Uw verslaggeefster op expeditie in oorlogsgebied

Het is nodig, ik moet de deur uit. Bij mijn nieuwe twijfelaar is slechts één laken geleverd en dat moet donderdag in de was. Nu zou je zeggen: ‘Bestel gewoon een paar extra lakens op internet.’ Terecht. Alleen wil ik de stof van mijn lakentjes wel eerst even kunnen voelen. Misschien vind ik het weefsel een beetje te ruw, te koel of wat dan ook. Bovendien vraagt mijn matras om een afwijkende maat. Nee echt, ik moet er nu wel uit.

Dit wordt mijn eerste grote expeditie sinds de bijna complete lockdown. Derhalve bereid ik de tocht grondig voor. Openbaar vervoer mijd ik zo veel mogelijk, want je weet maar nooit in zo’n publieke bus. Als voormalige forens op het traject Leiden – Den Haag huiver ik van ieder vervoermiddel waar airconditioning in zit. Ik ben doorlopend verkouden geweest in die tijd.

Daarom stippel ik vooraf de allerveiligste route uit. Eerst de straat uitlopen, dan naar rechts. Vervolgens een kilometer langs het hondenuitlaatveld. (Fietsers, wandelaars en hondenbaasjes mijden. Desnoods van het pad af wijken.) Snel de weg oversteken, heuvel af, onder het spoor door en dan de wandelpaadjes kiezen waar je het minst vaak medemensen ziet. Nu is het een voordeel dat ik dit gebied eerder heb verkend.

Toch gaat het herhaaldelijk bijna mis. Vlak bij een T-splitsing komt er ineens een compleet gezin van links. Er zijn nog kleine kinderen bij ook. Die vrees ik het meest, want die ukken zijn vaak ongeleide projectielen. En weet jij wat zij onder de leden hebben?

Gelukkig is dit voor hen een educatieve trip. Precies wanneer het complete gezin rondom een boomstronk staat gegroepeerd (de moeder: ‘Dit zijn nu jaarringen.’), speurt ik met een wijde boog om hen heen. Zo het zijpaadje in. Fjiew. Gelukt. Zonder adem te halen en met afgewend gezicht.

Even verderop moet ik over een fietspad stijl omhoog een helling op klimmen. Oei, hier wordt het echt kritiek. Nergens uitwijkmogelijkheden en de straffe wind waait mij tegemoet. Plots komt er een man op een driewieler aan gescheurd. Hij is niet bij zijn volle verstand en heeft evenmin iets meegekregen over die anderhalve meter afstand.

Weer probeer ik zo lang mogelijk mijn adem in te houden. Maar ik loop door de inspanning al te hijgen, dus op die helling gaat het mis. Ik word rakelings gepasseerd. Slik. Als ik nu maar niets binnen heb gekregen.

Dan bereik ik de rand van Arnhem. Mijn God, wat is híer gebeurd? De straten zijn compleet uitgestorven. Heb ik soms een bericht gemist? Is er tussentijds een totale lockdown afgekondigd? Even twijfel ik. Doe ik hier wel goed aan? Maar ik ben op een missie, dus hup, in de benen en voorwaarts.

Weer komt er zo’n potentiële coronavirusdrager op mij af. Hij loopt druk pratend mobiel te vergaderen. En weer waait de wind iemands adem in mijn richting. Ik probeer zijn waaierende slipstream te ontlopen, maar geparkeerde auto’s blokkeren die optie.

Onachtzame mensen vormen steevast een gevaar, zo blijkt in de stad. Daar zijn bijna alle winkels gesloten. De sfeer in de verlaten straten herinnert aan de zondagsrust uit mijn jeugd. Er hangen voornamelijk verlopen types rond in joggingbroek. En ik kan de maat niet krijgen die ik zoek.

Op de terugtocht verkies ik alsnog de bus. Binnen neem ik een strategische positie in, namelijk het achterste bankje in het voorste gedeelte. Dan kan er niemand achter mij in mijn richting ademen. Bij het station doen drie jongens een ellebogenboks. Die lopen een paar berichten achter. Het is er trouwens een komen en gaan van lege bussen. Alleen is het uitgerekend in mijn bus topdrukte: vijf passagiers. Gelukkig is het zo’n lange harmonicabus en is iedereen zich van groot gevaar bewust.

Behalve één oude man. Ook hij is zo’n verlopen type, met morsige kleren, ongeschoren wangen en een slappe boodschappentas. Wat denk je? Gaat ‘ie precies in het bankje voor mij zitten. Wel ja, joh, doe maar gewoon alsof dit normaal is. Met onverholen misprijzen kijk ik de situatie aan. Maar zodra hij zijn gezicht opzij wendt, is voor mij de maat vol.

Demonstratief sta ik op en stommel over het gangpad in de rijdende bus naar achteren. Net op dat moment loopt een jonge man naar de deur, remt de chauffeur, en zwenkt de bus naar de halte. Totaal onverwacht en op luttele centimeters afstand, buigt de jonge man nu naar mijn voeten toe, en raapt een pakje sigaretten op. ‘Die zijn van mij.’, zegt hij lachend, zodra hij weer overeind komt, met zijn gezicht vlak bij mij.

Spelen met water – fotografie

Vandaag presenteer ik de waterscheiding als subthema binnen de serie spiegelingen. Fotografeer je waterpartijen vanuit een ongebruikelijke hoek, dan kan er een raadselachtig beeld ontstaan. Neem deze foto. Die toont een stukje vijver op landgoed Mariëndaal bij Arnhem. Onder de weerspiegelde bomen zie je een vreemde breuklijn. Heeft een windvlaag daar het water in beroering gebracht? Of betreft dit twee afzonderlijke waterpartijen die van elkaar gescheiden zijn?

Dit beeld herinnert mij aan een zeer bijzondere waterscheiding. De gebeurtenis staat beschreven in Exodus, ofwel het Oude Testament. Tijdens hun uittocht uit Egypte worden de vluchtende Israëlieten opgejaagd door Egyptische soldaten. Ze stuiten op het water van de Rode Zee en kunnen niet verder. Dan, op het meest precaire moment, laat Mozes met hulp van God het water in tweeën uiteen wijken.

En ja, dat was wel even wat indrukwekkender dan mijn foto, maar met bovenstaand effect ben ik toch tevreden.

Foto-uitdaging: pandemie in beeld

Gisteren werden we wakker in een nieuwe realiteit. De coronapandemie is nu ook hier een feit. Meteen fotografeert iedereen dezelfde taferelen: lege schappen, verlaten straten, mensen met uitpuilende winkelwagens. Gaap.

Beste fotoliefhebbers, dit kan toch wel wat origineler? Ik nodig iedereen uit om de coronapandemie verrassend in beeld te brengen. Wees creatief, humoristisch, kunstzinnig of wat je maar wilt.

Mijn enigszins onscherpe bijdrage staat hierboven. Deze foto nam ik vandaag in een trolleybus bij station Arnhem. Valt je iets op aan het interieur van de bus?

Hier onzichtbare pijlen leiden passagiers naar de achterdeur om daar in te stappen. Dat is uitzonderlijk. En waarom blokkeert een rood-witte schakelketting het gangpad? Alles ter vermijding van besmettingsgevaar. Zo blijven de passagiers uit de buurt van de buschauffeur.

Vitesse-vlaggen op de Nelson Mandelabrug

Tot mijn vroegste herinneringen aan Arnhem behoort een autorit met mijn zus langs het station, over de Nelson Mandelabrug, naar U2 in het GelreDome. We arriveerden ruimschoots op tijd voor het concert. Daarom liepen we over de brug terug en zaten we een uurtje op een terras bij het water aan de Rijnkade. Dat stukje Arnhem doet mij altijd denken aan Frankrijk. Misschien door de ongedwongen sfeer, de kade en de kasseitjes. De fly-overs dragen ook bij aan dat buitenlandgevoel.

Het heeft wel iets stoers, die fly-overs, zo vlak bij het centrum. Ze bezorgen mij een grote-stadgevoel dat ik niet van andere Nederlandse steden ken. Behalve Rotterdam, natuurlijk. Die stad blijft de uitzondering.

Als automobilist ben je op een fly-over vooral bezig met netjes op de rijbaan blijven tussen de brugleuningen in. Zelf rij ik er alleen als buspassagier overheen. Dan biedt de brug een mooi uitzicht over de stad en de rivier. Maar vaker kijk ik als voetganger vanaf straatniveau tegen het bouwwerk aan. Daar geldt de menselijke maatstaf en die blaast de proporties van al dat beton flink op. Lopend aan de linkerkant over het Nieuwe Plein zie je goed hoe imposant de kronkels van de rijbanen zijn.

Deze locatie heeft iets onwerkelijks. Hier is sprake van meer dan een gewone tegenstelling. Dit betreft een regelrechte clash, een botsing. Want aan de ene kant staan statige oude huizen langs wat ooit een boulevard moet zijn geweest. En aan de andere kant is er het geweld van grove bouwmaterialen en het voortrazende verkeer.

Afgelopen woensdag kwam ik er weer. Donkergrijze regenwolken naderden vanuit het zuidwesten, terwijl de zon de wapperende Vitesse-vlaggen fel bescheen. Ik heb er in de schaduw van een boom recht tegen het licht in foto’s genomen.

Hemelse kroonluchters in Eusebius

Januari 2020. Aan het eind van een dagje Arnhem wil vriendin J nog even snel de Eusebiuskerk bezichtigen. We staan al bij de ingang aan de balie. Voor de eerst zie ik de kerkzaal van binnen, waarin grote gouden lampen hangen … En weiger.

Dit is geen gebouw om af te raffelen. Die lampen alleen al verdienen de volle aandacht.

Gisteren ben ik er voor een uitgebreide fotoshoot terug geweest. Nu heb ik ontdekt hoe de kroonluchters heten: Macchina della Luce. Ze zijn Italiaans. Uiteraard. Ik had het kunnen weten.

Contrast: Arnhemse gebouwen met lijnen en krullen

De Arnhemse binnenstad telt veel contrasterende gebouwen en structuren. Oud staat naast nieuw, groen naast beton, enzovoort. Vandaag passeerde ik deze wenteltrap. Met elke volgende stap die ik zette, veranderde het perspectief. Ik ben langzaam op mijn schreden teruggekeerd, tot de trap van het witte gebouw met het bruine gebouw samenviel. Strakke lijnen verbonden door sierlijke krullen.

‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt.’, zei Johan. Ja, meneer Cruijff.
(Hij had eens moeten weten dat ik hier naartoe werd gelokt door de felgele Vitesse-vlaggen op de Nelson Mandelabrug tegen de achtergrond van een donkergrijze wolkenlucht. Dat was trouwens ook een mooi contrast.)

De Groene Bedstee in wintertooi

Sommige bomen draaien ‘s winters hun kleurenpatroon om. Zoals de beuken van de Groene Bedstee. Deze bomentunnel staat op landgoed Mariëndaal. Wat daar ’s zomers groen is, is nu bruin. En wat eerder bruin was, is nu groen.

Vandaag heb ik geprobeerd de exacte locatie van de zomerfoto’s terug te vinden. Tevergeefs natuurlijk. Maar het was toch een aangenaam tijdverdrijf op zondagmiddag.

(Klik desgewenst op een foto voor een vergroting.)