De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

Rietlandschap in de Achterhoek, of de Liemers

Dit jaar staat de Achterhoek op mijn wandelprogramma. De Achterhoek is ruwweg het gebied ten oosten van Zutphen en Arnhem tot de Duitse grens. Ik beschouw het als één van de laatste mooie regio’s van Nederland waar nog veel te ontdekken valt. Je moet er alleen wel snel bij zijn.

Deze week ging de rondwandeling van Zevenaar langs Oude Rijnstrangen naar het Pannerdensch kanaal. In deze streek (feitelijk: de Liemers) liggen uitgestrekte rietvelden en graslanden waar duizenden ganzen en zeldzame vogels broeden.

Op een moeraslandje hoorde iemand een plons en zag ik een beverspoor. Te herkennen aan een modderig pad dat tussen het riet naar het water leidt. ’s Avonds meldde een nieuwsbericht dat de bever zijn territorium uitbreidt in Gelderland.

Ik ken dergelijk rietland uit Zuid-Holland en had dit niet in het oosten verwacht. Het oogt vertrouwd en tegelijk anders. Bijvoorbeeld door de kleur van de aarde en de vorm van de naburige stallen. Zelfs de kracht van de wind bovenop een dijk voelt zachter en warmer. Alles lijkt milder, terwijl het hier harder vriest. En de vliegtuigen ontbreken. Soms hoor je enkel het kalme getuf van een onzichtbaar vrachtschip verderop, dat zich een weg baant door een kromming van het land. Alleen de geur van gierwagens is overal hetzelfde. De boeren hadden het er druk mee.

Juist zij bezorgen mij een gevoel van urgentie. Want daar gaan ze weer, met hun te zware machines over de kwetsbare bodem. Het grasland naast de Oude Rijnstrangen is nu al te droog en de grondwaterstand te laag. Bovendien wordt de A15 verlengd. Die snelweg komt straks precies in dit gebied over het Pannerdensch kanaal heen. Need I say more? Ga dat zien, voordat de rust voorgoed verdwenen is.

Over drukke en rustige mensen

Deze week was ik te gast bij een nog vrij nieuw gevormd paar. Haar ken ik al jaren van wandelingen in het midden van het land. Hem ook, maar dan van wandelingen in een andere regio, dus apart. Haar zag ik slechts af en toe. Hem zag ik vaker. Het is een rustige man. Allebei zijn ze aardig en verlangen ze naar een stille woonomgeving. We spraken dan ook vaak over onze woonervaringen. Zo ontstond er de afgelopen jaren een vervolgverhaal. Zij heeft inmiddels haar huis verkocht en het zijne staat sinds kort te koop. Ze willen verhuizen naar een dunbevolkt deel van het land. Nu zij bij hem is ingetrokken, nodigden ze mij uit.

Hij woont op een stuk grond waarvan ik alleen maar kan dromen. Negentiende-eeuws vrijstaand huis met puntdak. Slechts de rood/witte luiken uit mijn ideaalbeeld ontbreken. Riante tuin rondom. En dan dat uitzicht vanuit hun doorzonaanbouw … Een eigen weiland waar zijn paard kan ronddartelen, zo ver als het oog reikt. Naar mijn idee. Ik mag dan een ex-Randstedeling zijn, zelfs nabij Apeldoorn is dit geen doorsnee perceel. Maar grenzen verschuiven. Hij vindt het wat krap worden, want bebouwing kruipt steeds naderbij.

Ik had er graag langer willen rondbanjeren. Een praatje met de kippen maken, even bij de schaapjes in hun schuur langsgaan en dan een bezoek aan het paard brengen. Nu werd het een korte rondleiding samen met hem. Hij heeft alles eigenhandig gebouwd.

Daarna gingen we zitten en voerde vooral zij het gesprek. Ze is vriendelijk, belangstellend en, meer dan eerder opviel, een prater. Het werd een wat vreemde gewaarwording. Want ik ken ze afzonderlijk als volwaardige gesprekspartners, terwijl hij nu vrijwel in het geheel verdween. Kennelijk zat hij er niet mee. Maar ik vond het jammer. Qua gespreksstof is hij boeiender en nu raakt hij ondergesneeuwd. Hopelijk verandert dat weer als de nieuwigheid er af is. Want anders blijft de rust ver te zoeken; waar ze ook heen gaan.

Motorrijders op de Posbank

Is het mijn leeftijd? Of is het te lang geleden dat ik zelf motor heb gereden? Vandaag was het een prachtige tweede Pinksterdag op de Posbank. Overal genoten wandelaars, fietsers en gezinnen van de natuur en de weidse vergezichten. Ze werden slechts ruw gestoord door het geluid van bepaalde motoren die alle geluidsnormen overschreden. Wat bezielt groepen motorrijders om in zo’n natuurgebied rond te rijden?

Ik heb het niet over gewone motorrijders op normale voertuigen. Het zijn de types die welbewust het geluid opvoeren. Het zijn ook de types die zich uitsluitend binnen een groep heel wat voelen. En die het daarbuiten in hun broek doen. Zelfs als het alleen maar regent. Als de omstandigheden een beetje onstuimig dreigen te worden, zie je ze nergens meer.

Ik weet waar ik het over heb. Zulke types ben ik amper tegengekomen op mijn 15.000 kilometer lange motortocht in bloody hot Australia. Want stel je voor dat ze bij een wegomleiding met hun Harley door twintig centimeter diep rul zand moeten rijden. Ze zouden zomaar onderuit kunnen gaan, wat menige motorrijder daar overkomt. En als je daar valt, dan krijg je zo’n gevaarte nauwelijks nog overeind. Best lastig als je alleen bent en er eens in de drie uur een andere weggebruiker voorbij komt.

Op de Posbank kunnen motorrijders zo lekker bochtjes maken. Door het glooiende terrein kronkelen de wegen om en over heuveltjes heen. Daarom snap ik wel waarom ze er graag komen. Bovendien kan je er pal naast het restaurant bij een uitzichtpost parkeren. Dan hoef je hooguit twintig meter te lopen in je stijve motorkleren. Het is maar wat je onder natuurbeleving verstaat. In hun hart verlangen veel van die motorrijders naar het echte werk. Maar dat is er gewoon niet in Nederland.

In Australië wel. Op serieus ruw terrein zie je daar geen glimmende motoren. In de ruigste gebieden rijden alleen de stoerste barrels. Dus vergeet die stadsbandjes maar zonder profiel. In de Australische woestijn is het trouwens ook normaal dat alle motorrijders elkaar groeten. En dat alle motorrijders elkaar bij pech helpen. Ook wanneer je als vrouw rondrijdt op een oude Suzuki GN 250 met P-plates. Iedereen groet en iedereen helpt. Behalve kapsoneslijders met hesjes aan op Harleys. Die voelen zich boven alles verheven.

En dat is op de Posbank precies het probleem. Daarom kom ik op voor kwetsbaar natuurgebied en de dieren die er thuishoren. We zijn te gast op hun terrein. Ik kom op voor gebieden waar stilte de norm mag zijn. Iemand moet het doen.

Van mij mag de Posbank voor eigen gemotoriseerd vervoer worden verboden. Sluit toegangswegen af. Vooral in het weekend. Maak een uitzondering voor het geringe aantal omwonenden en werknemers. Zet vanaf de toegangspoorten pendelbusjes in tegen betaling voor bezoekers die minder mobiel zijn. Dit creëert werkgelegenheid. De meeste recreanten kunnen er toch wel op eigen kracht komen.

Weelderige stilte en weldadige rust

Sinds vorige week staat het huis van mijn buren te koop. De buurman kondigde het al een poosje geleden aan. Dat was schrikken. Toen ik hier kwam wonen, kon ik namelijk slechts hopen dat het stiller zou zijn dan waar ik vandaan kwam. En met deze buren trof ik het.

Ik besef maar al te goed wat een luxe stilte in ons land is. Al tijdens de eerste nacht, na alle hectiek van de verhuizing, overviel mij de weldadige rust. Ook overdag is het hier onvoorstelbaar stil. Als ik geen muziek op zet, hoor ik binnen vrijwel niets. Nu ja, de merel die buiten fluit. Dat is het dan. En eens in het kwartier passeert er een auto.

In de tuin hoor ik wat meer geluiden. Een hond, die af en toe aanslaat. Een hongerig pasgeboren meisje, drie huizen verderop. En op vrijdagmiddag een paar keuvelende mensen in hun achtertuin, onderbroken door een lachsalvo. In het weekend hoor je wat meer rumoer, als veel mensen thuis zijn. Maar dit alles is niets vergeleken bij de onrust op mijn vorige adres.

Zo’n stilte als hier ’s nachts normaal is, kende ik vrijwel niet in Nederland. De vier plaatsen waar dit zeldzame fenomeen mij eerder opviel, som ik zo op. De krater van de Pico del Teide op Tenerife, de Sonorawoestijn in Arizona en de Outback in Australië. Je moet wel heel ver uit de buurt van mensen gaan, wil je zo’n intense stilte ervaren. Want stuk voor stuk zijn dit desolate oorden.

Inmiddels besef ik zo goed hoe bijzonder de stilte hier is, dat ik muziek soms bewust weg laat. Om van de stilte te genieten. Stilte is waardevol en daarom weerloos. Bijna niemand realiseert zich nog hoe aangenaam volledige stilte kan zijn. En wat een weelde stilte is. Wie weet hoeveel we hier in het westen al hebben verloren. In traditionele Iraanse muziek bijvoorbeeld, mag je de stilte gewoon horen.

Veranderende vakantielanden

Bepaalde toeristische trekpleisters zijn zo druk geworden, dat ik ze liever mijd. Denk aan Venetië, ons eigen Amsterdam, of het Louvre in Parijs. Wat eens een pittoresk dorpje was, kan nu een tweede Efteling zijn. Het is een luxe als je zulke plaatsen in rustiger tijden hebt gezien. Gisteren stond in de Volkskrant dat het toerisme op IJsland sinds 2003 is verviervoudigd. Er komen inmiddels vier keer meer toeristen dan er mensen op dat eiland wonen.

IMG_3818Voor mij is de nieuwste reisfase aangebroken. Eerst waren er de jaarlijkse autovakanties met familie in Europa. Vervolgens begon een periode van verre reizen. Hoe langer die duurden hoe beter. Toen werd het tijd voor ‘gewone’ wandelvakanties en stedentripjes dichterbij. Op dit moment zoek ik verdieping op het oude continent. Onlangs bezocht ik Terschelling en de Waddenzee. Terra incognita voor mij.

Het klinkt blasé, maar het is geruststellend als je de belangrijkste attracties kan overslaan. Been there, done that. Dus geen lange rij voor een enkel schilderij. Het ga je goed, Mona Lisa.

Oud en nieuw land

Met een paar liefhebbers wandel ik in de omgeving van Assen. Wat een mooi verstild gebied ligt daar vlak buiten die Drentse stad. Er lopen nauwelijks andere mensen, want ’s morgens miezert het wat. We passeren akkers met wuivend graan, en kleine eikenbossen met dromerige vennetjes. Ook zien we veengronden met bijzondere planten. Zo typerend voor die regio. Er zijn historische dorpjes, waaronder het pittoreske Loon. En overal zie je sporen van lang vervlogen tijden, toen er nog hunebedden werden gebouwd.

Drenthe is dichterbij gekomen sinds de trein rechtstreeks via de Hanzelijn rijdt. Een monitor op ons station toont nu ‘Assen’ als bestemming. Tot een paar jaar terug was dat ondenkbaar. In ons landje van postzegelformaat lag die stad gevoelsmatig toch op een flinke afstand.

Onderweg kruist de trein overgangen van oud naar nieuw naar oud land. Het nieuwe is direct herkenbaar. Geen Oudhollandse molens meer, maar gestroomlijnde pilaren. Geen spitse kerktorens in een dorp, maar blokkendozen in … ja, wat eigenlijk? Geen kromgegroeide oude bomen, maar tekentafel recreatiegebied van hooguit veertig jaar oud. Het is er platter dan plat.

Eenmaal voorbij Almere volgt alsnog een bijzonderheid: het natuurgebied van de Oostvaardersplassen. Dit is zo’n beetje onze enige echte wildernis, hoe cliché dat ook klinkt. Kenia heeft parken met een vergelijkbaar uiterlijk. En het landschap doet denken aan de Australische outback. Dat komt door de omgevallen dode bomen en de rond- trekkende kuddes. Een eeuwenoude oase op een nieuw eiland trekt aan de trein voorbij.