Ver weg van hier

Oh, ik besef dat er een element van vluchtgedrag in zit. In al die mooie natuurfoto’s en daarbij de ontdekking van al die wonderlijke details. Ik kan mij helemaal verliezen in fantasietjes en het verzinnen van een verhaal. Zelfs de aanleiding voor het onderzoek naar de loopgraven sluit hierbij aan. Want wat fascineert er meer, dan de ontdekking van een periode in de lokale geschiedenis waarvan bijna niemand precies weet wat zich hier heeft afgespeeld? Oké, het draait dus vooral om nieuwsgierigheid.

Maar als alles twee kanten heeft, positief en negatief, dan kan nieuws-gierigheid overgaan in vluchtgedrag. En soms krijgt dat de overhand.

Ik heb moeite met het nieuws van deze week. Er moet een miljoen huizen worden bijgebouwd en Lelystad Airport krijgt ineens toch 10.000 vliegbewegingen per jaar. Verder moeten er nog meer bedrijven hiernaartoe worden gehaald. Daarom moeten de wegen worden verbreed, want het moet logistiek gezien wel een beetje doorstromen allemaal. De welvaart moet toenemen, zodat we, kortom, nog betere consumenten worden.

We moeten meer mountain bikes willen kopen, bijvoorbeeld, waarmee we overal doorheen moeten willen crossen. Daarom gaan we meer paden aanleggen, midden in het bos. Als extraatje, naast de autowegen, ruiterpaden, gewone fietspaden en wandelroutes die er al zijn. Geen idee waar de hertjes en de hazelwormen moeten blijven, maar dat is hun probleem. Consument zult gij zijn!

Bovendien moeten al die spullen ergens worden opgeslagen, dus bouwen we meer megaopslagruimtes bij. En we hebben grotere woningen nodig. Bij voorkeur vrijstaand, dat spreekt voor zich. Zullen we dan meteen maar de hele Veluwe kappen? Dat terrein ligt hoog en droog, en dan zijn we gelijk van die irritante stiltegebieden af.

Ik kan nog wel genieten van mijn kleine ontdekkingen. Zoals het feit dat een oranje trilzwam 15 graden vrieskou glansrijk kan doorstaan, getuige het zwammetje dat ik vorige week zag. Een deel van de natuur zal zich tijdig aan de komende klimaatverandering aanpassen. Maar of ik dat kan?

Soms doemen de toekomstbeelden op, en daarmee de aloude vragen. Zit ik hier wel goed? Hoe lang zal ik blijven? Wat is een goed moment voor vertrek? Door de huidige gekte op de woningmarkt is mijn huis nu veel waard. Zal ik eens in het buitenland rondkijken, om daar eventueel naar uit te wijken? Maar waar dan? Duitsland, België, Frankrijk? Landen waar meerdere voorouders vandaan kwamen. Of naar het noorden? Zweden misschien? In een goed geïsoleerd woning en met goede kleding aan is die kou best te verdragen. Een VRT-programma als Het hoge noorden met de sympathieke Annemie Struyf wakkert deze vragen bij mij nogal aan. …

NIET BETREDEN, staat er

‘NIET BETREDEN. Verboden toegang. ART.461.WETB.v.STRAFR.’, staat er op dit bordje. Het is geplaatst bij een klein poeltje. Een vennetje in het Bilderbergbos, langs de rand van een heideveldje. Het vennetje bevindt zich in een hoek bij een kruispunt van twee wandelpaden. Eenzelfde bordje staat ook langs de rand van het andere pad. En bij dat pad, dat andere pad, staat zelfs nóg een bordje. Een bordje met uitleg over waarom dat vennetje zo bijzonder is. Er leven zeldzame dieren en organismen in. Die willen graag met rust gelaten worden. Maar een aantal van mijn medelanders heeft daar, getuige de vele voetstappen, weer compleet maling aan.

Of nee, het kwam niet door hen. Nee, het kwam door de hond. Die ging daar toevallig naar toe. En toen moesten ze er natuurlijk wel achteraan gaan.

Er staan in dit gebied nog meer bordjes. Ze staan bij elke ingang. Ze staan letterlijk bij ieder pad. En op die bordjes staat onder meer het volgende: ‘honden onder controle’. Voor mij als niet-hondenbaasje is dat nogal cryptisch taalgebruik. Betekent dit: ‘honden mogen los, maar uitsluitend als ze extreem goed zijn opgevoed’? Of betekent dit: ‘honden mogen nooit en te nimmer los, want hondenbaasjes beheersen zichzelf niet eens goed?’

Oh, sorry, ik liet mij even gaan. Misschien komt dat door de recente berichtjes in onze buurtapp. Over loslopende honden op landgoed Warnsborn. Waar regelmatig de hartverscheurende angstkreten van reetjes klinken, die, terwijl zij in hun eigen leefgebied verblijven en door gure weersomstandigheden verzwakt zijn, maar wel zelf voor hun kostje zorgen, door volgevreten honden worden opgejaagd en gegrepen. En wat denken die baasjes dan? Kijk die hond van mij eens; wat een oerinstinct.

Op Radio Gelderland smeekte een boswachter uit Wenum-Wiesel bijna om honden aan de lijn te houden. Ze zouden geen partij zijn voor de wolf of wolven die daar rondlopen. Nou, dat mag ik dan zeker hopen. Afgelopen weekend moesten de toegangswegen naar de Posbank worden afgesloten. De toeloop van mensen en automobilisten was te groot geworden. En dan brengt het NOS Achtuurjournaal een nieuwsitem over de massa’s vogels die nu naar de Biesbos trekken, omdat het water daar nog open is. Mijn God zeg, zwijg daar toch over! Je kan dit soort aankondigingen niet meer doen in een land met zo veel idioten.

En denken we nu echt dat hier ooit nog een Elfstedentocht kan worden gereden? Die legendarische Tocht der Tochten? De laatste keer, in 1997, heerste er al totale gekte. Het massaal toegestroomde publiek was niet meer weg te houden. Sindsdien zijn er in dit land twee miljoen mensen bij gekomen. De volgende keer red je het niet meer met wat vrijwillige toezichthouders en een paar politiekorpsen. De volgende keer moet het leger er met explosieven aan te pas komen. Want ja, het kan wel eens de laatste keer worden, dus willen we er allemaal bij zijn.

Komende maand zijn de Tweede Kamerverkiezingen. Ik kan kiezen uit een stel rechtse partijen die heilig geloven in economische groei. Dat vereist, volgens hun filosofie, het binnenhalen van nog meer bedrijven, arbeids-migranten en consumenten. De huizenmarkt laten ze intussen over aan de grote internationale beleggers. Of ik kan kiezen uit een stel linkse partijen die stuk voor stuk meer asielzoekers willen toelaten en aan het Sinterklaas-syndroom leiden.

Er is niet één partij die zegt: wij gaan voor een milde dictatuur om een werkelijk duurzame economie, een sociale maatschappij én een geleidelijke bevolkingsafname te bereiken. Terwijl ik onderhand geen enkele andere optie meer zie voor een leefbare samenleving.

Straks gaat alles weer van het slot

De eerste uitnodigingen komen al binnen. We gaan direct van start zodra de lockdown versoepeld wordt. De sportclub verhuist van de gymzaal naar het park; de planning van het straatfeest wordt hervat. Alles volgens de regels van onze nieuwe anderhalvemetersamenleving. Volgende week zal ook de drukte in het verkeer weer toenemen.

Weg rust, weg stilte. Dag vogelgeluiden, dag schone blauwe lucht zonder vliegtuigstrepen. Het was fijn, maar nu wordt het wederom dringen geblazen.

Ik zie ons imminente gekrioel met gemengde gevoelens tegemoet. En velen met mij. Daarom is het zo opmerkelijk als zulke mensen mijn berichten verkeerd interpreteren waarin ik op genuanceerde wijze schrijf dat ik Nederland te vol vind.

Feiten over nomadische veeteelt versus beeldvorming

Mijn log van gisteren bevat een sterk voorbeeld van de valkuilen bij beeldvorming op basis van herinnering. Ik schreef over veehouders die in Sub-Sahara Afrika met hun dieren onbegrensd naar voedsel en water moeten kunnen trekken. Daar heb ik bepaalde bedenkingen bij. Alleen, hoe zat het ook alweer precies?

Het venijn schuilt in de alinea waarin ik oorspronkelijk uitging van the tragedy of the commons. Ofwel: het idee dat als iedereen onbeperkt een gemeenschappelijke bron mag gebruiken, niemand zich daarvoor verantwoordelijk voelt. Denk aan weidegrond, rivieren, lucht en oceanen. Zonder regels wordt de oceaan leeggevist, de weide overbegraasd en raakt de rivier vervuilt. In Azië, Afrika en het Midden-Oosten heb ik daarvan voorbeelden gezien.

Nu de beeldvorming. Ik herinner mij kaal gegeten semi-woestijngebieden, waar te veel veehoeders met hun kuddes kwamen. En ik herinner mij recente berichtjes over loslopende wilde geiten op Curaçao. Die vreten alles op het eiland kaal. Maar de lokale bevolking kookt graag stoofpotjes van dat goedkope geitenvlees. Dus vindt iedereen het wel best zo. Vervolgens combineer ik de tragedy of the commons met de Curaçaoenaren en de rondtrekkende veehouders in Afrika. Alleen blijft er iets knagen. Want: is dit wel het juiste verhaal?

Nee dus. Daarom ben ik gisteren heerlijk zoet geweest met een mini-onderzoek naar de tradities van rondtrekkende veehouders. Zo las ik hoe veehouders in semi-droge gebieden bijdragen aan natuurbehoud. En ik ontdekte welke complexe afspraken zij van oudsher onderling maken. De gedachte achter de tragedy of the commons zelf is een valkuil, waar al menige bestuurder en wetenschapper in is getrapt.

Dit maakte direct herinneringen los aan mijn ervaringen binnen de ontwikkelingssector. Want natuurlijk passen Afrikaanse herdersvolken zich al eeuwen aan hun grillige leefomstandigheden aan. En natuurlijk hebben ze een fijnmazig stelsel van omgangsvormen en regels. Anders zouden ze daar moeilijk kunnen overleven. Sterker: ik heb in een Keniaans wildpark zelf geitenbokken met schortjes gezien, voor geboortebeperking en tegen overbegrazing. Daarover waren met de herders afspraken gemaakt.

Evengoed slaat Mattea Weihe de plank mis met haar opvattingen en grenzen. Ze gaat voorbij aan sommige omstandigheden die sinds de pre-koloniale tijd drastisch zijn gewijzigd. Die zijn onomkeerbaar. En ze gaat voorbij aan het eeuwenoude aanpassingsvermogen van nomadische veeboeren. Idealiter krijgen deze mensen dankzij nieuwe afspraken met huidige belanghebbenden nog voldoende ruimte voor hun vee. Ook in Nederland zitten de laatste traditioneel werkende schaapsherders in de knel.

De vraag is echter vooral waar en welke vorm van veeteelt houdbaar zal blijken. Intensief, extensief, of een tussenvorm. In de nabije toekomst wordt iedereen gedwongen tot aanpassing. Met de toenemende verwoestijning ontstaan er wellicht elders nieuwe kansen voor veehouders die al aan droogteperiodes gewend zijn. Daar kunnen de nomaden in Sub-Sahara Afrika zich alvast op bezinnen.

De hoeveelheid vruchtbare grond voor gewassen en veeteelt neemt wereldwijd af door bebouwing, vervuiling en erosie. En nog niet alles kan uit kassen komen. Daarom is meer bebouwing voor bedrijven en nieuwkomers op Nederlandse vruchtbare grond voorlopig wel het stomste wat we nu kunnen doen.

IS-vrouwen en bevolkingspolitiek

Op een zonovergoten dag wandelen vriendin F en ik door landelijk gebied over het Marskramerpad van Lettele naar Holten. Onderweg bespreken we de toestand in de wereld. Wat moeten ‘we’ toch aan met die vrouwen van IS-strijders, die nu met hun kroost naar Nederland terug komen? Vriendin F is sociaal ingesteld. ‘Wat kunnen wij hen bieden?’, vraagt zij. Deze vraag lijkt mij als uitgangspunt precies de omgekeerde wereld. ‘Je kan beter aan hen vragen wat zij willen gaan doen voor onze maatschappij.’ Zo komen we uit bij bevolkingspolitiek.

Als vrouwen van IS-gangers terugkomen, worden ze berecht volgens ons rechtssysteem, ver weg van de slachtoffers. Maar wat heeft een Jezidi-vrouw daaraan? Of een Syrisch gezin, waarvan de vader en drie kinderen zijn gedood toen het huis werd beschoten? Veroordeel dergelijke misdaden liever in de nabijheid van de getroffenen. Stel getroffenen in staat om hun zegje te doen. Om, als zij dit wensen, de dader recht in de ogen te kijken en met hun leed te confronteren. Ik geloof meer in het effect van een soort Waarheid & Verzoening tribunaal.

En hoe anders zou het werken als daders en medeplichtigen voortaan voor genoegdoening moeten zorgen? Bijvoorbeeld in de vorm van een financiële vergoeding voor de herbouw van het huis. Die bijdrage kan worden voldaan door een zelf gekozen vorm van dienstverlening aan de samenleving. Dan kan de overheid met de ‘opbrengst’ een subsidiepot vullen, als bijdrage aan de wederopbouw. Dit is eenvoudig gesteld, maar het gaat om het idee. Daders en medeplichtigen die nu naar Nederland terugkomen, gaan rustig chillen in detentie. Sommigen van hen kijken daar zelfs naar uit, volgens interviews.

De vraag over terugkerende IS-ers raakt ook grotere kwesties rond bevolkingspolitiek. Bevolkingspolitiek heeft een negatief imago, maar neutraal beschouwd is dat onterecht. Het hangt gewoon af van de doelstelling, en van welke normen en waarden je hanteert.

Nederland is hard toe aan beleid op dit gebied. Welke richting willen we op met ons land? Welke grote internationale veranderingen staan ons te wachten? Hoe houden we het hier voor iedereen leefbaar? Wat is daarvoor nodig? Kunnen we dan ook eens uitgaan van het idee achter: ‘Ask not what your country can do for you—ask what you can do for your country.’ (J.F. Kennedy)?

Ondertussen wandelen we verder. Links en rechts zien we uitgestrekte groene biljartlakens en winterse maisstoppels op zwarte akkers. Her en der groeit een plukje bos of staat een knusse boerderij. Wat een ruimte. Het land ligt er stil en schijnbaar verlaten bij. We hebben deze ruimte nodig om bij te komen van alle hectiek in de huidige maatschappij.

NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 7 Wellust

De laatste in de serie van zeven hoofdzonden is wellust (Luxuria). Na alle voorgaande zonden is nu wel duidelijk waar het probleem zit. Steeds gaat het om een teveel van iets. Wordt je leven beheerst door luiheid, hebzucht, jaloezie of woede, dan gaat het mis. Zo kan wellust ook ontwrichtend werken. Beschouw het als een verslaving. Stel dat je de hele dag door seks najaagt, of ander zinnelijk genot. Dan kom je gewoon niet meer aan werken toe. Of je relatie gaat door overspel kapot.

Wat is dan het voordeel van deze hoofdzonde? Nou, gezien de recente trend kan wellust ooit onze redding worden. Want wereldwijd krijgen vruchtbare vrouwen steeds minder kinderen. Niet alleen door bewuste geboortebeperking. Maar ook door de huidige hectische leefstijl. Seks moet zo ongeveer worden gepland, of we zijn er te moe voor. Japan heeft al een probleem. Dat land verandert binnenkort in een bejaardenoord.

In Europa slaat de vergrijzing eveneens toe. Want we willen eerst studeren en reizen en ook carrière maken. Tegelijkertijd duren dienstverbanden en relaties steeds korter. En dan die gekte op de woningmarkt. Zonder stabiele basis of een passend huis beginnen jonge stellen later aan kinderen. Soms is het dan te laat of krijgen ze er minder dan gewenst. Ik bedoel maar: aanstonds komt ons voortbestaan nog op wellust aan.