De Einzelgänger

Voor het eerst in 2,5 jaar tijd zijn we als groep weer bijeen. Eén van ons is sinds de vorige bijeenkomst weggevallen. De op-één-na-oudste. De oudste ging haar al voor. We zijn allemaal nauwelijks veranderd. Maar van één weten we allemaal dat dit weleens de laatste keer kan zijn.

De avond ervoor bedacht ik dat ik het nu moest vragen, als ik het nog weten wou. Want hij is een enigma. Al zestien jaar lang. Altijd heel rustig, altijd heel stil. Soms ineens een grapje makend, evenals prachtige fotografie. Aardige vent, leuke vent ook. Maar ik ken hem niet.

Dus vroeg ik het, toen er een pauze in de gesprekken rondom de tafel viel. ‘Jullie zullen het wel een rare vraag vinden, maar ik wil hem toch stellen.’ Ik keek hem aan, hem alleen, en vroeg: ‘Wie is T. nou?’

Zijn vrouw zat naast hem en draaide zich een kwartslag naar hem toe. Rustig achteroverleunend en wachtend op wat volgen zou. De rest van de groep keek al even nieuwsgierig toe.

Nadat hij de tijd had genomen om zijn woorden goed te ordenen, kwamen ze er één voor één uit. Alle kenmerken die inderdaad zo kenmerkend voor hem zijn. Vooral nu hij het zelf zei.

Ik vond het eerste kenmerk dat hij noemde het mooist. Gewoon, omdat hij het over zichzelf durfde te zeggen, zonder dat er een negatieve connotatie bij kwam. ‘Einzelgänger.’

Zou ik dat voortaan ook over mijzelf mogen zeggen, of is dit nog altijd sociaal-maatschappelijk onacceptabel voor een vrouw?

Een blog als dynamisch dagboek

‘Dat klinkt alsof je de geschiedenis wilt uitwissen…’, schrijft Ronald onder het log over de grote schoonmaak van Raam Open. Ik kan mij indenken dat het verwijderen van logjes deze indruk wekt. Meerdere bloggers tonen in de rechterkolom van hun site lijsten met jaartallen waarachter duizenden oude logjes schuilgaan. Hieraan kan je zien hoeveel jaar zij al op internet actief zijn. Waarschijnlijk gebruiken zij hun blog als persoonlijk archief voor alle zaken die zij belangrijk vinden.

Veel titels van mijn oude logjes ken ik uit mijn hoofd, zo zeer werden zij mij in de afgelopen jaren vertrouwd. Logjes uit de jaren 2013 – 2019, die nog steeds op Raam Open staan, zijn ware overleveraars. Zij hebben herhaaldelijk grondige opschoonsessies doorstaan. De nu overgebleven logjes zijn mij dierbaar. En meer dan dat. Ze zijn verworden tot een soort persoonlijkheden. Ik ken ze zelfs bij naam. Zodra ik hun titels lees, weet ik vrijwel woordelijk waarover ze gaan.

De wereld vergaat heus niet, Geboortebeperking als redding, Thinking out of the box, Hakken in het zand/de bijstand, Iedereen is een *s*t*e*r*, De zwerver, Authentiek Rotterdam. Zomaar wat titels uit de vroegste maanden van mijn bloggersbestaan. Er staan fundamentele gedachten, ervaringen en gevoelens in, die door de jaren heen onveranderd zijn gebleven. Deze logjes weghalen, zou aan zelfverloochening gelijk staan.

Maar in de loop der jaren heb ik eveneens teksten geschreven waarover ik ben gaan twijfelen. Vaak heb ik dergelijke logjes tussentijds geschrapt. Ik ervaar logjes waar ik niet langer achter sta als onwaar.

Een voorbeeld. Soms heb ik geprobeerd om positief te kijken naar (en te schrijven over) situaties waar ik in werkelijkheid moeite mee heb. Of heb gehad. Als ik dan zo’n logtitel weer tegenkom, dan knaagt dat. Er staan in feite onwaarheden in, want het gevoel dat nu nog overheerst, is dat ik moeite met de situatie heb. Of heb gehad.

Een positieve wending geven aan een verhaal, is overigens geen vorm van schrijven voor de bühne. Het is eerder een soort bezwering waarmee ik mezelf probeer te dwingen niet het negatieve te laten overheersen. Soms lukt dat. Soms niet. En wanneer dat niet lukt, is zo’n log met een positieve omdenking vals. Dus moet het van Raam Open af.

Van elk log op Raam Open heb ik vooraf in Word een concept geschreven. Al die concepten bewaar ik, ook nadat de logjes verdwijnen van Raam Open. Bij de concepten in Word-documenten voeg ik regelmatig voor mezelf aantekeningen toe. Want hoe persoonlijker het wordt, hoe liever ik zaken vaag hou op internet. Met als gevolg dat ik soms zelf niet meer weet waarover een verhaal precies gaat.

Zodra ik logjes definitief schrap, verdwijnen ook de reacties voor altijd. WordPress biedt voor de reacties onder gewiste logjes geen aparte prullenbak. Daarom plak ik soms een reactie onder het concept in het Word-document. Zoals een reactie van Ingrid B op Het leven is maakbaar, toch? Daarin verwijst zij naar het begrip dramadriehoek. Het log vond ik te matig en is geschrapt, maar die verwijzing naar de dramadriehoek blijft voor mij relevant.

De opmerking van Ronald heeft mij doen beseffen dat ik Raam Open gebruik als dynamisch dagboek. Dit in tegenstelling tot een dagboek op papier, dat minder flexibel is dan een website. Natuurlijk, je kan pagina’s uit een dagboek scheuren, teksten doorkrassen, of hele stukken dichtplakken (wat ik vroeger wel heb gedaan). Maar over het algemeen laten mensen alles in hun dagboek staan.

Raam Open fungeert als dynamisch dagboek en als dynamisch fotoalbum. Dynamisch in de zin dat hier mijn actuele opvattingen en inzichten staan. Van mij hoeft een blog geen geschiedenis weer te geven. Daar heb ik Word-documenten voor. Voor wat ze waard zijn, want ook daarin staat evenmin het hele verhaal. …

(Bovenstaande foto uit een verwijderd log verbeeldt de natuurlijke schoonheid van vergankelijkheid.)

Verwachtingen

Voor mijn gevoel wordt het weer tijd voor een logje. Ik had bij aanvang van dit blog eigenlijk niet bedacht dat ik voortaan zou moeten gaan voldoen aan een verwachting. De verwachting onder volgers van de regelmatige verschijning van een nieuw logje.

Hoe vaak in ons leven proberen we te voldoen aan verwachtingen? Verwachtingen die we van onszelf hebben. Verwachtingen die anderen van ons hebben. En hoe vaak gaat het daarbij om verwachtingen die nooit worden uitgesproken, maar die we wel voelen? Die reëel zijn, of die we ons inbeelden.

Van de vele vormen van vrijheid, waarnaar we kunnen streven, is vrij zijn van verwachtingen er één van.

PS: Het kunstwerk hierboven is een watervalletje op zijn kant, gefotografeerd door de eigengereide camera van mijn smartphone, die zelf zijn ding doet wanneer hij daar zin in heeft.

Voldoening uit creatief werk

oog voor kunst in de natuur

Wat zou het mooi zijn als we allemaal van onze liefhebberij ons werk konden maken. Een hobby-bioloog leidt onze groepswandeling in het bos. Regelmatig staan we stil. Want hier groeit een zoutminnend plantje en daar een aardig bloempje. De gids praat enthousiast en neemt veel foto’s. Hij maakt uitgebreide fotoverslagen voor op internet, vertelt een vrouw. Het geeft hem zichtbaar voldoening.

Zelf is ze een semiprofessionele schilderes. Ze komt bescheiden over, maar heeft eens de Gelderlander Kunstprijs gewonnen met haar werk. Ook verzamelt ze al jaren mooie afbeeldingen en citaten. Die combineert en verwerkt ze tot collages in plakboeken. Soms vraagt ze zich af of er mee door zal gaan. Toch koopt ze steeds weer nieuwe lege albums. Want als ze depressief is, zegt ze terloops, dan bladert ze er graag in. Ze heeft er 26.

Ik kan me voorstellen hoe creativiteit haar opbeurt. Het is heerlijk om jezelf te verliezen in kunstzinnig werk. Om op die manier uiting te geven aan wat belangrijk voor je is. Daarbij helpen de mooie plaatjes en citaten haar om zichzelf terug te vinden. In plakboeken doet zij iets vergelijkbaars als wat ik doe op dit blog.

Er is een klik en herkenning. Ik ontmoet niet zo vaak mensen die op een leuke manier praten over teksten, kunst en fotografie. Over hoe je met gedachten speelt en dwarsverbanden legt. Over hoe je daar in woord en beeld uiting aan geeft. Ze is ook naar de kunstroute geweest.

Ik vertel hoe een blogger mij aanzette tot het maken van de serie ‘Spiegelingen in het water’. Sowieso vind ik fotoblogs van anderen leerzaam. Ook van boombladeren staat een serie op dit blog. Onderweg vind ik een gedroogd blad van de Amerikaanse Eik en toon haar dat als voorbeeld. Geleidelijk ontstaat er een momentum: een punt waarop we elkaar beginnen te inspireren. Twee personen die korte stiltes kunnen laten vallen, terwijl onze gedachten verder gaan. Maar iemand wil per se tussenbeide komen en wat in de lucht hangt, vervliegt.

Vlak voor het afscheid komt de schilderes nog even naar me toe en toont een gevonden bramenblad met spikkels. ‘Als je er eenmaal op bent gewezen, ga je het zien.’, zegt ze. 😉

Bloggen is ook: mislukte logjes oplappen

Goed schrijven is vooral veel schrappen, zeggen ze. Dat kan kloppen. Onlangs werkte ik aan een pittige tekst over bitcoins. De focus was echter nogal eenzijdig, terwijl ik zaken liever van meerdere kanten bekijk. Verder haperde mijn gedachtegang. In feite moest ik nog details natrekken en alles beter aan elkaar schrijven. Ook stond het vol ferme termen: asociaal, ondemocratisch, discriminatoir. En een idee in de slotalinea kwam niet uit de verf. Kortom, het rammelde en diverse alarmbellen gingen af. Maar ik negeerde het gerinkel en plaatste het op internet.

Tegen beter weten in natuurlijk. Want zo’n actie blijft nooit lang ongestraft. Weldra begonnen de onafgewerkte randjes en vragen te knagen: Hoe zit het nu precies met dat energieverbruik? Worden er illegaal computers voor mining van bitcoins gebruikt, of betreft dat een andere munteenheid? En al die heftige termen, moeten die nu echt? Dan mijn kronkel naar Afrika. Ik kon hem zelf amper volgen. Bij nader inzien leek het wel alsof ik tijdens het schrijfproces half dronken was. Wat een flutstuk. Ik heb snel het nodige geschrapt en aangepast. Nog is het niet geweldig, maar nu kan het ermee door.

Uiteraard lijd ik aan een vorm van perfectionisme. Liever beschouw ik dit gepuzzel als jongleren met woorden. Wil je goed schrijven, dan moet je afstand houden, terugkijken, schrappen en verbeteren.

Je ontkomt niet aan eenrichtingsverkeer. Toch wil ik met mijn blog iets creëren wat ze in de Happinez ‘holding space’ noemen. Dat is iemand in een gesprek c.q. bij het lezen de ruimte geven om zijn eigen gedachten te vormen. Mijn tekst zou dicht moeten blijven bij dit principe.

Think before you speak. Is it True? Helpful? Inspiring? Necessary? Kind? Dat laatste niet altijd, maar de rest vind ik wel relevant.

Wil je als blogger veel volgers krijgen, dan moet je nog meer regels in acht nemen. Ik negeer de meeste, want regels leveren bij mij een verkrampte blogstijl op. Weliswaar dragen tips voor zoekmachineoptimalisatie bij aan professionaliteit. Maar vaker komt zo’n uitgekiend blog op mij over als een gelikte eenheidsworst. Authenticiteit vind ik gewoon belangrijker. Dus vlieg ik soms uit de bocht.

Wanhopig op zoek naar aandacht?

Vannacht komt How to lose friends & alienate people op tv. Deze film gaat over een jonge schrijver die principieel voor eerlijkheid en no-nonsense gedrag is. Hiermee werkt hij zich flink in de nesten. Misschien zou ik beter eerst naar die film kunnen kijken. Want ook ik heb een aversie tegen mensen die zich mooier voordoen dan ze zijn. En ik hou niet van overdreven aandachttrekkerij. Daar ga ik nu wel over schrijven. Wil je dit liever overslaan? Lees dan alleen nog de aanbeveling voor een mooie foto-expositie van Jeroen Swolfs onderaan.

Even ter inleiding. Via WordPress ontvang ik per e-mail elke nieuwe post van een tiental blogs. Verder lees ik dagelijks op Ximaar’s Blogspot boeiende berichten van andere bloggers. Soms bezoek ik ook de Onafhankelijke Bloggers Associatie. Ik lees dus regelmatig blogs en op een gegeven moment viel mij daarbij iets op. Of liever: iemand viel mij op. Een man die op talloze blogs te zien is als volger, als liker of als reageerder.

Het kan natuurlijk zijn dat hij gewoon erg enthousiast is, anderen wil aanmoedigen en het heerlijk vindt om te reageren. Mogelijk heeft hij er geen enkele bijbedoeling mee. Hij is altijd vriendelijk, dus daar ligt het evenmin aan. Maar. Als ik een pootafdruk onder vrijwel elk bericht zie staan, dan ga ik toch achter mijn oren krabbelen. En als iemand continu reacties achterlaat die inhoudelijk nauwelijks iets toevoegen, dan ga ik nadenken.

Lange tijd ontsprong mijn eigen blog de dans. Maar op een gegeven moment is hij er toch op beland. Dus daar kwamen ze: de pootafdrukjes, de korte reacties, en, als ik daarop reageerde, de razendsnelle nieuwe reacties. Altijd ondertekend op een karakteristieke manier. Goh, dacht ik, heeft die man eigenlijk wel een leven buiten al dat geblog en gevolg? Dus nam ik maar eens een kijkje op zijn site. Nou, hij schrijft echt overal over. Tjonge, dacht ik, dat jij van zo veel verschillende dingen kennelijk zo veel af weet. Want dat was toch mijn indruk.

Om een stortvloed aan berichten in mijn mailbox te voorkomen, besloot ik hem maar niet te volgen. Bovendien, daarvoor moet ik iemands werk wel heel boeiend vinden. Sommige onderwerpen spreken mij gewoon minder aan en ik ben niet van de liflafberichtjes plus dito reacties. Dat geeft niets. Een ander zal ze vast wel waarderen en op ieder potje past een dekseltje, etc.

Op een gegeven moment schreef ik over een onderwerp dat gevoelig ligt. Hij reageerde op een manier die voor langdurig werkzoekenden duidt op totaal onbegrip. Ik probeerde hem nog tot een ander perspectief te bewegen. Maar meneer bleef in twee daaropvolgende reacties uitsluitend over zichzelf schrijven. Toen kwam er een woord in mij op: narcist. Ik heb die reacties kort daarna van mijn blog gewist.

Bij een nieuw log van mij kwam hij weer als eerste met een reactie. Hij verwees daarin met een link naar zijn eigen blog. En alweer zonder echt op mijn tekst in te gaan. Met name dat laatste deed mij afvragen waarom. Bovendien bestaat er zoiets als etiquette voor bloggers. Van mij mag iemand best een keer naar zijn eigen blog verwijzen als dat relevant is. Maar in dit geval kon ik het slechts beschouwen als de zoveelste poging om bezoekers naar zijn eigen blog te leiden. Daarom wees ik hem op De wondere wereld van blog etiquette. Hij reageerde zo ongeveer binnen een minuut; vriendelijk en instemmend als altijd. Toen ik wat later naar de site statistieken keek, bleek dat hij niet eens op die link had geklikt. Ook die correspondentie heb ik van mijn blog gewist.

Deze week zag ik een nieuwsgierig makende titel van zijn laatste log via Ximaar’s Blogspot. Hij had net twee uur eerder over een expositie geschreven. Terecht, want die lijkt mij zeer de moeite waard en dan is het leuk als iemand je erop attendeert. Maar iets aan zijn tekst deed mij twijfelen. Was het omdat ik jarenlang syllabi heb gemaakt van teksten die door verschillende auteurs waren geschreven? Ik kopieerde een zinsnede en plakte die in het zoekveld van Google. En jawel, daar dook vrijwel de integrale tekst op. Op een website vol aankondigingen van foto-exposities, waarnaar hij niet verwees. Ik schreef vervolgens een reactie met verwijzing, die hij als de onschuld zelve van zich af liet glijden. Hm, wie is dan de echte auteur?

Onderzoekend als ik ben, kon ik het natuurlijk weer niet laten om navraag te doen. De redacteur van die website heeft mij vanmorgen gelijk terug geschreven. Volgens hem komt de tekst uit een persbericht dat hoogstwaarschijnlijk van de fotograaf zelf afkomstig is. Oké …

Moraal van het verhaal: wees eerlijk, doe niet wanhopig en maak liever mooie foto’s. O ja, en breng een bezoek aan die expositie van Jeroen Swolfs. Het ziet er veelbelovend uit!

Naschrift 5 november 2016.
De blogger in kwestie heeft indirect bij twee andere logjes op Raam Open gereageerd.
Over het auteurschap schrijft hij dit: ‘De tekst van de folder neem ik dan in overleg letterlijk over. Zoals ik ook met een verwijzing naar een website aangeef dat ik niet mijn tekst gebruik maar een geleende tekst doorgeef.’
Daarop is mijn antwoord: ‘Waar ik ook zoek op de website waar jij naar verwijst (streetsoftheworld.com), de tekst die jij op je blog hebt gezet komt daar niet mee overeen. En dus zal iedereen denken dat je de tekst op jouw blog zelf hebt geschreven. (…) Je had op zijn minst de tekst tussen aanhalingstekens kunnen zetten en naar die folder als bron kunnen verwijzen.’