Een blog als dynamisch dagboek

‘Dat klinkt alsof je de geschiedenis wilt uitwissen…’, schrijft Ronald onder het log over de grote schoonmaak van Raam Open. Ik kan mij indenken dat het verwijderen van logjes deze indruk wekt. Meerdere bloggers tonen in de rechterkolom van hun site lijsten met jaartallen waarachter duizenden oude logjes schuilgaan. Hieraan kan je zien hoeveel jaar zij al op internet actief zijn. Waarschijnlijk gebruiken zij hun blog als persoonlijk archief voor alle zaken die zij belangrijk vinden.

Veel titels van mijn oude logjes ken ik uit mijn hoofd, zo zeer werden zij mij in de afgelopen jaren vertrouwd. Logjes uit de jaren 2013 – 2019, die nog steeds op Raam Open staan, zijn ware overleveraars. Zij hebben herhaaldelijk grondige opschoonsessies doorstaan. De nu overgebleven logjes zijn mij dierbaar. En meer dan dat. Ze zijn verworden tot een soort persoonlijkheden. Ik ken ze zelfs bij naam. Zodra ik hun titels lees, weet ik vrijwel woordelijk waarover ze gaan.

De wereld vergaat heus niet, Geboortebeperking als redding, Thinking out of the box, Hakken in het zand/de bijstand, Iedereen is een *s*t*e*r*, De zwerver, Authentiek Rotterdam. Zomaar wat titels uit de vroegste maanden van mijn bloggersbestaan. Er staan fundamentele gedachten, ervaringen en gevoelens in, die door de jaren heen onveranderd zijn gebleven. Deze logjes weghalen, zou aan zelfverloochening gelijk staan.

Maar in de loop der jaren heb ik eveneens teksten geschreven waarover ik ben gaan twijfelen. Vaak heb ik dergelijke logjes tussentijds geschrapt. Ik ervaar logjes waar ik niet langer achter sta als onwaar.

Een voorbeeld. Soms heb ik geprobeerd om positief te kijken naar (en te schrijven over) situaties waar ik in werkelijkheid moeite mee heb. Of heb gehad. Als ik dan zo’n logtitel weer tegenkom, dan knaagt dat. Er staan in feite onwaarheden in, want het gevoel dat nu nog overheerst, is dat ik moeite met de situatie heb. Of heb gehad.

Een positieve wending geven aan een verhaal, is overigens geen vorm van schrijven voor de bühne. Het is eerder een soort bezwering waarmee ik mezelf probeer te dwingen niet het negatieve te laten overheersen. Soms lukt dat. Soms niet. En wanneer dat niet lukt, is zo’n log met een positieve omdenking vals. Dus moet het van Raam Open af.

Van elk log op Raam Open heb ik vooraf in Word een concept geschreven. Al die concepten bewaar ik, ook nadat de logjes verdwijnen van Raam Open. Bij de concepten in Word-documenten voeg ik regelmatig voor mezelf aantekeningen toe. Want hoe persoonlijker het wordt, hoe liever ik zaken vaag hou op internet. Met als gevolg dat ik soms zelf niet meer weet waarover een verhaal precies gaat.

Zodra ik logjes definitief schrap, verdwijnen ook de reacties voor altijd. WordPress biedt voor de reacties onder gewiste logjes geen aparte prullenbak. Daarom plak ik soms een reactie onder het concept in het Word-document. Zoals een reactie van Ingrid B op Het leven is maakbaar, toch? Daarin verwijst zij naar het begrip dramadriehoek. Het log vond ik te matig en is geschrapt, maar die verwijzing naar de dramadriehoek blijft voor mij relevant.

De opmerking van Ronald heeft mij doen beseffen dat ik Raam Open gebruik als dynamisch dagboek. Dit in tegenstelling tot een dagboek op papier, dat minder flexibel is dan een website. Natuurlijk, je kan pagina’s uit een dagboek scheuren, teksten doorkrassen, of hele stukken dichtplakken (wat ik vroeger wel heb gedaan). Maar over het algemeen laten mensen alles in hun dagboek staan.

Raam Open fungeert als dynamisch dagboek en als dynamisch fotoalbum. Dynamisch in de zin dat hier mijn actuele opvattingen en inzichten staan. Van mij hoeft een blog geen geschiedenis weer te geven. Daar heb ik Word-documenten voor. Voor wat ze waard zijn, want ook daarin staat evenmin het hele verhaal. …

(Bovenstaande foto uit een verwijderd log verbeeldt de natuurlijke schoonheid van vergankelijkheid.)

De grote schoonmaak van een blog

In november hou ik meestal de jaarlijkse grote schoonmaak van Raam Open en deze keer pak ik dat extra uitgebreid en grondig aan. Want waarom oude logjes laten rondzwerven op internet als je er op uitgekeken bent of niet langer achter de inhoud staat? Ik hanteer ruwweg de volgende criteria:

Interesseert het onderwerp van een logje mij nog? Is het relevant? Er mag best iets grappigs tussen staan. Maar denk ook aan de enorme energieverspilling, veroorzaakt door de ontstellende hoeveelheid onzin online. En dan de foto’s: zijn die wel echt de moeite waard?

Word je blij, trots of nieuwsgierig als je een oude logtitel terugziet in de statistieken van je site? Dan is het goed. Zo niet, dan kan het logje weg.

Stel dat je vanaf morgen niets meer kan wijzigen op je blog; wat wil je dan achtergelaten hebben op het internet?

Teksten over persoonlijke en actuele zaken worden snel door nieuwe gebeurtenissen ingehaald. En geleidelijk aan kan je van mening veranderen. Dergelijke logjes schrap ik direct. Soms is een deel of de gehele tekst verouderd, maar staan er wel opmerkelijke observaties in. Die breng ik in een verzamellogje met gewiste citaten alsnog onder de aandacht. En er ontstaat vanzelf een voorraad foto’s uit gewiste logjes. Die je kan recyclen en opnieuw presenteren. Zie boven.

Deze keer ga ik het totale aantal sinds 2013 gepubliceerde logjes drastisch terugbrengen. Dat dwingt mij om kritisch te kijken naar elk afzonderlijk logje. Ik loop ze allemaal door en maak een eerste ruwe schifting. Daarna zal ik een maximaal aantal logjes per jaar bepalen. En dan begint het ware sloopwerk.

Soms moet je rigoureus te werk gaan voor een mooi resultaat.

PS: Bij deze opruiming zijn 635 logjes geschrapt en 643 logjes overgebleven. De statistieken waren namelijk nogal ontnuchterend. Om niet te zeggen: ontluisterend. Het overgrote deel van de berichten wordt kort na publicatie gelezen en daarna vrijwel nooit meer. Wat overgebleven is, zijn de logjes waar ik tevreden over ben. En bij twijfelgevallen gaven de statistieken de doorslag. De les: op internet heerst de waan van de dag. Bloggen doe je omdat je het leuk vindt; voor eeuwige roem is dit medium te vluchtig. (Tenzij je écht iets te melden hebt, want mijn familiewebsite trekt de aandacht zelf wel.)

Verwachtingen

Voor mijn gevoel wordt het weer tijd voor een logje. Ik had bij aanvang van dit blog eigenlijk niet bedacht dat ik voortaan zou moeten gaan voldoen aan een verwachting. De verwachting onder volgers van de regelmatige verschijning van een nieuw logje.

Hoe vaak in ons leven proberen we te voldoen aan verwachtingen? Verwachtingen die we van onszelf hebben. Verwachtingen die anderen van ons hebben. En hoe vaak gaat het daarbij om verwachtingen die nooit worden uitgesproken, maar die we wel voelen? Die reëel zijn, of die we ons inbeelden.

Van de vele vormen van vrijheid, waarnaar we kunnen streven, is vrij zijn van verwachtingen er één van.

PS: Het kunstwerk hierboven is een watervalletje op zijn kant, gefotografeerd door de eigengereide camera van mijn smartphone, die zelf zijn ding doet wanneer hij daar zin in heeft.

Een aanvulling en een ontdekking

Vaak schiet mij nog wat te binnen nadat ik een log heb gepubliceerd. Dan pas ik het aan. Meestal verandert er weinig, maar soms is de ingreep drastisch. Zoals bij een recent log over asfalt in Duitsland. Ook deed ik een leuke ontdekking dankzij een log waarin een link naar Persepolis staat. Daarom gaan beide logjes in de herkansing.

De wonderlijke band tussen Duits asfalt en een straatmozaïek in de Leidse binnenstad

Eergisteren verscheen het log ‘Duits asfalt met kunst van Mondriaan’. Ik wilde het daarin genoemde logo van kunsttijdschrift De Stijl tonen. Dat durfde ik echter niet vanwege de regels rond het auteursrecht. Uiteindelijk plaatste ik slechts een link naar een foto op Wikipedia, met als gevolg dat mijn associatieve gedachte nauwelijks uit de verf kwam.

Ook ontdekte ik dat het logo aan het begin, en de figuren in de weg aan het eind van dezelfde lange-afstands-wandelroute zijn te zien. Dat verband vond ik frappant en een vermelding waard. Daarom kreeg dit log een nieuwe titel én een flinke aanvulling.

Ben jij nu benieuwd naar de bijzondere link tussen een weg in Duitsland en een Leids straatmozaïek? Lees dan Duits asfalt met kunst van De Stijl.

De eerste westerse vandaal in Persepolis was een Nederlander!

En hier komt de ontdekking. In ‘De keerzijde van de fotografie‘, schreef ik onder meer dit: ‘Al begin negentiende eeuw krasten rijke westerlingen hun namen in de monumentale panden van Persepolis. Ik heb de beschadigingen met eigen ogen gezien.’

Het stoorde mij dat ik bij ‘Persepolis’ naar een eigen logje had gelinkt dat matig relevant was. Dus moest er een link komen naar een pagina van Wikipedia. Eenmaal op die pagina beland, wakkerde een naam mijn nieuwsgierigheid aan. ‘Sketch of Persepolis from 1704 by Cornelis de Bruijn.’ Die krabbels van vroege reizigers … daar had ik toch foto’s van? Stond zijn naam er misschien bij?

En jawel hoor. Wellicht gaat zijn naam alleen nog rond in kringen van geschiedkundigen, maar zijn handtekening staat duidelijk linksonder op de Gate of All Nations: ‘C.D. Bruijn 1704’. Dé Nederlandse ‘ontdekker’ van Persepolis!

Het bijzondere van een fotoblog

Het lijkt zo gewoon. Je pakt je smartphone en loopt ermee naar de tuin. Je maakt een paar foto’s van mooie blaadjes en zet die op je blog. Even wat woorden toevoegen en hup, publiceren maar. Vergeleken hiermee is een blad volschrijven met een weldoordachte tekst soms een heel gezwoeg.

Zowel in woord als beeld proberen we iets vast te leggen wat vluchtig is. Een zeldzame vogel, een moment in tijd, een ervaring, een dierbare zoals hij of zij nu is. We willen het vangen, vasthouden en meedragen of veilig bewaren. We willen het bezitten.

Een lens legt soms taferelen vast die er  ogenschijnlijk niet zijn. Zoals de speling van het licht, wat een menselijk oog slechts beperkt ziet. Ook het niet tastbare verandert door fotografie in een bestaande entiteit, digitaal of op papier. Waarna het ‘is’.

Experiment: 3 dagen zonder tv en internet

Op vrijdag zet ik om 11 uur ’s ochtends mijn laptop aan om op internet te gaan. Maar de vaste netwerkverbinding doet het niet meer. Al gauw blijkt dat de tv evenmin werkt; ook die ontvangt zenders via internet. Daar zit ik dan, afgesloten van de rest van de wereld. De monteur komt pas maandag tussen 8.00 en 10.00 uur. Maar dit is wel een perfect moment voor een beschouwend experiment.

Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet
Even voor het effectbejag: Drie Hele Dagen Zonder Tv en Internet! Hoe lang is dat geleden? Ik heb internet via werk sinds 2000 en thuis sinds 2006. Mijn oudste Hotmailadres stamt uit 2001. Daarvoor moest ik tijdens vakantie of in het weekend naar internetcafés of de openbare bibliotheek. Een mobiele telefoon gebruik ik niet voor internetbankieren of e-mails. Da’s me te veel gepriegel. En de vaste verbinding op mijn laptop is veiliger.

Experiment
Hoe kom je het leven door tijdens drie hele dagen zonder tv en internet? (Ook mijn mobieltje gaat in de ban.) Dit wordt een sociaalwetenschappelijk experiment. Zoiets als Big Brother, maar dan omgekeerd. Ik waag het erop zonder deskundige begeleiding van een psycholoog. Want dat er afkick-verschijnselen zullen volgen, is zeker.

Verslaafd aan internet
Thuis zit ik vaak urenlang op internet. Sowieso voor talloze praktische zaken. Verder schrijf of lees ik voortdurend e-mails en logjes. Staat er iets boeiends in de krant, dan zoek ik online naar meer informatie. Wordt er veel gekletst op de radio, dan wijk ik uit naar muziek op YouTube. En documentaires zie ik graag op een zelfgekozen moment via internet. Er valt dus nogal wat weg.

Afkickverschijnselen
Drie dagen lang betrap ik mezelf om de haverklap op ‘schijngedachten’. Dan denk ik: ‘Even een e-mailtje sturen/iets opzoeken/logjes lezen’. Direct gevolgd door: ‘Oh nee, kan niet.’ Ook heb ik vaste gewoonten, zoals kijken naar het NOS journaal om 20.00 uur. Daarom ervaar ik rond dat tijdstip een licht gemis. Maar Radio Gelderland zendt ook NOS-nieuws uit om 20.00 uur. Dat is prettig bondig, dus pijnlijk wordt het niet. Dit geldt voor meer zaken. Ik check de schrijfwijze van woorden doorgaans op internet, maar in de kast staat een driedelig woordenboek. Voor dit gemis bestaat nog een analoog alternatief.

Alternatieven voor contact en vertier
Ik hoef mezelf niet in eenzaamheid af te zonderen. Ik kan ter afleiding bij de buren aanbellen of naar de plaatselijke kroeg gaan. Ik kan naar de stad gaan of met vrienden afspreken. Bovendien komt er via Raam Open een leuk aanbod. (Ja, ik heb gespijbeld en later gespiekt via mijn mobiele telefoon.) Maar dergelijke uitwegen voelen als valsspelen. Ik wil het gemis aan tv en internet wezenlijk ondergaan.

Bloggen op mobiele telefoon
Ik kan het toch niet laten om op vrijdag een kort bericht op Raam Open te plaatsen. Als om mijn bestaan te bevestigen. Het is nog net geen SOS. Bloggen op een mobiele telefoon gaat trouwens tergend traag en moeizaam. Daarop kan ik slechts met één vinger typen, tegen met tien tegelijk op mijn laptop.

Alternatieven voor internet
Deze drie dagen zonder tv en internet mis ik mijn blog het meest. Plus You Tube en de logjes van andere bloggers die ik volg. Kortom, precies het creatief-interactieve deel van mijn internetbestaan. Veel andere ‘behoeften’ zijn te omzeilen met analoge alternatieven of alternatieve bezigheden. Zoals de krant lezen, vrienden bellen, via de radio luisteren naar muziek of het weerbericht. En het scheelt dat dit geen drie werkdagen zijn.

Bankieren zonder internet
Hopelijk staat er intussen nog voldoende saldo op mijn ING-rekening. Want de automatische afschrijvingen en pinpasbetalingen gaan door. En stel dat ik nu snel een factuur moet betalen. Ergens achterin de kast ligt nog een mapje overschrijvingskaarten van de ‘Postbank’. Zou men het daarop vermelde 7-cijferige rekeningnummer kunnen verwerken zonder IBAN?

App 9292
Op zaterdag smokkel ik nogmaals. Ik zoek via een app welke trein ik moet halen voor een afspraak. Dat had ook analoog gekund met een telefoontje naar 9292. Maar welk nummer toets je in voorafgaand aan ‘9292’? In een papieren telefoongids kan ik het niet opzoeken. Die is lang geleden weggedaan. Want alles staat op internet, nietwaar? En zonder tv-signaal werkt zelfs teletekst niet meer (als dat nog bestaat).

Conclusies

  • Internet heeft ons onafhankelijker gemaakt. We hoeven bij niemand aan te kloppen als we een vraag hebben of iets willen regelen.
  • Internet vergroot de afstand tussen ons en organisaties. Zelfs als je een helpdesk belt omdat je geen internet hebt, krijg je via een ingesproken bandje eerst de vraag of je een chatsessie wenst.
  • Paradoxaal zorgt internet tegelijk voor extra persoonlijke contactlijnen.
  • We zitten in een overgangssituatie. Er bestaan nog analoge alternatieven, maar we beseffen amper wat er al verdwenen is. Jongeren hebben daarvan geen idee.
  • Voor 95% van de tijd is het goed toeven zonder internet. Just get a life.

Op maandag om 08.00 uur staat de monteur voor de deur. ‘Er zat een draadje los in de lokale centrale.’, luidt zijn conclusie na een uur. Internet doet het weer. Het voelt alsof de vakantie voorbij is.

Klamp je vast aan dat laatste restje privacy

Verwacht van mij geen zinnige afweging over die sleepwet. We weten dat we onze privacy sowieso gaan verliezen. En we geven nu al zo veel over onszelf prijs, bewust of onbewust. Ik vertrouw de bedoelingen van onze overheid nog wel. Maar ons land is gewoon een speelbal, afhankelijk als we zijn van het buitenland in economisch en militair opzicht. Waar doe je als inwoner dan goed aan? Laten we in elk geval de analoge alternatieven voor het digitale leven beschermen.

  1. Geld. Natuurlijk is het oh zo handig om even een boodschap te pinnen. Maar via een bankrekening kan men ons hele leven natrekken. Er kan altijd iets zijn wat een ander niet hoeft te weten. Ook legaal. Daarom is en blijft contant geld handig, overal.
  2. Reizen van A naar B. Op snelwegen hangen om de zoveel meter camera’s die elke auto registreren. Via een OV Chipkaart kan men onze reispatronen achterhalen. En op straat worden alle bewegingen van fietsers en voetgangers geregistreerd. Toch wil ik ook weleens onopgemerkt blijven. Dan laat ik mijn smartphone thuis. En de locatie daarop staat zelden aan.
  3. Wat we lezen. Google weet vast al beter dan de huisarts waar mijn pijntje vandaan komt. Want Google houdt bij op welke klachten ik zoek. Ook weet Google precies welke artikelen ik volledig lees en hoe vaak ik een pagina bezoek. Daarom is het belangrijk dat kranten, tijdschriften en bibliotheken overeind blijven. Want niemand ziet dan waar onze speciale interesse naar uit gaat.
  4. Wat we vinden. Vraag mij niet waarom ik vertrouwen heb in WordPress. Maar als blogger bepaal ik weloverwogen wat ik hier plaats. Bij opvattingen over dubieuze landen of presidenten vergeet ik nooit dat mijn IP-adres traceerbaar is. Dus bewaar ik de ongezouten versie voor vrienden in een persoonlijk gesprek.
  5. Wat we doen. Facebook, WhatsApp, Twitter, Instagram. Dump die zooi. Bel iemand gewoon op of stuur een kaartje. Verspreid via internet alleen neutrale berichtjes met neutrale foto’s. Voeg er desgewenst wat ruis aan toe.
    Dat deed ik ook bij een veel te nieuwsgierige collega. Zij wilde elke maandag alles weten over mijn weekend. Dan vertelde ik dat ik naar het stadsarchief was geweest. En weidde tot in de kleinste details uit over wat ik daar had gedaan (genealogisch onderzoek). Dit tot haar grote frustratie, want zij vond dat utterly boring. Gegarandeerd verloor ze dan interesse in de rest van mijn verhaal. (Wat het smeuïgste deel was, uiteraard.)
  6. Met wie we omgaan. Zie ook punt 5. Wees zeer selectief in al je contacten via social media. Je weet nooit of je zelf ooit verdacht wordt door andermans acties en opvattingen. Ik ga daar ver in. Nieuwe volgers met in mijn ogen dubieuze of foute blogs koppel ik direct los. En als ik volgers buiten internet ken, is dat op dit blog nauwelijks zichtbaar.

Overigens is analoog ook niet alles. Vandaag moest ik het restafval aan de straat zetten. Het duurt maanden om mijn bak te vullen. Drie volle vuilniszakken passen erin. Via alle troep kan een geïnteresseerde een kwartaal uit mijn leven reconstrueren. Bovendien is maart de maand van de belastingaangifte. Hoe velen van ons hebben gelijk opgeruimd en stapels oude documenten weggedaan? Printjes van bankrekeningen, nota’s van medisch specialisten, salarisspecificaties, reiskosten overzichten, lijstjes van giften. Zaken die een ander niets aangaan. Intussen staat die afvalbak wel op een plek waar ik geen zicht op heb.

Ach, vroeger riepen we het al: ‘ze mogen alles van me weten, als ze maar niet van me eten.’