Naaldboom, net even anders

Op een landgoed hier in de buurt groeien diverse soorten naaldbomen. De meesten zijn nogal donker en uniform, maar dit exemplaar valt op. Bij deze boom laat het zonlicht de frisgroene uitlopers fluoresceren. Van onderaf gezien is het contrast met de oude naalden het grootst. Daardoor zie je meteen hoe mooi de takken waaiers vormen.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

De herontdekking van het koepeltje

Vorige week dacht ik ineens terug aan het theekoepeltje in de buurt van Arnhem. Ik zag het zo’n vijf jaar geleden voor het eerst tijdens een wandeling. Het beeld van dat koepeltje kwam spontaan in een gedachteflits voorbij. Zoals dat vaker gebeurt met een herinnering aan iets wat je mist. Dit zal wel het gevolg van de lockdown zijn. Zo verlang ik ook weer terug naar de trein.

Toch is dat koepeltje voor mij een klein raadsel. Toen ik hier pas woonde, kwam ik er tweemaal langs dankzij mensen die de omgeving goed kennen. Sindsdien wandel ik regelmatig alleen en wilde ik het graag nog eens zien. Maar dat koepeltje heb ik nooit meer kunnen vinden.

Afgelopen zondag. Ik maak op landgoed Mariëndaal een ommetje. Voor de afwisseling sla ik een ander pad in dan ik gewoonlijk doe. Aan het eind daarvan beland ik op een parkeerplaats langs de Schelmseweg. Meestal mijd ik paden bij wegen, omdat auto’s en motoren de stilte in wandelgebieden verstoren. Maar door de coronacrisis is er nu minder verkeer.

Aan de overkant ligt een oude bomenlaan en daar vervolg ik mijn wandeling. Links en rechts liggen velden en verderop is een bos. Ik nader een kruising van lanen, kijk naar links en zie: het theekoepeltje! Het staat goed verscholen tussen hagen en bomen achter een wit smeedijzeren hek.

Blij met deze vondst, wandel ik na de bezichtiging van het koepeltje verder. Nu betreed ik voor mijn gevoel wel echt een onontgonnen terrein. Globaal weet ik nog welke kant ik op loop. (Arnhem ligt achter mij.) Al snel, hooguit vijftig meter voorbij het koepeltje, bereik ik weer een kruising van bospaden. Het is een plek die mij verwarrend vertrouwd voor komt.

Heel even is er kortsluiting in mijn hoofd. Ik sta stil, knipper met mijn ogen en kijk nog eens goed. En dan volgt de grootste verrassing. Want ik kén deze plek! Hier kom ik zelfs iedere week! Maar altijd vanuit de tegenovergestelde richting. Nou ja zeg.

Zeg nou zelf: hier valt toch geen koepeltje te ontwaren, of wel soms?

Kijk eens wat vaker omhoog

De lockdown heeft mijn actieradius ingeperkt tot een straal van vijf kilometer. Nu valt hier weinig te klagen, want er is rond het dorp genoeg variatie qua natuurschoon. Toch bekruipt mij een gevoel van sleur wanneer ik wéér datzelfde pad op loop en weer diezelfde bomen zie. Ook al sla ik soms een ander weggetje in. Maar er is een alternatief. Af en toe kijk ik recht omhoog voor een verfrissend perspectief.

Vooral bij harde wind bieden traag wiegende boomtoppen een hypnotiserende aanblik. De kruinen van hoge beuken zijn nu aan het ontluiken. Sommigen zitten al vol jong blad, terwijl andere bomen nog gesloten knoppen dragen. Op die kale kruinen heeft de wind minder vat dan op bomen vol blad. Het gevolg is dat ze tegelijkertijd en onafhankelijk van elkaar in slow motion verschillende kanten op wuiven. Soms raken ze elkaar even of ze draaien een halve slag om elkaar heen. Het is alsof je naar een kolkende watermassa kijkt op een rotskust aan zee.

Drie sfeerfoto’s van het afgelopen winterseizoen

Na ieder seizoen hou ik foto’s over die geen plekje hebben gekregen op Raam Open. Ook nu weer van de afgelopen winter. Ze mogen toch best worden gezien en daarom plaats ik ze hier.

De Groene Bedstee in wintertooi, groene takken met bruin gebladerte.

De twee bekende wilgen in de mist.  Deze keer in een natte uiterwaard met Arnhem in de verte op de achtergrond.

Verwaaide schapenwolken, enkele minuten voordat deze rode gloed verscheen.