Onderweg naar de tandarts

Het regent en ik moet extra vroeg op vanwege een tandartsafspraak.
Reden genoeg voor een baaldag. Maar dat is buiten de route gerekend. Want hoeveel mensen kunnen naar de tandarts via een Lange Afstand Wandelpad? Er loopt bovendien een Streekpad langs de praktijk. Dus mag ik kiezen. Wordt het deze keer het Veluwe Zwerfpad, of het Maarten van Rossumpad?

Uhm, … nou, … weet je wat? Doe ze allebei maar!

De watermolen.

Het pad in het Sonsbeek park.

Langs een vijver met uitzicht op de stadsrand.

En een stukje van de Burgemeesterswijk.

Het Arnhemse park Sonsbeek is een ideaal beginpunt voor uitstapjes. Vandaar dat hier altijd twijfel ontstaat. Want is dit nu een wandeldag, of ben ik op weg naar de tandarts?

Zicht vanaf de Waalbrug op Arnhem

Als blogger moet je wel je verantwoordelijkheid nemen. Zo mag je je volgers niet in gevaar brengen. Dus als één van hen (Mack) achter het stuur van zijn auto zit, en midden op de Nijmeegse Waalbrug in de verte Arnhem probeert te ontwaren (naar aanleiding van onze reacties op het logje over bruggen in Nijmegen), dan voel ik mij wel geroepen om in te grijpen. De situatie op die brug is namelijk verre van ideaal vanwege werkzaamheden.

Daarom plaats ik nog liever bovenstaande te vage foto. Wanneer je op die foto klikt, krijg je een vergroting.

En kijk je vervolgens héél goed naar de horizon boven de rood-witte wegafzetting, dan ontwaar je precies ter hoogte van de middelste rode streep de blauw-groene torenflats bij station Arnhem Centraal. Plus de TenneT-toren rechts van de lantaarnpaal.

Volgende keer zal ik wel een betere foto maken.

Gevonden! De Heelsumse beek

Rondom Arnhem weet ik een heleboel mooie stukjes wandelgebied te vinden. Tenminste … als ik bij een bekend startpunt van een route kan beginnen. Ook noem ik zo de namen op van een hele serie bushaltes. Bijvoorbeeld die van lijn 352 tussen Arnhem en Wageningen. Alleen heb ik geen idee hoe je die haltes en routes aan elkaar kan knopen, terwijl ze soms parallel lopen. Ertussen ligt een waar terra incognita.

Maar nu heb ik ontdekt dat er een lijnrecht pad is van halte Kasteelweg naar de Heelsumse beek. Het werd eens tijd. Ik woon hier precies vijf jaar deze week.

De herontdekking van het koepeltje

Vorige week dacht ik ineens terug aan het theekoepeltje in de buurt van Arnhem. Ik zag het zo’n vijf jaar geleden voor het eerst tijdens een wandeling. Het beeld van dat koepeltje kwam spontaan in een gedachteflits voorbij. Zoals dat vaker gebeurt met een herinnering aan iets wat je mist. Dit zal wel het gevolg van de lockdown zijn. Zo verlang ik ook weer terug naar de trein.

Toch is dat koepeltje voor mij een klein raadsel. Toen ik hier pas woonde, kwam ik er tweemaal langs dankzij mensen die de omgeving goed kennen. Sindsdien wandel ik regelmatig alleen en wilde ik het graag nog eens zien. Maar dat koepeltje heb ik nooit meer kunnen vinden.

Afgelopen zondag. Ik maak op landgoed Mariëndaal een ommetje. Voor de afwisseling sla ik een ander pad in dan ik gewoonlijk doe. Aan het eind daarvan beland ik op een parkeerplaats langs de Schelmseweg. Meestal mijd ik paden bij wegen, omdat auto’s en motoren de stilte in wandelgebieden verstoren. Maar door de coronacrisis is er nu minder verkeer.

Aan de overkant ligt een oude bomenlaan en daar vervolg ik mijn wandeling. Links en rechts liggen velden en verderop is een bos. Ik nader een kruising van lanen, kijk naar links en zie: het theekoepeltje! Het staat goed verscholen tussen hagen en bomen achter een wit smeedijzeren hek.

Blij met deze vondst, wandel ik na de bezichtiging van het koepeltje verder. Nu betreed ik voor mijn gevoel wel echt een onontgonnen terrein. Globaal weet ik nog welke kant ik op loop. (Arnhem ligt achter mij.) Al snel, hooguit vijftig meter voorbij het koepeltje, bereik ik weer een kruising van bospaden. Het is een plek die mij verwarrend vertrouwd voor komt.

Heel even is er kortsluiting in mijn hoofd. Ik sta stil, knipper met mijn ogen en kijk nog eens goed. En dan volgt de grootste verrassing. Want ik kén deze plek! Hier kom ik zelfs iedere week! Maar altijd vanuit de tegenovergestelde richting. Nou ja zeg.

Zeg nou zelf: hier valt toch geen koepeltje te ontwaren, of wel soms?

Drie sfeerfoto’s van het afgelopen winterseizoen

Na ieder seizoen hou ik foto’s over die geen plekje hebben gekregen op Raam Open. Ook nu weer van de afgelopen winter. Ze mogen toch best worden gezien en daarom plaats ik ze hier.

De Groene Bedstee in wintertooi, groene takken met bruin gebladerte.

De twee bekende wilgen in de mist.  Deze keer in een natte uiterwaard met Arnhem in de verte op de achtergrond.

Verwaaide schapenwolken, enkele minuten voordat deze rode gloed verscheen.

Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

Spelen met water – fotografie

Vandaag presenteer ik de waterscheiding als subthema binnen de serie spiegelingen. Fotografeer je waterpartijen vanuit een ongebruikelijke hoek, dan kan er een raadselachtig beeld ontstaan. Neem deze foto. Die toont een stukje vijver op landgoed Mariëndaal bij Arnhem. Onder de weerspiegelde bomen zie je een vreemde breuklijn. Heeft een windvlaag daar het water in beroering gebracht? Of betreft dit twee afzonderlijke waterpartijen die van elkaar gescheiden zijn?

Dit beeld herinnert mij aan een zeer bijzondere waterscheiding. De gebeurtenis staat beschreven in Exodus, ofwel het Oude Testament. Tijdens hun uittocht uit Egypte worden de vluchtende Israëlieten opgejaagd door Egyptische soldaten. Ze stuiten op het water van de Rode Zee en kunnen niet verder. Dan, op het meest precaire moment, laat Mozes met hulp van God het water in tweeën uiteen wijken.

En ja, dat was wel even wat indrukwekkender dan mijn foto, maar met bovenstaand effect ben ik toch tevreden.