NL is vol … bedrijven

Ineens is het bon ton om te roepen dat Nederland vol is. Dat doe ik al jaren, maar nu mag het kennelijk. Voor de toekomst van Nederland speelt meer dan alleen het bevolkingsvraagstuk. We moeten in samenhang daarmee ook kijken naar het bedrijfsleven. Welke ruimte nemen ondernemingen in en welke bijdrage leveren ze aan de samenleving? Denk bij ruimte aan ecologische voetafdruk, beslag op onroerend goed en infrastructuur. En wat hebben ze als ‘landgenoot’ en sociale partner de Nederlandse bevolking te bieden?

Eind mei schreef ik over de kolonisatie van Nederland. In dat log hekel ik grote internationale bedrijven die hier zogezegd als sprinkhanen landen, de boel kaal vreten en ons voor de kosten laten opdraaien. Daar zit geen mens op de wachten. Willen we echt een volledig open markt? Dan worden kleine, lokale ondernemers steeds meer verdrongen door grotere spelers. Zie de benadering van het almaar uitdijende Amazon.

Een ander vraagstuk. Hoe wenselijk zijn bedrijfstakken die continu personeel uit het buitenland moeten halen? Neem de fruittelers in de Betuwe en de glastuinbouw in het Westland. Daar werken tienduizenden arbeidsmigranten uit Oost-Europa. De producten worden naar de veiling gebracht en gedistribueerd. Dat vergt transport. Hoeveel chauffeurs zijn nog Nederlands?

Deze bedrijven leggen voor hun personeel een flink beslag op de zeer krappe woningmarkt en laten de files toenemen. Is het een idee om verplaatsing van arbeidsintensieve bedrijfstakken te stimuleren? In Polen zijn ze er vast blij mee. Ik vraag mij af of de winst en belastingafdracht van deze ondernemers opweegt tegen de druk op de publieke ruimte en middelen in Nederland. Wat is hun impact op de leefbaarheid van het land?

Ik zou graag een algehele herziening willen van de samenstelling van het bedrijfsleven. Plan voor de toekomst en niet voor de korte termijn. Stel als eis voor vestiging dat bedrijven investeren in opleiding van personeel en milieuvriendelijk werken. Rem de komst van nog meer distributiecentra en werk waarvoor geen lokaal personeel te krijgen is. Behoud voldoende ruimte voor natuur en recreatie. Focus meer op groei van een kenniseconomie dan op een fysieke industrie. En ban bedrijven die roofbouw op het land en de samenleving plegen.

Boze Witte Vrouw

22 augustus 2018

Geachte heer Kalshoven,

Aangezien ik mij weer zeer boos heb gemaakt over een van uw suggesties in uw column #Hoedan (2) onlangs in de Volkskrant, wil ik u wijzen op een paar omissies in uw denkwijze. Het gaat mij als nugger zonder werk of inkomen om maatregel 7: ‘Stuur volwassenen zonder werk en zonder uitkering jaarlijks een pro-formabelastingaanslag. Waarom: ook deze mensen hebben profijt van publieke goederen in Nederland, zoals wegen, de politie, de dijken en defensie. Maar ze leggen de rekening nu bij anderen. Het minste wat we kunnen doen, is dit onder hun aandacht brengen.’

Ik vind dit echt godgeklaagd. U doet mij geen enkel recht door mij als een parasiet weg te zetten. Ik ben een nugger die al 35 jaar heeft gewerkt (begonnen op mijn 17de, toen u wellicht nog een luizenleventje had als student) en in dit land belasting heeft betaald, maar nu toevallig de pech heeft om tussen alle regeltjes in te vallen. Bovendien leef ik van eigen middelen en woon ik in een afbetaald huis van normale proporties, dat ik door werken, ja u leest het goed: door werken en verstandig geldbeheer nu hypotheekvrij heb.

Wijs liever de maatschappij op werkgevers die roepen dat er geen personeel te krijgen is, terwijl ze nauwelijks bereid zijn om aan behoeften van oudere werknemers te voldoen. (Ik hou geen fulltime werkweek of avonddiensten vol.)

Wijs liever de overheid er op, dat zij bij opleidingsmogelijkheden even hard aan leeftijdsdiscriminatie doet. En dat vooral waar het nuggers betreft. Zie deze link naar de website van de Rijksoverheid over de financierings-regeling voor levenlangleren, die, u raadt het nu vast al, mij als 55-jarige vanzelfsprekend aan de neus voorbij gaat.

Tot slot wil ik u wijzen op een groeiende groep nieuwe inwoners die in dit land nog geen dag heeft gewerkt of belasting heeft betaald, maar vreemd genoeg wel overal voor in aanmerking komt. En nee, ik stem niet op de PVV. Dit laatste schrijf ik er maar even bij voor het geval dat ik, naast parasiet, ook nog als racist wordt weggezet.

Het wordt tijd dat u (en de overheid) nuggers als realisten gaat zien. 55-Plussers worden namelijk nog altijd massaal afgeschreven.

Jammer dat onze regering het te druk heeft met voordeeltjes voor multinationals en het binnenhalen van nog meer jonge buitenlandse werknemers in een land waar bijna geen auto of trein meer bij past, om dat te zien.

Met vriendelijke groet,

Karin

(Dit begon met het idee om de termen ‘informatiebeheer’ en ‘functioneel informatiebeheer’ op mijn LinkedIn-pagina te zetten. Daarna dacht ik: ‘zijn dat wel de juiste termen, wat houdt dit werk precies in?’ Vervolgens las ik op de website van een headhunter in die branche welke vereisten er bij vacatures zijn. Daarna ging ik eens kijken naar opleidingen en toen kwam ik op die webpagina van de Rijksoverheid. De column van Frank had ik al eerder uitgeknipt en een paar dagen later boos weggegooid. Zojuist heb ik hem weer tussen de beschimmelde bramensap en vieze zakdoekjes uit de vuilnisbak gevist. En nu heb ik dus gereageerd.)

Nou, dat begint al goed

Het is het weer zover. Ik kan bijna niet in slaap komen. Dat gebeurt vaker wanneer mijn arme hersentjes meer moeten verwerken dan ze in de tijdspanne van een dag aankunnen. En ik dacht gisteren nog wel: ‘Laat ik eens goed beginnen. Eerst de administratie van mijn eenmanszaak bijwerken en dan gelijk de aangifte omzetbelasting invullen. Als kleine ondernemer kom ik vast wel in aanmerking voor de korting.’

Want ik had een bescheiden omzet. De eerste drie kwartalen stelden weinig voor. En die opdracht afgelopen najaar vergde ook slechts twintig uur per week. Dus zou ik echt niet tot de groten der aarde op belastinggebied horen. Die kleineondernemersregeling zag ik al helemaal voor me. Grapje van mijn onbetrouwbare hersenen.

Want de omzet in het vierde kwartaal was wel de moeite waard. Het begint een rode draad in mijn leven te worden: net te jong, net te oud, net te weinig, net te veel. Dit jaar zal ik beter opletten, anders zit ik straks weer een week lang uitsluitend voor de belastingdienst te werken. Ik ben er een beetje onpasselijk van.

Verder lekt het zolderraam sinds de laatste sneeuwval en er spelen nog wat zaken. Toch loopt het volgens dit oudje allemaal wel los: Wijsheid komt echt met de jaren.

Ach, als ik Raam Open toch niet had …

Rule, Britannia! en de Brexit

Het Britse referendum over wel of niet uit de EU treden houdt de halve wereld bezig. De financiële markten schijnen een voorspellende waarde te hebben over de gevolgen van de uitkomst. Een eventuele Brexit laat onze welvaart niet ongemoeid, zo wordt ons onheilspellend en stellig verklaard. Ook in Groot-Brittannië zelf zwaaien de tegenstanders met het zwaard van Damocles. De Britse keuze gaat mij aan het hart. Gevoelsmatig heb ik met het moederland van The Commonwealth een sterke band. Daarom wil ik via een persoonlijke omzwerving mijn mening geven over een mogelijke Brexit.

In 1981 zette ik tijdens een schoolreisje voor het eerst voet aan wal in Groot-Brittannië. Een bijzondere ervaring, want nooit eerder verliet ik het Europese vasteland. We reisden vanuit Le Havre per veerboot, wat het eilandgevoel versterkte. In Londen bezochten we alle bekende attracties. Big Ben natuurlijk, de Tower, Hyde Park en Harrods, dat toen nog in Britse handen was. Uit die stad kwam veel wat mijn jonge leventje had beïnvloed. Muziek bijvoorbeeld, maar ook mode en BBC-programma’s. Alles was even indrukwekkend. Nou ja, behalve het eten dan. Het was de tijd van moddervette sausages en fish ’n chips op een krant. Op de boot terug ontmoetten we een groep Engelse voetbalsupporters. Kortom, dat schoolreisje was een belevenis.

Later kwam ik tijdens strandvakanties in Zuid-Europa vaker Engelsen tegen. Ze brachten overal hun gewoontes mee. Daarna ging ik naar de Verenigde Staten en in 1985 bezocht ik Ierland. In beide landen kun je niet om de historische banden met Groot-Brittannië heen. Hoe getroebleerd die relaties in bepaalde periodes ook waren, elementen van de Britse cultuur sluipen overal in. Amerikanen zijn maar wat trots als ze nu over hun Britse voorouders praten. En in Ierland ontmoette ik ook weer zulke Amerikanen, op zoek naar hun Ierse/Engelse roots. Mij werd duidelijk hoe belangrijk het oude moederland nog altijd voor hen is.

Intussen las ik boeken uit de Engelstalige literatuur van schrijvers uit het hele Britse gemenebest. En op tv had je zo’n heerlijk absurdistische serie: Not The Nine O’Clock News. Geweldige humor. Daardoor raakte ik ook steeds meer bekend met de Britse cultuur.

De band met Groot-Brittannië werd nog steviger in Australië. Tijdens mijn eerste vakantie daar, in 1986, zag ik dingen die in Engeland soms al waren verdwenen. Volwassen mannen droegen korte broeken en kniekousen als onderdeel van hun buschauffeursuniform. Er waren no uniform days voor mensen op een reisbureau. Die dan toevallig toch allemaal dezelfde spijkerbroek met T-shirt droegen. Je moest keurig een rij vormen, precies op de plaats waar bordjes aangaven dat die rij moest staan. En er was natuurlijk white tea met een sloot warme melk en (in die tijd) afgrijselijk slappe slobberkoffie. Heel Engels allemaal.

Meer nog dan de uiterlijke kenmerken, waren daar de soft spots voor good old England in de harten van mensen. Dan heb ik het niet over nakomelingen van bannelingen, maar over degenen die later naar Australië kwamen. Zoals ze vasthielden aan oude kersttradities met dennenboom en Christmas pudding, midden in de tropen. En hoe graag ze familie wilden laten overkomen rond de feestdagen. Dat zag je ook terug in vrouwenbladen en films op lokale tv-stations.

Het hoogtepunt kwam in 1988 in Australië, tijdens het Bicentennial Year. (Nota bene een feestjaar ter herdenking van de aankomst van de eerste vloot met uiterst omstreden lading. Elf schepen brachten namelijk groepen veroordeelden naar Australië, toen tweehonderd jaar geleden.) Ik werkte in Perth, West-Australië, en wie kwam daar op bezoek? The Queen! Nou, ik heb her majesty Elisabeth in het echt gezien. Op nog geen twee meter afstand wandelde ze kalm wuivend en glimlachend voorbij. Sindsdien beschouw ik het Engelse vorstenhuis ook een beetje als mijn vorstenhuis.

Queen 001Er gebeurde die dag nog iets opmerkelijks. Uren had ik in de brandende zon langs de weg gewacht, in een rijen dikke massa. Overal stonden Engelse Australiërs die absolutely thrilled waren over de komst van hun koningin. Zij waren forser dan ik en blokkeerden deels mijn zicht. Toen koningin Elisabeth eindelijk langsliep, draaide een mevrouw voor mij zich om en bood aan om een foto van de koningin te maken. Ik meen het. Op het voor haar belangrijkste moment onderbrak zij haar gejuich en dacht ook aan mij. Engelsen worden van jongs af aan gedrild om zich beleefd en sociaal te gedragen. En daar is niets mis mee. I just love them.

Sinds Australië voelt elk land met restanten van de Britse koloniale geschiedenis vertrouwd. In Singapore roept het Raffles hotel nog herinneringen op aan tijden waarin je daar slechts na een lange zeereis aankwam. Toen mensen trouwden met de handschoen. Het is in Victoriaanse stijl gebouwd en er waart een oude legende over een tijger rond. Britten zijn er dol op. Op de Cookeilanden trof ik in winkels levensmiddelen aan die daar via oude handelsrelaties met Nieuw-Zeeland kwamen. Zelfs de viering van 25 jaar onafhankelijkheid van Groot-Brittannië in 1995 in Suva (Fiji) was op Britse leest geschoeid. Namelijk met veel ceremoniële uniformen en aplomb op een strak gemaaid gazon. By the way, wereldwijd zijn er nog munten met koningin Elizabeth in omloop. Op Gibraltar werd ik met het beroemde queuing-fenomeen geconfronteerd. En Uganda voelde direct vertrouwd, toen ik daar chai masala kreeg. In Kenia schemert de Britse geschiedenis door via de aanwezige Indiërs. Zij werden er ooit naartoe gebracht om op de plantages te werken. En overal herken ik een universele, koloniale bouwstijl in landhuizen met erkers en veranda.

Een flink deel van de Britten is trots op hun buccaneers spirit, zoals een flink deel van de Hollanders de VOC-mentaliteit kritiekloos ophemelt. Zo is er wel meer wat wij met de Britten gemeen hebben. Inherent aan hun eilandmentaliteit, hechten zij sterk aan hun onafhankelijkheid. Qua zakendoen zijn het nuchtere mensen. Onze normen en waarden zijn redelijk vergelijkbaar.

Maar de klassenmaatschappij is daar nooit helemaal verdwenen. In feite leeft die juist weer op, net zoals bij ons. Kijk maar naar Amsterdam en Londen, waar een gewone bankmedewerker geen huis meer kan betalen. Of kijk naar de belastingvoordelen voor rijken, via belastingregels voor bedrijven. Daar willen wij evenmin voor onderdoen. Het zou onze economie eens kunnen schaden …

En wat te denken van de bouwwoede van projectontwikkelaars ten koste van fraaie landschappen. Zij figureren vaak in Engelse detectiveseries als opwekkers van volkswoede. Maar hier kunnen ze er ook wat van. Met als gevolg blokkendozen op grote bedrijven-terreinen, luxe villa’s in bosflanken en huizen in de duinen. Er is kennelijk niemand die ze tegenhoudt, want ze brengen werkgelegenheid. Yeah, right.

Als je doorschiet, raak je wel de hoogopgeleide bevolking kwijt. Die blijft niet wonen in een volgebouwde regio als er fraaiere alternatieven zijn met natuurschoon. Zoals Rotterdam en Den Haag/Ypenburg versus Utrecht en de nabijgelegen Heuvelrug. (Adriaan Geuze, hoogleraar landschapsarchitectuur, Wageningen UR.) Overkoepelend ruimtelijk beleid ontbreekt of wordt moedwillig omzeild.

Wat er regionaal gebeurt, zie je in het groot terug in de EU. Want economie is gewoon de overheersende factor. Daaraan is alles en iedereen ondergeschikt, zo is onderhand mijn indruk. De mensen, de natuur, de cultuur, de veiligheid, de verworvenheden, de sociale structuur. Maar om wiens unie gaat het eigenlijk?

Om bij de Britten terug te komen: ik hoop uit de grond van mijn hart dat ze voor een exit kiezen. Ik zal zo enorm trots op ze zijn als ze dat doen. Van mij mogen ze de EU een poepie laten ruiken. Laat ze maar aantonen dat ze ook zonder kunnen. Als voorbeeld voor ons allen. Want ik geloof serieus dat de EU in de huidige staat een stuurloos schip is. Tien keer liever wed ik op een ooit grootse, zeevarende natie die haar verworven kennis nog in een nieuw jasje kan stoppen.

Wat ons eigen land betreft: ik las onlangs dat de wereldwijde omzet van IT-bedrijven in Eindhoven de omzet van de Rotterdamse haven inmiddels overstijgt. Dus waarom houden wij zo krampachtig vast aan die open grenzen? Ook Zwitserland heeft geen enkele moeite om zijn dure merkartikelen te verkopen. Tot in Afrika en China aan toe gaat dat prima.

Waarom moeten wij per sé lid blijven van de EU? Zegt Duitsland, als wij vertrekken, van de ene op de andere dag: ‘Hou al je producten voortaan maar?’ Ik geloof er niets van. De houding van enkele EU-politici die de Britten bij een Brexit qua handelsverdragen willen straffen, is te kinderachtig voor woorden. (Tusk, Juncker en Schäuble, zie Martin Sommer, de Volkskrant, 18 juni 2016.) Als dat werkelijk hun denkwijze is, zijn ze hun positie onwaardig.

Voor de EU ontstond, dreven we onderling al eeuwen handel. Mijn welvarende Duitse verwanten pendelden in de negentiende eeuw tussen Leiden en Ibbenbüren en importeerden meubels. Ze waren dagen onderweg per trekschuit of paard en wagen. Nu vreest men bij een exit tijdrovende douaneformaliteiten. Maar waarom? Met bereidwilligheid en voortschrijdend inzicht kan je eenvoudig gegevens uitwisselen.

Op terreinen van veiligheid, defensie, cultuur en milieu kan je ook in afzonderlijke groepen tot overeenstemming komen. Daarbij behoudt elk land een onafhankelijke uitgangspositie. Ik geloof in samenwerkende thematische belangengroepen van landen in deels overlappende samenstellingen die qua normen en waarden en/of doelstellingen redelijk bij elkaar passen. Feitelijk is dat niets nieuws. Dan kan je wel aanzienlijk daadkrachtiger optreden en ook niet-EU-landen of zelfs multinationals erbij betrekken.

Nederland is te klein voor een geheel onafhankelijke positie in de wereld, dat mag duidelijk zijn. Samenwerking blijft cruciaal. Feitelijk hoop ik dat een Brexit een doorbraak kan forceren. In onze zeevaartgeschiedenis waren de Hollanders de Britten herhaaldelijk voor. Omgekeerd kunnen de Britten nu voor ons de weg vrijmaken om te volgen. Britannia, rule!

Winst op belastingen

Deze week was er weer zo’n documentaire op tv waardoor je van verbazing van je stoel valt. Volgens Zembla is na jarenlange bezuinigingen het ambtenarenbestand bij de belastingdienst compleet uitgehold. Het gevolg? Onze overheid loopt miljarden mis omdat medewerkers nauwelijks meer aan controles toekomen. Vooral ondernemers ontspringen de dans wanneer zij aangiftes onjuist invullen. Ambtenaren moeten ook machteloos toezien hoe verkeerd ingevulde aangiftes niet worden gecorrigeerd en dwangbevelen niet worden ingevorderd.

Iedereen die van dichtbij dingen ziet gebeuren, weet dat onze overheid soms pennywise, poundfoulish is. En ik juich zelden als ik een belastingaanslag ontvang. Maar straat- verlichting en groenonderhoud moeten wel ergens van worden betaald.

Hoe kan zo’n onlogische situatie bij de belastingdienst voortduren, terwijl betrokkenen al jaren aan de bel trekken? Blijkbaar draait het om banale menselijke trekjes. Gemakzucht. Onverschilligheid. Eigenbelang. Plus populisme, waardoor ratio en objectiviteit worden overschreeuwd. Economische belangen van een specifieke achterban.

Onze fragiele economie is stiekem gebaat bij het rondpompen van zwart geld, denken sommigen. Dat lijkt mij dan wel een onderzoekje waard. Want ik vermoed dat veel zwart geld naar het buitenland verdwijnt. Terwijl het hier een steeds breder spoor aan immateriële schade achterlaat.

De mensen op de werkvloer weten wel wat de oplossing is. Ambtenarenbond Abvakabo FNV publiceerde al onderzoeksrapporten vol suggesties. Er zijn buitenstaanders die als premiejager fraudeurs willen opsporen. En er zijn ambtenaren die zeggen: ‘Geef mij x % van de opbrengst en de ruimte om mijn werk te doen. Dan zorg ik ervoor dat we de gemiste belasting binnenhalen.’

Er is niets nieuws onder de zon. Eén van mijn plaatselijk roemruchte verwanten was begin zeventiende eeuw pachter van imposten. Hij betaalde aan het stadsbestuur een flinke som geld voor het recht om belastingen te mogen innen. Ging het goed, dan hield hij er zelf een leuk bedrag aan over. Hij pachtte de impost op kaarsvet, brandewijn, zout, zeep, azijn, slachtvee, turf, ‘hoornbeesten en bezaijde landen’. Bij de inning ging het er vermoedelijk oneerlijk en hardhandig aan toe. Maar de belasting op het zout (toen duur en veelgebruikt om eten lang goed te houden) werd al wel massaal ontdoken. Hij was een gewaarschuwd man.

Toch, als ik nu aandelen ‘extra investering in controles van fraudegevoelige groepen’ kon kopen, zou ik daar gelijk op intekenen. Een hoger rendement krijg je waarschijnlijk nergens.

(Dit bericht is onder andere gevoed door de discussie op Mack’s blog).

Investeren in land en samenleving

Soms is het best eenvoudig om complexe vraagstukken te behandelen. Bijvoorbeeld: Hoe gaan we om met belastingvlucht, immigratie, of de participatiemaatschappij? Wanneer je weet wat de essentie is, kan je een basiscriterium vaststellen. Dat criterium gebruik je dan als eerste toets om het kaf van het koren te scheiden. Dat schept direct duidelijkheid en voorkomt verspilling van tijd en energie. Ik ken een criterium dat op veel vraagstukken toepasbaar is. Het komt uit de praktijk van de internationale ontwikkelingssamenwerking.

Intenties van betrokkenen
Voor beleidsvorming over alles wat een land en de samenleving raakt, kan je kijken naar de intentie van betrokken partijen. Denk aan mensen in een kleine Vereniging van Eigenaren. Zij willen dat hun appartementengebouw goed wordt onderhouden. Maar er zijn leden die zelf nooit meehelpen om een schilder of monteur te regelen.

Of denk aan een multinational die een deal sluit over een extreem laag belastingtarief. Terwijl dat bedrijf weinig werkgelegenheid biedt en volop gebruikmaakt van infrastructuur. Of denk aan mensen die naar Europa komen vanwege de voorzieningen en welvaart. Waaronder een deel dat uitsluitend wil participeren als het gratis of ten bate van de eigen gemeenschap is.

Bereidheid om te investeren
Het lijkt mij vrij normaal om een redelijke bijdrage te leveren als je ergens bij wil horen. Dus kan ik beleidsmakers aanraden om op tal van terreinen een basisvraag te hanteren. Hoe zit het met de bereidheid van betrokkenen om te investeren in het land of de brede samenleving?

Meer belasting over box 3

Peter de Waard (de Volkskrant, 28 maart) vreest dat we een nieuwe klasse van oligarchen kweken vanwege de verlaagde erfbelasting en ruimere vrijstelling bij schenkingen. Hij vraagt zich af hoe box 3 meer kan worden belast. Wellicht gaat dit op voor rijke families. Maar ik kom uit een gewoon nest.

Van je vermogen leven
Zonder wijziging beland ik volgend jaar in een bizarre situatie. Dan moet ik belasting betalen over een bescheiden vermogen, terwijl ik dan geen inkomen meer heb. Ik zie graag dat men bij belastingheffing kijkt naar de verhouding inkomen/ vermogen en de samenstelling daarvan. Verruim de belastingvrije som voor box 3 als mensen van hun vermogen moeten leven. Bijvoorbeeld een langdurig werkloze van 48 jaar of een zzp’er met weinig opdrachten. Volgens het UWV heeft nu de helft van alle werkzoekenden aan het eind van de WW-periode nog geen baan. Zij teren al op hun vermogen in.

Onzekerheid
Ik prijs mensen die financieel zelfstandig willen blijven. De trend dat kinderen steeds hoger zijn opgeleid dan hun ouders, kantelt. Qua baanzekerheid weet niemand meer waar hij aan toe is. Ook ouders zien hun kinderen daarmee worstelen. De economische groei is zo fragiel als wat. Ouderen vragen zich af hoe lang de overheid nog zorg zal betalen. En veel huiseigenaren zagen een flink deel van de waarde verdampen. Geen wonder dat iedereen voorzichtig is en vermogen vasthoudt.

Psychisch effect spaargeld
Een ergernis van veel spaarders is ‘dat anderen maar raak leven en zij alles van de gemeente krijgen als het mis gaat’. Die frustratie bevat een kern van waarheid, al spelen diverse factoren een rol. De huidige generatie beleidsmakers heeft langdurige welvaart gekend. Zij gaan voorbij aan wat spaargeld psychisch met mensen doet. Denk aan degenen die de hongerwinter van 1944 hebben meegemaakt. Sommigen kwamen daar niet goed overheen. Vaak hangt hun gemoedsrust daarom van spaargeld af. En van een ruime voorraad eten in huis.