Archaïsch beleid

Als politicus of beleidsmaker wil je natuurlijk iets moois bereiken. Economische voorspoed en welvaart voor iedereen. Mensen de ruimte geven en een duurzame toekomst bieden. Bij grote meningsverschillen wordt weleens vergeten dat elke partij denkt goed bezig te zijn. Idealisten zijn prijzenswaardig. Ik heb alleen moeite met de mastodonten van deze tijd. Er schort iets aan de timing van hun beleid.

Denk aan zo’n bank, waarvan het bestuur maar blijft roepen: ‘Die hoge salarissen zijn echt nodig, hoor. Anders vertrekken onze beste mensen allemaal naar het buitenland.’ Triodos bewijst hun ongelijk.

Of neem het dichter bij huis: het Leidse Aalmarktproject. Jàren is erover gesteggeld door politici, het bedrijfsleven en bewoners. Nu het eindelijk wordt uitgevoerd, heeft ons veranderde koopgedrag het achterhaald. Hallo jongens, moeten we de zaak niet een beetje bijsturen? Of blijven we halsstarrig verder bouwen voor winkelleegstand?

Maar de klapper maakte Christine Lagarde van het IMF deze week. De groei van de wereldeconomie zal naar verwachting dit jaar op 3,5 procent uitkomen. ‘Dat is niet genoeg’, waarschuwt zij.

Meid, je meent het. Laten we nog snel wat oerbos omhakken en er lucifers van maken. Eens zien hoe lang het duurt voordat de volgende vluchtelingenstroom dan op gang komt.

Kloof bij Bukittinggi

Verantwoording van subsidies

In de Volkskrant van 26 juni staat een interview met Eddy van Hijum (CDA) over onze financiële bijdrage aan de EU. Hij vindt dat het maar even afgelopen moet zijn met betalen. Want 25 van de 28 EU-lidstaten maken op geen enkele manier duidelijk hoe zij toegekende EU-fondsen besteden. Het gaat om 130 miljard euro per jaar. Uit steekproeven blijkt dat met zo’n 5% van de uitgaven iets mis is. Nederland is toch zeker Gekke Henkie niet?

Vraagtekens
Dat verantwoording van dit soort enorme kapitalen een lachertje is, is al jaren bekend. Ik zag een documentaire over Griekenland die rond het begin van de crisis werd gemaakt. Daar staan grote borden langs de weg bij projecten die met EU-geld zijn gefinancierd. Er was in de wijde omtrek geen tastbaar resultaat te bekennen. Lokale bewoners wisten wel hoe het zat. In Brussel zijn ze op de hoogte van fraude en wantoestanden. Maar wie wil bijten in zijn eigen staart?

Democratie versus netwerken
Alleen de Noord-Europese landen Nederland, Zweden en Denemarken leggen openlijk verantwoording af over ontvangen EU-gelden. Deze landen hechten sterk aan democratie. In landen waar familiebanden en netwerken een grotere rol spelen, komen objectiviteit en rationaliteit in het gedrang. Dit speelt wereldwijd bijna overal buiten Noord-Europa. Ben je lid van een invloedrijk netwerk, dan zit je daar goed. Maar de mensen die buiten de boot vallen, verlangen naar meer zeggenschap. Volgens Van Hijum willen ook EU-parlementariërs uit Griekenland, Hongarije en Engeland dat landen verantwoording afleggen.

Ontwikkelingshulp
Lang was binnen de ontwikkelingssector het resultaat van gesubsidieerde programma’s even onduidelijk. Laat staan het effect op langere termijn. Ik denk dat dit de afgelopen twintig jaar behoorlijk is verbeterd en nu zelfs doorschiet. Goedwillende organisaties in armere landen worden soms horendol van de hoeveelheid data die zij voor verantwoording moeten verzamelen. Daar zijn ze blij als geldverstrekkers hun vragen tot de kern beperken. Dat scheelt aan beide zijden bureaucratie en zinloos geturf.

Zuid-Soedan
‘Half miljard aan ontwikkelingsgeld verspild in Zuid-Sudan’ schreeuwt Nu.nl. Het gaat om 50 miljoen euro per jaar. We praten over een nieuw land waar decennialang oorlog is ge- weest. Eeuwenlang werden de sterkste mensen ontvoerd door Arabieren om ze als slaven te verkopen. In recente tijd werd het land door Noord-Soedan beroofd van waardevolle grondstoffen. Tijdens het regenseizoen raakt jaarlijks de infrastructuur beschadigd en worden grote gebieden onbegaanbaar. De oude machthebbers zijn, net zoals een aantal Europese landen, alleen bereid te hervormen als ze er zelf aan verdienen. Werkelijk alles moet daar van de grond af worden opgebouwd. De bevolking voelt zich nog zo onveilig dat patiënten in het ziekenhuis met een wapen in bed liggen. Moeten we die mensen aan hun lot overlaten? Er is voor zo’n land geen blauwdruk om te zorgen dat alles gelijk goed gaat.

Logica
Ik ben benieuwd of degenen die moord en brand schreeuwen over ontwikkelingsgeld voor Zuid-Soedan, zich ook roeren over bestedingen binnen Europa. Stel dat jaarlijks 5% van 130 miljard euro inderdaad in de zakken van dubieuze lieden verdwijnt. Dan kunnen we die 6,5 miljard per jaar heel wat effectiever besteden in landen met enorme vluchtelingenkampen. Uitzichtloosheid en werkloosheid onder jongeren vormen een belangrijke voedingsbodem voor ISIS. Mits welbesteed, is ontwikkelingshulp een van de weinige positieve middelen om gewone mensen een toekomst te bieden.

Gelukzoekers in een meritocratie

Deze week kwam het begrip ‘meritocratie’ driemaal voorbij. Ik was bezig met een tekst over asielzoekers en werkgelegenheid in onze maatschappij. Daarbij stuitte ik op de vraag of ongeluk en armoede verwijtbaar zijn. Je hebt je leven toch zelf in de hand? Een eerder geplaatst, maar onduidelijk bericht hierover heb ik verwijderd. Er zijn al genoeg misverstanden over ‘gelukzoekers’ uit Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Nu doe ik  een nieuwe poging.

Asielzoekers worden nogal eens verwisseld met gelukzoekers. Gelukzoekers zijn mensen die slechts een beter leven wensen. (Doen we dat niet allemaal?) Veel mensen, die in gammele bootjes de Middellandse Zee oversteken, worden gelokt door rooskleurige verhalen. Verhalen die gaan over sociale, educatieve en medische voorzieningen in Europa. Wat geld hebben ‘gelukzoekers’ wel, want de tocht naar Europa is tamelijk duur. Vaak is hun keuze voor Europa gebaseerd op onvolledige informatie. Omdat geen van hun voorgangers het thuisfront wil vertellen dat hij of zij hier eigenlijk niet slaagt. Een aantal ‘arme’ immigranten is trouwens wel succesvol. Maar daar horen wij in Europa nou juist weer zo weinig over.

Mensen met een gewilde opleiding of ervaring kunnen via bedrijven al relatief eenvoudig Europa binnenkomen. En een groeiend aantal ‘gelukzoekers’ verdient geld in opkomende economieën. Denk aan Nigerianen in China, Congolese vrouwelijke handelaren in Dubai, en de nieuwe lichting Indiërs in Kenia.

In onze economie en samenleving spelen afkomst, aanleg, gezondheid en intelligentie een rol. Veel Nederlanders hebben moeite om mee te komen. In Afrika, Azië en het Midden-Oosten vind je gewoonlijk werk via familienetwerken. Desnoods ‘koop’ je een diploma. Daar zijn kennis en capaciteiten minder van belang om een baan te krijgen. Toch wonen er uiteraard ook genoeg ondernemende, intelligente en inventieve mensen. Zij zijn degenen die juist in eigen land alle steun voor verdere ontplooiing kunnen gebruiken. Steun door aanbod van modern onderwijs en een gunstig ondernemersklimaat voor iedereen. Zodat zij hun land zelf kunnen opbouwen. En de bevolking daar een betere toekomst krijgt. Dat geeft meer voldoening dan lusteloos rondhangen in een asiel­zoekers­centrum en de procedure eindeloos oprekken. Lijkt mij.

Maar wat begin je in een land waar wordt gevochten om grondstoffen en bronnen of gewoon om de macht? Zoals in Syrië, waar nu relatief veel asielzoekers vandaan komen. Ik heb er geen pasklaar antwoord op. Nu vangen relatief arme landen in de regio ruim twee miljoen vluchtelingen op. Zo gaat het meestal bij conflicten. Libanon bezwijkt er bijna onder. Bij mijn weten heeft Europa niet gereageerd op een beleidsvoorstel van de UNHCR voor opvang. Zowel rijke Arabische als westerse landen sturen geld. Maar geen van beide partijen neemt veel Syrische vluchtelingen op. Het zou logisch zijn als de 25 rijkste landen ter wereld hiervoor worden benaderd. Dan nemen we ook landen buiten Europa serieus en kunnen zij laten zien wat zij nu waard zijn.

Stel dat 25 rijke landen, en wellicht ook anderen in de wereld, Syrische vluchtelingen willen opnemen. Wat kunnen wij deze mensen dan bieden? Eerst een plek om zich weer een beetje veilig en thuis te voelen. En dan iets om te doen. Elk land stelt een verlanglijst op van professionals en vaklieden waar een tekort aan is. Het mogen ook ondernemers met een zeker kapitaal zijn. Australië werkt al jaren met dergelijke lijsten voor reguliere immigratie. Elk land geeft aan hoeveel vluchtelingen het wil opnemen. Daarna gaan de uitnodigingen voor sollicitanten via de UNHCR naar vluchtelingenkampen. Van elke 100 genodigden, bestaat 85% uit mensen met gewenst beroep of kansrijk ondernemingsplan. Zij mogen hun eigen gezin meebrengen. De overige 15% bestaat uit kwetsbare personen met begeleiders voor wie elders geen goede opvang is. Henk en Ingrid zijn vast tegen. Tenzij hier mensen bij zitten die de economie weer op gang kunnen krijgen.