De belofte van Rusland in een stukje berk

Dit stukje berkenhout ligt achter prikkeldraad bovenop een houtwal. Ik passeer het regelmatig op mijn wandeling over een naburig landgoed. Al sinds het mij opviel, volg ik het trage, maar wonderschone proces van natuurlijke vergankelijkheid. Berkenschors is taai.

Misschien wel even taai als mijn wens om ooit een lange reis door Rusland te maken. Die wens bestaat nu precies 35 jaar. Bovenaan mijn verlanglijst staat een klassieke rit met de Trans Siberië Express vanuit Moskou. Het is een trein die dagenlang door de taiga en langs uitgestrekte berkenbossen rijdt.

Misschien moet je eerst wat levenservaring opdoen, voordat je toe bent aan Vladivostok.

Verstilling in de mist

Verstilling. Daarover schreef Ingrid in haar reactie op het vorige logje over een wandeling in de mist. Verstillen, verstilde, is verstild. Stiller of geheel stil worden. Verstild geluk; citeert mijn oude Dikke Van Dale toepasselijk.

De wind was gisteren bij ‘t dagen des wintersen morgens verstild. (Vrij naar Gossaert.) En in het verstilde licht bleef slechts een enkele kleur zichtbaar.

Een half minuutje Wodanseiken magie

Na het zoveelste plaatselijke wandelrondje wil ik op verkenning gaan in onbekend gebied. Daarom besluit ik op een mooie herfstdag een dropping te doen. Met de bus rij ik naar een bosgebied tussen twee dorpen in. Vanaf de halte loopt hier een bospad naar een heideveld dat ik wel ken. En daar ergens in de buurt moeten ook de Wodanseiken zijn. Alleen weet ik niet precies waar de route ligt tussen die twee.

De Wodanseiken staan in een zeer romantisch bosgebied dat al vaak door kunstschilders is vereeuwigd. Romantisch, in de zin van oude bomen op een mosgroen terrein vol heuvels, wallen, geulen en zacht kabbelende beekjes. De paden kronkelen alle kanten op en het zicht is er beperkt. Je waant je er al snel in een andere wereld.

Voor de zekerheid breng ik water, een plattegrond en mijn smartphone mee. Googlemaps geldt als back-up, want je kan er makkelijk gedesoriënteerd raken. Maar eerst wil ik het zonlicht als leidraad nemen.

De idylle van verlatenheid wordt slechts mild verstoord door het komen en gaan van andere wandelaars op de heide. Bij de bosrand aan de overkant staat een vrouw met een telelens en camera. Zoekend kijkt ze om zich heen. ‘Weet u misschien waar de Wodanseiken zijn?’, vraagt ze aan mij. Nou, slechts heel globaal en juist dat vind ik fijn.

Zodra ik het bos betreed, komt mij een koele, vochtige herfstlucht tegemoet van de natte begroeiing op een zompige ondergrond. Eindelijk is het stil. En nu wordt het spannend. Want welke kant moet ik op?

Er staat huisje bij een beek met daarlangs een pad. Ik daal af naar de beek en kijk zoekend naar links voor iets herkenbaars. Maar al wat er is, zijn de bomen, de beek en het pad. Dan draai ik mij om. En jawel, daar staan ze: een hele rij fotografen met toeters van telelenzen recht tegenover de Wodanseiken waar een kunstschilder bezig is.

En weg is de magie.

Zwarte schimmeldraden op gothic boom

Vandaag stuitte ik op zwarte slierten onder de schors van een gevelde boom.

Hij ligt naast een kerkhof en lijkt afkomstig uit een griezelfilm. De duistere, dradige materie oogt morbide en vormt een soort vlies.

Zien we op deze foto’s wellicht dood cambium? Of is dit een gothic boom? Wie het weet, mag het zeggen.

PS: Het antwoord is binnen: deze draden zijn zwarte schimmels waaraan de boom waarschijnlijk overleden is.