De kleuren van de herfst: geel

Hartenstein geel in de herfst

Tijdens een boswandeling in de herfst stap je over een geelbruin bladentapijt. Daar gaat een heel proces aan vooraf, waarin ze verkleuren van groen naar rood of oranje, geel en bruin. Roodbladige bomen doen het weer net even anders. Vooral het geel springt eruit wanneer de zon erop schijnt. Die kleur is aan de beurt in deze miniserie over alle voorkomende herfstkleuren.

Vorige week nam ik foto’s van zowel rode als groene beuken. Van die rode bomen heb ik eerder dit jaar deze foto’s genomen. Nu staan ze hierboven en zijn ze verkleurd naar geel/oranje.

Op de foto hieronder spat het geel van de bomen er echt af. Wel twijfel ik of dit plaatje goed is gelukt qua compositie.

Lage Oorsprong herfst gele beuken

Vergelijk het met deze oudere foto van beuken in gele herfsttooi. Naar mijn idee is en blijft dat toch de mooiste.

De kleuren van de herfst: oranje

oranje of rossig buiskussen zwam

In de serie over herfstkleuren is oranje een makkie. Overal zie je oranje bladeren, paddenstoelen en zwammen. Verder kan je het piepkleine buiskussentje tegenkomen, zie foto hierboven. In werkelijkheid is dit een hele verzameling eencellige organismen. Deze organismen behoren tot de slijmzwammen, ofwel de amoebozoa.

Hoe de paddenstoel hieronder heet, weet ik niet, maar hij pronkt fraai met zijn lamellen. En hij is oranje.

oranje paddenstoel lamellen en omgekrulde hoed

De kleuren van de herfst: paars

paarse zwam op dode boomstam

Is paars een herfstkleur? Jazeker. Sommigen mensen zijn lyrisch over de kleur paars. Paars zou koninklijk zijn en vrouwelijk, magisch, mystiek en passioneel. Paars kom je nogal eens tegen bij spirituele personen. Als versmelting van twee primaire kleuren heeft paars iets ongrijpbaars.

Ik heb weinig met de kleur paars. Dat is vermoedelijk een erfenis uit de jaren zeventig. Die tijd van hardbruin, paars en knaloranje. Wat vònd ik die tinten lelijk. Maar smaak verandert en paars verdient een herkansing.

Donkerpaars zijdefluweel is namelijk prachtig. Het heeft inderdaad wel iets mysterieus. Samen met bloedrood en nachtblauw ontstaat er een bijzonder gewaagde combinatie. Niet dat ik dat draag. Toch, het is weer tijd voor een miniserie. Deze keer over herfstkleuren en paars hoort daar bij.

Men zegt dat je alle kleuren kan combineren zoals je ze in de natuur samen aantreft. Ziehier twee foto’s van een paarse zwam en een paarse paddenstoel. En oordeel zelf maar.

paarse amethistzwam

Knibbel knabbel knuisje …

zwam met sliertjes

Een raadseltje voor de liefhebbers van sprookjes en paddenstoelen. Wie oh wie heeft hier van de hoed zitten smikkelen en de plaatjes met sporen laten zitten? Zijn die niet lekker soms, of giftig misschien? Is het het bruine eekhoorntje dat vanaf het bospad snel een boom in schiet? Of kan het een ander dier zijn geweest? Toevallig tref ik twee van zulke afgekloven paddenstoelen op hetzelfde landgoed aan.

afgeknabbelde paddestoel met franje

Afhaken bij onweer: verstandige keuze of aanstellerij?

De schijnbare exactheid van Buienradar is misleidend. Het kaartje toont heel precies de regenvoorspelling van uur tot uur. Daarbij moet je wel voor ogen houden dat dit een verwachting is. Dat de situatie later kan wijzigen. In werkelijkheid vallen buien soms op een andere locatie. Of ze komen vroeger. Of ze zijn milder. Of ze zijn heviger dan verwacht. Gisteren liep het met dat onweer en die stortbuien ook een beetje anders dan gedacht.

Rond half elf gaat ons groepje vanaf Otterlo op pad. De wandelroute loopt westwaarts door het bos naar Lunteren en halverwege doorkruisen we het Wekeromse Zand. Onze kaartlezer is zo’n stoere meid die op een boerderij is opgegroeid. Dan weet je het wel. Zij gaat zich niet door een buitje laten tegenhouden. Ik ook niet, trouwens, meestal. Maar deze keer komt er onweer bij en dan zit ik liever binnen.

’s Ochtends verwacht Buienradar dat de bui rond vier uur losbarst. ‘Mooi,’ denk ik, ‘bij een afstand van 18 kilometer, een tempo van 4,5 km per uur en een lunchpauze van een half uur, bereiken we ruim voor 16:00 uur het Lunterse station.’
De zon schijnt. Toch het is al klam en drukkend. Tegen de tijd dat we het Wekeromse Zand naderen, dreigt de lucht en begint het te rommelen.

De anderen om mij heen lopen onbezorgd te babbelen. Geen van hen is bezig met het onweer. Hebben ze dan geen weersvoorspelling gezien? Weten ze niet wat er aan komt? Ik kijk nog eens op Buienradar. Die geeft nu een heel andere voorspelling aan. Over een half uur krijgen we de volle laag en daarna wordt het ook niet meer droog tot het station.

Wat is wijsheid? Doorlopen? Dan treffen we straks midden op een open zandvlakte onweer. Schuilen? Dan moeten we onder bomen wachten tot het ergste voorbij is. Er zijn geen huizen of boerderijen in de buurt. En overal kruipt de eikenprocessierups. Afhaken dan maar? Ik raadpleeg 9292ov. Er komt een schoolbus in de buurt, alleen zie ik zo gauw niet of die deze week nog rijdt. De halte is een flink eind verderop. Onze kaartlezer zal wel willen doorlopen. Moet ik dan als enige afhaken? Dilemma, dilemma.

Wanneer ik de kaartlezer aanspreek over de situatie, vindt ze mij duidelijk een aanstelster. De rest reageert ook laconiek en wandelt verder. ‘Zal wel meevallen’, denken de anderen. Ze adviseren wat bij onweer de beste tactiek is. Voeten bij elkaar, je zo klein mogelijk maken, niet bij een metalen hek gaan staan, et cetera. (Heb ik dat gevraagd?) Vervolgens ontstaat er discussie over die tactiek, want sommige mensen weten het beter. En iemand wil nu eerst lunchen, want zij heeft alleen koffie gedronken bij de vorige horecastop.

Intussen naderen we de rand van het Wekeromse Zand. Het regent flink en de wolken gaan tekeer. Sommigen tellen de seconden tussen elke flits en klap van het onweer. Hoe zat dit nu precies? Staat een seconde voor een afstand van 100 meter, of is het 300? En daar begint de discussie weer.

Afijn, ik ben dus verder meegelopen. Blijkbaar was de groepsdrang groter dan mijn eigen wil. We kwamen als een stel verzopen katten aan op het station, ondanks alle regenkleding. Uiteraard kan een Hollandse meid daar best tegen. Al denk ik dat ik voortaan toch maar wat eerder afhaak.

Zomerse dag in Nederland

Blauwe korenbloem

Als voormalige vlakbij-de-kust-bewoonster verbaas ik mij altijd over inwoners van het binnenland. Wordt het heet, dan gaan ze allemaal naar het strand. Nu ik in het oosten woon, zie ik de uittocht van nabij. Gisteren stonden er zelfs mensen met opgeblazen luchtbedden op het station. Toch, als het érgens benauwd is, dan is het wel aan zee. Overal krioelende massa’s, lawaai en volle parkeerterreinen. Eenmaal op het strand brandt de zon genadeloos. En dan dat plakkerige zand. Wat een armoe.

Op warme dagen vertoef ik liever op het platteland. Voeten in het gras, briesje er langs. In goed gezelschap loungen onder een veranda; eten en drinken bij de hand. Wandelen in een schaduwrijk bos. En dan natuurlijk uitgebreid pauzeren bij elk terras dat je tegenkomt. Bovendien zie je nog eens wat. Vlinders en een reetje. Drie paarden rond een pasgeboren veulen. Een nagebouwde boerderij uit de ijzertijd. Graanvelden met klaproos en korenbloem. Dit zijn zomaar wat impressies van mijn weekend. Het was weer aangenaam.