Brokstukken van een tijdperk

Toen die ekster mijn mooie Franz porseleinen lepeltje in tweeën brak, kon ik de brokstukjes niet weggooien. Misschien waren ze nog te lijmen. Zo lagen ze een paar maanden los te wachten op de vensterbank. Na het stoffen legde ik ze telkens weer tegen elkaar. Maar de breuk zit precies op het smalste deel. Zelfs met secondelijm zal alles bij het eerste stootje weer uit elkaar vallen. Bovendien wil ik mij niet omringen met spullen die kapot zijn. Want bij ons brengen scherven geluk, maar in andere culturen trekken kapotte spullen juist ongeluk aan.

Het lepeltje hoort bij een tijdperk. Uit elk tijdperk bewaar ik tastbare herinneringen. Dierbare bezittingen die elke opruimsessie hebben doorstaan. Daarom alleen al zijn ze bijzonder, want ik geloof sterk in traveling light. Ook in het alledaagse bestaan.

Na woelige perioden verkeer ik al een tijdje in kalmer vaarwater. Het is zo’n periode waarin je een tussenbalans opmaakt. Er komt nu weinig nieuws bij, tastbaar en mentaal. Onderwijl tikt de tijd verder, continu. Die aandenkens worden even snel als ik ouder. We verkeren in een statische toestand. Dit is zo’n moment waarop je om je heen kijkt en denkt: ‘ga ik hiermee oud worden, of gaat er nog een keer de bezem door?’

De helft van het lepeltje heeft in de tuin een tweede leven gekregen. Dat is het risico als je verkast naar een groter perceel. Dan heb je nog meer ruimte om de brokstukken te bewaren. Voor de zekerheid doe ik dat buiten. Stel dat ze worden overwoekerd en vergeten. Laat een volgende bewoner dan maar raden wat die scherven daar doen.

Het bijzondere van een fotoblog

Het lijkt zo gewoon. Je pakt je smartphone en loopt ermee naar de tuin. Je maakt een paar foto’s van mooie blaadjes en zet die op je blog. Even wat woorden toevoegen en hup, publiceren maar. Vergeleken hiermee is een blad volschrijven met een weldoordachte tekst soms een heel gezwoeg.

Zowel in woord als beeld proberen we iets vast te leggen wat vluchtig is. Een zeldzame vogel, een moment in tijd, een ervaring, een dierbare zoals hij of zij nu is. We willen het vangen, vasthouden en meedragen of veilig bewaren. We willen het bezitten.

Een lens legt soms taferelen vast die er  ogenschijnlijk niet zijn. Zoals de speling van het licht, wat een menselijk oog slechts beperkt ziet. Ook het niet tastbare verandert door fotografie in een bestaande entiteit, digitaal of op papier. Waarna het ‘is’.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 2 Hebzucht

Gisteren dacht ik nog: ‘Zou je dat wel doen, een positieve wending geven aan die zeven hoofdzonden?’ Want luiheid is eenvoudig, maar dan de rest. De volgende hoofdzonde Avaritia (hebzucht) is bepaald een taaie. ‘Greed … is good’, zegt Michael Douglas als Gordon Gekko in de film Wall Street (1987). Je zou denken dat daar juist alle ellende mee begon. Dus valt er ook iets aardigs te ontdekken aan hebzucht?

Jawel hoor. Musea wereldwijd zijn maar wat blij met de hebzucht van rijke mensen. Want menige vermogende kunstverzamelaar wil uiteindelijk naam maken, imponeren en voor eeuwig iets tastbaars achterlaten. Zijn volledige kunstcollectie, bijvoorbeeld, met schilderijen van Rembrandt en Vermeer. Als zijn naam maar op het bordje naast het kunstwerk prijkt. Zo delen rijken hun kunstwerken publiekelijk met iedereen. Meestal zijn dat voorwerpen die voorheen eeuwenlang slechts in privékring waren te zien.

Geld is macht. Alleen moet je die macht wel uitoefenen. Bijvoorbeeld door stimulering of beïnvloeding van specifieke ontwikkelingen. Dus hebben de rijken zo hun particuliere projecten. Met hun kennis, contacten en vermogen kunnen ze problemen aanpakken die anderen laten liggen. Ik zie nog weinig in de plannen van Elon Musk. Maar Bill en Melinda Gates hebben met hun stichting nobeler doelstellingen. Waaronder een cruciale: vrije keuze voor geboortebeperking.

Naast geld en bezit omvat hebzucht een onstilbare honger naar aanzien, liefde, geluk en wijsheid. Materiële hebzucht komt naar mijn idee voort uit geestelijke armoede. Hoe rijk iemand ook wordt, geld en bezittingen zullen die leegte nooit vullen. Ze kunnen hooguit het leven veraangenamen. En je bent verblind als je denkt dat je met geld liefde of geluk kan kopen. Sommigen moeten eerst veel bezit vergaren om daar achter te komen.

Kijk je naar wijsheid, dan is hebzucht een goede zaak. Het is toch mooi als je een leven lang blijft leren en je mentaal blijft ontwikkelen. Evenals bij de hoofdzonde luiheid, wordt honger naar wijsheid pas een probleem als anderen daar onder lijden. Maar vaker lijden mensen onder het gebrek aan wijsheid bij de ander.

Oudere mannen in Ferrari’s

Gisteren betrapte ik mezelf op twee vooroordelen. Dat kwam door Han Dekker’s straatfoto van een man in een Ferrari. Zijn zwart/wit foto verraadt geen kleur, maar Ferrari’s zijn rood. Altijd. Zo niet, dan zie ik zo’n raceauto over het hoofd. En bij een naderende Ferrari denk ik steevast: ‘Zal wel een oudere man in zitten.’ Dat doe ik onbewust ter voorkoming van een lichte teleurstelling. Want zeg nu zelf: een racemonster als een rode Ferrari; daar verwacht je toch een jonge vent in?

Ik snap het wel, de drempel ligt hoog. Bolides in de buitencategorie kennen hun prijs. Nieuwe Ferrari’s beginnen vanaf drie ton. Je moet vroeg financieel slagen om als jonge man zo’n voertuig te kunnen betalen. Tenzij je een goede baan hebt, nog bij je ouders woont en geen verplichtingen hebt. Dan gaat sparen hard. Of tenzij je het zoontje van bent.

Dus wie en wat zijn die eigenaren? Dit lijkt mij een antropologisch onderzoek waard. Ik zie toch vooral mannen vanaf middelbare leeftijd. Zakenlieden, fiscalisten, advocaten en chirurgen misschien. Met een midlifecrisis? Dat kan. Maar ik vind het wel aandoenlijk als een echte liefhebber zijn jongensdroom verwezenlijkt. Soms zit er een vrouw achter het stuur. Blond of geblondeerd; dat is kennelijk een natuurwet.

Over de grens ligt dit anders. In Saint-Tropez, Cannes en Monte Carlo krioelt het van de Ferrari’s (en Maserati’s en Lamborghini’s). Daar zijn de bestuurders vaker jong. De jetset van over de hele wereld komt er bijeen. Russen, Arabieren, Europeanen. In Dubai kom je diezelfde mensen weer tegen met hun auto’s. Al feesten de nieuwe rijke Golf-Arabieren het meest van allemaal. Straatraces mogen dan verboden zijn, in Dubai zijn die onder jonge mannen wel normaal.

Zijn dit clichébeelden? Bij Nederlandse welgestelden zie ik identiek uiterlijk vertoon. Dezelfde kleedstijl, dezelfde kapsels, dezelfde sieraden, dezelfde merken, dezelfde accessoire-hondjes, enzovoort. Welgestelden hebben hun manieren om zich van de rest te onderscheiden. Al zijn er nuance verschillen. Showen gebeurt vooral in Blaricum, terwijl ze in Wassenaar wat ingetogener doen. In mijn Gelderse woonplaats gaan ze nog een stapje verder. De kleuren en automodellen zijn zo bescheiden, dat Porsches en enkele Ferrari’s bijna incognito rondrijden. Vermoedelijk zegt dat iets over de cultuur hier.

Als inhoud er weinig toe doet, komt alles aan op uiterlijkheden. Dan leven we in clichébeelden, iedere groep op zijn eigen manier. Heb jij ooit een leuk, jong, zwart gezinnetje gezien in een groene Ferrari? Vrouw achter het stuur, man ernaast, en kindertjes op de achterbank. Met van die rubberen dierentuin plakplaatjes op de ruiten. Plus fietsen op het dak. En stickers op de achterklep, van plaatsen waar ze al geweest zijn. Nou? Ik niet hoor.

Dat had ik wel graag gewild. Want ‘It takes every kind of people, to make what life’s about.’ Robert Palmer.

Wie wat bewaart, heeft wat

In mijn bestekbak ligt een verzameling theelepeltjes. Eén ervan hoort bij een zilveren couvert dat ik rond mijn twaalfde van mijn ouders kreeg. Een ander theelepeltje komt uit een vliegtuig van Air New Zealand. Ook heb ik zilveren en blikken lepeltjes die qua model hetzelfde zijn. Alleen wil ik die goedkope lepeltjes nooit gebruiken. Dus leg ik ze steeds onderaan het stapeltje. Dat doe ik al jaren. Stom natuurlijk, om die lepeltjes toch te bewaren.

Ik wil nieuwe gaan kopen, wanneer mij iets te binnen schiet. In mijn dienstbodekast ligt toch een zilverkleurig doosje? Al minstens twintig jaar? En jawel, daarin liggen zes fraaie lepeltjes op een fluwelen voering keurig naast elkaar. Eigenlijk is het een wonder dat dit doosje alle opruimbuien heeft overleefd. Nu komt het mooi uit dat die lepeltjes er nog zijn.

IMG_3788Sommige spullen zal ik echter nooit wegdoen. Zoals veel siervoorwerpen, die op kasten en vensterbanken staan. En een kindertafel en -stoeltje uit de jaren dertig. Die maakte mijn overgrootvader voor zijn kleinkinderen. Hij was meubelmaker.
Van hem heb ik eveneens een kapstok met spiegel. Die heeft nu een tweede leven als handdoekrek. Ook de dienstbodekast met ornamenten komt uit zijn werkplaats. Voor deze erfstukken voel ik mij verantwoordelijk.

Vorige week was ik op bezoek bij de nieuwe eigenaresse van mijn vorige appartement. Zij is aanzienlijk jonger en gaat heel anders met spullen om. Bij vertrek uit haar studentenkamer deed zij alles weg. Nu heeft ze een compleet nieuwe inrichting en maakt ze een frisse start.

Ze zit er inmiddels een half jaar, maar heeft geen opbergmeubels, behalve fonkelnieuwe keukenkastjes. De inloopkast bij de slaapkamer gebruikt ze voor haar kleding. Kleine artikelen zie je niet in haar woning. Geen frutsels, boeken, cd’s, vazen of planten. Er staan enkel wat persoonlijke spullen bij haar ouders in de schuur. In het hele appartement hangt welgeteld één kunstwerk aan de muur.

Misschien wil ze gewoon ruimte vrijhouden. Voor het moment dat haar vriend bij haar intrekt en hij de leegte vult.

Testament als laatste afrekening

Met een vriendin wandel ik een deel van het Maarten van Rossum pad. We zien elkaar al jaren iedere maand tijdens zo’n tocht. Onze gesprekken en routes zijn net vervolgverhalen. We gaan steeds verder waar we de vorige keer gebleven waren. En één verhaal betreft het testament. Ze vertelt hoe opgelucht ze is, nu ze het notarieel heeft vastgelegd.

Ze heeft geen kinderen, maar wel enkele noemenswaardige bezittingen. Een huis, wat spaargeld en een bijzondere dekenkist. Het is een prachtig donkerhouten exemplaar, met bescheiden maar imponerend koperbeslag. Zonder testament gaat bezit na je overlijden naar de meest nabije verwanten in bloedlijn. En daarin schuilt het probleem.

Want hoogopgeleid, welvarend en sociaal als ze is, is het binnen haar familie wel grondig mis. Lange tijd was er weinig aan de hand. Nou ja, op aangetrouwde familie viel soms wat aan te merken. In welke familie komt dat niet voor? Een paar jaar geleden echter, barstte ineens de bom. Het kwam voor mij als een complete verrassing. En de aanleiding was zo klassiek en banaal als je maar bedenken kon. Een akkefietje tijdens iets wat een feest had moeten zijn.

Dat testament heeft haar nu gemoedsrust gegeven. Voor even, vermoed ik.

Een onverwachte scheiding

Er is een heuse kettingreactie gaande. Door die hippie, de nomaden en de opslagbox van hiervoor, schiet mij nog een relaas te binnen. We leerden elkaar kennen via een reizigersforum. Australië was de bindende factor. Daarom spraken we heel toepasselijk af in het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst.

Zij was ongeveer even oud als ik. Een kind van een Nederlandse moeder die eind jaren vijftig in Australië was beland. Haar vader is een Australiër van Engelse komaf. Ik was er vijf keer geweest en overwoog terug te gaan. Zij was er deels opgegroeid en had recent nog enkele jaren in Melbourne doorgebracht. Nu verbleef zij hier en dat beviel goed. Na alle omzwervingen die zij had gemaakt, was Nederland haar thuisland geworden.

Ze kon uren vertellen over wat daaraan vooraf was gegaan. Eén voorval is onvergetelijk. Als zij twaalf jaar oud is, in de jaren zeventig, breekt de Australische zomervakantie aan. Haar moeder wil met de auto door Europa toeren. Haar vader ziet dat echter niet zitten. Daarop besluit moeder om zonder haar man te gaan, en neemt de twee dochters mee. Ze gaan eerst langs bij familie in Nederland en verwanten in Engeland. Ook bezoeken ze andere landen op het continent, want dit is hun kans. Op een gegeven moment zitten ze in Frankrijk. There and then besluit haar moeder te scheiden. En keert naar Australië nooit weerom.

De kinderen weten niet wat hen overkomt. Daar zitten ze dan, vast als verstekelingen in dat verre Europa. Waar het verdraaid koud aanvoelt. Hier is het tenslotte winter. In vagelijk bekend gebied, maar zo afwijkend van hun vertrouwde subtropische stad. Waar hun huis staat, met hun slaapkamer en hun bed en al hun speelgoed en kleren en boeken, en hun school met hun vriendinnen. Waar de rest van hun familie woont. En natuurlijk hun vader.

Vaders’ leven gaat door. Er komt een nieuwe vrouw in huis en alle oude troep vliegt eruit. Inclusief foto’s en spullen van de kinderen. Die heeft mijn gesprekspartner dan ook nooit meer gezien. Pas als jongvolwassene komt ze er terug. Ze vertelt het tamelijk onderkoeld, zoals Aussies dat doen. Die zeuren niet. Ik daarentegen, ben nog dagen van slag.

(Genesis – Trowing it all away.)