Inzichten uit het gewiste verleden van Raam Open

Een grote schoonmaak kan nog weleens tot hernieuwde inzichten leiden. Na het wissen van 115 logjes op Raam Open deel ik ze graag, voordat ze in de prullenbak verdwijnen.

Verwondering is het begin van alle wijsheid. Aristoteles, Griekse filosoof.

‘Ach, wat ben je toch afhankelijk van anderen om zelfstandig te kunnen zijn.’

Some people are so poor, All they have is money. Gelezen op consuminderen met plezier.

‘Soms is niets wat het lijkt en bepaalt de context alles.’

En dit oudje van 21 november 2014 krijgt een tweede kans, want de tekst is toepasselijk en de muziek is het beluisteren waard:

‘December nadert en daar kijk ik altijd naar uit. Het is typisch zo’n wintermaand om heerlijk thuis te blijven. Vooral wanneer het buiten koud en donker is. Nu werken de meesten van ons nog naar de kerstvakantie toe. Wanneer het zover is, komt bijna alles tot rust. Ik heb dan stapels tijdschriften en vakantiegidsen in huis. Muziek en port erbij, genieten maar. Een onnavolgbare gedachtekronkel leidt mij naar het Midden-Oosten … December, kerst, Bethlehem? Vul zelf maar in. Met muziek ben je er zo.’ Uit: Decemberdwaling.

De foto komt uit het logje: Nagenieten van Ierland.

Als WordPress blogger reageren op een Blogspot blog

In bloggersland bestaan twee kampen. Te weten: zij die met Blogspot van Google werken, en zij die voor WordPress hebben gekozen. Raam Open hoort bij WordPress. De reden is puur esthetisch. Blogs van WordPress zijn doorgaans mooier (vind ik). Maar echt doorslaggevend is het logo van Blogspot. Dat is oranje en dat is mijn kleur niet. Volgens mij hebben ze dit in de gaten, daar bij Google (Blogspot). Want sjonge jonge, wat maken ze het reageren voor mij als WordPresser moeilijk.

Ik heb zo’n donkerbruin vermoeden dat Blogspot Google acuut in de contramine gaat, zodra ik mij als WordPresser aanmeld. En dat moet, hè, als je herkenbaar wil reageren. Een eenvoudige like plaatsen, kan evenmin. Google wil mijn Gravatar (met glas-in-loodramen) niet bij Blogspot zien. En omdat ik geen Google account gebruik, gaat Google extra dwarsliggen.

Het is hoogst irritant. Er zitten namelijk goede bloggers tussen, daar bij Blogspot. Bij hen wil ik soms complimentjes achterlaten. Maar telkens moet ik door een eindeloze aanmeldprocedure heen. Eerst naam invullen: Karin van Raam Open. Dat is geen probleem. Vervolgens een e-mailadres en de url van Raam Open intypen. Nou, dát is foute boel. Dan gaan er bij Google direct alarmbellen rinkelen. Want die url is er één van WordPress. De concurrent ja.

Dus zet Google zijn geheime wapen in: verificatie! Alsof ik een robot ben. Maar goed, wat doe je in zo’n situatie? Je vinkt aan dat je geen robot bent. Daarna denk je toch dat je klaar bent. Nou, forget it. Want vanaf dat moment gaat Google helemaal vol in de aanval.

Eerst krijg je zo’n rasterschermpje te zien met een foto van een autoweg. Daarop moet je alle vakjes met verkeersborden aanklikken. Daarna verschijnt er een andere foto van een andere weg. Daarop moet je alle vrachtauto’s aanklikken. Dan verschijnt er weer een foto, nu van een groot huis. Daarop moet je alle schoorstenen aanklikken. Daarna verschijnt er nóg een foto van weer een ander huis. Daarop moet je alle ramen aanklikken. Dan verschijnt er ….

Bent u daar nog?

Denk maar niet dat ik ooit in mijn leven overstap op Blogspot. Zelfs niet als het logo groen wordt. WordPress is tenminste gebruiksvriendelijk, ook voor bloggers van de concurrent. Geen wonder dat WordPress zulke mooie groeicijfers kent.

Raam Open is jarig

Vandaag bestaat dit blog vijf jaar. Als blogger begin je daar vol goede moed aan. Vervolgens moet je afwachten hoe het verder gaat. Hou je voldoende inspiratie? Blijft het leuk om bijna dagelijks te publiceren? En zijn er wel belangstellenden die je logjes willen lezen?

Raam Open is het podium geworden waarop ik had gehoopt. Ik kan er mijn ideeën over de wereld op slijpen. En ik kan er mijn persoonlijke ervaringen op kwijt. Zoals gebeurtenissen uit het dagelijkse leven; herkenbaar voor iedereen. Soms moet ik mijn gal spuwen. Maar vaker deel ik zaken die het leven veraangenamen. Humoristische voorvallen, mooie beelden en blijken van medemenselijkheid.

Raam Open is daarnaast een soort dagboek geworden. Onbedoeld, aangezien ik steeds een zekere afstand wil bewaren. Niet alles hoeft op internet. Maar welbeschouwd is er weinig dat ik zou willen terugnemen. Juist dankzij de remmende invloed van datzelfde internet. Mijn enige verzuchting is dat ik eerder met dit blog had willen beginnen. Het schrijven zet aan tot nadenken en er zijn al zoveel anekdotes in vergetelheid geraakt.

Blijft Raam Open voor anderen boeiend? Ik hoop het. Een blog draait op gedeelde interesses en herkenning. Terwijl mijn basisvisie stabiel blijft, veranderen mijn bezigheden wel. Af en toe maken logjes wat los. Soms inspireren ze en brengen ze iemand op een idee. En soms irriteren ze.

Het leven zelf is de toekomst van Raam Open. Gaan we richting Mad Max of wordt het iets anders? Er volgt nog materiaal genoeg.

‘Ja’ zeggen, maar ‘nee’ bedoelen

Tijdens de groepswandeling pak ik mijn smartphone om foto’s te nemen. Een vrouw naast me vraagt of ik ze op een website ga zetten. Zij heeft eens foto’s via sociale media gedeeld en zo komen we bij het onderwerp likes terecht. Op Facebook ziet zij van alles voorbijkomen. ‘Ik geef heel vaak likes, zelfs als ik een foto of bericht totaal niet waardeer.’ Dat verbaast mij zeer. ‘Waarom doe je dat eigenlijk?’, vraag ik haar. ‘Omdat ik die anderen dan wil supporten.

Misschien is haar handelswijze wel logisch als je familie en vrienden op Facebook volgt. Een like is dan een soort teken van leven. Zo van: ‘leuk dat jij er ook weer bent’. Meer niet. Maar evengoed is het tegenstrijdig. Wat zij doet, is in feite ‘ja’ zeggen, maar ‘nee’ bedoelen. Dat zou ik nou nooit doen onder een log.

Onder een log niet, nee, maar wel in het echt. Want in een gesprek kan mijn ‘ja’ een hele reeks verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de situatie en mijn intonatie. ‘Ja’ wil bijvoorbeeld zeggen:

  • Ik heb je gehoord, vertel verder.
  • Goh, is het echt?
  • Nee zeg, dat méén je niet!
  • Ik ben aan het nadenken.
  • Misschien. (Mogelijk of waarschijnlijk: ‘nee’.)
  • Het wordt wel erg langdradig. Schiet nou eens op met dat verhaal.
  • Ja, doei. (Vast en zeker: ‘nee’.)
  • Het zal wel. (Dus: ‘echt niet’.)
  • … [verveling]
  • Meid, wat erg voor je.
  • Schandalig!
  • Nee.
  • Wat denk je nu zelf? (‘Nee’ dus.)
  • En zo voort, en zo verder.

Misschien heb ik ook nog een typisch Leidse ‘ja’ in mijn repertoire, als die bestaat. Daar zal ik hier in gesprekken met echte Gelderlanders eens op letten.

Nu ik er goed over nadenk: al deze betekenissen gebruik ik voornamelijk in gesprekken met vrouwen. Bij mannen ben ik meteen al een stuk duidelijker, want anders snappen ze mijn ‘ja’ niet. Vreemd toch. Je moet ze ook alles uitleggen.

Foto: bewerken en in scène zetten

Als je fotoblogs volgt, zie je regelmatig de prachtigste foto’s. Close-ups van bessen, of mistflarden over een weiland. Of haarscherpe afbeeldingen van vogels en vlinders in volle vlucht. Ik doe net alsof ik erbij hoor met mijn SM-J510FN. Dat is de camera van mijn Samsung telefoon. In feite begint alles met kunnen kijken, maar ook met goede apparatuur. Mij valt het soms niet mee, want deze camera mist knopjes voor instellingen.

Neem nu een slak op een tuinpad. Zo’n slijmerig dier dat héél traag van A naar B glibbert. Daar kan weinig mee misgaan, zou je denken. Het pad is gemaakt van oude bakstenen die qua vorm en kleurschakering verschillen. De donkere slak met zijn bruine huisje past mooi tussen de gele, rode en bruine stenen. Bovendien schrijdt hij voort over een diepgroen tapijt van mos. Kortom: deze slak is op die plek een fotogeniek object.

Nu heb ik zeker twintig foto’s moeten nemen voordat hij er een beetje fatsoenlijk op stond. En nog is een deel onscherp. Van armoede heb ik zelfs gesjoemeld, want hij was al voorbij de mooiste stenen gegleden. Dus heb ik hem opgepakt en teruggezet. Dat is wel een voordeel als je een slak fotografeert. Probeer zoiets maar eens met een vlinder, bijvoorbeeld.

Nu zit ik met een vraag. Zetten al die mensen met perfecte foto’s hun tafereeltjes soms ook in scène? Hebben zij hun foto’s wel bewerkt?

PS: Voor de creatievelingen onder ons. De slak passeert op het fotomoment net de streep op de gele steen. Welk verhaal zou jij bij deze foto hebben geschreven?

Het bijzondere van een fotoblog

Het lijkt zo gewoon. Je pakt je smartphone en loopt ermee naar de tuin. Je maakt een paar foto’s van mooie blaadjes en zet die op je blog. Even wat woorden toevoegen en hup, publiceren maar. Vergeleken hiermee is een blad volschrijven met een weldoordachte tekst soms een heel gezwoeg.

Zowel in woord als beeld proberen we iets vast te leggen wat vluchtig is. Een zeldzame vogel, een moment in tijd, een ervaring, een dierbare zoals hij of zij nu is. We willen het vangen, vasthouden en meedragen of veilig bewaren. We willen het bezitten.

Een lens legt soms taferelen vast die er  ogenschijnlijk niet zijn. Zoals de speling van het licht, wat een menselijk oog slechts beperkt ziet. Ook het niet tastbare verandert door fotografie in een bestaande entiteit, digitaal of op papier. Waarna het ‘is’.