Zomerse dag in Nederland

Blauwe korenbloem

Als voormalige vlakbij-de-kust-bewoonster verbaas ik mij altijd over inwoners van het binnenland. Wordt het heet, dan gaan ze allemaal naar het strand. Nu ik in het oosten woon, zie ik de uittocht van nabij. Gisteren stonden er zelfs mensen met opgeblazen luchtbedden op het station. Toch, als het érgens benauwd is, dan is het wel aan zee. Overal krioelende massa’s, lawaai en volle parkeerterreinen. Eenmaal op het strand brandt de zon genadeloos. En dan dat plakkerige zand. Wat een armoe.

Op warme dagen vertoef ik liever op het platteland. Voeten in het gras, briesje er langs. In goed gezelschap loungen onder een veranda; eten en drinken bij de hand. Wandelen in een schaduwrijk bos. En dan natuurlijk uitgebreid pauzeren bij elk terras dat je tegenkomt. Bovendien zie je nog eens wat. Vlinders en een reetje. Drie paarden rond een pasgeboren veulen. Een nagebouwde boerderij uit de ijzertijd. Graanvelden met klaproos en korenbloem. Dit zijn zomaar wat impressies van mijn weekend. Het was weer aangenaam.

De zee! De zee!

De allereerste aanblik? Dat was vrijwel zeker na een autorit of fietstocht met mijn ouders en zus over het hoge duin bij de Wassenaarse Slag. Voordat je de zee eindelijk zag, rook je al het zilte nat. Later volgden er zeeën en oceanen over de hele wereld. Maar die eerste aanblik na een lange periode van afwezigheid blijft bijzonder.

De kust bij mijn oude woonplaats is allang niet meer wat die was. Te druk en te zeer aangetast naar mijn idee. Om te zien hoe het er vroeger was – veertig, vijftig jaar geleden – moet je op een maandagmiddag vroeg in april ver weg gaan van de Randstad. Naar Schoorl bijvoorbeeld, of Hargen aan Zee.

Leeg!!!

De zinnen en de honingboom

Wat een gekke uitdrukking is dit eigenlijk: de zinnen verzetten. Zinnen slaat hier op gedachten en die van mij mogen wel even worden verzet. Ze kronkelen namelijk alle kanten op. De afgelopen dagen heb ik lopen malen over het gedoe met de buurman. (De langslepende kwestie over onderhoud, verantwoordelijkheid en wie wat betaalt.) Soms is het moeilijk om afstand te nemen, maar een praatje met een vriendin lucht op.

Vandaag bezocht ik een boeiende lezing door Cornald Maas over zijn boek ‘Ach kind toch’ en binnenkort volgt een wandeling in de Achterhoek. Zulke uitstapjes doen goed, evenals een ommetje in het dorp. Ik blijf genieten van de oude bomen hier, zoals deze honingboom. Zijn takken verbeelden de wirwar van mijn gedachten. Neem ook eens de tijd voor een beschouwende blik naar boven. Zo’n alternatief perspectief verzet de zinnen.

Waarom het boeken lezen erbij inschiet

Petronella schrijft in haar reactie op een vorig log dat zij als werkende vrouw geen tijd en doorzettingsvermogen meer kan opbrengen voor de wat moeilijkere literatuur. Als student lukte haar dat wel. Zij vindt dat spijtig. Haar constatering past bij deze tijd, zo lijkt het. Jarenlang steeg het aantal verkochte boeken per jaar. Tot 2008, het begin van de crisis, toen ging de boekverkoop hard onderuit. Sinds 2015 kopen we weer meer, maar toch nog beduidend minder dan in 2008. Waardoor komt dat?

Jachtig bestaan
Een voor de hand liggende reden is ons jachtige bestaan. We doen steeds meer in een gelijkblijvende hoeveelheid tijd. Wereldwijd lopen voetgangers in steden nu sneller dan tien jaar geleden. Sociale media eisen onze aandacht op, naast werk, gezin en overige bezigheden. En we delen ons leven anders in. Mijn moeder wachtte na schooltijd haar kinderen op met een potje thee. Zij had alle tijd om een boek of de Libelle te lezen. Nu werken veel ouders buitenshuis en is het inkomen van beide partners nodig.

Rust zoeken
Toch willen veel mensen meer rust in hun leven. Ze zoeken naar een betere balans tussen verplichtingen en ontspanning, of naar ruimte voor bezinning. Zonder voldoende tijd en rust is het lastig om je te concentreren op de wat moeilijkere literatuur. En bij te veel of te lange onderbrekingen raak je de draad van een verhaal kwijt. Maar je krijgt juist inspiratie en je ontspant helemaal wanneer je kan wegdromen met een goed boek.

Mij lukt het ook bijna niet meer. Ik lees nog zelden een boek en dan vaak niet eens helemaal. Dat is opmerkelijk. Want ik heb de tijd en van oudsher ben ik een boekenveelvraat.

Efficiëntie en snelheid
Misschien heeft het met efficiëntie te maken. Willen we nu sneller tot de kern komen en liever een samenvatting lezen? Is dat een gevolg van het algemeen jachtiger wordende leven? Ook bij jongeren zie je iets dergelijks. Zij lezen minder, maar kijken vaker naar films en series. Daarin wordt een verhaal in geconcentreerde vorm en fraai visueel gepresenteerd. Een andere parallel met onze huidige leefstijl zie je in films. Let maar op de snelle afwisseling van scènes en de dynamiek in de beelden. Vergelijk dat eens met een film van vijftig jaar geleden. Zo’n film straalt een kalmte en traagheid uit, die jongeren nauwelijks nog kennen.

Verwend door overvloed
Zijn we te verwend geraakt? We worden via allerlei kanalen gebombardeerd met verhalen en informatie. Toen ik 33 jaar geleden mijn eerste reis naar Australië plande, waren er amper reisgidsen te vinden. De Leidse openbare bibliotheek had er niet één. Daarom benaderde ik het Australische verkeersbureau voor informatie. Ik ging op reis met slechts een paar losse plattegronden en bijeen gesprokkelde hotelnamen. Moet je nu eens kijken op internetfora en in de reisboekhandel. Alles is er in overvloed. Maar na drie fotoboeken, waarvan de een nog mooier is dan de ander, heb ik wel genoeg gezien. En al die reisblogs vormen een eindeloze herhaling van mijn vroegere ervaringen.

Verzadiging
Dus bespeur ik bij mezelf een soort verzadiging. Over interessante landen en onderwerpen heb ik ‘alles’ al gelezen. En verschijnt er iets nieuws, dan staat het wel samengevat op internet. Dit zal een leeftijdskwestie zijn. Aan de Leidse geschiedenis, Australië en de ontwikkelingssector heb ik elk zo’n tien jaar besteed. Maar een begin twintiger kan daar via (vak)literatuur nog veel over leren.

Geboeid worden
Zijn we minder snel geboeid? In die vraag zit voor mij de clou. Misschien is dit eveneens een leeftijdskwestie. Nog maar weinig boeken kunnen mij echt ‘pakken’. Als tiener kon ik de Bouquet reeks verslinden. Later volgden de betere romans en daarna kwam de wetenschappelijke literatuur. Door levenservaring ben ik nu te realistisch voor de Bouquet reeks. En een roman moet behoorlijk goed in elkaar steken. Anders ga ik mij storen aan de langdradige verhaallijn of de zinsopbouw. Bovendien moet een boek ergens over gáán.

Beschikbare tijd
Evengoed blijft het een kwestie van beschikbare tijd. Stel: je strandt in een stoffig woestijndorp en je moet twee dagen wachten tot de bus komt. Dan lees je uit verveling alles wat los en vast zit. Je begint zelfs tegen heug en meug aan een beduimeld achtergelaten boek. En omdat er toch niets valt te beleven, lees je door. Dan kan een aanvankelijk saai boek uiteindelijk heel boeiend blijken te zijn. Zoiets is mij herhaaldelijk overkomen. Bij de verplichte literatuurlijst op school werkt het net zo.

De belangrijkste reden waarom ik nauwelijks aan boeken lezen toekom, is omdat er al zo veel in de krant staat. En schrijven voor Raam Open slokt tijd op. 😉 Voor de logjes benut ik overigens wel mijn boekenkennis. Vaak is die kennis geïnternaliseerd en verstrengeld geraakt met persoonlijke ervaringen. Soms weet ik daarom niet meer wat de oorspronkelijke bron is. Maar het zegt wel wat over de invloed van een goed boek.

Voordelen van de zeven hoofdzonden – 1 Luiheid

Acedia (luiheid), Avaritia (hebzucht), Invidia (afgunst), Ira (woede), Superbia (hoogmoed), Gula (gulzigheid) en Luxuria (wellust). Met name katholieken geloven dat Jezus stierf om de mensheid van deze zeven hoofdzonden te verlossen. Volg je het nieuws en onze geschiedenis, dan lijkt zijn daad vergeefs. Maar ik zie wel vooruitgang. De zeven hoofdzonden zijn minder kwaadaardig dan men vroeger dacht. Ik wil ze daarom in een ander licht plaatsen. Vandaag te beginnen bij acedia, ofwel luiheid.

Feestaardvarken met mutsVan nature proberen mensen hun energie te sparen. Dat is een overlevingstechniek en daar is weinig mee mis. Het wordt pas problematisch als een ander hierdoor onevenredig veel moet doen. Bijvoorbeeld om aan eten te komen. Zoals alle hoofdzonden, heeft luiheid direct invloed op de sociale verbanden waarbinnen we leven. Bij luiheid denken we meestal aan te weinig daadkracht. Maar luiheid omvat ook gemakzucht en onverschilligheid.

Sinds de Bijbelse tijd hebben we energiebesparing extreem ver doorgevoerd via efficiënte werk- en productiemethoden. Zo houden we tijd over voor andere zaken of nietsdoen. Toch passen weinig mensen hun leefstijl aan. Ik wel. Gaan mijn verdiensten omhoog, dan ga ik minder werken. In de vrijgekomen tijd kan ik lekker nadenken. Veel mensen vinden dat ze ‘zichtbaar’ bezig moeten zijn en onderschatten creatieve denkkracht. Onterecht. Want diverse beroemde geleerden leken notoir lui, maar dachten wel grootse theorieën uit. Zie dit artikel van Timemanagement.nl.

Overigens pleit ik voor meer luiheid. Want zo lang we roofbouw plegen, heeft de aarde daar baat bij. Hoe minder productie, hoe beter. Tenzij we onze mentale luiheid afschudden en duurzame methoden invoeren.

In een prestatiegerichte maatschappij is het belangrijk om te laten zien wat je doet. Toch zitten we allemaal verschillend in elkaar. De een blinkt uit in planning en strategie. De ander staat te stuiteren en wil meteen aanpakken. Zet je een denker op een doenersklus, dan kan het lijken of hij weinig uitvoert. Terwijl het gewoon een mismatch is. Of stel dat je ergens niet goed in bent en het moet snel gebeuren. Dan laat je dat liever over aan een ervaren persoon. Ik zie dit eerder als een rationele keuze dan als lui gedrag. En wellicht gaat het om faalangst, wat met luiheid kan worden verward. Daarover schrijft Cees Schenk in Luiheid bestaat niet.

Veel situaties vergen een ferme houding en doorzettingsvermogen. Onze westerse economie laat dan ook weinig gelegen aan mensen die moe zijn. Het werk wacht, de hypotheek moet betaald. Terwijl iemand die moe is beter kan luisteren naar zijn lichaam en rustig aan kan doen. Moeheid is geen luiheid. Chronische vermoeidheid kan duiden op ziekte of depressie. Ik pleit voor de Samoaanse benadering. Als je moe bent, wordt je vrijgesteld van werk. In plaats daarvan besteed je tijd aan jezelf.

Luiheid is zelden wat het lijkt. Kwalijke luiheid zit vooral in het hoofd, bij mensen die te weinig doordenken.

Een bijna hysterisch dagje Deventer

Deze zondag wil ik naar Deventer gaan. De zon schijnt. Ik check of er wat te beleven valt en zie dat er kerstmarkt is. Leuk. Dan loop ik een stukje langs de IJssel en pak ik het oude stadscentrum met die markt gelijk mee. Bij aankomst is het wel wat druk op het station. Is die kerstmarkt hier zo populair dan? Buiten begint er iets te dagen: Dickens Festijn. Nou prima, dan gaan we daar ook heen.

Ik ben ooit eerder naar dat festijn in Deventer geweest, ergens begin jaren negentig. Het was toen een gemoedelijke boel. Je kon op je gemak overal door de binnenstad slenteren. Mensen in historische kostuums zongen liedjes, bootsten oude ambachten na en zorgden voor vertier. Zou dat nu weer zo zijn?

Bij de stoplichten voor het station staan twee verkeersregelaars. Ze houden rood-witte linten voor het zebrapad. Iedereen wacht rustig tot het licht op groen springt en die twee opzij gaan. Even verderop neonletters in een lichtkrant: ‘Wachttijd Dickens Festijn 1 uur.’ en ‘Pas op uw tas’. Jee, wachten, waarom dan?, denk ik nog. Verderop in de straat staan hele rijen dranghekken. Krijg nou wat.

Kort na het begin van de hekken worden we een zijstraat in geleid, en dan weer met een bocht terug richting de straat waar we net vandaan gekomen zijn. Het lijkt hier Schiphol wel. Wat ís dit?! Met stijgende verbazing loop ik door, te midden van een steeds verder indikkende rij mensen, tot iedereen vast komt te staan. Lees verder “Een bijna hysterisch dagje Deventer”

Over drukke en rustige mensen

Deze week was ik te gast bij een nog vrij nieuw gevormd paar. Haar ken ik al jaren van wandelingen in het midden van het land. Hem ook, maar dan van wandelingen in een andere regio, dus apart. Haar zag ik slechts af en toe. Hem zag ik vaker. Het is een rustige man. Allebei zijn ze aardig en verlangen ze naar een stille woonomgeving. We spraken dan ook vaak over onze woonervaringen. Zo ontstond er de afgelopen jaren een vervolgverhaal. Zij heeft inmiddels haar huis verkocht en het zijne staat sinds kort te koop. Ze willen verhuizen naar een dunbevolkt deel van het land. Nu zij bij hem is ingetrokken, nodigden ze mij uit.

Hij woont op een stuk grond waarvan ik alleen maar kan dromen. Negentiende-eeuws vrijstaand huis met puntdak. Slechts de rood/witte luiken uit mijn ideaalbeeld ontbreken. Riante tuin rondom. En dan dat uitzicht vanuit hun doorzonaanbouw … Een eigen weiland waar zijn paard kan ronddartelen, zo ver als het oog reikt. Naar mijn idee. Ik mag dan een ex-Randstedeling zijn, zelfs nabij Apeldoorn is dit geen doorsnee perceel. Maar grenzen verschuiven. Hij vindt het wat krap worden, want bebouwing kruipt steeds naderbij.

Ik had er graag langer willen rondbanjeren. Een praatje met de kippen maken, even bij de schaapjes in hun schuur langsgaan en dan een bezoek aan het paard brengen. Nu werd het een korte rondleiding samen met hem. Hij heeft alles eigenhandig gebouwd.

Daarna gingen we zitten en voerde vooral zij het gesprek. Ze is vriendelijk, belangstellend en, meer dan eerder opviel, een prater. Het werd een wat vreemde gewaarwording. Want ik ken ze afzonderlijk als volwaardige gesprekspartners, terwijl hij nu vrijwel in het geheel verdween. Kennelijk zat hij er niet mee. Maar ik vond het jammer. Qua gespreksstof is hij boeiender en nu raakt hij ondergesneeuwd. Hopelijk verandert dat weer als de nieuwigheid er af is. Want anders blijft de rust ver te zoeken; waar ze ook heen gaan.