In / Uit de anonimiteit

Vandaag verloor ik mijn anonimiteit. Het gebeurde per ongeluk en ik was haar slechts korte tijd kwijt. Ik wist waar ik haar had achtergelaten, dus heb ik meteen contact opgenomen met de sitebeheerder. Toen kreeg ik mijn anonimiteit direct en zonder gedoe weer terug.

Ik heb mijn anonimiteit al eens eerder laten slingeren in de ruim zeven jaar dat ik nu blog. Toen had de betreffende sitebeheerder niets door en kwam ik er ongemerkt mee weg. Op internet ben ik aan mijn anonimiteit gehecht.

Als kind leerde ik bij het verstoppertje spelen een verrassende les. Je hoeft helemaal niet ver weg te gaan. Dichtbij blijven werkt vaak het best.

Vandaag heb ik mezelf uitgebreid gegoogeld op internet. Het heeft jaren geduurd, maar nu is ook mijn laatste portretfoto weg. Yes! Oh, ik sta er heus nog wel op; met naam en toenaam zelfs. Maar om mij te vinden, moet iemand toch eerst weten wie van de vele Karins ik ben.

Misschien treed ik later alsnog uit de anonimiteit, want zo spannend is het niet wat ik schrijf. Maar voorlopig wentel ik mij graag nog wat langer in geheimzinnigheid.

Wat maakt het trouwens uit wie er schuilgaat achter een blog?

 

Ontspannen de operatiekamer in

Bij die binnenoogpretjes van vorige week heb ik jullie op het verkeerde been gezet. Een heerlijk droog stukje over een medische ingreep; zo werd het getypeerd. Wat ik er niet bij heb verteld, is dat ik ternauwernood een aanval van hyperventilatie heb onderdrukt. Beter gezegd: zelfs dat is niet gelukt. De hele behandeling duurde hooguit een minuut en ik heb de injectie met het gas in mijn oog niet eens gezien of gevoeld. Maar het idée, terwijl je volledig aan anderen mensen overgeleverd bent.

Dus toen ik gisteren weer voor controle in het ziekenhuis was, en bleek dat mijn oog toch moest worden geopereerd, en de oogarts meteen een opdracht tot reserveren gaf, en ik bij de balie te horen kreeg: ‘Er is misschien vanmiddag een plekje vrij, maar met zekerheid kunt u morgen om 8.30 uur worden geopereerd.’, toen voelde ik direct weer een paniekvlaag door mijn lichaam gaan. Zo een die acuut misselijk maakt. [Rustig blijven ademhalen nu. Kalm nou.] Ik zei: ‘Doe die van morgen maar.’

Ik ken mezelf, want ik heb al eerder een paar bijna-paniekaanvallen gehad. Een keer in Sevilla, toen ik dacht dat er een inbreker op het balkon van mijn hotelkamer stond. En een keer toen het water van de badkamer recht door het plafond van mijn woonkamer naar beneden kwam. De resterende voorvallen heb ik verdrongen, want in geen van die situaties reageerde ik adequaat. Dus God mocht weten wat ik zou doen als ik in de operatiekamer door een paniekaanval zou worden overmand.

Trouwens, zo’n oogarts wil liever ook geen gedoe. Die staat daar met zijn operatieteam klaar en dan doet een patiënt ineens raar. Maar om een narcose vraag je in tijden van corona ook niet zomaar. Daar zijn wachtlijsten voor. En ‘iedereen’ ondergaat zo’n operatie gewoon bij volle bewustzijn. Bovendien is het lopendebandwerk, dus waar maak je nou zo’n heisa van. Dat hield ik mezelf voor.

Van ellende heb ik een hele avond lang aan alle ontspanningsoefeningen gedacht, die ik ooit heb geleerd. Ogen sluiten, naar je ademhaling luisteren, je van je hele lichaam gewaar worden en alles goed vinden. Dus geen oordelen vellen. Maar op de operatietafel moet je je ogen juist open houden en als ik aan andere dingen denk, hou ik ze niet stil.

Daarna heb ik aan de meest ontspannen momenten in mijn leven gedacht. Op het strand van een tropisch eiland mijn haren wassen in een enorme regenbui. Op een warme rots liggen in een Australische rivier terwijl het lauwwarme water langs mijn lichaam stroomde. De ultieme stilte in de krater van de Pico del Teide, toen ik nog geen tinnitus had. Op een bankje genieten van de eerste warme voorjaarszon. De rustgevende muziekjes die je in elk zweverig toeristenwinkeltje op Bali hoort. Enzovoort. Maar daaraan denken in een operatiekamer hou ik nog geen drie seconden vol.

Daarna kwam er een andere gedachte in mij op. Want waarom zou je zo’n ingreep met hartkloppingen en gierende zenuwen moeten doorstaan? Daar bestaan toch kalmerende middelen voor. Half Nederland is aan de pijnstillers, kalmerende middelen, drugs en alcohol. Dan mag je bij uitzondering toch ook wel eens een pilletje slikken. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb oxazepam gekregen en daarna werd ik al gauw kalm.

Echt, dat calvinistische gedoe is nergens goed voor. Bij de eerstvolgende oogoperatie vraag ik er weer om.

Helder zicht

We kunnen allemaal situaties bedenken waarin we nooit hopen te belanden. Vaak raken die aan mensen en zaken die zeer belangrijk voor ons zijn. Vrijheid, een dierbare, een fijne baan, of onze gezondheid. Ook ik heb mijn angsten; groot en klein. Zo zie ik de dingen graag helder, ondanks mijn hang naar mysterie. Maar er is iets mis met mijn linkeroog, and now I have to look the beast in the eye.

Verstilling in de mist

Verstilling. Daarover schreef Ingrid in haar reactie op het vorige logje over een wandeling in de mist. Verstillen, verstilde, is verstild. Stiller of geheel stil worden. Verstild geluk; citeert mijn oude Dikke Van Dale toepasselijk.

De wind was gisteren bij ‘t dagen des wintersen morgens verstild. (Vrij naar Gossaert.) En in het verstilde licht bleef slechts een enkele kleur zichtbaar.

Oude littekens in het landgoed

Het fascineert mij hoe weinig we weten over het verleden van de grond waarop we leven. Neem dit detail uit een luchtfoto van januari 1945. We zien een paar kale akkers op een landgoed in de buurt. Ik ken er ieder paadje. Dat rare litteken in het veld en die kronkellijnen rechts ken ik ook. Als een van de weinigen, mag ik wel zeggen, hoewel er dagelijks wandelaars komen.

De kronkels zijn namelijk al lang verdwenen. Er is met ploegen en combines overheen gereden. De gaten en geulen zijn dicht. Ze vormden een geheel met de zigzaglijnen in onze achtertuinen. Slechts een paar oude luchtfoto’s getuigen nog van hun vroegere aanwezigheid. Veel meer is er niet.

Nu probeer ik via een omtrekkende beweging het verhaal te reconstrueren achter deze verdedigingslinie. Zo wil ik een beeld krijgen van wat er zich heeft afgespeeld in onze straat. En ik kijk hier naar met de ogen van een vrouw. Misschien scheelt dat wel voor de eindversie.

Gered van de shredder: foto uiterwaard

Less is more. Dat geldt evengoed voor een blog als Raam Open. Daarom loop ik jaarlijks de lijst met logjes door en schrap ik alles wat weg kan. Een aantal logjes is verouderd of minder gelukt. En een enkele keer roept een tekst een onplezierige herinnering op. Daar kan ik goed zonder.

Toegegeven, het zou best wat kritischer mogen. In zeven jaar tijd heb ik pas 273 van de 1.450 logjes verwijderd. Was ik echt rücksichtslos, dan zouden hier enkel de mooiste en beste over blijven. Misschien komt dat ooit. Voor vandaag is 53 geschrapte logjes een prima resultaat.

Alleen verdwijnen daarmee ook de foto’s, zoals deze uit januari 2018. Ik heb hem toch maar van de shredder gered. Dit is de Oosterbeekse uiterwaard met hoogwater. Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.