Tuintip: handig trucje uit de tropen tegen slakken

Plakband om stam asiminia triloba tegen slakken

Tegen ongedierte heb ik op mijn reizen in de tropen een handig trucje  geleerd. Op eilandstaatjes in de Stille Zuidzee, zoals Samoa, Tonga en op Tahiti, tref je kokospalmplantages aan. Ze zien er idyllisch uit, zo vlak bij de oceaan. Kokospalmen produceren fruit en allerlei bruikbaar materiaal. Daarom willen plantagehouders voorkomen dat smerige ratten er met hun kokosnoten vandoor gaan.

Dus wat doen ze? Ze ringen de stam. Hiervoor gebruiken ze een gladde 30 centimeter hoge metalen plaat. Want daarop glijdt elke rat uit. Al bungelen er twintig overheerlijke kokosnoten in de boom, ze komen er mooi niet bij.

In mijn tuin staat een jong paw paw boompje, ofwel een asiminia triloba. Ik schreef er gisteren over. Slakken zijn daar dol op. Ze vreten zijn sappige bladen helemaal op en laten slechts een kaal steeltje over.

Dus die kokospalmen indachtig, heb ik om de stam een paar brede stroken tape geplakt. Met de plakkerige kant naar buiten toe. Nu het heeft geregend, zitten er extra schurende zandkorrels op. Geen slak komt er nog voorbij.

Als je dit ook probeert, laat dan wat ruimte vrij en vervang de band regelmatig, zolang de boom groeit. Ducttape is ideaal en bovendien waterproof.

Moraal van dit verhaal: wissel vaker kennis uit. Ook van mensen in de tropen valt veel te leren.

Raadsel: welke boom of plant is dit?

plant of boom onbekend welke soort

Sinds twee jaar groeit er een onbekende boom of plant in mijn tuin. Hij is als zaadje door een vogel gedropt of aan komen waaien. En nu is hij circa 60 centimeter hoog. De peervormige bladen zijn ongeveer 15 centimeter groot.

Vorig jaar plaatste ik hier ook een foto, maar het is nog steeds een raadsel welke boom of plant dit is. Wie het weet, mag het zeggen.

Zo grillig als een vrouw in de overgang

Soms hoor je een woord waarvan je denkt: ‘Hé, dat ken ik nog niet.’ Zo stuitte ik gisteren op het Engelse coddiwomple. Dat betekent: ‘to travel in a purposeful manner towards a vague destination.’ Hoe was het mogelijk dat ik daar nooit van had gehoord, terwijl ik zo veel heb gereisd? Nou, gewoon, omdat het woord pas kort bestaat en door de huidige travellers scene via internet wordt verspreid. ‘Ik word echt oud.’, dacht ik daarbij.

Mijn gedachten zijn af en toe behoorlijk grillig. Misschien omdat ik nu doelbewust toewerk naar een uitkomst die volstrekt onzeker is. Ik weet heel goed wat ik wil bereiken. Maar de weg ernaartoe zit vol kronkels en ik kan niet in de toekomst kijken. Dit speelt in het groot en in het klein. De schors van een pseudoacacia past daar mooi bij. Die zit vol lijnen, groeven, splitsingen en uitbarstingen. En sommige lijnen komen weer bijeen.

‘Zo grillig als de schors van een Robina.’, dacht ik daarbij. Je zou dit zo als Nederlands spreekwoord kunnen invoeren. Maar een of andere voetbalcommentator is mij voor geweest met iets vergelijkbaars: ‘Zo grillig als een vrouw in de overgang.’ Tss, wat een orakel.

Jonge beukenblaadjes rood en groen

Jong beukenblad met bloemen

Hoe vaak kijk je echt goed naar een boom? Misschien vallen sommige bomen je op, omdat ze bijzonder gevormd of groot zijn. Maar meestal lopen we er achteloos aan voorbij. Regelmatig passeer ik dezelfde beuken. Eerst waren het non-descripte dingen met een stam, takken en blaadjes er aan. Nu herken ik individuele bomen en zie ik wat ze doen in de vier jaargetijden.

Rood beukenblad jong

Beuken zijn mijn favorieten. Ontkiemende beuken lijken op ballerina’s. Eenmaal volwassen, hebben ze iets statigs. Ze worden machtig hoog en hebben verfijnde bloemen, blaadjes en zaadjes. Aan het jonge blad zit zelfs een ragfijn bontkraagje. In de herfst worden beukenblaadjes veelkleurig, waardoor takken op feestslingers lijken.

Het zal even duren voordat ik alle groeistadia in beeld heb, maar hier volgen alvast wat impressies van beuken(blad) in de winter, lente, zomer, herfst en nog een herfst.