Het verborgen leven van bomen

Hoe meer je leert, hoe meer je beseft hoe weinig we weten. In een bos zie je overal bomen om je heen. Staan ze dicht bijeen, dan groeien ze omhoog naar het licht. Staan ze vrij en krijgen ze alle ruimte, dan spreiden ze hun takken. Zo ver als ze maar kunnen reiken. Beuken en eiken zijn daar goed in. Zulke volgroeide bomen vinden we bijzonder mooi. Daarom geven we bomen in stadsparken volop de ruimte. Hoe verder afgezonderd, hoe beter ze tot hun recht komen. Denken wij.

Want die afgezonderde boom staat wel heel kwetsbaar en eenzaam te zijn. Het contact met zijn soortgenoten is verbroken. De geursporen waarmee zij communiceren, bereiken hem niet. Dus mist hij hun waarschuwing als er vraatzuchtige insecten aan komen. Ook ontbeert hij de belangrijke draadjes van zijn wortels naar die van zijn makkers. Terwijl hij tussen hen in veilig is. Zij kunnen hem helpen als hij ziek wordt en zelfs ondergronds voeden als hij honger krijgt. Bomen zijn sociale wezens. Ze kunnen voelen, ruiken en leren. Echt waar.

Lees Het verborgen leven van bomen van Peter Wohlleben en er gaat een wereld voor je open. Voor mij evenaart zijn kennis de wetenschap over het heelal. Ook dat is een wereld waar we nog nauwelijks iets van begrijpen. Maar alles is met alles verbonden. Geen boswandeling zal meer hetzelfde zijn. Tolkien was right.

De Groene Bedstee

Bij warm weer wandel ik het liefst op schaduwrijke terreinen van landgoederen. Daar horen monumentale bomen bij. Eeuwenoude beuken staan symbool voor oud geld. Ze zorgen voor meer allure dan een oprijlaan. Het summum zijn de dubbele beukenlanen en de zeldzame berceaus.

De Groene Bedstee op landgoed Mariëndaal bij Arnhem is zo’n berceau. Hier konden aristocratische dames genoeglijk onder een beukenhaag wandelen, zonder dat hun roomblanke huid een tintje kreeg.

Ik ben er aan het experimenteren geweest. Foto’s van binnen en van buiten, naar boven en opzij.
Die met blaadjes en takken lijkt wel een abstract schilderij.

(Klik desgewenst op de foto voor een vergroting.)

 

Beukenbomen in de lentezon

Ik kwam er al langs toen ik nog niet kon bevroeden dat dit landgoed mijn ‘achtertuin’ zou worden. Een rij formidabele beukenbomen. Beuken zie je hier overal. Vrij en imposant, met hun takken naar alle kanten. Of strak in het gelid lanen flankerend. Wie als landheer een beetje rijk was, liet een enkele rij aan weerszijden van lanen planten. Wie geld te over had, koos dubbele rijen. Dit is mijn favoriet.

Ik blijf ernaar terugkomen.

Regelmatig gaan deze bomen op de foto.

Zoals nu, in de lente dus.