De onschuld voorbij met copyright

Als amateur blogger besef je nauwelijks welke risico’s je neemt. Stel dat je uit een YouTube-video een screenshot op je blog plaatst. In de tekst zet je keurig een link naar de video waar het om gaat. Uh uh. Foute boel. Mag niet. Daarvoor moet je toestemming hebben. Dit is zo’n situatie waar copyright jagers op azen. Voordat je het weet, leggen ze een claim van honderden euro’s bij je neer. Op de Blogacademie staat een waarschuwend artikel over de werkwijze van deze copyright jagers.

Van Raam Open heb ik alle riskante afbeeldingen weggehaald. Zoals screenshots van websites met statistieken en grafieken. Ook eigen foto’s van een plattegrond, van een boekomslag en van diverse krantenartikelen zijn geschrapt. Plus diverse afbeeldingen, die ik van internet had geplukt. Zelfs een foto van een muur uit mijn vorige huis moest eraan geloven. Die muur was namelijk volledig behangen met kalenderplaten. Ofwel: met andermans foto’s. Nu mis ik een toepasselijk plaatje voor de Pronkkamer.

Ik vraag mij af hoe ver zo’n claimorganisatie kan gaan. Stel dat je een foto plaatst van een restaurant waar onopvallend in een hoekje een foto aan de muur hangt. Mag dat dan, of niet?

Hoe zit het trouwens met foto’s van VIP’s? Ik bezit namelijk een foto van Queen Elisabeth II van hoogsteigen makelij. Althans, die foto is met mijn toestel gemaakt door een Engelse mevrouw op de voorste rij. Van wie is dan de foto? En mag ik deze foto van her highness zomaar plaatsen? Het lijkt mij namelijk best ingewikkeld om 32 jaar na dato om toestemming te vragen. Zowel aan de koningin als aan die onbekende mevrouw.

Het is niet leuk om foto’s weg te halen. Van sommige logjes blijft er weinig over zonder foto, omdat de tekst daarover gaat. Bovendien heb ik soms veel moeite gedaan om een goed screenshot te maken. Zoals van een prachtige luchtopname van een scherpe bergkam in de Eagle-videoclip van ABBA. Ik kan die videoclip wel in een log ‘embedden’, maar dan blijft die bergkam (op 3 minuten en 41 seconden) onzichtbaar.

Overigens is het prima dat copyright bestaat. Hoe kan je eigenlijk zien of iemand anders met jouw foto’s aan de haal gaat?

Categorieën en tags in WordPress

Al dagen ben ik bezig met het opschonen van mijn blog. Zes jaar en 1.060 berichten doorlopen is een monsterklus, maar wel nodig. Raam Open is een omniblog met sterk uiteenlopende onderwerpen en ieder log krijgt meerdere trefwoorden of ‘tags’. Ondanks een vroegere opruimbeurt was dat aantal flink gegroeid. Daarnaast gingen sommige titels van categorieën wringen. Ik pas het nodige aan, zodat Google de inhoud van dit blog beter kan vinden.

Neem de oude categorie ‘Mensen onder elkaar’. Die ging over hoe mensen onderling met elkaar omgaan. Veel bloggers gebruiken daar echter andere termen voor, zoals ‘Leven’ of ‘Psychologie’.  Dan kan je wel lekker tegendraads creatief en origineel gaan doen, maar daar houdt Google niet van. Dus heb ik er braaf ‘Leven’ van gemaakt. Je moet toch wat.

Verder is het voor WordPress lastig als een categorie en een trefwoord identiek zijn. Daarom staan er bij logjes in de categorie ‘Reizen’ trefwoorden als ‘reis’ en ‘reisverhalen’. Terwijl ik liever ‘reizen’ wil schrijven. Nou ja, we doen het maar.

‘Humor en genieten’ is nu ‘Plezier’ geworden. En de oude categorie ‘Plaatsen’ heet voortaan ‘Locatie’. Ik ontdekte namelijk via de WordPress Reader dat geen mens ‘plaatsen’ als tag intypt. Behalve ik dan. Echt ideaal vind ik dat ‘Locatie’ nog niet. Maar ja, je moet je op internet aan de meerderheid aanpassen. De massa wenst geen eigenzinnigheid.

Ik vind het wel jammer, hoor. Vroeger had ik een nog mooiere categorie, namelijk ‘Station to Station’ (je weet wel, die plaat van David Bowie). Dan begrijp je toch meteen wat ik bedoel? Inmiddels heb ik de verweesde berichtjes verdeeld over ‘Reizen’, ‘Leven’ en ‘Persoonlijk’. Het wordt allemaal wel erg standaard zo.

Dit lijkt net regulier werk, compleet met richtlijnen en regels, protocollen en stramienen. Sterker, voorheen werd ik betaald om grote bestanden van websites op te schonen volgens een vaste methode. Was dat maar weer zo. Ik vind deze klus nog leuk ook.

Alleen mag Google eindelijk eens aangeven wat er echt goed werkt. Daar doen ze toch zo geheimzinnig over; de meeste zoekopdrachten blijven verborgen. Wie het weet, mag het zeggen.

Als WordPress blogger reageren op een Blogspot blog

In bloggersland bestaan twee kampen. Te weten: zij die met Blogspot van Google werken, en zij die voor WordPress hebben gekozen. Raam Open hoort bij WordPress. De reden is puur esthetisch. Blogs van WordPress zijn doorgaans mooier (vind ik). Maar echt doorslaggevend is het logo van Blogspot. Dat is oranje en dat is mijn kleur niet. Volgens mij hebben ze dit in de gaten, daar bij Google (Blogspot). Want sjonge jonge, wat maken ze het reageren voor mij als WordPresser moeilijk.

Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat Blogspot Google acuut in de contramine gaat, zodra ik mij als WordPresser aanmeld. En dat moet, hè, als je herkenbaar wil reageren. Een eenvoudige like plaatsen, kan evenmin. Google wil mijn Gravatar (met glas-in-loodramen) niet bij Blogspot zien. En omdat ik geen Google account gebruik, gaat Google extra dwarsliggen.

Het is hoogst irritant. Er zitten namelijk goede bloggers tussen, daar bij Blogspot. Bij hen wil ik soms complimentjes achterlaten. Maar telkens moet ik door een eindeloze aanmeldprocedure heen. Eerst naam invullen: Karin van Raam Open. Dat is geen probleem. Vervolgens een e-mailadres en de url van Raam Open intypen. Nou, dát is foute boel. Dan gaan er bij Google direct alarmbellen rinkelen. Want die url is er één van WordPress. De concurrent ja.

Dus zet Google zijn geheime wapen in: verificatie! Alsof ik een robot ben. Maar goed, wat doe je in zo’n situatie? Je vinkt aan dat je geen robot bent. Daarna denk je toch dat je klaar bent. Nou, forget it. Want vanaf dat moment gaat Google helemaal vol in de aanval.

Eerst krijg je zo’n rasterschermpje te zien met een foto van een autoweg. Daarop moet je alle vakjes met verkeersborden aanklikken. Daarna verschijnt er een andere foto van een andere weg. Daarop moet je alle vrachtauto’s aanklikken. Dan verschijnt er weer een foto, nu van een groot huis. Daarop moet je alle schoorstenen aanklikken. Daarna verschijnt er nóg een foto van weer een ander huis. Daarop moet je alle ramen aanklikken. Dan verschijnt er ….

Bent u daar nog?

Denk maar niet dat ik ooit in mijn leven overstap op Blogspot. Zelfs niet als het logo groen wordt. WordPress is tenminste gebruiksvriendelijk, ook voor bloggers van de concurrent. Geen wonder dat WordPress zulke mooie groeicijfers kent.

Foto: bewerken en in scène zetten

Als je fotoblogs volgt, zie je regelmatig de prachtigste foto’s. Close-ups van bessen, of mistflarden over een weiland. Of haarscherpe afbeeldingen van vogels en vlinders in volle vlucht. Ik doe net alsof ik erbij hoor met mijn SM-J510FN. Dat is de camera van mijn Samsung telefoon. In feite begint alles met kunnen kijken, maar ook met goede apparatuur. Mij valt het soms niet mee, want deze camera mist knopjes voor instellingen.

Neem nu een slak op een tuinpad. Zo’n slijmerig dier dat héél traag van A naar B glibbert. Daar kan weinig mee misgaan, zou je denken. Het pad is gemaakt van oude bakstenen die qua vorm en kleurschakering verschillen. De donkere slak met zijn bruine huisje past mooi tussen de gele, rode en bruine stenen. Bovendien schrijdt hij voort over een diepgroen tapijt van mos. Kortom: deze slak is op die plek een fotogeniek object.

Nu heb ik zeker twintig foto’s moeten nemen voordat hij er een beetje fatsoenlijk op stond. En nog is een deel onscherp. Van armoede heb ik zelfs gesjoemeld, want hij was al voorbij de mooiste stenen gegleden. Dus heb ik hem opgepakt en teruggezet. Dat is wel een voordeel als je een slak fotografeert. Probeer zoiets maar eens met een vlinder, bijvoorbeeld.

Nu zit ik met een vraag. Zetten al die mensen met perfecte foto’s hun tafereeltjes soms ook in scène? Hebben zij hun foto’s wel bewerkt?

PS: Voor de creatievelingen onder ons. De slak passeert op het fotomoment net de streep op de gele steen. Welk verhaal zou jij bij deze foto hebben geschreven?

Bloggen voor de erkenning

Wil je dat lezers je blog voortdurend liken, dan word je ongelukkig. Logs van andere bloggers liken helpt evenmin. Alles draait om het verlangen naar erkenning. Dat blijkt. Soms ben ik erg in mijn nopjes met een goed geslaagd log, maar dan komt er nul komma nul respons. Dat voelt als een koude douche. Alsof ik geen talent heb. Alsof ik niet scherpzinnig ben. Gelukkig zijn er dan nog de echte schrijvers en journalisten. Want telkens als ik bijzonder rake observaties maak, zie ik die in de krant terug.

Vandaag bijvoorbeeld. Nota bene bij een grootheid als Arnon Grunberg. Jawel. Naar verluid vinden velen hem een pedant en irritant manneke. Toch doorziet hij dingen als geen ander. En als mijn schrijfsels ook maar een millimeter in de buurt van zijn werk komen, mag ik zo trots zijn als een pauw. Ja, ja, heel on-Nederlands. Soit. Ik ben niet vies van grandeur. Waar het om gaat, is dat HIJ en ik op dezelfde lijn zitten. Dat ik heb gezien wat hij ziet. En dat ik dat heb beschreven, nog voor ik zijn werk kon lezen. Dus mag mijn blog er best zijn.

Kijk maar wat hij vandaag in zijn Voetnoot schrijft. ‘Hij [schrijver Durs Grünbein] stelde dat het publiek in het Avondland al tweeduizend jaar hetzelfde wil bij dergelijke shows, al zijn ze vermomd als debat: vermaak, bloedvergieten en geschreeuw.’ Zo, lees dan nu dit logje maar eens van 1 ½ dag geleden. Lalala.

Onbetrouwbare hersenen

Een deel van mijn onzekerheid komt voort uit mijn onbetrouwbare hersenen. Dat ik daarvan niet op aan kan, weet ik al jaren. Dat scheelt. Onlangs ging ik de mist in met mijn Gravatar. Of met één ervan, want ik heb er meer. Bij het plaatsen van een ‘likeje’ op een blog ging ik heel bewust het rijtje af. Bij deze reactie hoorde dat plaatje. Ik zag het juiste icoontje onder het bericht verschijnen. Mooi. Dacht ik.

Tot ik – uiterst verwarrend – een reactie ontving op een e-mailadres dat aan een andere website is gekoppeld. Niet de website die ik in gedachten had bij het plaatsen van dat ‘likeje’.

Het voelde vreemd. Want die icoontjes horen bij twee verschillende websites die twee strikt gescheiden werelden vertegenwoordigen. Zo strikt, dat je gerust over verschillende persoonlijkheden kan spreken. We hebben het hier over internet.

Het voelde ook een beetje unheimisch. Alsof iemand mijn gangen was nagegaan. Wat vrijwel zeker echt is gedaan, bijvoorbeeld via LinkedIn. Was die persoon zo aan dat specifieke e-mailadres gekomen? Daarvoor moet je best moeite doen. Want aan dat Gravatar-icoon is geen website of zichtbaar e-mailadres gekoppeld. Maar wel een naam.

Ik kon het niet uitstaan. Daarom bekeek ik opnieuw het bericht waaronder ik dat Gravatar had gezet. En verdorie, er stond een ander plaatje onder dan gedacht. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had nog zo goed opgelet! Toch? Maar computers maken geen fouten, dus zal ik het zelf wel hebben gedaan.

Het zal in de toekomst erger worden. Inmiddels kan men in filmpjes met software je gezichtsuitdrukking levensecht veranderen. En gesproken tekst kunnen slimmeriken ook zo aanpassen. Nog even en je moet tegen je eigen beelden getuigen. Dan krijgt die Trump toch gelijk met zijn nepfeiten.

Besef je dat wanneer je je pootafdruk onder dit logje zet, ik de tekst achteraf helemaal kan veranderen? Je weet eigenlijk nooit waar je een ‘likeje’ voor geeft. Wie durft?