Binnenoogpretjes met gasbelletjes

Vandaag moest ik naar het ziekenhuis voor een injectie met gas in mijn oog. Als dat het maculagat niet verhelpt, moet mijn oog alsnog worden geopereerd. Vooraf vond ik het nogal eng, maar eenmaal in het ziekenhuis waren ze binnen tien minuten met mij klaar. Nu drijven er acht zwarte bolletjes in mijn vizier.

Die gasbelletjes zijn best grappig om te zien. Ze zijn zwart gerand en grijs in het midden. Ik kan er vaag doorheen kijken. Beweeg ik mijn ogen, dan bewegen de bolletjes op geheel eigen wijze mee. Voor hen geldt een andere natuurkundige wetmatigheid.

In het midden drijft een grote bol met zeven kleinere bolletjes er half onder en omheen. Zodra ik mijn hoofd buig, zweeft de hele cluster omhoog naar het midden van mijn blikveld toe. Dat is vergelijkbaar met wat luchtbelletjes in een waterfles doen. De kleinere bolletjes hergroeperen zich dan aan de onderkant van die grote bol. Kijk ik omhoog, dan drijven ze zijwaarts van hun grote broer. De grote bol werkt als een magneet voor de hele groep.

Ik kan er al spelletjes mee doen. Kijk ik naar links, dan drijft het meest rechter bolletje omhoog, maar het verlaat de grote bol nooit. Verder kan ik kleine bolletjes tegen elkaar laten tikken of draaien zoals tandwielen doen. Na wat oefening lukt het zelfs om drie kleine bolletjes bovenlangs over te rollen naar de andere kant van de grote bol.

Jammer dat niemand anders dit kan zien, want ik ben er best behendig in. De foto met tekening benadert ongeveer mijn huidige zicht met bolletjes. Alleen is mijn zicht vooralsnog veel waziger dan hier.

Een goede afronding

Iedere jaarwisseling is een belangrijk scharniermoment, dus tegen het jaareinde moet ik alles goed hebben afgerond. Heb ik dat niet gedaan, dan gaat het in het volgende jaar mis. Dat is echt zo, want vorig jaar verzuchtte ik dit: ‘Maar steeds is er iets anders wat toch nog moet. Twee stappen vooruit; totaal onverwachts een stap terug. En sommige zaken komen gewoon niet goed. Daar zou ik misschien wel mee kunnen leven, als ik niet zo gevoelig voor jaarwendingen was.’

Sommige lezers reageerden als de nuchterheid zelve. Zo schreef Kees: ‘Jaarwendingen zijn niks bijzonders. Er gebeurt van nature niets wat niet binnen de bandbreedte van de dag ervoor en de dag erna past. Om dat te overschreeuwen wordt er een heleboel herrie omheen gemaakt. De enige dag in de omgeving van de datum is 19 of 20 of 21 december, de dag van de winterzonnewende. De rest gaat om aangeprate gevoelens.’

Nou, dat maak je mij niet wijs. Gelukkig waren er ook mensen die mijn woorden onderschreven. Blewbird bijvoorbeeld: ‘Ik herken dat gevoel van willen opruimen voor de jaarwisseling.’ Dank je, Blew. Maar aansluitend stelde jij het volgende: ‘Het is goed als het lukt, maar niet heel erg als niet. Geen reden voor extra stress.’ Alsjeblieft, laat dat gerelativeer toch achterwege. Moet je kijken wat voor een jaar 2020 geworden is!

Daarom ben ik nu alweer verwoed bezig met afronden. Vandaag schoot het aardig op en dat voelt goed. Ook heb ik dat logje van vorig jaar nog eens aandachtig bekeken en nu snap ik helemaal waarom 2020 zo vol kommernis is. Er had een andere foto bij gemoeten. Die foto van dat plukje haar aan het prikkeldraad was niet positief. Hopelijk doet bovenstaande foto het volgend jaar beter.

Om elke mogelijke kans op misverstanden uit te sluiten, voeg ik voor alle duidelijkheid deze verklaring toe: Engelen laten ons via witte veertjes weten dat ze bij ons zijn. Vind je een wit veertje op je pad, dan betekent dit dat je op de goede weg bent. Dat staat tenminste op internet.

Zo, morgen nog die paar laatste dingen afronden en dan hebben we het met dit jaar gehad.

Een half minuutje Wodanseiken magie

Na het zoveelste plaatselijke wandelrondje wil ik op verkenning gaan in onbekend gebied. Daarom besluit ik op een mooie herfstdag een dropping te doen. Met de bus rij ik naar een bosgebied tussen twee dorpen in. Vanaf de halte loopt hier een bospad naar een heideveld dat ik wel ken. En daar ergens in de buurt moeten ook de Wodanseiken zijn. Alleen weet ik niet precies waar de route ligt tussen die twee.

De Wodanseiken staan in een zeer romantisch bosgebied dat al vaak door kunstschilders is vereeuwigd. Romantisch, in de zin van oude bomen op een mosgroen terrein vol heuvels, wallen, geulen en zacht kabbelende beekjes. De paden kronkelen alle kanten op en het zicht is er beperkt. Je waant je er al snel in een andere wereld.

Voor de zekerheid breng ik water, een plattegrond en mijn smartphone mee. Googlemaps geldt als back-up, want je kan er makkelijk gedesoriënteerd raken. Maar eerst wil ik het zonlicht als leidraad nemen.

De idylle van verlatenheid wordt slechts mild verstoord door het komen en gaan van andere wandelaars op de heide. Bij de bosrand aan de overkant staat een vrouw met een telelens en camera. Zoekend kijkt ze om zich heen. ‘Weet u misschien waar de Wodanseiken zijn?’, vraagt ze aan mij. Nou, slechts heel globaal en juist dat vind ik fijn.

Zodra ik het bos betreed, komt mij een koele, vochtige herfstlucht tegemoet van de natte begroeiing op een zompige ondergrond. Eindelijk is het stil. En nu wordt het spannend. Want welke kant moet ik op?

Er staat huisje bij een beek met daarlangs een pad. Ik daal af naar de beek en kijk zoekend naar links voor iets herkenbaars. Maar al wat er is, zijn de bomen, de beek en het pad. Dan draai ik mij om. En jawel, daar staan ze: een hele rij fotografen met toeters van telelenzen recht tegenover de Wodanseiken waar een kunstschilder bezig is.

En weg is de magie.

Verras mij eens met muziek

Al jaren verlang ik naar radiozenders waar dj’s een breed scala aan muziekgenres draaien. De meeste zenders spelen steeds dezelfde commerciële succesnummers en presenteren hun luisteraars weinig alternatiefs. Een stad als Rotterdam telt ruim honderd culturen, maar het muziekaanbod op onze radiozenders is bijna volledig gesegregeerd. Van mij mag er veel meer worden gevarieerd.

Ga eens voor de B-kant van een vroegere hit. Wissel indie af met filmmuziek en soul. Geef ruimte aan musici uit andere culturen, zoals Afrikaanse bands. Besteed aandacht aan voorgaande eeuwen; varieer Gregoriaans gezang met gothic rock. Zoek de overeenkomsten en de verschillen op.

En laat eens wat horen van de Acadians. Nee, dat is geen band. Acadians waren Franse immigranten die neerstreken langs de kust van Louisiana en zij ontwikkelden een geheel eigen mixstijl in muziek.

Er is zoveel meer dan het gangbare mainstream geluid. Alleen kan ik moeilijk benoemen wat ik mis, zolang ik niet weet wat er allemaal is. Feitelijk zoek ik een dj die permanent het wereldwijde muziekaanbod scant én de algehele muziekgeschiedenis kent en daaruit vervolgens een mix van leuke vondsten presenteert. Dat moet een kenner toch kunnen, lijkt mij.

Hoe en waar maak jij kennis met onbekende of bijna vergeten muziek?

Nieuwste aanwinsten paddenstoelenverzameling (2)

Het eerste deel van mijn nieuw ‘ontdekte’ paddenstoelen bevat voornamelijk pasfoto’s. Paddenstoel in het midden: klaar. In dit tweede en laatste deel presenteer ik paddenstoelen die wat extra’s hebben. Ze dragen namelijk allemaal blaadjes op hun hoed, als ware het accessoires. Zo’n accent levert klassieke herfstplaatjes op. Ook nu zijn tips over soortnamen welkom. Enkele andere bijzondere vondsten staan hier.

Een smakelijke roodbruine boleet met decoratief blad.

Een paddenstoel met hoogglanshoed. Zie ook het transparante ukkie rechtsonder.

Een geelgroene stuifzwam in herfsttooi.

De fungus incognito.

De roodgrijze golvende randenzwam.

Nieuwste aanwinsten paddenstoelenverzameling (1)

Nederland telt circa 3.500 paddenstoelensoorten en ieder jaar ‘ontdek’ ik er meer. De meest fotogenieke exemplaren gaan gelijk op de foto. Alleen is het onderscheiden van die soorten wel een uitdaging. Om onbekende paddenstoelen uit elkaar te houden, verzin ik zelf nieuwe namen. Een boek over paddenstoelen kopen kan natuurlijk ook, maar dit is leuker. Hieronder een greep uit de nieuwste aanwinsten. Tips over hun ware namen zijn welkom.

Vermoedelijk roze pronkridders -> waarschijnlijk heksenschermpjes.

Geschubde parasolzwammen.

De gifblauwe sluipmoordenaar.

De bruine fluwelen kussentjeszwam.

De bloedrode schoppenzwam; ook wel genoemd biefstukzwam.

De gewone spiegeleizwam.

De bevende blauwe kaaszwam.

De klokkende rokjespaddenstoel, eveneens bekend als kwallenzwam.

De keerzijde van de fotografie

‘Zo’n plek waar de hele dag meerdere fotografen bovenop zo’n nest staan, daar heb ik niets te zoeken’. Aan het woord is professioneel fotograaf en natuurfilmer Ruurd-Jelle van der Leij in Trouw (18 juli 2020). Het artikel De jacht op de mooiste kiek gaat over de uitwassen in de natuurfotografie. Zeldzame vogels worden voortdurend gestoord bij het grootbrengen van hun jongen. Simpelweg, omdat fotografen per sé hun eigenste plaatje moeten scoren. Met als gevolg dat de kuikens het niet redden.

Niet alleen natuurfotografen verstoren de boel. Ook urban explorers kunnen er wat van. Waar de pioniers nog zorgvuldig met verlaten gebouwen omgingen, richt de huidige lichting meer schade aan. Sommigen zetten doelbewust hele kastelen in lichterlaaie. Alles voor het spectaculairste resultaat. Terwijl het toch zo mooi begon. Ik lees dit in Urbex et orbi, een artikel in de VPRO-gids over Patina-Paradiese – Ruinen der Rüstung. Vandaag en morgen om 17:50 uur op ARTE te zien.

‘Leave nothing but footprints, take nothing but pictures.’ Deze slogan ken ik uit de reiswereld. Maar zelfs met voetstappen kan het onbedoeld misgaan. Vorige week oefenden we met de sportclub op een grasveld. Het was bij de Westerbouwing; een prachtig gebied. Een van ons ontdekte een felrode paddenstoel en gelijk liep de rest ernaartoe. Waardoor andere paddenstoelen, die minder opvielen, vertrappeld werden.

En ik herinner mij de gekte van file rijdende toeristenwagens in Kenia. Niet op de snelweg, maar in de wildparken. Wordt er ergens een leeuw gespot, dan melden de chauffeurs dit over de radio. Vervolgens rijden ze elkaar allemaal achterna. Dus als je weer een plaatje ziet van een leeuw, weet dan dat er waarschijnlijk vijftien auto’s omheen staan.

Het doet mij afvragen wat er schuil gaat achter sommige blogs met fotografie.  Hoe gedragen de fotograferende bloggers zich? Wat is eigenlijk hun diepere drijfveer? Zowel natuurfotografen als urban explorers lijken op jagers. Constant op zoek naar kansen. Om de mooiste plaatjes te schieten. Om het aangetroffene in beelden te vangen. Om het tot ‘eigendom’ te maken. Of denken ze origineel te kunnen zijn?

Al begin negentiende eeuw krasten rijke westerlingen hun namen in de monumentale panden van Persepolis. Ik heb de beschadigingen met eigen ogen gezien. Een hoogstaande en eeuwenoude cultuur gereduceerd tot ondergrond voor verveelde jongelingen uit de elite. En waarom? Dienden die krabbels als trofeeën? Als symbolisch bewijs van eigendom voor iets wat te groot was om te stelen? Om aan degenen die na hen kwamen te kunnen laten zien: ‘I was here’?

Ze waren daar niet de eersten. Originaliteit is slechts voorbehouden aan de vrije geesten en de pioniers. Voor originaliteit moet je namelijk van alle gebaande paden afwijken.