voorbeelden.

Boom slokt bordje ‘verboden toegang’ op.

Beuk likt zijn schotwond. (Zie voor de andere zijde Plog – De reuzen onder de bomen.)