Verzwegen Indonesisch verleden

In de Volkskrant staat een artikel over onze dekolonisatie in Indonesië met een foto erbij. Wanneer ik de foto bekijk, bekruipt mij een unheimisch gevoel. Want die jonge Nederlanders in dat soldatentenue; die op de grond zittende Indonesiërs onder schot houden. Daar staat mijn oom toch hopelijk niet bij? Jongensgezichten hebben ze, op de grens van  volwassenheid. Sommigen lachend, of vol bravoure hun geweer op een gevangene richtend. Anderen een beetje verlegen kijkend.

Al jaren doe ik onderzoek naar mijn voorouders. Ik vroeg aan nog levende verwanten wat zij zich herinnerden. Speurde in talloze registers en akten naar sporen van ons familie-verleden. Wilde alles weten over het leven en de persoonlijkheden van gestorven mensen, kort of lang geleden. Ach, schandalen genoeg. Die houden mij niet meer tegen. Toch heb ik één vraag steeds vermeden.

‘Velen hebben in wrok gezwegen over wat ze in Indonesië hebben gedaan en meegemaakt. Dat lijkt wel wat op de Indische ervaring, waarover Adriaan van Dis ooit zei: ze hebben gezwegen met een uitroepteken – niemand wil weten hoe het er daar aan toeging, nou, láát dan ook maar.’ Uit Het algehele onbegrip voor dekolonisatie van Sander van Walsum. Ook de Republiek Indonesië zweeg wijselijk (wijselijk?) over bepaalde zaken uit dat verleden.

Mijn oom is een humoristische, gemoedelijke man. Ik heb een foto van hem uit zijn diensttijd. In zo’n zelfde soldatenkloffie als de jongens op de foto, met zandzakken voor hem en palmbomen op de achtergrond. Nu is hij negentig.

Zal of moet ik die ene vraag nog stellen?

Slavernij anno 2014

Het is een mooie lentedag en de trein zit vol. Naast mij praten vier jonge vrouwen in rap tempo. Zij komen uit een voormalige kolonie, misschien de Antillen. Het meeste versta ik niet, afgezien van wat Spaans en het woord slavernij. Ik veronderstel dat ze onze gezamenlijke geschiedenis bedoelen. Alleen schuurt dat ‘onze’ bij mij.

Ik ben geen fan van slavernij als economisch systeem. Het is evenmin een sympathieke strategie voor herverdeling van de populatie c.q. manier om je vijanden te decimeren. Verder is het geen leuke vorm van oorlogsvoering of machtsvertoon.

Maar dat ‘onze’ is dus niet van mij. Ik heb een gigantische hoeveelheid informatie over al mijn voorouders verzameld. Daar zit niet één slavenhandelaar of plantagehouder bij. Zelfs geen schipper, administrateur, keurmeester of wie er met slavernij te maken had. Dus voel ik mij niet aangesproken. Hoe rot die geschiedenis ook is en hoe goed ik mij de gevoelens van nakomelingen ook kan voorstellen.

Mij vallen altijd details op waarover wordt gezwegen. De slavernij is 150 jaar geleden door Nederland afgeschaft. Ik mis een plaatsing van slavernij in de toenmalige context. Want de Nederlandse slavenhandel had nooit zo succesvol kunnen zijn, als er geen constante aanlevering van verse slaven uit het binnenland van West-Afrika was geweest. Worden de Afrikaanse nakomelingen van slavenleveranciers ooit aangesproken op wat hun voorouders hebben gedaan?

Helaas heb ik in het buitenland gezien hoe mensen als slaven werden behandeld. Ik bedoel uitgerekend Afrikaanse landen, en hierbij waren uitsluitend Afrikanen betrokken. In één geval is het de vraag of de betrokkene het als zodanig herkende. Wellicht zag zij het als een extreem eerbetoon aan een hoger geplaatste persoon. Slavernij bestond al in Afrika voordat de blanken en Arabieren er kwamen. Helaas, het bestaat daar nu nog steeds. Je hoeft ook bitter weinig moeite te doen om hele nare machtsverhoudingen te zien in Azië en het Midden-Oosten.

Mijn indruk is dat mensen uit voormalige koloniën intussen iets belangrijks vergeten. Denk maar aan Nigeriaanse vrouwen die anno 2014 gedwongen in de seksindustrie werken. Of aan de arme Bengalese bouwvakkers in Dubai, de Indonesische kindermeisjes in Saoedi-Arabië. Helpen ze de positie te verbeteren van Zuid-Soedanese inwoners en van vrouwen in Oeganda?

Ik ken iemand uit Suriname van Afro/Indonesische afkomst. Ze luistert graag naar de vrijheidsteksten van Bob Marley. ‘They don’t care about us’ van Michael Jackson vindt zij prachtig. Ze steunt een onduidelijk project voor kinderen in haar land van herkomst. En dit weekend gaat zij met haar dochter shoppen in de Primark.

Ik voorspel het je. Over 150 jaar klagen Bengalen, Indiërs, Chinezen, Vietnamezen en Cambodjanen uit de ateliers en fabrieken alle huidige klanten van Primark aan. Vanwege iets wat nauwelijks onderdoet voor slavernij. Ik koop daar niet, dus kijk niet naar mij.

Dus hoe zit het nu? Zijn die Aziatische werklieden soms niet de ‘brothers and sisters’ van nakomelingen van slaven? Hopelijk vergis ik mij. Want de Afrikaanse geschiedenis bewijst waar clan-denken toe kan leiden. Dat geldt voor ons allemaal.

Tijdverdrijf op het vliegveld

Als je naar afgelegen oorden reist, maak je vaak overstapjes. Soms heb je weinig tijd en moet je over het vliegveld rennen. Dan is het spannend of je koffer meekomt. Andere keren loop je ’s nachts eindeloos rond te drentelen op een verlaten luchthaven. Meestal krijg je wel een paar uur. Het is altijd leuk om de sfeer te proeven van het land waar je toevallig bent.

Mijn eerste vlucht naar Australië met Qantas ging nog rechtstreeks vanaf Schiphol. Nou ja, rechtstreeks. We stopten in Athene, Abu Dhabi, Bombay, Bangkok en daarna pas in Melbourne. Dat was dertig uur na het oorspronkelijke vertrek. Op drie luchthavens mochten we een uur lang het vliegtuig uit. Ik was niet eerder in het oosten geweest en vond alles boeiend. Abu Dhabi bood een indruk van klederdracht in het Midden-Oosten. En ik kan de stoffige aardegeur van Bombay nog ruiken. Daar liep het winkelpersoneel in sari en op blote voeten. Er stonden woonhuisjes bij de landingsbaan. Het zal er nu wel veranderd zijn.

De vreemdste overstap maakte ik op Schiphol. Ik zat vier maanden in Kenia toen ik voor de kerstvakantie even naar huis ging. Ook boekte ik een tocht door de Sahara met een Nederlandse organisatie. Ik probeerde tevergeefs een rechtstreekse vlucht te regelen. Dus vloog ik zigzaggend eerst van Afrika naar Schiphol, een week later naar de Sahara, nog een week later terug naar Schiphol, en vijf uur daarna weer terug naar Nairobi. Daar zat ik dan midden in de nacht, als een vreemdeling op onze nationale luchthaven. Een stukje niemandsland. Mijn huis staat relatief dichtbij, maar ik kon er net niet naartoe.

Bedrijfssluiting en conclusie

Vandaag is officieel de laatste dag. Verwachtingsvol startte ik mijn eenpersoonszaak in 2007. Naast een parttimebaan. Ik paste geleerde lessen toe, daarna kwam de vaart er meer in. Tot een omineus teken eind 2011: een vaste klant en zzp’er kon niet meer rondkomen. De groei sloeg om in daling. Crisis, hand op de knip. Het werd als trekken aan een dood paard. Tot besluit hield ik op de leukste evenementen uitverkoop. Het is goed zo.

Dit is het verhaal
In november 2006 blijkt dat mijn positie penibel is bij de aankomende reorganisatie. Ik verneem dit tijdens een vakantie in Vietnam en trek mijn plan. Mijn idee is om luxe fairtrade handwerk (tassen en modeaccessoires) in Nederland te verkopen. Dat ligt enigszins in het verlengde van mijn werk. Na een zakenreis vind ik een professionele fairtrade organisatie die met producenten samenwerkt. Ze spreken Engels, kunnen bestellingen en export organiseren, en zijn redelijk betrouwbaar. Wel hanteren ze flinke orderhoeveelheden, daarbinnen is ruimte voor diverse producten.

Ik begin op internet, waar de concurrentie snel toeneemt. Later blijkt dat vrouwen mijn artikelen in een opwelling kopen. Ze zoeken er niet naar via Google. Dat wordt duidelijk zodra ik kunstmarkten als tweede verkoopkanaal inzet. Ik ontdek gaandeweg waar ik het beste kan staan. Dan wordt ik benaderd door mensen die een winkel openen. Zo komen er winkels als derde verkoopkanaal bij. Op een gegeven moment liggen de mooiste tassen zelfs bij een museum. Op basis van consignatie, dat wel. Het is allemaal bescheiden, maar er zit groei in. Ik beleef de markten als een groot avontuur. Het lange staan in weer en wind valt mij wel zwaar. Ik overweeg even om zelf een winkel te beginnen.

De minimum bestelhoeveelheid blijft een knelpunt. Hierdoor heb ik relatief veel voorraad en kan ik niet snel op modetrends inspelen. Ik vind geen andere leverancier die een vergelijkbare kwaliteit kan leveren. Als alternatief volg ik een workshop en ga ik zelf sieraden van edelsteen maken. Tegen die tijd speelt de crisis al een rol. In het begin kopen klanten rustig drie tassen en bijpassende accessoires tegelijk. Vanaf 2012 komt dat nog weinig voor. Dat is begrijpelijk, maar toch.

Conclusie
Veel goed bedoelende mensen komen met handgemaakte artikelen niet verder dan liefdewerk voor een onrendabele prijs. Vaak hebben zij er een parttimebaan naast. Achter diverse leuke, knusse winkeltjes gaat een echtgenoot schuil met een vet salaris. Degenen die nu zelfstandig slagen, hebben een zakelijk instinct en vaak een gedegen marketing-opleiding gevolgd. Maar in de praktijk leer je ook snel bij.

Ik heb een wereld ontdekt en nieuwe inzichten gekregen. Ja, ik zag de hardheid van het zakenleven. Ook weet ik hoe het voelt als Chinezen en Nederlandse concullega’s stiekem foto’s van je werk maken. Leuker is de gemoedelijke saamhorigheid tussen de meeste standhouders op markten. Nooit zal ik de gezichtsuitdrukking van veel vrouwelijke bezoekers vergeten. Zodra ze het complete assortiment prachtige zijden en fluwelen tassen in het vizier kregen. Ik heb boeiende mensen ontmoet, onvergetelijke momenten beleefd, extra vaardigheden opgedaan. Dat is winst, geen verlies.

Dead Can Dance

Muziek doet iets wonderlijks. Laat mij één seconde van bepaalde nummers horen en ik droom helemaal weg. Ik neem aan dat melodieus geluid onze oerinstincten raakt. Ik kan mijzelf ermee kalmeren, opvrolijken, opfokken en melancholiek maken. Een nummer als Acrobat van U2 dwingt mij te stoppen en te luisteren. Ongeacht waar ik ben of wat ik doe. Le pas du chat noir van Anouar Brahem roert mij tot tranen toe. Ik kan er niets aan doen. Muziek heeft zonder overdrijving een enorme invloed op mijn stemming. In moeilijke situaties werkt het beter dan yoga, mindfulness, coaching, of alcohol. Het allermooiste aan muziek is dat ik daarmee overal naar terug kan reizen.

Anastasis
Op dit moment luister ik naar Anastasis van Dead Can Dance. Vanaf de eerste klanken ben ik weg. Ik keer terug naar Carcassonne in de duistere middeleeuwen, en maak vreemd genoeg een concert van the Doors mee. Ik beland in twaalfde eeuws Arabië. Eindelijk aanschouw ik het leven daar in de hoogtijdagen. Daarna voel ik de wiegende tred van een kameel. Want ik ben onderweg in een karavaan door de woestijn van Perzië naar India. We gaan specerijen ophalen en schitterende zijde in alle kleuren. Ik zie de versterkte caravanserais na elke veertig kilometer op de route. Is het een fata morgana, of doemt daar in de verte een toren van de Zoroasters op? In 2000 stond die er nog. Nu loopt er zinderend asfalt langs.
Ik zie flarden van het koninkrijk der elfen uit The Lord of the Rings. Te paard gaan we een zware strijd tegemoet. Ineens ben ik een achttiende eeuwse danseres met ruisende rokken in Andalusië. Heel even hoor ik de wind aan de betoverde zuidwestkust van Nieuw-Zeeland.

Dan keer ik weer terug naar het afgelopen concert in de Heineken Music Hall. De band op het podium wordt begeleid door een spectaculaire lichtshow. Of staat daar de bemanning van een ruimteschip en stijgen we zo meteen op? Want het publiek is een bijzonder bonte mengeling personen. Misschien zijn wij allemaal uitverkoren om erbij te zijn.

Luister eens naar Children of the sun. Dat is pure kracht en onversneden fantasy.

Wereldwijd sociaal vangnet

Met slechts 2% van het mondiale bruto product kunnen we een sociaal vangnet voor alle armen financieren. De internationale arbeidsorganisatie ILO wil iets doen voor mensen die onder de armoedegrens leven. Ik ben voor een vangnet. Daarom heb ik nagedacht over de situatie, reden, aanpak en financiering van dit plan. Ben je een kenner, dan zijn de paragrafen ‘Fondsenwerving’ en ‘Zet het corruptiesysteem in’ uit dit extra lange bericht voor jou wellicht interessant.

Ongelijke verdeling
Tegenwoordig zijn er steeds minder echt arme landen. Veel vaker is sprake van een ongelijke verdeling van welvaart binnen een land. In Angola, Congo en Indonesië bijvoorbeeld, bulkt een relatief kleine elite van het geld. Dit is al dan niet illegaal vergaard met olie of andere grondstoffen. Daaromheen cirkelt een groeiende middenklasse die indirect meeprofiteert. Als derde veel grotere groep zie je eenvoudige boeren en arbeiders met bescheiden inkomsten.

Familieonderhoud
Er zijn altijd groepen mensen die de boot missen. Zij wonen vaak afgelegen, hebben geen vak kunnen leren, missen verwantschap met de regerende families, of ze zijn ziek. Dan heb je in zo’n land behoorlijk pech. Zij ontvangen geen sociale uitkeringen of pensioenen, en de ziektekostenverzekering is te duur. Vandaar dat een Ethiopische collega van mij tien verwanten moest onderhouden van zijn salaris. Levensonderhoud voor zijn ouders en oom, medische kosten voor tante, studie van twee nichtjes, hoge schuld aflossen voor neef, etc. De verplichting om familie te steunen kan zwaar drukken op mensen die een beetje succes hebben. Het is soms de reden waarom een bedrijf niet goed van de grond komt.

Behoeften
Als we mondiaal een sociaal vangnet willen, dan moet de uitvoering wel per land worden toegespitst op behoeften. Een berooide alcoholist in Rusland heeft vast andere hulp nodig dan een herder in Mali. Sommige armen zijn het beste geholpen met contant geld om een schuld af te lossen of bouwland te kopen. Anderen hebben wellicht meer aan geld in combinatie met voorlichting, medische zorg of tijdelijke opvang. Of ze kiezen liever voor geld, training en toegang tot zakelijke mentoren. Voor werkloze jongeren is dat laatste een interessante optie. Er zijn al internetplatforms waarop starters in ontwikkelingslanden contact hebben met ervaren zakenlieden op een ander continent. Lokale en nationale maatschappelijke organisaties hebben inmiddels veel kennis vergaard over doelgroepen, mogelijkheden en behoeften.

Uitvoering en bereik
In Brazilië is de Bolsa Família een succes. Daarin is periodieke financiële bijstand voor arme gezinnen gekoppeld aan scholing en vaccinatie voor kinderen. Zodra scholing een voorwaarde is, gaan ouders bovendien eisen stellen aan de kwaliteit daarvan. In India delen ze voedsel aan kinderen uit op school. Maar hier gaat het nodige mis vanwege corrupte ambtenaren. Het is per land de vraag welke organisatie of instantie het beste een programma kan uitvoeren. Nog belangrijker is hoe je de allerarmsten bereikt. Juist omdat ze vaak afgelegen wonen, ergens semi-illegaal verblijven, vrouw zijn, of niet kunnen lezen en schrijven. Bovendien wonen er nogal wat armen in falende staten, zoals Somalië. Probeer tussen de vechtende partijen maar eens iets op te bouwen. Voor enkele knelpunten bestaan al oplossingen. Wel hoop ik op meer duurzame productie voordat ook de armsten aan het consumeren slaan.

Wie gaat dat betalen?
Laten we objectief kijken naar financiering van zo’n omvangrijk sociaal vangnet. Ik onderscheid vier groepen landen: elite, middenklasse, beetje arm, straatarm. De landen in de categorieën elite en middenklasse kunnen zelf hun broek ophouden en de buit in eigen land wat eerlijker verdelen. De grote groep overige landen benader ik wat specifieker.

Beetje arm
De beetje arme landen kunnen eerst proberen de beschikbare middelen beter te verdelen. Stel dat deze groep bestaat uit landen met een bruto nationaal product per inwoner per jaar tussen de 2.000 en 5.000 dollar*. Dan komen we onder andere Macedonië, Jordanië, Indonesië, Marokko en Samoa tegen. Daar ben ik geweest en hier volgt een beknopte analyse.

  • Macedonië is slechts twee uur vliegen van Nederland. Je vindt er een mooi wandelparadijs met pure agrarische producten. Op een deel van het pittoreske platteland heeft de tijd stilgestaan. Het loon van een arbeider bedraagt een paar honderd euro. De ambulance in een provinciestadje stamt uit de jaren zestig. En de hoofdstad telt de meeste megalomane overheidsgebouwen van heel Europa (project Skopje 2014, zie internet en afbeelding).
  • Jordanië heeft de prachtigste woestijnen, levendige steden en is super gastvrij. Verder herbergt het kleine land een gigantische hoeveelheid vluchtelingen. Zij hebben acuut meer hulp nodig in de bar koude winter. Wellicht kunnen de schathemelrijke moslimfamilies in de wereld zakat met de kerstgedachte combineren. De Koran noemt als norm een afdracht van 2,5% van vermogen. Dat scheelt. De grootste bijdrage hoeft toch niet eeuwig van het westen te komen? Of ben ik onjuist geïnformeerd?
  • Indonesië heeft een schitterende natuur en kleurrijke bevolkingsgroepen. Tevens beschikt het land over talloze bodemschatten. Als Indonesië diverse misstanden aanpakt, hoeft er niemand miserabel te leven.
  • Marokko, ook zo’n heerlijk mysterieus land. Hoe kan het dat er na vijftig jaar gastarbeid en geldoverboekingen nog veel armoede is? Misschien moeten we dat aan de koning vragen. Ik snap best dat sommige leiders geen geboortebeperking  promoten. Zeker als je verdienmodel met eerste levensbehoeften zo goed werkt. Dat verdienmodel stond in de krant.
  • Samoa, oh talofa Samoa! Dit tropische eilandenrijk is werkelijk sympathiek. Dus als het hulp nodig heeft, dan geven wij dat zonder gemor. Van kokospalmen in zo’n afgelegen oord word je nu eenmaal niet rijk. En wij vallen die hartverwarmende mensen in de Stille Zuidzee lastig met onze troep.

Een deel van de landen in deze groep heeft dus nog externe financiering nodig voor een sociaal vangnet. Onder het kopje ‘Fondsenwerving’ hierna staat een idee voor het mondiale fonds.

Straatarm
Tot besluit de straatarme landen. In minimaal vijftig landen overleeft het grootste deel van de bevolking op 1,25 dollar per dag. Dat is slechts USD 456,25 per jaar. Op het lijstje staan onder andere Ethiopië, Kenia en Oeganda. Daar kost een hotelkamer voor toeristen toch al gauw negentig dollar per dag. Terwijl de schoonmaker twee dollar verdient. In sommige landen uit deze categorie is een begin gemaakt met belastingheffing en dienstverlening. Echt goed functioneert dit systeem nog niet overal. Voorlopig zou ik de uitvoering van een sociaal vangnet hier aan (internationale) maatschappelijke organisaties overlaten. Het geld daarvoor komt dan voornamelijk uit het mondiale fonds.

Fondsenwerving
Recycle enkele oude voorstellen ter bekostiging van een mondiaal sociaal vangnet fonds. Hef wereldwijd een bescheiden belasting op alle vliegtickets voor personen en vracht, en op alle transacties in aandelen. Tenslotte zijn ongebreidelde milieuvervuiling en doorgeschoten kapitalisme mede oorzaak van armoede. Het lijkt mij goed als we dit snel invoeren. Dus voordat één miljard Chinezen en één miljard Indiërs vliegvakanties kunnen betalen. Dan weten ze niet beter en voorkomen we een hoop gezeur.

Zet het corruptiesysteem in
Mag ik even? Bij ons in het westen heeft corruptie een tamelijk negatief imago. Ten onrechte. Welbeschouwd is het een geweldig systeem voor herverdeling en distributie. Het is slechts schadelijk als te veel geld, gunsten en middelen ophopen bij een select aantal personen. Transparency International verricht al goed werk en biedt handige tips om uitwassen aan te pakken. Ik heb een plan van aanpak gemaakt voor fondsenwerving door omkering van corruptie.

Eerst moet er een regeling komen voor spijtoptanten. Dat zijn mensen die smeergeld hebben betaald. Als zij eerlijk bekennen wie zij iets hebben toegestopt, dan krijgen zij geen boete. Ik moet nog even wat bedenken ter voorkoming van een heksenjacht. En passant legt de belastingdienst een register van ontvangers aan. Tijdens een feestelijke nationale verzoeningsdag worden alle betalers vergeven.

Tegelijk krijgen de ontvangers een jaar de tijd om giften en voordeeltjes aan de belastingdienst op te biechten. Of eventueel aan een onafhankelijke internationale instantie. NSA weet alles al over individuen en regeringen. Dus is wereldwijde naming and shaming zo geregeld. Biechten de ontvangers alles op, dan krijgen ze geen enkele naheffing. Doen zij dit echter niet, dan gaat de belastingdienst een verband leggen tussen hun inkomsten en bezittingen. Zit daar iets onverklaarbaar scheef? Dan krijgen ze vervolgens een aanslag van 100% over de waarde van hun gehele vermogen. Ten behoeve van het goede doel.

Na afloop van deze regeling wordt er een aanbrengpremie gezet op elke corrupte handeling. Het enige wat nodig is, is deugdelijk bewijs. Met een camera op elk mobieltje is dat eenvoudig leverbaar. Ik heb zelf meerdere vrachtwagenchauffeurs vlak voor havenstad Mombasa geld zien toestoppen in handen van een agent.

* Zie de index over 2012 van het IMF die op Wikipedia staat. Voor wat het waard is, overigens. Armere landen hebben vaak een grote informele economie waarbij veel bedrijvigheid niet officieel wordt geregistreerd. Zie ook paragraaf ‘Zet het corruptiesysteem in’ in dit bericht over de zwarte economie.

Blanke kameleon met hoofddoek

Het is makkelijk praten over racisme als je er zelf geen last van hebt. Als westerse blanke krijg je wereldwijd het voordeel van de twijfel. Met een kleurtje op je huid, ziet de wereld er anders uit. Onwetendheid, gebrekkige communicatie en angst leiden snel tot onbegrip. En onbekend maakt onbemind. Denk en handel je op basis van vooroordelen, dan is de kans op discriminatie groot.

Kameleon
Persoonlijk heb ik hoegenaamd geen ervaring met racisme. In het buitenland word ik zelden voor Nederlandse aangezien. Soms ben ik daar best blij om. Bijvoorbeeld tijdens een bezoek aan een museum over de onafhankelijkheid in Indonesië. Mensen uit het Midden-Oosten hebben vaak moeite om mijn herkomst in te schatten. Joden zien mij als iemand van hun eigen volk. Vrijdag vroeg een Turkse vrouw in Den Haag of ik wel Nederlands ben. Wellicht komt dit door mijn smaak, die een beetje Italiaans-Arabisch is. Op plaatsen waar ik een hoofddoek moet dragen, is de verwarring helemaal compleet.

Onafhankelijkheidsdag
Slechts één keer heb ik mij zeer ongemakkelijk gevoeld met mijn blanke huid. In Afrika is die niet te verbergen. Zelfs niet onder een dikke laag Zwarte Pieten smeer. Ik was in de hoofdstad van Kenia tijdens Onafhankelijkheidsdag. Mensen zien op straat niet dat ik geen Engelse ben. En dus geen relatie met de voormalige koloniale overheerser heb. Helaas weten politici uitstekend hoe je vijandbeelden kunt creëren. Voor zover ze het zelf niet bedachten, hebben ze dat wel geleerd van de koloniale machten. Je kunt er zo fijn de aandacht voor je eigen wanbeleid mee verschuiven naar die andere bevolkingsgroep.

Vraagje
In Afrika en Azië werden veel landen tussen 1945 – 1965 onafhankelijk. Dat roept bij mij toch een vraag op. Want waarom word ik in sommige landen aangekeken op wandaden waar ik vanwege mijn leeftijd onmogelijk mee te maken kon hebben?